De hoofdredacteur van de lokale redactie van The Hindu in Mumbai beschrijft hoe zijn geboorteplaats de afgelopen 25 jaar uitgroeide tot een moderne metropool. Maar ook hoe de diversiteit en de vrijheid van meningsuiting grotendeels verdwenen.
Mensen zoals ik, die in de jaren tachtig volwassen werden in de stedelijke middenklasse, groeiden op in een ander India. Wij zijn een soort tussengeneratie. Onze grootouders hebben de overgang van het kolonialisme naar de onafhankelijkheid meegemaakt, onze ouders hebben meegeholpen om de natie op te bouwen. Wij beschouwden onafhankelijkheid en een bepaalde mate van ontwikkeling als vanzelfsprekend, zonder dat we alle snufjes, gemakken en luxe hadden waaraan de huidige jongeren gewend zijn.
We werden grootgebracht met het idee van ‘eenheid in verscheidenheid’. En hoewel we, hoe jong we ook waren, ergens wel wisten dat het een element van propaganda bevatte, besloten we erin te geloven. Voor de melkmuil die ik was, vormde Bombay de perfecte illustratie van dit idee. De buurt waar we woonden, de kinderen van school, de markten, bussen, treinen, met name de treinen: de stad was een en al diversiteit.
Plots hing er een kilte in de stad, kouder dan de miezerigste winters ooit
Ik had meer vriendjes uit families die hierheen waren gekomen uit verschillende delen van India, dan uit families die al eeuwen in de stad woonden. Wat trouwens ook normaal is in een stad die pas vrij recent zijn huidige afmetingen bereikte door het verbinden van een aantal losse eilandjes. Wanneer je in de zomervakantie op bezoek ging in je ‘geboorteplaats’ – en in deze migrantenstad leek iedereen ergens anders vandaan te komen – werd het feit dat je uit Bombay kwam bevestigd met vriendelijke verboden als ‘dit of dat mag hier niet, het is hier geen Bombay.’
Begrijp me niet verkeerd. Het was niet zo dat de stad immuun was voor scheidslijnen binnen de gemeenschap of religie, dat kaste- en klassenverschillen niet bestonden; het voelde gewoon alsof we in een geweldige stad woonden waar het de goede kant op ging, en die voorop liep als het ging om progressief gedachtegoed.
Dat veranderde in 1992. De vernieling van de Babri-moskee leidde tot rellen in Bombay. Plots hing er een kilte in de stad, kouder dan de miezerigste winters ooit. Mannen schoren hun baard af omdat ze bang waren anders voor moslim te worden aangezien. Niet-belijdende christenen die zich amper in de kerk vertoonden, zorgden ervoor dat hun crucifix in het zicht hing. Naambordjes die wel eens zouden kunnen worden geïnterpreteerd als behorend tot de ‘verkeerde’ gemeenschap werden weggehaald, zodat er kale rechthoekjes achterbleven op de verweerde muren en deuren. Voor het eerst werd melding gemaakt van vegetarische woongemeenschappen. In de bus en de trein sprak men een tijdje op gedempter toon. Toen de Shiv Sena-Bharatiya Janata Party [BJP, de partij van de huidige premier Narendra Modi], die bij de volgende provinciale verkiezingen aan de macht kwam, de stad omdoopte tot Mumbai, was dat nog slechts het letterlijke einde van Bombay. De stad was allang onherkenbaar veranderd.
Mumbai is nog steeds een veerkrachtige stad. Zoals we herstelden van de rellen van 1992 en 1993, zo herstelden we ook snel van de terroristische aanslagen van 2008.
Net als Bombay heeft Mumbai geen seconde te verliezen; afstanden worden gemeten in minuten en uren, niet in kilometers. Het is nog steeds een plek waar hard werken wordt beloond, waar je ondanks een nederige afkomst een fortuin kunt vergaren.
De stad is voller dan Bombay ooit was, maar een eiland heeft maar beperkte groeimogelijkheden. Als gevolg hiervan betalen we idiote prijzen voor de blokjes lucht die we ‘thuis’ noemen, kunnen aannemers politici omkopen en spelen bureaucraten onder één hoedje.
Mumbai is nog steeds veiliger voor vrouwen, kinderen en ouderen dan de meeste steden. Het is nog steeds een thuishaven voor kunst, cultuur, sport, amusement en al die prettige zaken waar je hard voor wilt werken en maar beter van kunt genieten.
Het leven is hier zeker comfortabeler dan in het grootste deel van India. Elektriciteit is hier meestal vanzelfsprekend, en hoewel we ons druk maken over het waterniveau in de meren, redden we het op een of andere manier elk jaar weer tot de moesson. De lucht is hier verre van schoon, maar de zeewind redt ons meestal doordat hij wat smog wegblaast.
Zelfcensuur
En ja, we zijn rijker. En ja, we hebben zoveel dingen die de ontwikkelder landen hebben, zoals dure merken en winkelstraten, glazen torens en luxeauto’s. We zijn nog geen Shanghai, maar we hebben onze heuse, eigen hangbrug.
In Mumbai wordt nog altijd hard gewerkt, en er is nog steeds ruimte voor goede ideeën. In Mumbai kun je nog steeds zeggen wat je vindt, zonder dat je bang hoeft te zijn dat iemand je zal vermoorden omdat hij zich beledigd voelt… in de meeste gevallen althans.
Maar weet je wat het is? Tegenwoordig blijven de liberale stemmen uit de publiciteit; voorstanders van vrije meningsuiting doen aan zelfcensuur. Wellicht begon het idee van Bombay al te sterven voordat de naam verdween. Wellicht is er nu, terwijl de stad naar adem snakt, echt geen hoop meer en moeten we dat idee laten varen.
Auteur: Peter Griffin
Peter Griffin is sinds november 2015 hoofdredacteur van het bijkantoor van The Hindu in Mumbai. Daarvoor werkte hij zeven jaar voor de televisiezender Network 18. Hij was tevens betrokken bij de lancering van de bladen Forbes India en ForbesLife India. Griffin werkte ook in de reclame, als schrijver, als commentator en als webredacteur.
The Hindu
India, dagblad, oplage 700.000
The Hindu staat bekend om zijn centrum-linkse politieke opvattingen, onafhankelijke analyses en genuanceerde standpunten.

