1 is glyfosaat kankerverwekkend


Glyfosaat is het succesvolste en meest verkochte pesticide ter wereld. Na een grondige beoordeling van wetenschappelijke onderzoeken kan de conclusie worden getrokken dat de pesticide ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ is. Fabrikanten en producenten zoals Monsanto proberen linksom dan wel rechtsom het tegendeel te bewijzen. Op de volgende pagina’s het hoe, wat en waarom.

Van de eerste signalen tot het besef ‘Sven, er is iets mis met je kudde’ was een sluipend proces. De 34-jarige Sven Krey, blozend, vol gezicht, zit in zijn keuken. Naast de hoekbank staat een kinderstoel, aan de muur hangen foto’s van zijn bruiloft. Door het raam valt zacht zonlicht, maar Krey huivert. Hij krijgt kippenvel als hij terugdenkt aan de horrortaferelen op zijn boerderij.

De bakstenen boerderij van Krey heeft een rieten dak en ligt vlak achter de dijk langs de Elbe, in de buurt van de Noordzee. Een idyllische plek, waar horrortaferelen ver te zoeken lijken te zijn. De oprit houden de Kreys zo schoon dat hun twee kinderen met gewone schoenen naar de koeienstal kunnen lopen. De afgelopen vijf jaar bezochten dierenartsen en adviseurs het rundvee en de landbouw langs dezelfde weg. Eerst liep de melkproductie van zijn 150 koeien terug, vertelt Krey. Toen vielen de dieren af, 30, 40 kilo, kregen ze diarree en zweren aan de uiers zo groot als een handpalm, en ze hadden last van lamme poten.

2014 was het dieptepunt. Zes noodslachtingen. De rest van de kudde was dermate aangeslagen dat Krey lijsten moest gaan bijhouden om het overzicht over het leed te behouden. Een dode koe was hem haast liever dan een levende, want een levende kost geld.

Schaamte

Geen enkele boer praat graag over dood en ziekte in zijn stal. Behalve de zorg om de dieren is er de schaamte: ‘Je denkt dat je als boer tekort bent geschoten,’ zegt Sven Krey.

Krey heeft lang overwogen of hij met zijn verhaal naar buiten zou treden. Hij wil, zo zegt hij, zijn ‘hart eens goed luchten’. De diepe vertwijfeling, maar ook de enorme opluchting toen iemand eindelijk een mogelijke oorzaak voor de horrortaferelen gaf.

Iets meer dan een jaar geleden bracht dierenarts Achim Gerlach uit Burg in Sleeswijk-Holstein voor de eerste keer een bezoek aan de boerderij van de Kreys. Gerlach bespeurde tekenen van een chronische vergiftiging bij de koeien: afstervend weefsel bij tepels, staarten, oren. Problemen met de maag en de hoeven. Symptomen die de dierenarts in de maanden daarvoor vaker was tegenkomen. Een of andere substantie in het voer leek de dieren ziek te maken. Hij liet de urine van de koeien onderzoeken. In alle monsters werden hoge concentraties van de stof glyfosaat aangetroffen.

Een conflict tussen milieuactivisten en landbouwlobbyisten heeft zich ontwikkeld tot een controverse tussen wetenschappers en wetenschappers

We wanen ons in het tijdperk van de digitalisering en ook in het tijdperk van de terreur en de vluchtelingen. Maar vrijwel ongemerkt is enkele tientallen jaren geleden nog een tijdperk op aarde begonnen. Het tijdperk van het glyfosaat. Glyfosaat is het succesvolste en meest verkochte pesticide ter wereld. In 1974 is het door het Amerikaanse concern Monsanto onder de naam Roundup in de Verenigde Staten op de markt gebracht, en tegenwoordig wordt het wereldwijd gebruikt. Het pesticide heeft zich ontwikkeld tot een van de belangrijkste aanjagers van de conventionele landbouw. Amerikaanse maisfarmers, Indiase katoenboeren, Argentijnse sojamagnaten en Duitse graanbouwers, allemaal besproeien ze hun akkers met glyfosaat. Het middel doodt namelijk de vogelmuur, het beemdgras, de melganzenvoet en de akkervederdistel. Het doodt nagenoeg elke soort van onkruid, overal ter wereld.

En mogelijk niet alleen onkruid.

