De hoofdrolspelers.
Er doen steeds meer geruchten de ronde over een ophanden zijnde oorlog tussen de coalitie onder leiding van Iran en een onwaarschijnlijk Israëlisch-Saoedisch bondgenootschap, maar een scenario daarvoor is moeilijk voorstelbaar. Hoewel de twee graag met hun tegenstander zouden willen afrekenen, heeft geen van beide er voorlopig belang bij een militaire confrontatie aan te gaan. Een rondgang langs de partijen die graag een goede oorlog zouden willen… maar dan wel bij volmacht.
IRAN
Sinds zes jaar investeert de Iraanse Revolutionaire Garde (IRG) in Teheran zwaar in Syrië om het regime van Assad te steunen. Deze steun kent diverse vormen: het sturen van ‘militaire adviseurs’ van de Sepah-e Qods, een speciale afdeling van de IRG, het inzetten van enkele duizenden (Libanese) Hezbollahstrijders, het aanvliegen van nieuwe wapens naar de luchthaven van Damascus, het werven door sjiitische milities van duizenden burgers (voornamelijk Afghaanse vluchtelingen) en het verstrekken van kredieten ter hoogte van 1 miljard dollar om de solvabiliteit van de clan van Assad te garanderen. Toch is dat alles onvoldoende gebleken voor een definitieve overwinning van het Syrische regime, dat daardoor slechts in het zadel werd gehouden totdat in september 2015 de Russen tussenbeide kwamen. Nu het voortbestaan van Assad verzekerd is, heeft Iran van de situatie gebruikgemaakt door zeer belangrijke strategische mijnconcessies in Syrië te bedingen en het recht om er een luchtmachtbasis en een militaire haven in de Middellandse Zee te bouwen.
ISRAËL
Bedient zich afwisselend van diplomatieke druk en militaire dreigementen om Teheran ervan te weerhouden een permanent bastion in Syrië te vestigen. Dit Israëlische beleid lijkt in te spelen op een interne strijd binnen het Iraanse regime, waar sommige facties van mening zijn dat de miljardeninvesteringen in de Syrische infrastructuur een beletsel zijn voor het economisch herstel van Iran zelf. Voorlopig heeft Teheran er geen enkel belang bij om in Syrië of Libanon een oorlog te ontketenen tussen zijn plaatselijke bondgenoten en Israël. Iran zou de confrontatie met Israël liever op een ‘gemakkelijker’ terrein willen aangaan: de zuidgrens tussen Israël en de Gazastrook. Een delegatie van Hamas (dat nog steeds Gaza bestuurt) was onlangs op bezoek in Teheran, en een tweede bezoek is binnenkort voorzien.
De relatie tussen Hamas en Iran is bekoeld aan het begin van de Syrische oorlog, toen Iran het Syrische regime hielp honderdduizenden soennieten af te slachten, onder wie de Moslimbroeders, die bondgenoten waren van Hamas. Op het hoogtepunt van de burgeroorlog had Iran zijn steun aan de tegenstander van Hamas, de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ), zelfs opgevoerd. Maar nadien is de relatie verbeterd en zou Iran het oogluikend toelaten als Hamas en de PIJ hun krachten zouden bundelen om incidenten aan de Israëlische grens uit te lokken en de Israëlische aandacht af te leiden van het Syrische strijdtoneel.
DE GAZASTROOK
Ondanks de Iraanse bemoeienis kent de Gazastrook zijn eigen problemen, en hoewel Hamas dolblij is dat zijn relatie met Teheran is hersteld, liggen zijn belangen momenteel in Caïro, waar afgelopen oktober een verzoeningsakkoord is getekend met Al-Fatah en de Palestijnse Autoriteit. Egypte wil dat Hamas de orde in Gaza bewaart en dat de strook geen logistieke vrijplaats wordt voor IS-strijders in de Sinaï. Als er al twijfel bestond, met name in Israël, over de vraag of de onderlinge Palestijnse verzoening het zoveelste fiasco zou zijn, dan is die definitief weggenomen toen Israël op 30 oktober een tunnel van de PIJ verwoestte waarbij veertien PIJ– en Hamasstrijders omkwamen. In andere tijden zou zo’n operatie onmiddellijk tot Palestijnse represailles hebben geleid, maar die zijn ditmaal uitgebleven. Sterker nog, Hamas heeft de PIJ gedwongen de officieuze wapenstilstand te respecteren die in de zomer van 2014 met Israël overeen was gekomen.
