De nieuwe protectionistische koers van de Verenigde Staten kan enorme gevolgen hebben voor de Europese export. In Duitsland maakt vooral de autoindustrie zich zorgen.
Op 27 januari 1867, vrijwel exact honderdvijftig jaar geleden, neemt in het Zwabische stadje Heidenheim handwerksman Friedrich Voith de smederij over van zijn vader Johann Matthäus. Het duurt niet lang of hij werkt zich op tot fabrikant. Hij levert papiermachines aan het Russische tsarenrijk, bouwt in China de eerste waterkrachtcentrale en verscheept turbines naar de Amerikaanse Niagarawatervallen. In 1903 wordt in de waterkrachtcentrale daar de grootste turbine ter wereld in werking gesteld, gefabriceerd in het Zuid-Duitse heuvelland.
Tegenwoordig is Voith een trots familiebedrijf met 19.000 medewerkers in zestig landen. Het bedrijf maakte Heidenheim en omgeving welvarend en getuigt tot op de dag van vandaag van de zegeningen van de globalisering. Dankzij de ingenieurs valt Duitsland als wereldkampioen export bovendien maar moeilijk te onttronen. Op het jubileum vraagt de bij Voith aangestelde topman Hubert Lienhard zich bezorgd af hoe het met de vrije handel verder moet, nu er in het Witte Huis een man zit die het rad van de globalisering terug wil draaien.
Nu kunnen we ons afvragen of we niet onder een teveel aan Trump-hysterie gebukt gaan. Jullie doemdenkers moeten niet zo overdrijven, wat is nou 10 procent export meer of minder? Zo erg is dat toch niet?
America first, luidt het parool. Globalisering is alleen goed als het de VS ten goede komt, dus als het zorgt voor Amerikaanse arbeidsplaatsen en Amerikaanse winsten. Zo niet, dan trekt de president muren op. ‘Strafheffingen en handelsbeperkingen passen niet in de eenentwintigste eeuw,’ windt de topman van Voith, tevens voorzitter van de afdeling Azië-Stille Oceaan van het Duitse bedrijfsleven, zich op. En hij vraagt zich af wat velen zich dezer dagen afvragen: hoe zwaar kan Donald Trump de Duitse industrie schaden? Kunnen we het desnoods ook zonder Amerika af? En wat betekent dit alles voor onze welvaart?
Eerst maar eens de kale cijfers, en die zijn onheilspellend genoeg: Amerika is Duitslands belangrijkste handelspartner, elk jaar goed voor bijna 10 procent van de export. Trump heeft uit de grote aantallen fraaie Duitse limousines op straat de juiste conclusies getrokken: de Amerikanen zijn dol op Duitse producten, en niet zo’n beetje ook. Dat is geen nepnieuws en ook geen alternatief feit. De export naar de VS groeide de afgelopen tien jaar met 64 procent, gewild zijn Duitslands klassiek sterke kanten: auto’s, chemie, machinebouw – de bedrijfstakken die het land al tientallen jaren lang werk en welvaart garanderen.
Twee miljoen arbeidsplaatsen zijn alleen al van de auto-industrie afhankelijk. Die is goed voor 8 procent van Duitslands totale toegevoegde waarde. In geen enkel ander land is deze bedrijfstak zo dominant, een gevolg van de wereldwijde faam van de Duitse merken: driekwart van de productie is bestemd voor de export, en weer gaat Amerika aan kop. ‘Met alleen al de uitvoer van auto’s naar Amerika zijn 200.000 arbeidsplaatsen gemoeid’, rekent het Institut für Weltwirtschaft in Kiel voor. Maar als de exportindustrie lijdt, lijden ook de werknemers. Dan verdienen ze minder geld, geven ze minder uit, neemt de binnenlandse vraag af en komt er een neerwaartse spiraal op gang, waarschuwt Marcel Fratzscher, directeur van het Deutsches Institut für Wirtschaftsforschung (DIW).
Geen twijfel mogelijk, de Duitse economen zijn zeer bezorgd over wat de machtigste man ter wereld elke dag aan hatelijkheden over de wereldhandel twittert. ‘Onder president Trump dreigen we in een handelsoorlog met Amerika te belanden,’ zegt Fratzscher. Duitsland werkt op Trump als een rode lap, omdat het zo veel meer naar Amerika exporteert dan omgekeerd. De door Trump aangekondigde strafheffingen moeten eerst alleen voor Mexico gelden, maar daarna ook voor landen die een positief handelssaldo met Amerika hebben, China en Duitsland voorop.
Voor de schade die dat tot gevolg heeft, heeft Clemens Fuest, directeur van het IFO-Institut (IFO staat voor Information und Forschung), de cijfers paraat. In zijn somberste scenario lopen 1 miljoen arbeidsplaatsen in de Duitse exportindustrie gevaar, en verder 600.000 banen bij Amerikaanse bedrijven in Duitsland. ‘In geval van een escalatie met tegenmaatregelen vanuit Europa zijn die ook niet zeker,’ zegt Fuest. ‘Al met al worden 1,6 miljoen arbeidsplaatsen bedreigd wanneer de economische relaties met Amerika tot nul worden gereduceerd – voor Duitsland een horrorscenario.’
Het roept bij Dennis Snower, directeur van het Kielse Institut für Weltwirtschaft, zelfs herinneringen op aan de jaren twintig, toen handelsoorlogen de wereldeconomie in een afgrond stortten – met fatale gevolgen: ‘Uit deze bittere ervaring hebben we allemaal ons lesje geleerd – behalve Donald Trump,’ zegt Snower. ‘We leven in een tijd waarin de liberale wereldorde onder vuur ligt.’