Sinds lange tijd gaan er geruchten, zijn er aanwijzingen en worden er in meer of mindere mate serieus te nemen verdenkingen geuit dat glyfosaat niet alleen gewassen vernietigt, maar ook schadelijk is voor mens en dier. Aanknopingspunten zijn bijvoorbeeld de zieke koeien op de boerderij van Sven Krey. Het zijn allemaal twistpunten in een ideologische strijd die rond dit pesticide is ontbrand. ‘Glyfosaat is dodelijk, het moet ogenblikkelijk worden verboden!’ zeggen milieubeschermers. ‘Glyfosaat redt levens, verhoogt de landbouwopbrengsten en waarborgt de wereldvoedselvoorziening!’ antwoorden landbouwfunctionarissen en ondernemersverbonden. Waar het lange tijd aan heeft ontbroken in deze strijd tussen ecologische en conventionele landbouw was het oordeel van een wetenschappelijke instantie waardoor de waarheid van de propaganda zou worden gescheiden.

© Giorgio Cravero
© Giorgio Cravero

In maart van dit jaar meldde zich het Internationale Instituut voor Kankeronderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Na een grondige beoordeling van wetenschappelijke onderzoeken was het tot de conclusie gekomen dat glyfosaat ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ was.

Code donkeroranje dus, en ook nog precies op het juiste moment. De komende maanden moet de Europese Commissie namelijk een besluit nemen of het gebruik van glyfosaat in Europa toegestaan blijft.

Met de uitspraak van de WHO leek het besluit in het nadeel van glyfosaat uit te gaan pakken. Maar niet veel later kwam ook het Bundesinstitut für Risikobewertung in Berlijn met zijn oordeel: glyfosaat was ‘niet carcinogeen’. Half november sloot de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, die in het Italiaanse Parma zetelt, zich hierbij aan: glyfosaat was ‘waarschijnlijk niet kankerverwekkend’.

Waarschijnlijk kankerverwekkend. Waarschijnlijk niet kankerverwekkend. Een conflict tussen milieuactivisten en landbouwlobbyisten heeft zich ontwikkeld tot een controverse tussen wetenschappers en wetenschappers. Daartussenin staan politici en consumenten, die zich afvragen: Wie heeft er gelijk? Is glyfosaat werkelijk een gevaar voor onze gezondheid? Veroorzaakt het echt kanker? Of is het toch onschadelijk? En in welke mate worden we eigenlijk blootgesteld aan die stof?

De ontdekker van dichloordifenyltrichloorethaan kreeg in 1948 de Nobelprijs voor de Geneeskunde. Inmiddels is het geclassificeerd als “waarschijnlijk kankerverwekkend”

Een eerste antwoord wordt gegeven achter een gevel van bakstenen, glas en staal: in het Medizinisches Labor Bremen. Bij dit particuliere instituut werkt scheikundige Hans-Wolfgang Hoppe, een boekhouder van de chemische stoffen die ons omgeven. Ze bevinden zich in ons eten, in onze meubels, in onze kleding, in vershoudfolie, muurverf en kinderspeelgoed. En bijna allemaal zijn ze ook terug te vinden in ons lichaam. Momenteel houdt Hoppe zich bezig met de vraag in welke hoeveelheden Duitsers glyfosaat binnen krijgen.

Hoppe loopt langs glimmende, zachtjes brommende apparaten die eruitzien als koelkasten, maar even duur zijn als een eengezinswoning. Elk van deze dure apparaten is gebouwd voor de opsporing – in bloed of urine – en de analyse van een bepaalde stof.
Zoals polychloorbifenyl, kortweg pcb. ‘Dat was een megakwestie,’ zegt Hoppe. Pcb’s deden decennialang dienst als weekmakers en brandvertragers in verven, lakken en kunststoffen. Kleine hoeveelheden kunnen al ernstige schade toebrengen aan de lever en de groei van kinderen vertragen. Sinds 2001 zijn pcb’s wereldwijd verboden, maar nog altijd bevinden ze zich in het milieu, in de voedselketen, en treft Hoppe ze in menselijk bloed aan.

Of dichloordifenyltrichloorethaan, kortweg ddt, het ooit meest gebruikte insecticide ter wereld, waarvan de ontdekker in 1948 de Nobelprijs voor de Geneeskunde kreeg. Inmiddels is het geclassificeerd als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ en sinds de jaren zeventig in de meeste industrielanden verboden.

© Giorgio Cravero
© Giorgio Cravero

Of lindaan, een insecticide en houtbeschermingsmiddel waarvan al lange tijd werd vermoed dat het ernstige ziekten veroorzaakte en dat in juni van dit jaar door de WHO als ‘kankerverwekkend’ werd bestempeld.

Het zijn korte verhalen over het kalf en de put die Hans-Wolfgang Hoppe vandaag in zijn laboratorium vertelt. Chemische substanties kwamen in de wereld terecht. Vroege waarschuwingssignalen werden genegeerd. Pas toen mensen ernstig ziek werden, startten wetenschappers een grondig onderzoek naar de werkingsmechanismen. Uiteindelijk kwam het tot verboden, die al veel eerder opgelegd hadden kunnen worden.