HAMAS
De islamitische verzetsbeweging Hamas die al sinds juni 2007 aan de macht is in Gaza, heeft zich zeker niet bekeerd tot het zionisme. Maar de permanente blokkade door Israël van de Gazastrook en de verslechterde economische situatie hebben de nieuwe ‘premier’ van Hamas, Yahya Sinwar, tot de pijnlijke conclusie gebracht dat er zo snel mogelijk een akkoord moet worden gesloten met buurland Egypte en de Palestijnse Autoriteit. Zo niet, dan zal de situatie in de Gazastrook volledig uit de hand lopen. Sinwar is een politieke havik die lange jaren in Israëlische gevangenissen heeft doorgebracht, maar hij is ook afkomstig uit Gaza en kent de politieke spelletjes maar al te goed. En de Hamasdelegatie die naar Teheran is gestuurd legt in Gaza geen enkel gewicht in de schaal.
EGYPTE
Het is nog niet zo lang geleden dat Egypte als de meest vastberaden Arabische partner werd beschouwd in de regionale coalitie die tegen Iran in het leven was geroepen. Maar door zijn zwakke politieke en economische positie heeft het land zich gedwongen gezien pas op de plaats te maken en zich te concentreren op het elimineren van IS in de Sinaï, waar enkele honderden jihadisten dagelijks een veel zwaarder bewapende Egyptische strijdmacht uitdagen. Paradoxaal genoeg is Egypte waarschijnlijk het land dat het meest te vrezen heeft van de eliminering van de bastions van Islamitische Staat in Irak en Syrië. De ontsnapte IS-strijders zijn bezig zich in het naburige Libië te vestigen en de terroristische beweging is er waarschijnlijk op uit haar bastions in de Sinaï te versterken. Daarom heeft Egypte afstand gedaan van zijn historische missie als leider van het soennitisch-Arabische front en de fakkel overgedragen aan Saoedi-Arabië.
SAOEDI-ARABIË
De gebeurtenissen van de afgelopen tijd in Riyad hebben zelfs de best geïnformeerde waarnemers verrast: grootscheepse arrestatie van hooggeplaatste Saoediërs, met inbegrip van prinsen, op verdenking van corruptie; de benoeming op sleutelposities van vertrouwelingen van prins Mohamad bin Salman, alias MBS; een raadselachtig helikopterongeluk waarbij een prins om het leven kwam; het onder druk zetten van vrienden van de Saoediërs, zoals de Libanese premier Saad Hariri (die in Riyad onmiddellijk zijn aftreden bekendmaakte) en Mahmoud Abbas, de president van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) et cetera. Deskundigen kunnen alleen maar gissen naar de werkelijke motieven van MBS, die vermoedelijk ambitieuzer zijn dan de wens om zijn greep op het Saoedische koninkrijk te consolideren.
Een van de theorieën over het aftreden van Hariri is dat hij bevel zou hebben gekregen naar Riyad te vluchten, zodat hij niet betrokken zou raken bij een ophanden zijnde, door Saoedi-Arabië gesteunde operatie van Israël tegen Libanon, oftewel een Israëlische aanval op Hezbollah. Het feit dat Hezbollah van een poging tot moord op Hariri is beschuldigd versterkt deze theorie alleen maar. De Saoediërs zouden ongetwijfeld dolblij zijn om hun Iraanse vijanden afgestraft te zien, en vanuit dat oogpunt zou Hezbollah een uitgelezen doel zijn. Maar het geval wil dat Riyad niet zelf een oorlog tegen Teheran kan beginnen. Tweeënhalf jaar geleden zijn de Saoediërs verwikkeld geraakt in een oorlog tegen de door Iran gesteunde Houthi’s in Jemen. Dat werd zo’n fiasco dat de laatsten er begin november in zijn geslaagd een raket af te vuren op de internationale luchthaven van Riyad. Het is dus moeilijk voorstelbaar dat de Saoediërs zich aan een offensief in het Golfgebied wagen tegen een veel sterker en krijgsvaardiger Iran. Vooral op het moment dat MBS zijn handen vol heeft aan binnenlandse politieke uitdagingen.
