plots is frankrijk een techland geworden


Onder president Macron investeert Frankrijk fors in zijn nieuwe hightechindustrie. En dat begint te werken, constateert een verbaasde Amerikaanse journalist.

Om de reuzen van Silicon Valley het hoofd te bieden grijpt Frankrijk terug op een geheim wapen: de staat.

Van de financiering van durfinvesteerders tot de hervorming van een berucht complexe arbeidswetgeving, op alle gebieden wil Frankrijk de hardnekkigste sarcastische verhalen over het Franse ondernemingsklimaat logenstraffen (evenals de onterechte clichés van met wijn overgoten lunches en zomervakanties die een paar maanden duren) en de Franse hightechindustrie zo goed mogelijk in het zadel helpen.

En dat begint te werken. Sinds begin dit jaar hebben Franse durfinvesteerders meer geld binnengehaald (twee miljard euro, en het eind is nog niet in zicht) dan hun Britse of Duitse tegenhangers. Ook bedrijven als Facebook en Cisco hebben geïnvesteerd in Franse onderzoeksteams die zijn gespecialiseerd in complexe terreinen als kunstmatige intelligentie. En de 39-jarige president Emmanuel Macron is geprezen omdat hij – in het Engels nog wel! – de lof heeft gezongen van start-ups en die als oplossing heeft genoemd voor de economische stagnatie en de jeugdwerkloosheid, die in de dubbele cijfers loopt.

‘Macron heeft een wereldwijde uitstraling. Vergeleken bij de Brexit of Trump is hij een frisse wind’

‘Dit is de eerste keer in onze geschiedenis dat een president zich voor start-ups interesseert,’ zegt Nicolas Brusson, medeoprichter van BlaBlacar, een Parijse autodeelonderneming die met vestigingen in twintig landen en een beurswaarde van 1,4 miljard euro tot een van de belangrijkste en meest internationaal georiënteerde Franse start-ups kan worden gerekend.

‘Macron heeft een wereldwijde uitstraling,’ voegt hij eraan toe. ‘Vergeleken bij de Brexit of Trump is hij een frisse wind.’ Maar in de ogen van sommigen staat een dergelijke staatsinterventie gelijk aan ketterij. Volgens veel digitale apostelen mag geen enkele staat op hun vakgebied de concurrentie met de privésector aangaan. En heeft Frankrijk dan niets geleerd van zijn kostbare fouten uit het verleden? Zo heeft het land publieke middelen ingezet om de Amerikaanse vloedgolf van hightechbedrijven te keren. Quaero, een mislukt plan om een Europese concurrent van Google te creëren, is daar een goed voorbeeld van.

Deze zelfgenoegzame houding ten opzichte van de onzichtbare hand van de markt is een vergissing. Ze gaat ervan uit dat alle centra van technologische activiteit, van Parijs tot Praag, moeten stroken met de principes die van Silicon Valley de digitale hoofdstad van de wereld hebben gemaakt.

Maar Frankrijk heeft nauwelijks pensioenfondsen of andere goudgerande investeerders die bereid zijn grote cheques uit te schrijven ter ondersteuning van start-ups. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het land publiek geld gebruikt om het gat te dichten dat het privékapitaal doet ontstaan. In Frankrijk kunnen alleen wetgevers – niet ondernemers met hoody’s – de arbeidswetgeving hervormen die er al decennialang voor zorgt dat een Franse programmeur 50 procent duurder is dan een Britse.

Macron en zijn vrouw met o.a. Xavier Niel (oprichter van Iliad), Delphine Arnault (vicepresident van Louis Vuitton), Anne Hidalgo (burgemeester van Parijs) tijdens de inauguratie van startupincubator Station F in Parijs. – © Bertrand Guay / Reuters
Macron en zijn vrouw met o.a. Xavier Niel (oprichter van Iliad), Delphine Arnault (vicepresident van Louis Vuitton), Anne Hidalgo (burgemeester van Parijs) tijdens de inauguratie van startupincubator Station F in Parijs. – © Bertrand Guay / Reuters

In de Verenigde Staten is het in de wereld van de nieuwe technologie gebruikelijk de spot te drijven met de interventionistische strategie die de Franse staat hanteert om de nationale hightechsector op te bouwen. Maar diezelfde mensen die dat doen erkennen met tegenzin dat Beijing de ontwikkeling van lokale start-ups subsidieert, waarvan sommige inmiddels tot wereldleiders op digitaal gebied zijn uitgegroeid, en het functioneren van buitenlandse hightechondernemingen streng aan banden legt. Ze zijn soms ook geneigd de rol te vergeten die de Amerikaanse overheid heeft gespeeld bij de geboorte van de technologische sector aldaar, met name bij het creëren van het internet.

‘Ik dacht dat er een hele generatie nodig was om de Franse mentaliteit te veranderen,’ zegt Romain Lavault, partner in het Parijse investeringsfonds Partech Ventures. ‘Maar mensen staan opeens heel anders tegenover technologie.’