Nu kunnen we ons afvragen of we niet onder een teveel aan Trump-hysterie gebukt gaan. Jullie doemdenkers moeten niet zo overdrijven, wat is nou 10 procent export meer of minder? Zo erg is dat toch niet?
‘Het is nog erger,’ antwoorden de experts. Feit is dat we met alleen de exportcijfers het Amerikaanse belang voor de Duitse economie fors onderschatten; in de handelsstatistieken komt maar een fractie naar voren van wat er op het spel staat. Zo’n 3500 Duitse ondernemingen hebben dochtermaatschappijen in Amerika, waar ze aan meer dan 620.000 mensen werk verschaffen. Die komen niet voor in de handelsbalans, maar het geld dat ze verdienen komt wel terecht bij het moederbedrijf in Duitsland – en bij de biotoop eromheen: adviseurs en juristen, bakkers, slagers, burgemeesters.
De wereld één fabriek
Traditiegetrouw onderhouden Duitsland en Amerika nauwe relaties, gegroeid in de afgelopen honderdvijftig jaar sinds beide landen Engeland als leidende wereldmacht begonnen uit te dagen. Johann August Roebling, een Thüringse ingenieur, ontwierp de Brooklyn Bridge in New York. Carl Laemmle, zoon van een joodse veehandelaar die niet ver van de Voiths opgroeide, stond mede aan de wieg van de filmindustrie in Hollywood. En omgekeerd stond autopionier Henry Ford keverbouwer Ferdinand Porsche al bij met raad en ingenieurs om de Volkswagenfabriek in Wolfsburg van de grond te tillen.
Vandaag de dag is elke onderneming van enig belang in Amerika aanwezig, zowel het beursgenoteerde bedrijf als de hidden champion uit de provincie. En om Trump te kalmeren, praten alle bestuurders van ondernemingen nu net als Voith-chef Lienhard: ‘In Amerika zijn we een zo goed als Amerikaans bedrijf.’ De Duitsers doen meer dan het meebrengen van hun producten, ze produceren ook ter plekke en doen er onderzoek. Voith alleen al op twintig plaatsen.
Hoe sterker de arbeidsdeling in de wereld is, hoe moeilijker het wordt om etiketjes op producten te plakken, zegt DIW-directeur Fratzscher: ‘Een Duits product dat voor honderd procent Duits is bestaat niet, zoals er ook geen echt Amerikaanse producten bestaan.’
In een geglobaliseerde wereld stuit het nationalisme op zijn grenzen, de zaak wordt snel absurd. ‘Tegenwoordig is de hele wereld één enkele fabriek, dan is het geen goed idee om muren op te trekken,’ zegt Dennis Snower, de Oostenrijks-Amerikaanse econoom uit Kiel. ‘Als het om economie gaat, dan is die vervlochten,’ wist Kurt Tucholsky al. Dan wordt het lastig uitwijken: waar moet die 10 procent export dan naartoe? Het gaat per slot van rekening om producten ter waarde van 114 miljard euro, die iemand anders moet betalen. Toen tijdens de financiële crisis de afzet aan auto’s in Zuid-Europa in een mum van tijd stagneerde, schakelde de industrie vliegensvlug om richting China. Dat zal met Trump moeilijk worden, als die tegelijkertijd de Chinese economie aanvalt. Naarmate hij daarin slaagt, treft hij ook de Duitse industrie.
Wanneer de exportinkomsten van China dalen – waar Trump onbetwist op uit is, ‘hebben Duitse concerns en middenstanders hier ook onder te lijden,’ zegt IFO-directeur Fuest. Het verband is simpel: ‘Als China in zijn fabrieken minder goederen voor Amerika produceert, heeft China ook minder behoefte aan machines uit Duitsland.’ Deze indirecte gevolgen van Trumps antivrijhandelspolitiek schatten economen nog ernstiger in dan de directe effecten. Wat overblijft is de hoop dat Trump zich inhoudt – in eigen Amerikaans belang.
Auteur: Georg Meck
Vertaler: Marten de Vries
Frankfurter Allgemeine Sonnatsgzeitung
Duitsland, dagblad, oplage 382.000
Zondagseditie van een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.
CONTEXT: Vaarwel, verdragen
Donald Trump had tijdens de campagne zijn protectionistische voornemens duidelijk aangekondigd – en hij houdt woord. Nauwelijks had hij zich gevestigd in het Witte Huis, of de president, die trots het ‘America first’ verkondigt, haastte zich om op 23 januari de terugtrekking van de VS uit het Trans-Pacific Partnership (TPP) te ondertekenen, een vrijhandelsverdrag waarvan de tekst toch al in 2015 na harde onderhandelingen was ondertekend door twaalf landen in Azië en rond de Stille Oceaan.
Het nieuwe staatshoofd heeft trouwens ook al enkele malen zijn voornemen aangekondigd de onderhandelingen te heropenen over het Noord-Amerikaanse vrijhandelsakkoord NAFTA, met Canada en Mexico, dat sinds 1994 van kracht is.
Trump heeft het Amerikaanse bedrijfsleven tevens een drastische inperking van de regelgeving beloofd, naast een massale belastingverlaging. Hij spoort de Amerikaanse ondernemers aan hun activiteiten in het buitenland te repatriëren naar het eigen land en wil daartoe de importen vanuit Mexico met 20 procent gaan belasten. Die aankondiging kwam op dezelfde dag dat de Mexicaanse president Enrique Peña Nieto liet weten af te zien van zijn bezoek aan Washington, onderstreept Business Insider, een Duits-Amerikaanse website, gevestigd in New York.