Als de kankeronderzoekers van de WHO het bij het rechte eind hebben, dan herhaalt dit patroon zich in het geval van glyfosaat.

Bij officieel levensmiddelenonderzoek is glyfosaat opgedoken in oesterzwammen, bloemkool, aardbeien, grapefruits, citroenen, pinda’s, vijgen, linzen, bosuien, kievietsbonen, aardappels, tarwe, rogge, gerst en haver. Drie jaar geleden onderzocht het tijdschrift Öko-Test verschillende graanproducten op glyfosaat. In 14 van de 20 producten werden sporen aangetroffen, onder andere in tarwemeel, havervlokken en broodjes. In voedingsmiddelen die vrijwel iedereen dagelijks eet. Hoppe vindt het verbazingwekkend dat de stof zelfs het bakproces doorstaat.

Hoe zwaar de Duitse bevolking met glyfosaat wordt belast, is nog niet door de autoriteiten onderzocht. Dat is opvallend als je bedenkt dat geen enkel ander pesticide meer in het milieu terechtkomt. Hans-Wolfgang Hoppe heeft de urine van negentig medewerkers van zijn laboratorium op glyfosaat getest. In circa 70 procent van de monsters werden concentraties aangetroffen. Hij gaat ervan uit dat dit resultaat ongeveer overeenkomt met het Duitse gemiddelde.

In plaats van de ploeg

In Duitsland belandt glyfosaat op bijna 40 procent van het totale landbouwoppervlak, ongeveer 6000 ton per jaar. Biologische boeren maken geen gebruik van het pesticide, maar bij conventionele landbouwers neemt het de plaats in van de ploeg. In plaats van het onkruid vóór de zaai machinaal te verwijderen, doden ze het langs chemische weg. Het meest wordt glyfosaat echter in landen gebruikt waar de teelt van gengewassen is toegestaan, zoals in de Verenigde Staten, Brazilië en Argentinië. Daar planten de boeren genetisch gemodificeerde graansoorten die glyfosaat weliswaar opnemen, maar er niet dood aan gaan. Zo kunnen de boeren hun akkers na de zaai met het pesticide besproeien en weer opgekomen onkruid vernietigen. De tarwehalmen, mais en sojaplanten blijven gewoon staan. Alleen al het teeltoppervlak voor gensoja is in de afgelopen twintig jaar van 0 naar wereldwijd ruim 90 miljoen hectare gestegen. Zo’n 22 miljoen hectare daarvan, twee derde van de oppervlakte van Duitsland, strekt zich uit in Argentinië.

Argentinië is een glyfosaatland, en daarom is Avila Vazquez deze herfst naar Duitsland gekomen.

Een zachte novemberavond in Berlijn. De Argentijnse kinderarts Avila Vazquez heeft zijn jasje uitgetrokken en plaatsgenomen in een conferentiezaal van de organisatie Brot für die Welt. Vazquez is hier omdat hij weet dat de Europese Commissie weldra een besluit zal nemen over de hernieuwde toelating van glyfosaat. Hij hoopt daar invloed op uit te kunnen oefenen. Hij wil de Europeanen waarschuwen.

Avila Vazquez is hoofd van de intensive care voor pasgeborenen in een kliniek in de Argentijnse provinciehoofdstad Córdoba. Eerst viel hem op dat steeds meer baby’s met misvormingen ter wereld kwamen. Vervolgens stelde hij vast dat de moeders van die kinderen vaak uit landelijke gebieden kwamen, uit dorpen als Monte Maíz.


In Berlijn drukt Vazquez op een toets van zijn laptop. Op het scherm verschijnen de witgepleisterde huizen van een dorp: Monte Maíz, 8000 inwoners, omgeven door een grote groene zee van miljoenen sojaplanten.

Vazquez spreekt Spaans, een tolk vertaalt in het Duits. De duidelijkste taal spreken echter de beelden. Een bloederig gezwel aan de borst van een vrouw. Een zuigeling met een open ruggetje. Ten slotte een foto die een relatie moet leggen tussen een agrarisch landschap en menselijk leed: een opslagplaats met jerrycans pesticide.

‘Glifosato,’ zegt Avila Vazquez.

