2 stilte voor de storm


Volgens de Spaanse krant El País lijkt het Frankrijk van Macron op het Frankrijk van voor mei ’68. Sluimert er een opstand?

Alleen de allerbeste journalisten zijn in staat om in 996 woorden, 12 alinea’s en 6180 tekens de stemming van een land te verwoorden. Alleen de allerbesten beschikken over 
een uitzonderlijk observatievermogen, een sensor waarmee ze de diepe onderstromen peilen die 
kenmerkend zijn voor een bepaald moment uit de geschiedenis. En alleen de allerbesten, zoals alleen de grote literaire schrijvers dat kunnen, schrijven teksten die je op verschillende manieren kunt interpreteren en die, afhankelijk van de bril waarmee ze worden gelezen, één ding betekenen of precies het tegenovergestelde. Het artikel in kwestie was de meest trefzekere diagnose van het prerevolutionaire Frankrijk van 1968 of een van de grootste analytische missers in de geschiedenis van de journalistiek.

Verveling

‘Wanneer Frankrijk zich verveelt…’ Dat is de titel van het artikel van Pierre Viansson-Ponté – een ervaren journalist van Le Monde – dat op 15 maart 1968 op de voorpagina van de Parijse ochtendeditie van de krant stond afgedrukt. Het was een klassiek Frans journalistiek stuk: informatief, maar niet 
overladen met saaie data, interpretatief maar 
niet opiniërend, helder en prachtig geschreven. Viansson-Ponté beschreef een Frankrijk dat was weggezonken in lethargie en verveling, zoiets als ‘het einde van de geschiedenis’ 25 jaar voordat dit dankzij Francis Fukuyama een populair begrip werd. Frankrijk was een welvarend land, zonder oorlogen, zonder politieke spanningen, zonder sociale 
conflicten. Het paradijs, of de hel.

Zes weken nadat het artikel was gepubliceerd, barstte mei ’68 los. Eerst waren er de studentenprotesten, daarna volgden de arbeiders en uiteindelijk brak er een politieke crisis uit die de Vijfde Republiek tot aan de rand van de afgrond bracht. In het door Viansson-Ponté beschreven conformistische, melancholische en doodverveelde Frankrijk ontketende zich in een paar weken tijd een ongebreidelde opstand – het tegendeel van verveling – waarin de ambities en dromen van een deel van de westerse jeugd zich samenbalden, en die de kiem droeg van veel van de sociale veranderingen – van gelijke rechten voor mannen en vrouwen tot het individualisme en de 
ik-cultuur – die onze huidige wereld kenmerken.

Een Parijse demonstrant ligt op de grond tijdens clashes met de politie in mei 1968. – © HH
Een Parijse demonstrant ligt op de grond tijdens clashes met de politie in mei 1968. – © HH

Het zou zomaar kunnen dat Frankrijk zich nu, vijftig jaar later, opnieuw verveelt. Net als in 1968 heeft het land een sterke regering, is er geen noemenswaardige oppositie en staat er een zelfverzekerde, bijna koninklijke president aan het roer. Pas tien maanden nadat Emmanuel Macron de verkiezingen won, valt er iets van sociale onvrede over zijn hervormingen te bespeuren. Maar de diepgaande problemen waarover de Fransen zich ernstig zorgen maakten – de sociale tegenstellingen, de etnische verdeeldheid, de jihadistengetto’s, een bijna chronisch pessimisme en een onherroepelijke achteruitgang – lijken verleden tijd. Sinds de zomer van 2016 is de terroristische dreiging nog steeds van kracht maar groeit de economie, daalt de werkloosheid en wordt de president bewonderd in de wereld.

Verveelt Frankrijk zich? ‘Nee,’ zei Frédéric Dabi, mededirecteur van marktonderzoekbureau Ifop. ‘Frankrijk wacht…,’ vulde hij aan. Dát zou vandaag een betere titel zijn voor het artikel van Viansson-Ponté. Of nog beter: Frankrijk wacht af… Wat wacht Frankrijk af? Wat de hervormingen van Macron gaan 
brengen. Dat de economie verder groeit en dat de werkloosheid daalt. En dat de kloof tussen het kansrijke en kansarme Frankrijk, tussen de Franse steden en de periferie, gedicht zal worden.

Publicist Alain Minc, tot voor kort pleitbezorger van de globalisering, analyseert het onbehagen in zijn nieuwste boek Une humble cavalcade dans le monde de demain (Een bescheiden ritje ter paard door de wereld van morgen). ‘Het is niet nieuw in de geschiedenis: het kapitalisme is een machine die efficiëntie en ongelijkheid produceert’, schrijft hij. En hij ziet in het Frankrijk van 2018 tekenen van een aanzwellende golf, een gefrustreerde generatie, het pré-mei ’68-klimaat.