HEZBOLLAH
Na zes jaar strijd in Syrië onder de vlag van Iran kan Hezbollah zich beroepen op indrukwekkende overwinningen en een ruime mate van militaire ervaring, dankzij een geavanceerd wapenarsenaal en het bevel over indrukwekkende paramilitaire Syrische brigades. Maar de organisatie heeft minstens achthonderd manschappen in de strijd verloren terwijl enkele duizenden zwaargewond zijn geraakt, oftewel een kwart van haar troepen aan het begin van de oorlog in Syrië. Zeker, er zijn duizenden nieuwe rekruten getraind en naar het Syrische front gestuurd, maar dat is op weerstand gestuit binnen de sjiitische gemeenschap in Libanon, waar velen van mening zijn dat Hezbollah zijn rol van ‘Libanese verzetsbeweging’ te lang heeft verwaarloosd en van Libanon een gijzelaar van Iran heeft gemaakt.
Militair gezien is Hezbollah niet meer in staat een oorlog tegen Israël te beginnen. De organisatie levert nog altijd strijd op diverse Syrische fronten en zou haar brigades weer op sterkte moeten brengen alvorens zich aan een nieuwe oorlog te wagen. Er zijn inmiddels achttien maanden verstreken sinds de moord op haar militaire bevelhebber Mustafa Badr al-Din, een aanslag waarvoor de opdracht zou zijn gegeven door Hassan Nasrallah, de feitelijke leider van Hezbollah, op aandringen van Iran. Badr al-Din is nog steeds niet vervangen. Bovendien heeft Nasrallah het aanzien verspeeld dat hij in de Arabische wereld genoot sinds de tweede Libanese oorlog in 2006, waarin Israël en Hezbollah tegenover elkaar stonden. Momenteel wordt hij niet langer gezien als de moedige speerpunt van het anti-Israëlische verzet, maar als moordenaar van Syrische verzetsstrijders tegen het regime van Assad. Nasrallah zou in de verleiding kunnen komen een nieuwe oorlog tegen Israël te beginnen in de hoop zijn imago op te poetsen, maar hij lijkt te beseffen dat zijn manschappen daar niet klaar voor zijn en dat vooral de vernietigende Israëlische represailles tegen de burgerinfrastructuur van Libanon een averechts effect zouden kunnen hebben. Nasrallah zou in dat geval door de Libanezen verantwoordelijk worden gehouden voor hun nieuwe leed. Maar als Hezbollah zich in zo’n kwetsbare positie bevindt, zou Israël dan niet in de verleiding kunnen komen daarvan te profiteren?
ISRAËL
Eén ding is vrijwel zeker. Zelfs als Hariri en de Saoediërs denken dat een Israëlische aanval op Libanon ophanden is, zou die niet voor begin december kunnen plaatsvinden. Israël is momenteel het toneel van de meest ambitieuze internationale militaire manoeuvres uit zijn geschiedenis, waaraan de luchtmachten van zeven andere landen deelnemen. Dit militair-diplomatieke machtsvertoon is al meer dan een jaar geleden gepland en de Israëlische luchtmacht heeft voorlopig geen tijd om zich met iets anders bezig te houden. Israël kan dus op zijn vroegst eind november een oorlog ontketenen, en dan alleen als de spanningen op zijn andere fronten zijn afgenomen.