In oktober 2014 ging Vazquez samen met andere wetenschappers de deuren langs in Monte Maíz. Ze vroegen de bewoners naar leefgewoonten en ziekten. Ze kwamen erachter dat in dit dorp drie keer zo veel mensen kanker kregen als gemiddeld in Argentinië. En dat de vrouwen twee keer zo veel misvormde baby’s ter wereld brachten als statistisch kon worden verwacht. Er zijn geen grootschalige onderzoeken uitgevoerd die een relatie aantonen tussen glyfosaat en misvormingen of kanker. Maar Avila Vazquez laat vanavond in Berlijn twee landkaarten zien. Op de ene zijn de gebieden gemarkeerd waar in Argentinië heel veel soja wordt verbouwd en heel veel glyfosaat wordt gesproeid. Op de andere de gebieden waar bovengemiddeld veel mensen aan kanker overlijden. De kaarten zien er nagenoeg identiek uit.

Jaarlijks wordt er 35 tot 40 miljoen ton gensoja uit Noord- en Zuid-Amerika naar de EU geëxporteerd. De teelt van gengewassen is hier weliswaar vrijwel geheel verboden, maar de invoer ervan niet. De gensoja belandt als meel of tot sojaschroot geperst in de troggen van Europese runderen, varkens en kippen. Ook de koeien op de boerderij van Sven Krey in Sleeswijk-Holstein hebben jarenlang dit voer gegeten. Was het dus inderdaad het glyfosaat dat zijn dieren ziek maakte?

Schrikbeeld

Twee kantooretages in het Düsseldorfse stadsdeel Rath: het Duitse hoofdkantoor van het Amerikaanse concern Monsanto. Buiten duwt de storm tegen de ramen, binnen stralen twee mannen een geruststellend optimisme uit. ‘We kennen het middel glyfosaat al heel erg lang en we kennen het heel erg goed,’ zegt Holger Ophoff, manager van de afdeling Wet- en Regelgeving van Monsanto Duitsland. ‘Glyfosaat is al meer dan veertig jaar op de markt en wordt wereldwijd voortdurend gecontroleerd en toegelaten,’ zegt Thoralf Küchler, woordvoerder van Monsanto Duitsland.

Inderdaad hebben wetenschappers van het Amerikaanse concern al decennia geleden ontdekt hoe glyfosaat ingrijpt in de stofwisseling van gewassen: het gaat de vorming van een enzym tegen dat verantwoordelijk is voor de opbouw van vitale aminozuren. Zonder dat enzym gaan gewassen binnen enkele dagen dood. Een glyfosaatmolecule bestaat uit glycine, een aminozuur en fosfonzuren, een verbinding die Monsanto begin jaren zeventig liet patenteren. Inmiddels is het patent bijna overal verlopen. Naast het Monsanto-product Roundup zijn er alleen al in Duitsland circa tachtig andere middelen met glyfosaat op de markt, met namen als Taifun forte, Dominator ultra en Dr. Stähler Unkraut-frei. De producten zijn er in grote jerrycans voor boeren en in kleine flessen voor hobbytuinierders.

In Europa fabriceren momenteel veertien ondernemingen glyfosaat. Maar voor geen van deze ondernemingen is de stof ook maar bij benadering zo belangrijk als voor Monsanto. Monsanto levert namelijk niet alleen maar glyfosaat, het verkoopt ook het genetisch gemodificeerde zaaigoed dat bestand is tegen het pesticide – onder de naam Roundup Ready, klaar voor Roundup. Als het gebruik van glyfosaat niet langer werd toegestaan, dan zou Monsanto niet alleen maar geen Roundup meer kunnen afzetten. De boeren zouden dan ook geen reden meer hebben om genmais, gengraan en gensoja te kopen. Het businessmodel van Monsanto zou ineenstorten.

Zieke koeien. Misvormde kinderen. Een concern dat om financiële redenen alles in het werk moet stellen om zijn product op de markt te houden

In Europa is de omzet van het concern relatief gering, maar als de Europese Commissie besluit om het pesticide niet langer toe te laten, dan zouden andere landen kunnen volgen, niet in de laatste plaats vanwege de toenemende druk van consumenten. Dat is het schrikbeeld van Monsanto. Op het Duitse hoofdkantoor van het concern in Düsseldorf nemen de Monsanto-werknemers Ophoff en Küchler vandaag om beurten het woord. Ze variëren hun woordkeuze. Maar eigenlijk zeggen ze met vrijwel elke zin hetzelfde, ongeacht de vraag.

Küchler: ‘We hebben er alle vertrouwen in dat glyfosaat opnieuw wordt toegelaten.’

Ophoff: ‘De onschadelijkheid van glyfosaat is door een ongekende hoeveelheid informatie en onderzoeken aangetoond.’

