Historicus Anne Applebaum over de vraag hoe een beweging die een maand geleden nog niet bestond zo snel zo groot kon worden. De demonstranten zijn vooral gewoon boos.
Vuur, lichtkogels en traangas teisteren Parijs. Op zondagochtend lagen de straten bezaaid met de karkassen van uitgebrande auto’s en zat de Arc de Triomphe onder de graffiti. Daarnaast werden kleinere, overwegend vreedzame protestmarsen elders in het land gehouden, waar gele hesjes de afgelopen weken tolpoortjes bezetten, flitspalen onklaar maakten, het verkeer lamlegden en de toegang tot belastingkantoren blokkeerden.
Er wordt herhaaldelijk (maar ten onrechte) beweerd dat ze ‘uit het niets komen’. Wat wel waar is, is dat ze een ongewone herkomst hebben. Vroeger kwamen politieke partijen in Frankrijk, net als in de rest van Europa, voort uit ouderwetse, actieve instituties. De sociaaldemocraten ontstonden bijvoorbeeld uit de vakbonden en in veel landen bracht de kerk de christen-democraten voort. Mensen identificeerden zich met de mensen die ze tegenkwamen in verenigingen, op bijeenkomsten en in het café. Maar de leden van deze nieuwe maatschappelijke beweging – voor zover je van een beweging kunt spreken – kennen elkaar niet van dergelijke instituties.
Ze troffen elkaar op internet, via social media en onlinepetities, die van de ene op de andere dag nieuwe groeperingen en identiteiten kunnen opleveren. Ze zijn niet verbonden aan enige bestaande politieke partij, hoewel ze al door verschillende partijen worden opgeëist. François Ruffin, een ‘ultralinkse’ politicus met een hartgrondige hekel aan president Macron, heeft zich al op protestmarsen vertoond. Marine Le Pen, de Franse ‘extreemrechtse’ voorvrouw, heeft het ook al voor hen opgenomen.
Er zijn mensen die denken dat haar aanhangers – en misschien zelfs lieden met een nog extremere agenda – er verantwoordelijk voor zijn dat de vreedzame Parijse protesten vorige week omsloegen in gewelddadige rellen. Maar elke aanspraak op connectie is opportunistisch, want de beweging heeft geen leider benoemd. Ze heeft wel acht woordvoerders aangewezen, die uiteenlopende achtergronden hebben en van wie niet kan worden beweerd dat ze tot enige partij behoren of zelfs maar tot dezelfde maatschappelijke groepering.
Boos
In plaats van een ideologie of een duidelijke filosofie lijken de gele hesjes alleen een paar opvattingen te delen, plus iets wat zich laat omschrijven als een zekere esthetica. Ze maken zich boos over de milieubelasting die de benzineprijzen opdrijft en moeten niets hebben van maximumsnelheden op Franse wegen. Ze zijn vooral gewoon boos, wat een van de redenen is waarom een beweging die een maand geleden nog niet bestond zo snel zo groot kon worden.
Woede verspreidt zich snel via sociale media, die in het voordeel van emoties werken, en verenigt mensen in een wereld waarin vakbonden, kerkelijke organisaties en politieke partijen aan belang inboeten. Oftewel, volgens een van de demonstranten: ‘We hebben jullie [de politieke klasse als geheel] niet meer nodig.’
Het heeft iets ironisch. Macrons eigen politieke partij, La République En Marche, begon ook als anti-partijpartij, een toevluchtsoord voor mensen die zich niet langer met de traditionele politieke partijen identificeerden.
Maar En Marche ontstond wel in de politieke ruimte en de leden namen deel aan de verkiezingen. Het gevolg is dat de partij, die drie jaar geleden nog niet bestond, inmiddels wordt beschouwd als onderdeel van het establishment dat ze juist had moeten verslaan. In de Franse geschiedenis wemelt het van de revoluties die worden ingehaald door nog radicalere revoluties, maar de snelheid waarmee de huidige veranderingen zich voltrekken is adembenemend.
Gezien die nieuwe werkelijkheid is het belangrijk om manieren te bedenken waarop dit soort spontane, nieuwe antipolitieke bewegingen kunnen worden overgehaald om zich aan te sluiten bij bestaande officiële instituties, mee te doen aan officiële debatten, hun handen vuil te maken aan de deals en compromissen waar de moderne democratie niet zonder kan. Het is ook belangrijk te voorkomen dat ze worden gekaapt door mensen met een duistere agenda. Het zijn ook geen problemen waar alleen de Fransen mee worstelen. Het grootste deel van de rest van de democratische wereld heeft of krijgt ermee te maken.
Als presidenten, parlementen, bestaande partijen en bestaande instituties een manier kunnen vinden om naar de gele hesjes te luisteren, ze aan zich te binden en met ze mee te veranderen, dan blijft de democratie in de 21ste eeuw bestaan. Zo niet, dan niet.
Auteur: Anne Applebaum
Anne Applebaum is behalve historicus en journalist ook directeur van het Transitions Forum van het Legatum Institute. Voor haar boek Gulag. A History (2003), kreeg ze de Pulitzer Prize. Applebaum was redacteur van The Washington Post en The Spectator en publiceerde in onder meer The New York Review of Books en The New Republic.
The Washington Post
Verenigde Staten | dagblad |
oplage 475.000
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980).* Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld.* Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

