Terwijl Israël de overwinning van vijftig jaar geleden viert, vraagt Azmi Bishara, voormalig Arabisch lid van het Israëlisch parlement, zich af wat de oorzaken waren van de Arabische militaire nederlaag.
In de oorlog van juni 1967 wist Israël in zes dagen tijd zo veel gebied te veroveren, dat het land in omvang verdrievoudigde. Eigenlijk zag de Joodse staat pas in juni 1967 het levenslicht, en niet in mei 1948, toen Israël werd met instemming van de Verenigde Naties werd opgericht. Tot aan de Zesdaagse Oorlog zag de zionistische beweging die staat namelijk als een onvoltooid project. Pas door de Zesdaagse Oorlog raakten de Joden in de diaspora ervan overtuigd dat Israël levensvatbaar was.
De Joodse immigratie begon toen te versnellen, en buitenlands kapitaal stroomde binnen. Toen pas ook gingen de Verenigde Staten een strategische alliantie aan met deze staat. Het Israëlische leger had de Zesdaagse Oorlog namelijk met Franse wapens gewonnen, niet met Amerikaanse. Daarna maakten Franse Mirages plaats voor Amerikaanse Phantom-jagers.
Voor David Ben Goerion, de Israëlische ‘Vader des Vaderlands’, was de oorlog van 1948 niet beslissend geweest. Er was nóg een overwinning nodig om de Arabische landen te dwingen het bestaan van Israël in de regio als een voldongen feit te aanvaarden. Wel legde de Israëlische regering meteen na de Zesdaagse Oorlog het idee bij de Amerikanen neer om de veroverde gebieden (met uitzondering van Oost-Jeruzalem) weer op te geven, in ruil voor vredesovereenkomsten met de Arabische landen. Het is moeilijk om nu nog te beoordelen hoe serieus dat voorstel was. In ieder geval bestond de officiële Arabische reactie uit een drievoudig nee: nee tegen verzoening, nee tegen erkenning, en nee tegen onderhandelingen.
Na hun beschamende militaire nederlaag konden de Arabische regimes in 1967 geen oplossing accepteren die neerkwam op capitulatie. Een dergelijke oplossing was wel denkbaar na de oorlog van 1973 (de Jom-Kipoeroorlog, die wordt beschouwd als een gedeeltelijke Arabische overwinning), omdat die de Arabische wereld iets van een gevoel van eigenwaarde teruggaf. Het door Israël gepropageerde beginsel ‘land in ruil voor erkenning’ heeft zich vanaf toen ontwikkeld tot de Arabische claim ‘land in ruil voor vrede’.
Verdeeldheid
Wat de schokkende nederlaag van 1967 betreft: die had ook tot gevolg dat er verdeeldheid ontstond in het Arabische kamp over hoe Israël te benaderen, zoals blijkt uit de afzonderlijke vredesonderhandelingen en akkoorden tussen Israël en Egypte (1979), Israël en Jordanië (1994) en Israël en de Palestijnen (de Oslo-akkoorden van 1993).
De historische paradox is dat de nederlaag van de Arabische nationalistische regimes (Egypte en Syrië) de gedachte ondermijnde dat het conflict met Israël alle Arabieren aanging, niet alleen de Palestijnen. De regimes van Syrië en Irak, die de Palestijnse kwestie als hun hoogste prioriteit bleven afficheren, deden dat niet omdat ze uit waren op een confrontatie met Israël, maar om aan de macht te blijven. Door de nederlaag van 1967 af te doen als een ‘terugslag’ (terwijl de nederlaag van 1948 ‘de ramp’ werd en wordt genoemd), wilden de Arabische regimes het doen voorkomen dat er slechts sprake was geweest van een bedrijfsongeval op weg naar de verwezenlijking van een groots plan. Erger nog, ze beschouwden de oorlog van 1967 zelfs als ‘een overwinning’ omdat Israël er niet in was geslaagd zogenaamd progressieve regimes omver te werpen en niet verder was gekomen dan het bezetten van gebieden. En of dat al niet schandelijk genoeg was, werd ‘het mondiale Joodse complot’ dat Amerika in zijn greep zou houden, aangevoerd als excuus voor de militaire nederlaag.
Arabische intellectuelen op hun beurt hadden het over ‘een botsing van beschavingen’, of een ‘nieuwe moderniteit’, die tot de oorlog zouden hebben geleid
Arabische intellectuelen op hun beurt hadden het over ‘een botsing van beschavingen’, of een ‘nieuwe moderniteit’, die tot de oorlog zouden hebben geleid. Sommigen vergeleken de effecten ervan met de verovering van Egypte door Napoleon in 1798, anderen stonden paf van de ongedachte Israëlische militaire macht. De Arabische intellectuelen hadden Israël gezien als een kwetsbare, tijdelijke entiteit, geleid door een zionistisch zootje ongeregeld dat naar Palestijns land was geëmigreerd en niet in staat was een volk of staat te vormen.