Zieke koeien. Misvormde kinderen. Een concern dat om financiële redenen alles in het werk moet stellen om zijn product op de markt te houden. Dat zijn de elementen van vrijwel elk verhaal over het gevaarlijke, giftige glyfosaat. Maar het zijn geen wetenschappelijke bewijzen. De koeien op de boerderij van Sven Krey zouden in theorie ook door andere stoffen ziek kunnen zijn geworden. De inwoners van het Argentijnse dorp Monte Maíz worden niet alleen blootgesteld aan glyfosaat. De sojaboeren daar gebruiken ook insecticiden, misschien zijn die en niet glyfosaat schadelijk voor de afwijkingen en ziekten.

Daarom is het nu de hoogste tijd om de strijd tussen de wetenschappers eens te belichten – en als eerste naar Lyon te rijden, naar een kantoortoren die ver uitsteekt boven de andere gebouwen in het zuidoosten van de Franse stad. Beneden, bij de hoofdingang, hangt een bordje: IARC. International Agency for Research on Cancer. Het Instituut voor Kankeronderzoek van de WHO.

© Giorgio Cravero
© Giorgio Cravero

Op de vijfde verdieping werkt de Amerikaanse Kathryn Guyton, hoofd toxicologie van het IARC. Op haar bureau ligt het 92 pagina’s tellende rapport over glyfosaat, waaraan 17 wetenschappers uit 11 landen hun medewerking hebben verleend. Het team stond onder haar leiding. Drie uur lang zal ze uit de doeken doen hoe de kankeronderzoekers steeds meer tot het oordeel kwamen dat glyfosaat ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ is.

Het IARC heeft sinds begin jaren zeventig tegen de duizend chemicaliën, levens- en genotsmiddelen en milieufactoren zoals uv-straling en fijnstof onderzocht. Telkens werd dezelfde procedure gehanteerd. Ook bij glyfosaat. ‘We maken geen uitzonderingen,’ zegt Guyton.

Voor hun beoordeling hebben de wetenschappers van het IARC alle onderzoeken naar glyfosaat bestudeerd die tot nog toe in vaktijdschriften zijn gepubliceerd. Zoals epidemiologische onderzoeken, die een relatie leggen tussen bepaalde ziekten en mogelijke invloeden. Volgens Guyton bleek uit drie onderzoeken dat boeren en landarbeiders die aan het pesticide blootgesteld waren geweest een licht verhoogd risico hadden om kanker aan het lymfestelsel te krijgen, het zogenaamde non-Hodgkinlymfoom. In dit geval beoordeelden de IARC-onderzoekers de relatie tussen oorzaak – glyfosaat – en effect – kanker – slechts als ‘aannemelijk’ en niet als ‘vaststaand’. Maar, zegt Kathryn Guyton erbij, ‘we zien sterke, gezonde mannen die het land opgaan en vervolgens kanker krijgen’. Het risico voor ouderen, zieken en kinderen zou veel groter kunnen zijn. Die bevolkingsgroepen zou je bij de beoordeling in het achterhoofd moeten houden.

Er zijn ook gegevens uit Colombia. Daar heeft de regering herhaaldelijk glyfosaat laten gebruiken om op grote schaal cocaïneplantages te vernietigen. Uit onderzoek onder bewoners van de betreffende gebieden kwamen veranderingen in de erfmassa van hun bloedcellen aan het licht. Dergelijke schade kan ertoe leiden dat een cel zich ongecontroleerd gaat delen – en er uiteindelijk een tumor ontstaat.

P = 0,001

Een andere aanwijzing zijn de dierproeven. Kathryn Guyton slaat de betreffende pagina van het rapport op. In een langdurig experiment waarbij muizen voer met glyfosaat kregen, ontwikkelden de mannetjes een niertumor. Kathryn Guyton omcirkelt een afkorting aan het eind van het onderzoek: P = 0,001. P staat voor probability, waarschijnlijkheid, 0,001 betekent dat de kans dat de groei van de tumoren niet door glyfosaat is veroorzaakt 1 op 1000 is. Hoe de onderzoekers dat weten? Net als mensen krijgen ook muizen vaker kanker naarmate ze ouder worden. Maar de geconstateerde niertumor is bij muizen zo zeldzaam dat hij naar alle waarschijnlijkheid alleen maar door glyfosaat kan zijn veroorzaakt. Bij een ander experiment ontwikkelden muizen die glyfosaat kregen toegediend eveneens een kwaadaardige, ongebruikelijke tumor, dit keer in het bindweefsel. Twee onderzoeken die onafhankelijk van elkaar een relatie tussen glyfosaat en de vorming van tumoren aantonen: volgens de criteria van het IARC ten aanzien van dierproeven is daarmee de carcinogeniteit van een stof voldoende bewezen.

Vandaar ook het oordeel van het IARC: ‘Waarschijnlijk kankerverwekkend.’

