Volgens de Britse commentator Gideon Rachman zal de Brexit nog veel harder worden dan sommigen voorspellen. ‘Het wordt een treinongeluk.’
Dus wat gaat het worden: een ‘harde’ of een ‘zachte’ Brexit? Geen van beide misschien. Er is een derde mogelijkheid waar weinig over wordt gesproken maar die steeds waarschijnlijker wordt: een ‘treinongeluk-Brexit’. In dat scenario slagen het VK en de EU er niet in om een akkoord over de scheiding te bereiken en breekt Groot-Brittannië simpelweg los van de EU – met chaotische gevolgen voor de economische en diplomatieke betrekkingen.
De harde en zachte versie van de Brexit hebben verschillende standpunten tegenover immigratie en de interne markt van de EU – maar ze hebben ook één wezenlijke overeenkomst. Ze gaan ervan uit dat het de EU en het VK zal lukken om in redelijkheid uit elkaar te gaan.
Toch is er alle reden om te verwachten dat zo’n keurig geregelde scheiding onhaalbaar zal blijken en dat er in plaats daarvan een treinongeluk gaat gebeuren. De redenen hiervoor zijn zowel van procedurele als van politieke aard.
Op het procedurele vlak is het probleem dat de onderhandelingen te gecompliceerd zijn om binnen de afgesproken tijd afgerond te kunnen worden. Groot-Brittannië en de EU moeten een web van juridische, economische en handelsrelaties dat in de loop van meer dan veertig jaar is gesponnen, nu uithalen en opnieuw ordenen. Maar als Groot-Brittannië eenmaal artikel 50 in werking heeft gesteld en formeel zijn vertrek aankondigt, hebben de twee partijen nog maar twee jaar de tijd om een nieuw akkoord te bereiken en te ratificeren.
Zo te zien blijft de Britse regering hopen dat de EU wel tot rede zal komen – de rede die in Londen is bepaald
Volgens een van de meest ervaren krachten in Brussel is dat onhaalbaar. ‘Wij hebben gewoon niet het ambtelijke apparaat om dat voor elkaar te krijgen,’ zegt hij. ‘En de EU is er niet voldoende op gefocust.’ De Britse ambassadeur bij de EU is tot datzelfde oordeel gekomen; sir Ivan Rogers [die vorige week aftrad] heeft de ministerraad gewaarschuwd dat er wel tien jaar nodig zijn om de onderhandelingen over een nieuw handelsakkoord met de EU af te ronden.
Stel dat er aan beide kanten heel veel goede wil bestond, dan konden die onderhandelingen ongetwijfeld versneld worden. Maar daar komt de politiek om de hoek kijken. Aan beide kanten van het Kanaal sluimert nu al heel wat onwil. De Britten hopen dat de gemoederen wel zullen bedaren wanneer de gesprekken eenmaal echt beginnen. Maar de kans is groter dat het tegendeel zal gebeuren. Tijdens het onderhandelingsproces zal pas echt duidelijk worden hoe diep de kloof is tussen de opvattingen van beide kanten. Daarmee zal de onderlinge verbittering snel toenemen – en kunnen de gesprekken wel eens onherroepelijk uit de rails lopen.
De lont in het kruitvat is dan waarschijnlijk de inschatting door de EU van de Britse financiële verplichtingen na de Brexit, die alles omvatten, van het geld dat al voor het budget van de Unie bestemd was tot de pensioenen van voormalige bureaucraten. Volgens schattingen in Brussel krijgt het VK een rekening gepresenteerd van 50 tot 60 miljard pond.
Dat bedrag zal in het VK hoogstwaarschijnlijk een storm van verontwaardiging wekken. De eerste reactie zal zijn om de financiële eisen van de EU te beschouwen als een slechte grap of een onhandige poging tot chantage. Maar de Europese Commissie, die de onderhandelingen leidt, is strikt formalistisch en zal haar berekening kunnen rechtvaardigen. Ze zal niet gemakkelijk toegeven.
Verharding
Een pragmatisch antwoord van Britse kant zou dan zijn om te onderhandelen over een lager bedrag en vervolgens de betalingen over tientallen jaren te spreiden, zodat er verder onderhandeld kan worden wat echt cruciaal is: de toekomstige handelsrelatie met de EU. Maar de kans is groot dat voorstanders van de harde lijn in Mays Conservatieve Partij en de Britse media het de regering onmogelijk zullen maken om iets te accepteren wat ook maar enigszins in de buurt komt van de financiële eisen uit Brussel.
Als gevolg daarvan zal Groot-Brittannië eenvoudigweg de onderhandelingstafel verlaten, waarna de zaak beoordeeld moet worden bij het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag. Het kan jaren duren voor dat hof tot een beslissing komt. Maar ondertussen tikt de klok door. Zolang Groot-Brittannië en de EU in de internationale gerechtshoven tegenover elkaar staan, is het onmogelijk om enige vooruitgang te boeken in de onderhandelingen over de Brexit. De woede tegenover de EU die dankzij deze financiële discussie in Groot-Brittannië nog extra wordt aangeblazen, maakt het voor het VK intussen onmogelijk om van koers te veranderen en van een Brexit af te zien. Aan Europese kant treedt dan een vergelijkbare verharding van standpunten op. En dat zorgt er waarschijnlijk voor dat de EU weigert de periode van twee jaar voor de onderhandelingen met het VK te verlengen.
Eén Britse minister meent zelfs dat de Europeanen “nog steeds in de emotionele fase” verkeren
Dat zou betekenen dat de Brexit na twee jaar een feit wordt, op de meest abrupte en schadelijke manier die maar mogelijk is: met het Britse lidmaatschap van de EU dat gewoonweg afloopt. De gevolgen van zo’n treinongeluk zouden rampzalig zijn voor de Britse economie. Fabrikanten, ook de zo belangrijke auto-industrie, krijgen dan te maken met tarieven tot wel tien procent op de export naar de EU. Door de nieuwe douanebeperkingen raken pan-Europese transportketens verstoord, bezwijken havens onder de papierwinkel. De Britse dienstensector, die een veel groter deel van de economie voor zijn rekening neemt dan de maakindustrie, komt ook voor grote problemen te staan. Met name de financiële sector raakt zijn onmisbare ‘passporting rights’ kwijt die alle Britse instellingen moeten hebben om zaken te kunnen doen in de EU.
Zo te zien blijft de Britse regering hopen dat de EU wel tot rede zal komen – de rede die in Londen is bepaald. Eén Britse minister meent zelfs dat de Europeanen ‘nog steeds in de emotionele fase’ verkeren. Helaas laat de EU zich niet alleen leiden door emotie, maar ook door politieke berekening, en de kans is niet groot dat dat een fase blijkt te zijn.
Een hoge Britse ambtenaar hield me een meer realistische opvatting voor. ‘Het wordt een bloederige toestand,’ zei hij. ‘Maar we zullen gewoon moeten doorbeuken om naar de overkant te komen.’ Ik moest lachen om dat zeer Britse beeld van heldenmoed in oorlogstijd. Het is alleen jammer dat deze oorlog zo zinloos en zelfvernietigend is.
Auteur: Gideon Rachman
Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000
Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

