Sinds de opmars van Donald Trump ontstaat onder de Amerikaanse elite steeds meer minachting voor de stem van het volk. Maar dat is exact de verkeerde reactie, betoogt filmmaker en activiste Astra Taylor.
Nog niet zo lang geleden leek iedereen de onstuimige herrijzenis van de democratie toe te juichen. De sociale media werden geroemd omdat ze de mensen dichter bij de politiek betrokken. Opiniemakers prezen ‘de wijsheid van de massa’ en de creativiteit van ‘de volksgeest’. De opkomst van de Occupybeweging en de Tea Party bracht van links tot rechts een opleving van politieke protesten op gang, die Amerika tientallen jaren niet had meegemaakt. We betraden een fascinerende, maar ook chaotische, nieuwe periode van politieke strijd – van demonstranten, hackers, klokkenluiders, relschoppers en radicale veranderingen in zowel de Republikeinse en Democratische politiek.
Maar in de afgelopen maanden blijkt het enthousiasme voor het oplaaien van het democratische vuur tanende. De massa krijgt al snel weer zijn vroegere plek terug: dat van het plebs. En zowel door links als rechts wordt de volksgeest steeds meer juist als een bedreiging van de democratie gezien.
Degenen die geen bezit hebben, geen man zijn, en niet blank, hebben er allemaal voor moeten vechten om bij de politiek te worden betrokken
De toenemende ongerustheid begon bij het verschrikkelijke vooruitzicht van Trump als president. Het idee van een racistisch, gedementeerd personage uit een reality-tv-serie dat ’s lands hoogste ambt bekleedt zorgde ervoor dat een toenemend aantal mensen – links, rechts en midden – de beslissingsbekwaamheid van de massa in twijfel trok. In mei uitte Andrew Sullivan in een veelgelezen coverstory in New York Magazine zijn bange vermoeden dat Amerika last had van te veel democratie. De opkomst van Trump, zo waarschuwde hij, laat zien dat Amerika ‘rijp is voor de dictatuur’. Zwaar leunend op Plato, een van scherpste critici van de democratie, betoogde Sullivan dat in een ‘hyperdemocratische’ maatschappij de belangrijke ‘schotten tussen de wil van het volk en de uitoefening van de macht’ langzaam worden afgebroken.
Toen kwam de Brexit. Met één referendum trok de Britse kiezer die belangrijke schotten om door het Verenigd koninkrijk uit de Europese Unie te gooien. De economische chaos en de opvlammende xenofobie leken een weerspiegeling van het opkomende etno-nationalisme in Amerika. Trump had zelfs een dubbelganger met hetzelfde oranje gezicht en gele haar: de vroegere Londense burgemeester (en huidige minister van buitenlandse zaken) Boris Johnson. Impulsieve, Sullivan-achtige paniek volgde.
Een nogal hypocriet essay van James Traub in Foreign Policy circuleerde op de social media: ‘It’s Time for the Elites to Rise Up Against the Ignorant Masses’. Op vergelijkbare wijze betreurde Felix Salmon in Fusion het ‘kapen van de technocraten door het volk’ in zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten.
Het is nogal vergezocht om de ‘onwetende massa’ de schuld te geven van de Brexit. Het volk heeft niet gevraagd om een referendum: de elite heeft dat georganiseerd in een volkomen onjuist ingeschat machtsspel door premier David Cameron en zijn medestanders, die er abusievelijk van uitgingen dat er zeker vóór de EU zou worden gestemd en dat daardoor Camerons positie als leider der Conservatieven versterkt zou worden. Maar hoe fout de stem voor de Brexit ook mag zijn geweest en hoe beangstigend Trumps populariteit ook blijft, om aan de hand van die recente gebeurtenissen miljoenen mensen weg te zetten als idioten en de democratie ter discussie te stellen is niet alleen een overdreven, maar zelfs een gevaarlijke reactie. Het is namelijk precies de verkeerde conclusie. Het werkelijke probleem waarmee de democratie tegenwoordig worstelt is niet een overmaat aan macht voor het volk, maar juist het ontbreken daarvan.
De walgelijke campagne van Trump legt iets bloot wat net zo weerzinwekkend is maar veel verraderlijker: de minachting die sommigen in de elite voelen bij het vooruitzicht de macht te moeten delen met gewone mensen. Die minachting is natuurlijk niet nieuw, maar het is frappant dat het plotseling geaccepteerd is om dergelijke antidemocratische meningen in beschaafd gezelschap te verkondigen. Net zoals Trump uitingen van onverdraagzaamheid en xenofobie omfloerst met een laagje ‘fatsoen’, laat hij oproepen om de democratie aan banden te leggen in de oren van velen als een redelijke reactie klinken.