De vraag is nu hoe het mogelijk is dat het Bundesinstitut für Risikobewertung, kortweg BfR, en de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, kortweg EFSA, tot een heel andere conclusie komen.

Allereerst moet worden opgemerkt dat de EFSA in haar oordeel vrijwel volledig is afgegaan op een rapport van het BfR. Het oordeel werd dus geveld door het Duitse instituut in Berlijn.

Wanneer we echter de voorlichtingsdienst van het BfR bellen met het verzoek om een gesprek, wordt dat geweigerd. Het BfR verwijst ons naar de rubriek ‘vragen en antwoorden over de beoordeling van gezondheidsrisico’s van glyfosaat’ op zijn website. Daar heeft het BfR de conclusies van zijn rapport samengevat.

Nadat de EFSA in november haar beoordeling van glyfosaat had afgegeven, twitterde Fraley: “Science wins!” Dat het vooral zijn eigen onderzoeken waren waarop hij zich daarmee beriep, zei hij niet

Dat rapport over de mogelijke giftige uitwerking van glyfosaat is maar liefst 947 pagina’s lang. Op het eerste gezicht wekt het de indruk van een enorme zorgvuldigheid, maar bij nadere inspectie blijkt dat het BfR het rapport helemaal niet zelf heeft opgesteld. Dat is het werk van de Glyphosate Task Force, de werkgroep glyfosaat. Dat klinkt op zijn beurt als een interdisciplinair gremium, maar ook dat is een misvatting. Het Glyphosate Task Force is een samenwerkingsverband van de fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen, of beter gezegd de ondernemingen die verzocht hebben glyfosaat binnen de EU te mogen verkopen.

Het 947 pagina’s tellende rapport bestaat in essentie uit samenvattingen van onderzoeken naar de effecten van glyfosaat op de gezondheid waarvoor de ondernemingen zelf opdracht hebben gegeven.

Nu hoeven onderzoeken naar pesticide die door fabrikanten van pesticide zijn gefinancierd niet per definitie onbetrouwbaar te zijn. Je zou je alleen graag zelf een beeld ervan willen vormen. Maar dat is vrijwel niet mogelijk, want de onderzoeken zijn nooit openbaar gemaakt. En veel gegevens erover – opstellers, uitvoerend laboratorium – zijn in het rapport van het BfR zelfs zwart gemaakt.

Wel heel goed leesbaar is de conclusie: niet kankerverwekkend.

Tegen deze achtergrond krijgt een uitspraak van Robert Fraley, de plaatsvervangend bestuursvoorzitter van Monsanto, een heel eigen betekenis. Nadat de EFSA in november haar beoordeling van glyfosaat had afgegeven, die grotendeels berustte op de onderzoeken van de fabrikant, twitterde Fraley: ‘Science wins!’ De wetenschap heeft gewonnen! Dat het vooral zijn eigen onderzoeken waren waarop hij zich daarmee beriep, zei hij niet.

hh 45596603

Het glyfosaatrapport van de Task Force dat het BfR overnam, was al voor het oordeel van het Instituut voor Kankeronderzoek verschenen. Toen het IARC tot de conclusie was gekomen dat glyfosaat ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ was, voegde het BfR een addendum toe, een aanvulling op het oorspronkelijke rapport. Hierin ging het BfR ook uitvoeriger in op onderzoeken die niet door de industrie gefinancierd waren en die het in de wetenschap gebruikelijke publicatieproces hadden doorlopen. Ze waren door vakmensen beoordeeld en publicatiewaardig bevonden. Het waren de onderzoeken waarop het oordeel van de IARC berust. De epidemiologische onderzoeken waaruit de wetenschappers rond Kathryn Guyton een ‘aannemelijke’ relatie tussen glyfosaat en het ontstaan van kanker bij mensen afleiden, dicht het BfR slechts ‘geringe bewijskracht’ toe.

Wat betreft de twee experimenten met muizen, die volgens de IARC-onderzoekers het kankerpotentieel van glyfosaat aantonen, is het BfR van mening dat de tumoren niet zijn terug te voeren op het glyfosaat. Als motivatie haalt het BfR andere experimenten aan waarbij muizen zonder toediening van glyfosaat vergelijkbare tumoren ontwikkelden. Maar die experimenten vonden niet in een vergelijkbaar tijdsbestek, niet met dezelfde muizensoort en niet in hetzelfde laboratorium plaats. De argumentatie van het BfR druist daarmee in tegen wetenschappelijke richtlijnen. En juist op deze argumentatie berust het nog altijd geldende oordeel van het BfR: ‘niet kankerverwekkend’, wat de EFSA met ‘waarschijnlijk niet kankerverwekkend’ ietwat voorzichtiger formuleerde.