Voorlopig moet Israël er tot elke prijs voor zorgen dat de rust rond de Gazastrook bewaard blijft. Zijn nieuwe ondergrondse afweersysteem tegen aanslagen vanuit de tunnels van Hamas en de PIJ is nog in ontwikkeling en zal pas eind 2018 operationeel zijn. Bovendien wil Israël de diplomatieke inspanningen van Egypte om de Gazastrook te pacificeren niet in de wielen rijden. Op de Israëlisch-Libanese grens, daarentegen, is de zaak-Hezbollah veel complexer. Zeker, Israël valt regelmatig doelen op Syrisch grondgebied aan, meestal op Hezbollahkonvooien die geavanceerde wapens naar Libanon willen brengen. Syrië heeft herhaaldelijk geprobeerd terug te slaan door weinig effectieve raketten op de Israëlische vliegtuigen af te vuren, maar noch het regime van Assad noch Hezbollah is uit op een escalatie. In militaire kringen in Israël gaan stemmen op voor een grote preventieve operatie op Libanees grondgebied ter voorkoming van raketaanvallen door Hezbollah, maar deze stemmen zijn voorlopig nog in de minderheid.
Ondanks zijn anti-Iraanse retoriek hoedt Benjamin Netanyahu zich ervoor de vijandelijkheden uit te breiden tot de belangrijkste handlanger van Iran, Hezbollah, en geeft hij de voorkeur aan precisieaanslagen. De lessen van de oorlog van 2006, die enkele weken duurde, liggen nog vers in het geheugen bij de militair verantwoordelijken in Israël, en de echte Netanyahu is in de grond van de zaak minder oorlogszuchtig dan hij voorgeeft te zijn. Hij is nooit voorstander geweest van grootscheepse militaire operaties die de mobilisatie van het hele leger vereisen, met het risico dat de waakzaamheid op andere fronten verslapt. Natuurlijk zou Netanyahu meer dan opgetogen zijn als iemand anders Iran blindelings te lijf zou gaan (de Amerikanen, om maar eens iemand te noemen). Maar hoewel de regering-Trump geen gelegenheid voorbij laat gaan om haar anti-Iraanse retoriek te ventileren, lijkt Washington niet te watertanden bij het idee van een oorlog die van retoriek in praktijk zou kunnen omslaan.
Op 6 november verklaarde John Kerry, de voormalige minister van Buitenlandse Zaken van Barack Obama, bij het Royal Institute of International Affairs in Londen dat de Israëlische, Saoedische en Egyptische leiders Obama allemaal hadden gesmeekt Iran te bombarderen. Zijn conclusie was dat geen van deze leiders zich daar rechtstreeks aan durfde te wagen. Dat is een mooie samenvatting van de situatie.
Auteur: Anshel Pfeffer
Vertaler: Peter Bergsma
Beeld: © Getty
Haaretz
Israël | dagblad | oplage 80.000
Haaretz (Het Land, aanvankelijk Hadashot Haaretz, Nieuws uit Het Land) werd opgericht in Jeruzalem in 1918, nog voor het einde van de Eerste Wereldoorlog en vlak na de Balfour-verklaring van 1917, die het ontstaan van de staat Israël (in 1948) een forse stap dichterbij bracht. De krant verhuisde in 1923 naar Tel Aviv.
Aanvankelijk werd de krant gesubsidieerd door het Britse militaire bestuur in Palestina, maar in 1919 werd hij overgenomen door een groep linkse zionisten. In 1935 werd Haaretz gekocht door de uit Berlijn afkomstige uitgever Salman Schocken. Diens zoon Gershom was hoofdredacteur tussen 1939 en 1990, zijn kleinzoon Amos is de huidige uitgever. Haaretz heeft qua oplage een bereik van slechts 4 procent van het Israëlische publiek, maar zijn invloed op de politiek en de Israëlische intelligentsia is aanzienlijk. De krant verschijnt in zowel een Hebreeuwse als een Engelstalige editie.