De elite laat zich in de kaart kijken als ze Bernie Sanders en zijn aanhang bestempelen als een kopie van de Trump-aanhang – net zo’n onbeheersbare en misleide mensenmassa, hopeloos onvolwassen en irreëel over het functioneren van het politieke bestel.
Het argument dat Trump, Sanders en hun respectievelijke achterban twee kanten van dezelfde achterlijke medaille vormen vond deels ingang omdat de elite buiten schot blijft. Het is een manier om zich nog vaster te klampen aan een desastreuze oligarchische status quo – weg met de democratie. Maar ook hier is het de verkeerde conclusie. Protesten en populistische politieke bewegingen zijn tenslotte signalen dat het volk buiten de machtsstructuren wordt gehouden, niet dat ze succesvol het systeem hebben ‘gekaapt’. De elite pleit voor meer gezond verstand in de politiek – en wie kan daar nu tegen zijn?
“De ontevredenheid van de massa is een ‘virus’ dat in quarantaine geplaatst moet worden” – Jonathan Rauch
Maar hun positie is niet helemaal rationeel. In een op de social media populaire coverstory in The Atlantic riep Jonathan Rauch op om gezamenlijk de machthebbers te beschermen. ‘Ons nijpendste politieke probleem tegenwoordig is dat het land afstand heeft genomen van het establishment, niet andersom,’ klaagde hij. ‘Neurotische haat jegens de politieke klasse is de laatste toegestane vorm van onverdraagzaamheid.’ De ontevredenheid van de massa, luidde zijn conclusie, is een ‘virus’ dat in quarantaine geplaatst moet worden.
Maar de ontevredenheid van de massa zit al in quarantaine. Daarom hebben kiezers ter linker- en ter rechterzijde er zo de pest in. De werkelijke uitdaging waar Amerika tegenwoordig voor staat is dat er in het leven van de burger bijna geen democratische kanalen zijn die verder gaan dan het sporadische bezoek aan het stemhokje of de vluchtige euforie van een demonstratie.
Voor deze misstand bestaat geen snelle oplossing. Als Hillary Clinton wint in november, is het heel verleidelijk om de afwijzing door de kiezer van het trumpisme te zien als het herstel van het gezonde politieke verstand. Maar het presidentschap van Clinton zal niet wezenlijk de omstandigheden veranderen die miljoenen Amerikanen ertoe hebben gebracht om zich tot Trump of Sanders te wenden. Er bestaat alleen een drastische oplossing: met geduld democratische mogelijkheden creëren voor veranderingen van onderaf.
Maar bovenal moeten we, ondanks de meldingen van politieke chaos – en ja, ook van politieke stompzinnigheid – die dagelijks via de social media bij ons binnenkomen, de oproep van de elite en de verleidingen van de antidemocratische impulsen weerstaan. De makkelijke minachting voor de democratie – het wegzetten van diegenen met wie we het oneens zijn als idioot, als incapabel of het vertrouwen van de burger en de verantwoordelijkheid onwaardig – kent een lange nare historie in dit land, waar de Founding Fathers bijna net zo wars van de democratie waren als Plato, en zeker vijandiger jegens het vooruitzicht de welvaart te moeten delen. Degenen die geen bezit hebben, geen man zijn, en niet blank, hebben er allemaal voor moeten vechten om bij de politiek te worden betrokken – en dan ook met werkelijke politieke macht –, waarbij ze even hard moesten opboksen tegen reactionaire conservatieven als tegen angstige Liberals. Aan ons is nu de taak om die democratische opmars voort te zetten in plaats van ons uit angst terug te trekken. Voordat we de democratie afschrijven, moeten we hem eerst werkelijk hebben geprobeerd.
Auteur: Astra Taylor
Vertaler: Paul Bruijn
Astra Taylor is een Canadees-Amerikaanse documentairemaakster, schrijfster, activiste en muzikante. Ze schreef voor onder meer The Nation, Salon en The London Review of Books en was nauw betrokken bij de Occupybeweging.
New Republic
Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 65.000
Links-liberaal tijdschrift voor politiek en cultuur, met een focus op de VS zelf. Becommentarieert al vanaf de oprichting in 1914 de grote sociale en economische verschuivingen in de Amerikaanse samenleving en pleit voor een liberalisme met meer betrokkenheid van de overheid.