Je zou graag van de medewerkers van het BfR willen weten waarom ze een deel van de onderzoeken nauwelijks bewijskrachtig vinden en het andere deel met behulp van een twijfelachtige argumentatie verwerpen. Maar ondanks een nieuwe poging weigert het BfR commentaar te geven op het thema glyfosaat.

De wind

Afgelopen week kwam het tot protest. Er werd een open brief aan de pers gestuurd. De geadresseerde: Eurocommissaris Vytenis Andriukaitis van Gezondheid en Voedselveiligheid. De afzender: 96 wetenschappers, onder wie epidemiologen, toxicologen, moleculair biologen en statistici van centra voor kankeronderzoek en universiteiten in vijfentwintig landen. De boodschap: de aanpak van de Europese autoriteiten met betrekking tot glyfosaat is ‘wetenschappelijk onacceptabel’; de beoordeling wordt niet gedekt door de beschikbare gegevens en is bovendien niet op een transparante manier tot stand gekomen.

Er valt niet zoveel in te brengen tegen de mening van deze wetenschappers. En daarom valt er ook niet zoveel in te brengen tegen het oordeel van het IARC dat glyfosaat waarschijnlijk kankerverwekkend is. Is het verhaal van het gevaarlijke, giftige glyfosaat dan inderdaad waar?

Laten we nog eens goed kijken naar wat het IARC precies doet. De kankeronderzoekers van het instituut houden zich alleen maar bezig met de vraag of een bepaalde stof in staat is kanker te verwekken. Ook als ze die vraag met ‘waarschijnlijk wel’ beantwoorden, zoals in het geval van glyfosaat, wordt daarmee nog niets gezegd over de waarschijnlijkheid dat de ziekte daadwerkelijk optreedt. Hoe hoog het risico is, hangt vooral af van hoe sterk en hoe lang iemand blootgesteld is aan de betreffende stof en hoeveel hij ervan binnenkrijgt.

Zo nemen de mensen in het Argentijnse dorp Monte Maíz het pesticide niet alleen tot zich via voedingsmiddelen. De sojaboeren besproeien hun velden vanuit vliegtuigjes, keer op keer. De wind voert de gifwolken naar de dorpen, de bewoners ademen met de lucht ook het pesticide in. Aangenomen mag worden dat ze veel meer glyfosaat binnenkrijgen dan een Duitser die ’s ochtends een of twee broodjes van conventioneel geproduceerd meel eet. Enkele weken geleden heeft het IARC ook voor heel iets anders de beoordeling ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ afgegeven: rood vlees. Ook varkenslapjes, runderbraadworsten en kookham hebben vanuit wetenschappelijk oogpunt het potentieel om tumoren te veroorzaken. Maar de deskundigen zijn het erover eens dat iemand bij beperkte consumptie geen groot risico loopt daadwerkelijk ziek te worden.


Zelfs IARC-onderzoekster Kathryn Guyton, die van mening is dat glyfosaat waarschijnlijk kankerverwekkend is, schat het daadwerkelijke bedreigingspotentieel van het pesticide laag in. Zo bekeken zou je het middel niet per se hoeven verbieden, zoals ook de consumptie van rood vlees geoorloofd blijft. De classificatie door het IARC hoeft niet noodzakelijkerwijs het einde van glyfosaat in Europa te betekenen. Het zou mogelijk volstaan om bindende grenswaarden vast te stellen.

Wonderlijk genoeg zijn die er al. Hoewel het BfR van mening is dat glyfosaat niet in staat is kanker te verwekken, beschouwt men het middel niet als volkomen ongevaarlijk. Mogelijk veroorzaakt het andere ziekten. Daarom zijn er maximale waarden gedefinieerd – maar op basis van niet altijd even logische criteria. Zo mag een kilo tarwe met tien milligram glyfosaat zijn belast, maar een kilo rijst met slechts een honderdste van die hoeveelheid. Dat verschil kan ermee te maken hebben dat er in Europa niet zo veel rijstboeren, maar wel heel veel tarwevelden zijn. En sommige boeren besproeien de halmen nog vlak voor de oogst met glyfosaat. Ze doden de gewassen om ze sneller te kunnen verwerken.

Toch zou je de grenswaarden opnieuw kunnen vaststellen en daarbij ook rekening houden met het gevaar van kanker.

Dat zou een oplossing kunnen zijn. Als de EU-verordening 1107/2009 er niet al was.