Deze heropleving van de digitale activiteit in Frankrijk heeft in de eerste plaats met geld te maken: de staat stopt er enorme bedragen in. Sinds 2013 is de grootste investeerder, zowel in start-ups als de plaatselijke durfinvesteerders, niemand anders dan Bpifrance. Deze investeringsbank, die eigendom is van de Franse staat, heeft er de afgelopen jaren meer dan vier miljard euro in gestoken om de nationale hightechsector nieuw leven in te blazen. Volgens financieel analysebureau CB Insights komt dat neer op ongeveer 20 procent van de Franse markt voor durfinvesteringen.

Paul-François Fournier, directeur innovatie van Bpifrance, legt uit dat het er niet alleen om ging Franse oplossingen voor Franse problemen te vinden. Buiten investeringen in binnenlandse start-ups en fondsen, licht hij toe, heeft de staatsbank ook Europese en Amerikaanse durfinvesteerders gefinancierd, met name om gespecialiseerde kennis op te doen over de mondiale hightechsector en buitenlandse fondsen ertoe over te halen in Frankrijk te investeren. Op dit moment zijn de Franse durfinvesteerders die door Bpifrance worden gefinancierd goed voor gemiddeld 160 miljoen euro, een verdubbeling ten opzichte van 2013, zodat deze lokale bedrijven op wereldschaal concurrerend kunnen zijn.

Nog een lange weg

Toch is er nog een lange weg te gaan voordat Parijs zich Silicon Valley aan de Seine kan noemen. Macron probeert het de Franse hightechkringen, die weer wat kleur op de wangen hebben, naar de zin te maken. Maar tegelijkertijd heeft hij het voortouw genomen in een Europese campagne om digitale bedrijven meer belasting te laten betalen in de hele EU – een offensief dat voornamelijk de reuzen van de Amerikaanse Westkust op het oog heeft (bekend onder de verzamelnaam Gafa: Google, Amazon, Facebook en Apple), maar ook ingrijpende gevolgen zal hebben voor kleine start-ups.

De grote rol van de overheid in de technologiesector zou algauw tot marktbeïnvloeding kunnen leiden, wat geen goed idee is gezien de snelheid waarmee de digitale wereld zich ontwikkelt. Typerend voorbeeld: in 2013 verbood Frankrijk de verkoop van Dailymotion, een Franse start-up op het gebied van videostreaming, aan Yahoo, om twee jaar later de Franse mediareus Vivendi wél toestemming te geven het bedrijf te kopen, tegen een lagere prijs.

Al deze staatssteun die recentelijk aan de technologiesector is verleend zal tevergeefs blijken als de Franse start-ups en durfinvesteerders niet aan de verwachtingen kunnen voldoen: wereldwijd concurrerende bedrijven creëren.

De ‘eenhoorns’, digitale bedrijven die meer dan een miljard dollar waard zijn, blijven schaars in het Franse ecosysteem van nieuwe technologie. En de rentabiliteit van Franse fondsen die in start-ups investeren lag de afgelopen drie jaar gemiddeld op 6,3 procent, oftewel de helft van hun Britse tegenhangers in dezelfde periode.

Maar juist op dit terrein zal het Franse initiatief om nieuwe technologie te bevorderen zich moeten bewijzen. Publieke programma’s en financieringen kennen hun grenzen als het op wereldwijde concurrentie aankomt. Op een gegeven moment zal ook de privésector zijn rol moeten spelen.
Mark Scott

Auteur: Mark Scott
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

Politico
Verenigde Staten | dagblad | oplage 34.000

Twee journalisten van The Washington Post begonnen deze onlinekrant met politieke actualiteiten. Een papieren versie wordt gratis verspreid in de Amerikaanse hoofdstad.

CONTEXT: ‘Toekomst van Europa ligt in Frankrijk’

Veel economische cijfers in Frankrijk, zoals op het gebied van werkloosheid of groei, zijn ‘rampzalig’, schrijft The Wall Street Journal. ‘Maar belangrijker is’, vervolgt het Amerikaanse dagblad, ‘dat Frankrijk jong is.’ 18,5 procent van de bevolking is vijftien of jonger, veel meer dan de 13 procent van Duitsland. ‘Zo bezien ligt de toekomst van Europa in Frankrijk, niet in Duitsland’, aldus de krant. Volgens WSJ is dit demografische gegeven bepalend voor het beleid dat door president Macron in werking wordt gezet, met name op het gebied van arbeidshervorming en onderwijs: ‘Hij verandert een land voor ouderen in een land voor jongeren.’

De slagingskansen van deze transformatie zullen zich niet beperken tot werkloosheids- en groeicijfers, want men zal ook oog moeten hebben voor ‘de vlucht van jong talent, verbetering van de schoolresultaten en het aantal mensen dat beroepsonderwijs volgt’.


Deel dit artikel


Recent verschenen