Door de bliksemzege in de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 raakten Israëlische militairen zo in de wolken dat ze zelfs overwogen Beiroet te bezetten.
Aan de vooravond van de Zesdaagse Oorlog is premier Levi Eshkol bang voor ‘een ware slachtpartij’ en waarschuwt minister van Defensie Moshe Dayan voor ‘een grens aan ons vermogen om de Arabieren te verslaan’. Twee dagen later, na een reeks verbluffende zeges op het slagveld, is de stemming volledig omgeslagen en pocht Dayan dat het Israëlische leger ‘binnen een paar uur’ in Beiroet kan zijn.
Nog iets later, wanneer de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en het oostelijk deel van Jeruzalem een feit zijn, begint de regering pas na te denken over het lot van de Arabieren in die gebieden. ‘Als het alleen aan ons lag, stuurden we alle Arabieren naar Brazilië,’ zegt Eshkol.
Deze uitspraken kunnen worden teruggevonden in de notulen van besprekingen tussen onder anderen de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie in 1967 – vóór, tijdens en na de Zesdaagse Oorlog. Vijftig jaar na die oorlog, die de Israëlische staat en samenleving onherkenbaar zou veranderen, zijn die notulen door het staatsarchief vrijgegeven.
Oorlogsverklaring
Een van de documenten is een transcriptie van een gesprek dat de militaire stafchef op 2 juni voert met het ministerieel comité voor veiligheidszaken. Het wachten en dralen is ondraaglijk geworden nadat het Egyptische leger, in strijd met internationale akkoorden, het schiereiland Sinaï is binnengetrokken en de Straat van Tiran voor Israëlische schepen heeft gesloten.
Israël beschouwt dit optreden als een oorlogsverklaring en stafchef Yitzhak Rabin stelt dat als Israël niet de eerste klap uitdeelt, het bestaan van het land in gevaar komt, maar dat de oorlog moeilijk en pijnlijk zal worden en veel slachtoffers zal eisen.
Uiteindelijk besluit de regering tot oorlog. Op 5 juni zetten de Israëlische strijdkrachten een succesvol offensief in. Het begint ’s ochtends met een verrassingsaanval van de luchtmacht op vliegvelden in vijandelijk gebied. Vervolgens vallen grondtroepen het Egyptische leger in de Sinaï-schiereiland aan. Daarop mengen de Jordaniërs zich in de strijd en bombarderen West-Jeruzalem.
‘Niet eerder in de geschiedenis van de mensheid heeft een staat zo veel diplomatiek succes geboekt als Israël nu. Israël breidt zich almaar uit en de hele wereld applaudisseert’
Op 6 juni komen de ministers opnieuw bijeen. De angst heeft plaatsgemaakt voor euforie. ‘We hebben de middelen om de hele Westelijke Jordaanoever te bezetten (…) Als we willen, kunnen we helemaal naar Sharm al-Sheikh oprukken (…) We zouden ook tot aan de rivier Litani in Libanon kunnen oprukken. En misschien is er nog meer mogelijk,’ jubelt Dayan. Hij stelt voor Libanon te dreigen dat als de Joden van Beiroet iets wordt aangedaan ‘wij in een paar uur in Beiroet staan’ – en dat de Libanezen zich dus beter koest kunnen houden.
De volgende dag, op 7 juni, trekken Israëlische soldaten Oost-Jeruzalem en de Oude Stad binnen, ‘bevrijden’ de Klaagmuur en de Tempelberg en bezetten de Westelijke Jordaanoever. Aan het einde van de oorlog komt het militaire zwaartepunt bij het Syrische front te liggen. Israël bezet de strategische hoogvlakte van Golan.
De euforie bereikt een hoogtepunt. Op 14 juni zegt minister van Buitenlandse Zaken Abba Eban tegen zijn collega’s: ‘Niet eerder in de geschiedenis van de mensheid heeft een staat zo veel diplomatiek succes geboekt als Israël nu. Israël breidt zich almaar uit en de hele wereld applaudisseert.’
Op 15 juni bespreken de ministers voor het eerst ook de politieke en diplomatieke toekomst van de bezette gebieden. Eban waarschuwt voor een kruitvat en legt uit welke problemen er in het verschiet liggen. ‘We zitten hier met twee bevolkingsgroepen, een Israëlische die alle burgerrechten geniet, en een Arabische, die al deze rechten wordt ontzegd. Deze tweedeling van burgers zal moeilijk te verdedigen zijn, zelfs tegen de bijzondere achtergrond van de Joodse geschiedenis. De wereld zal ongetwijfeld de kant kiezen van een bevrijdingsbeweging die anderhalf miljoen mensen vertegenwoordigt, tegenover miljoenen anderen.’
Minister zonder portefeuille Menachem Begin stelt voor de Arabieren op de Westelijke Jordaanoever de komende zeven jaar de status van ingezetenen te verlenen. In die periode mogen zij niet deelnemen aan de verkiezingen voor het Israëlische parlement, voor de Knesset. ‘Wat moeten we in die zeven jaar doen?’ luidt zijn retorische vraag en hij geeft meteen het antwoord: de Joodse immigratie naar Israël en het Joodse geboortecijfer opvoeren.
Brazilië
Ook wordt de mogelijkheid overwogen de Palestijnen naar andere landen over te brengen. ‘Als het alleen aan ons lag, stuurden we alle Arabieren naar Brazilië,’ zegt Eshkol. Minister van Justitie Yaakov Shimshon Shapira huldigt een andere mening: ‘Zij zijn inwoners van dit land, en wij maken daar nu de dienst uit. Er is geen reden om Arabieren die hier geboren zijn weg te halen en over te brengen naar Irak.’
Het antwoord van premier Eshkol: ‘Zo’n ramp is dat niet… Wij zijn hier niet binnengeslopen, het Land Israël komt ons toe.’
Auteur: Ofer Aderet
Vertaler: Carl Stellweg
Haaretz
Israël | dagblad | oplage 80.000
‘Het Land’ werd voor het eerst in 1918, tijdens het Britse mandaat, in het Hebreeuws uitgegeven. Tegenwoordig is het een referentie voor de politieke en intellectuele elite van Israël. Het links georiënteerde dagblad staat bekend om zijn kritische kijk op de kolonisatie van de Palestijnse gebieden, waardoor het er vaak van wordt beschuldigd antizionistisch te zijn. Door de scherpe analyses die Ha’aretz publiceert, wordt de krant beschouwd als een van de meest invloedrijke nieuwsbronnen van Israël. Tegenwoordig wordt de krant niet alleen in het Hebreeuws, maar ook in het Engels uitgegeven.