Deze verordening regelt de beschikbaarstelling van gewassenbeschermingsmiddelen. Volgens de verordening mag een stof alleen worden toegelaten als hij niet in de categorieën ‘bekendstaand als kankerverwekkend’ of ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ valt. Als bewijs volstaan volgens EU-verordening 1272/2008 twee onderzoeken met dierproeven die onafhankelijk van elkaar een oorzakelijk verband tussen een bepaalde stof en een verhoogde tumorfrequentie aantonen.

En dat is nu precies het geval bij glyfosaat, namelijk de twee experimenten met muizen.

Wel of niet verdedigbaar

De gedachte achter deze strenge bepaling is dat de individuele consument zelf kan bepalen hoeveel rood vlees hij eet, hoeveel alcohol hij drinkt en hoeveel sigaretten hij rookt. Maar bij een gewassenbeschermingsmiddel als glyfosaat ligt dat anders. Behalve mensen die uitsluitend biologische producten tot zich nemen, kan niemand bij benadering overzien welke hoeveelheid pesticide hij of zij binnenkrijgt.

Omdat de Europese Commissie moeilijk EU-verordeningen naast zich neer kan leggen, heeft ze de keuze uit slechts twee mogelijkheden. Of de Commissie beweert dat de beoordelingen van het BfR en de EFSA wetenschappelijk verdedigbaar zijn en glyfosaat dus onschadelijk is, of ze trekt de toelating van het pesticide in en ontneemt de conventionele landbouw daarmee een van haar belangrijkste productiemiddelen.

Auteur: Anke Sparmann
Vertaler: Pieter Streutker

Beeld bovenaan: © Giorgio Cravero

Achter het verhaal

Centrale vragen: Is glyfosaat daadwerkelijk kankerverwekkend? Hoe komen de wetenschappers tot hun conclusies?

Duur van het onderzoek: Twee maanden.

Uitgangspunt: Onze verslaggeefster stuitte op internet op een seminar van de Landwirtschaftskammer, met als thema ‘Glyfosaat – heeft het invloed op de gezondheid van dieren?’ De organisator verwees Anke Sparmann naar dierenarts Achim Gerlach. Toen ze hem vroeg of hij boeren kende van wie dieren mogelijk ziek waren geworden door het eten van voer met glyfosaat, kwam hij meteen met een heel rij namen. De raadselachtige vergiftigingen zijn een wijdverbreid fenomeen, aldus Gerlach.
Voor dit artikel heeft Die Zeit contact gezocht met tal van kankerexperts, toxicologen en ambtenaren van federale instanties en ministeries. De meesten wilden niet met naam en toenaam worden geciteerd, maar waren alleen bereid tot achtergrondgesprekken. De meest gebruikte zin tijdens deze gesprekken was ‘ik benijd niemand die in de kwestie glyfosaat een besluit moet nemen’, of iets soortgelijks.

Melkveehouder Sven Krey uit Sleeswijk-Holstein heeft een besluit genomen. Hij gebruikt geen overzees voer meer. Zijn koeien zullen geen glyfosaat meer binnenkrijgen.
Krey verbouwt nu zelf eiwitrijk veevoer, zoals erwten en bonen. Geen grammetje gensoja komt er bij hem nog de stal in, zegt hij. De boer staat tussen zijn koeien, waarvan enkele er eng mager uitzien. Krey ziet echter tekenen van herstel. Hij wijst naar een vrijwel wit dier. ‘Vroeger was die koe nauwelijks te zien in het donker, zo grauw en dof was het vel. Nu glanst ze weer.’ En hij voegt eraan toe dat hij weer trots is om boer te zijn.

Die Zeit
Duitsland | dagblad | oplage 540.000

Het is opvallend dat in de Britse bezettingszone in Duitsland al in 1946 twee weekbladen werden opgericht, beide in Hamburg, die van grote politieke en culturele invloed zijn geweest in het naoorlogse Duitsland en nog altijd een florerend bestaan leiden: Der Spiegel en Die Zeit.

Het laatste blad heeft in deze tijd de charme van het formaat: nog altijd broadsheet. En nog een opvallend trekje: jarenlang werd het blad geleid door een vrouw, telg uit een adellijk Pruisisch geslacht: gravin Marion Dönhoff, vrijwel sinds de oprichting bij het blad betrokken, hoofdredacteur van 1968 tot 1972 en tot aan haar dood in 2002 uitgever. Die laatste functie vervulde zij vanaf 1983 samen met oud-bondskanselier Helmuth Schmidt (die ook tot aan zijn dood in 2015 aanbleef ). Die Zeit heeft vanaf de oprichting een liberale koers gevaren, met soms een lichtelijk rechtse, maar vaker een wat linkse inslag. Het blad heeft de laatste jaren een oplage van een half miljoen exemplaren.


Deel dit artikel


Recent verschenen