Een beeld van wat Frankrijk anno maart 2018 zou kunnen zijn, geeft het Insee (het Centraal Bureau voor de Statistiek en Economische Studies) 
in zijn jaarlijkse rapport: ‘Frankrijk, een sociaal portret’. Het rapport 
concentreert zich op wat ze de modale Fransman met een gemiddeld
inkomen noemen. 18,5 procent van de bevolking behoort tot die categorie, voor wie het salaris schommelt tussen de 1510 en 1850 euro netto per maand. Hun opleidingsniveau, hun baan – 
áls ze al werk hebben – en hun 
toekomstvisie liggen dichter bij die van de arme Fransman. Wat betreft de kans op werk, de toegang tot primaire levensbehoeften, de kans op een eigen woning en de zeldzaamheid van eenoudergezinnen staan ze dichter bij de rijke klassen.

Culturele kloof

In een recent verschenen rapport van de Stichting Jean-Jaurès legt onderzoeker Jérôme Fourquet nóg een kloof bloot: de culturele kloof die de economische ongelijkheid, die in Frankrijk minder groot is dan 
in andere westerse landen, overstijgt. Het rapport ‘1985-2017: Wanneer de bevoorrechte klasse zich afscheidt’ beschrijft een ‘onzichtbaar proces’ dat bij de elite tot een vorm van separatisme heeft geleid.

De elite woont in dezelfde wijken en steden, en wordt op dezelfde scholen opgeleid. Men gaat met elkaar om, trouwt met elkaar en krijgt kinderen met elkaar. Terwijl vroeger kruisbestuiving tussen de verschillende Frankrijken plaatsvond tijdens de dienstplicht en in de vakantiekampen, bestaat dit niet langer 
(het eerste geval) of is het nauwelijks meer in trek (het tweede geval).

Als je het huidige Frankrijk op zijn Viansson-Pontés beschouwt, zou je het moeten hebben over een etnische breuklijn en de jihadisten in de getto’s, maar die diagnose zou onvolledig zijn als je voorbijgaat aan de angst van de modale Fransman voor een onzeker bestaan en het risico daarop dat hij loopt, zoals in het Insee-rapport staat. Of aan de sociale klassen die niet meer met elkaar in aanraking komen, zoals Fourquet beschrijft. Door die sociale segregatie is het ongenoegen met de politiek, dat zich niet alleen in Frankrijk manifesteert, beter te begrijpen.

‘Het enige waarover ze zich druk maken is of de meisjes op de campussen van Nanterre en Antony op de kamers van de jongens mogen komen’

‘Verveling is wat ons openbare leven kenmerkt. 
De Fransen vervelen zich’, begon Viansson-Ponté op 15 maart 1968 zijn artikel ‘Wanneer Frankrijk zich verveelt…’ Frankrijk, betoogde hij, had zich afgekeerd van de problemen in Vietnam, Latijns-Amerika en Azië die de wereld op hun grondvesten deed trillen. Frankrijk leefde onder een vreedzame stolp van onwetendheid. ‘Het zijn hun problemen, niet de onze…’ Het Frankrijk van toen had een stabiele 
regering en de arbeiders, suf van het televisiekijken, gehoorzaamden de wet en de autoriteiten, net als de studenten. Bij de jeugd was de verveling voelbaar. ‘In Spanje, Italië, België, Algerije, Japan, Amerika, Egypte, Duitsland en Polen’, zo schreef de journalist van Le Monde, ‘protesteren de studenten, roeren ze zich. Maar in Frankrijk: vergeet het maar. Het enige waarover ze zich druk maken is of de meisjes op de campussen van Nanterre en Antony op de kamers van de jongens mogen komen.’ ‘Het probleem,’ zo concludeerde hij, was ‘dat je niks opbouwt zonder bevlogenheid.’ En zijn laatste zin was: ‘Uiteindelijk, en dat is gebleken, kun je ook doodgaan van verveling.’

Het knappe van het artikel was dat de schrijver, zonder dat hij het wist, zijn vinger had gelegd op de symptomen van de opstand die op het punt stond uit te breken. De diagnose van de wereld van vandaag moet nog geschreven worden.

Auteur: Marc Bassets
Vertaler: Henriëtte Arons

El País
Spanje | dagblad | oplage 238.560

Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant 
met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.


Deel dit artikel


Recent verschenen