Het is allerminst zeker dat een militaire overwinning Vladimir Poetin ook een politieke en diplomatieke zege zal opleveren.
Een militaire overwinning op korte termijn, een politieke en diplomatieke impasse op de midden- en lange termijn en een humanitaire catastrofe: dat is de voorlopige balans van het offensief van Moskou, Teheran en Damascus tegen Aleppo. Tegelijk is het de perfecte illustratie van wat het militair ingrijpen van Rusland in het Syrische conflict tot nu toe heeft opgeleverd. Sinds het land zich in september 2015 actief in de oorlog in Syrië ging mengen, heeft Moskou consequent dezelfde strategie gevolgd: hard toeslaan tegen de opstandelingen tegen regime van Assad, onder de dekmantel van de strijd tegen het terrorisme en met als doel een sterke positie aan de onderhandelingstafel te verwerven, waar deze zogenaamde ‘terroristische’ groeperingen sowieso niet welkom zijn.
Tot nu toe is dat aardig gelukt. Moskou hield het afgelopen jaar het Syrisch regime, dat zich vóór het ingrijpen van haar bondgenoot in een benarde positie bevond, in het zadel. Het deel van Syrië dat niet uit woestijn bestaat is grotendeels voor het regime behouden en tegelijk is het diplomatieke spel meesterlijk gespeeld. Niet alleen speelde het conflict jihadistische groeperingen in de kaart en leidde het tot een vluchtelingencrisis van ongekende omvang, ook stelde het Rusland in staat een sleutelpositie in het Midden-Oosten te verwerven.
Rusland wist handig te profiteren van de aarzelende houding van Barack Obama om zijn kortetermijndoelen te bereiken
Rusland wist handig te profiteren van de aarzelende houding van Barack Obama om zijn kortetermijndoelen te bereiken. Maar daarmee heeft Moskou nog geen uitweg gevonden uit de impasse waarin het zichzelf gemanoeuvreerd heeft: elke dag dat het conflict langer duurt wordt de kans op een diplomatieke oplossing kleiner. Op 14 maart kondigde Rusland aan dat het zijn strijdkrachten uit Syrië zou terugtrekken. Sindsdien is dankzij de inzet van huurlingen de Russische militaire aanwezigheid in Syrië echter alleen maar gegroeid.
Dit machtsvertoon is echter absoluut geen garantie voor een overwinning van Bashar Assad, en de positie van het Westen, Turkije en Saoedi-Arabië is er geen millimeter door veranderd. Al deze partijen eisen nog steeds het vertrek van Assad en maken als voorheen een onderscheid tussen de gewapende oppositie en terroristische groeperingen. Dit levert de paradoxale situatie op dat zolang Moskou zich niet terugtrekt, de Syrische president niet kan verliezen, en zolang hij er nog zit, Moskou niet kan winnen.
In plaats van tegenover het Syrische regime wat minder tolerant te zijn, kiest Rusland er ogenschijnlijk liever voor de gewapende rebellen volledig uit te schakelen. Het voert nietsontziende bombardementen uit en vernietigt daarmee de volledige infrastructuur die de 200.000 inwoners van Oost-Aleppo nodig hebben om te overleven, het gebruikt brandbommen met fosfor en napalm en bunker busters die meerdere etages van gebouwen kunnen afscheuren. Zo hoopt Rusland zijn enige doel te verwezenlijken: afrekenen met de rebellen. Of deze ter plekke gedood worden of op de vlucht slaan en in de armen lopen van het voormalig Al-Nusra Front maakt daarbij niet zo veel uit: in de strijd tegen ‘het terrorisme’ is alles geoorloofd.
Ideaal laboratorium
Oost-Aleppo is voor Moskou het ideale laboratorium om de strategie te testen: eerst de oppositie uitschakelen om vervolgens het Westen tot de ongemakkelijke keuze tussen Assad en de jihadisten te dwingen. Op de korte termijn zou deze strategie wel eens heel effectief kunnen zijn. Als de inwoners van Aleppo niet meer in hun eerste levensbehoeften kunnen voorzien, zullen ze niet lang meer aan de Russisch-Syrische druk kunnen weerstaan. In het nauw gedreven door de voortdurende bombardementen en in het steek gelaten door het Westen, zullen de rebellen snel radicaliseren en zich aansluiten bij de enige partij die hen nog wel behulpzaam is.
Op dat moment zullen de Russen, zonder tegenspraak van het Westen, kunnen volhouden dat er geen gematigde rebellen in Syrië bestaan. Behalve een gevecht tussen twee gewapende partijen is de oorlog in Syrië er evengoed een tussen twee versies van de werkelijkheid: een onderdrukkend regime dat tegenover rebellenlegers staat, of een niet-religieus regime dat terroristische groeperingen van zich af moet slaan.
Auteur: Anthony Samrani
Vertaler: Valentijn van Dijk
L’Orient-Le Jour
Libanon | dagblad | oplage 18.000
In 1971 samengevoegd uit de twee grootste Franstalige dagbladen in Beiroet: L’Orient en Le Jour. Behalve in Libanon wordt de krant verspreid in landen met Libanese gemeenschappen. Heeft mooie bijdragen van schrijvers en denkers en profileert zich als modern, maar richt zich tegelijk vooral op christelijk Libanon.