De nederlaag effende de weg voor bittere Arabische kritiek op de eigen onderontwikkeling, die werd toegeschreven aan onwetendheid en analfabetisme, economische afhankelijkheid, het autoritaire karakter van de staat, religie en, ten slotte, de mentaliteit van de Arabische man.
Sommigen stelden dat als het ‘wetenschappelijk socialisme’ ten uitvoer was gebracht, de oorlog niet zou zijn verloren. Anderen beweerden dat een islamitisch bewind van een militair fiasco gevrijwaard was gebleven. De nederlaag was in deze visie een straf van boven voor degenen die de godsdienst hadden verzaakt, implicerend dat Israël zijn zege aan het geloof had te danken. Publicisten uit islamistische hoek legden inderdaad de nadruk op de band van de staat Israël met religie, hoewel die staat destijds aanzienlijk seculierder was dan nu. Arabische voorvechters van democratie voerden aan dat als de Arabische regeringen democratisch waren geweest en het volk de besluitvorming had mogen beïnvloeden, de nederlaag zich niet zou hebben voorgedaan.
Alles goed en wel, maar de nederlaag was duidelijk niet te wijten aan een gebrek aan democratie. Had nazi-Duitsland niet een groot aantal democratische landen overwonnen tijdens de Tweede Wereldoorlog?
Zij die het probleem van de Arabische nederlaag vanuit militair oogpunt benaderden, stelden zich tevreden met de constatering dat de Israëlische luchtmacht het pleit
beslechtte door op 4 juni 1967 de Egyptische luchtmacht, die zich toen op de grond bevond, uit te schakelen. Maar zelfs de legers van niet-democratische, onderontwikkelde en repressieve regimes hadden na de vernietiging van hun luchtmacht beter verzet kunnen bieden. Er zijn genoeg voorbeelden van verzet, van Gaza tot Libanon, die het zonder luchtmacht weten te stellen. Dat verzet is weliswaar niet sterk genoeg om de overwinning te behalen, maar is wel in staat de agressor af te schrikken.
Na de oorlog van 1967 hebben veel Arabieren de hoogwaardige zionistische propaganda opgerakeld, terwijl de Arabische propaganda verzuimde de wereld uit te leggen dat er sprake was geweest van Israëlische agressie, en niet van een confrontatie tussen David en Goliath.
Ongetwijfeld heeft het Arabische politieke discours van vóór de oorlog, waarbij regimes elkaar in nationalistische retoriek probeerden te overtreffen zonder te beseffen dat dit alles werd vertaald, ertoe bijgedragen dat het conflict als een strijd tussen een Israëlische David en een Arabische Goliath werd gezien. Israël heeft ervan geprofiteerd, zijn rol als slachtoffer uitgespeeld en een verband gelegd met de geschiedenis van de Joden in Europa. Vanaf 1967 is de herinnering aan de Shoah intensief ingezet in de officiële Israëlische propaganda. Vóór deze oorlog maakte de Shoah juist géén deel uit van de zionistische cultuur, omdat die herinnerde aan de zwakte van de Joden in de diaspora, die moest worden vergeten door de vestiging van de Joden in Palestina.
Wie er ook een oorlog tegen Israël begint, is de erfgenaam van de nazibeulen
En zo is de premisse ontstaan dat wie er ook een oorlog tegen Israël begint, de erfgenaam is van de nazibeulen. Het zou zeer bijdragen aan het begrip van deze oorlog als er aandacht kwam voor de agressie met voorbedachten rade van Israël, met medeplichtigheid van de Verenigde Staten die ten tijde van de Koude Oorlog een lesje wilden leren aan degenen die ingingen tegen Amerikaanse belangen. Het Palestijnse volk is zonder meer slachtoffer geweest van een koloniaal project, en mag aanspraak maken op internationale sympathie in zijn pogingen in verzet te komen tegen de bezetting.
Maar de wereld kan zich moeilijk voorstellen dat de Arabische landen, met al hun macht en rijkdommen, slachtoffer kunnen zijn. Zodoende had het zegevierende Israël in 1967 meer overtuigingskracht dan de verslagen Arabier die zich voordeed als slachtoffer. En zo heeft de militaire overwinning, geschraagd door verrichtingen op andere gebieden, tot bewondering voor Israël geleid.
Auteur: Azmi Bishara
Vertaler: Carl Stellweg
Openingsbeeld: Feestende Israëlische soldaten in Sinaï, Egypte, op 10 juni 1967. – © AP Photo
Al-Arabi Al-Jadid
Ver. Koninkrijk | alaraby.co.uk
‘De Nieuwe Arabier’ is een progressieve pan-arabische nieuwssite. Gefinancierd door Qatar en geleid door Azmi Bishara, adviseur van de emir, met de ambitie een media-imperium op te bouwen. Een andere ambitie was om een tegenwicht te bieden aan Al Jazeera, dat meestal wordt gezien als pro-Moslimbroederschap.

