Aung San Suu Kyi’s reputatie als integere voorvechtster van de universele rechten van de mens is door de Rohingya-vervolging onherstelbaar beschadigd. Maar zo hard vallen, terecht of onterecht, kan alleen als je van grote hoogte komt.
Nog niet zo lang geleden werd staatsadviseur van Myanmar Aung San Suu Kyi door de internationale pers uitgeroepen tot ‘de dapperste en deugdzaamste mens op aarde… de onbevlekte heldin die ons allemaal nog wat vertrouwen geeft in de menselijke natuur’. Ze was vijftien jaar lang politiek gevangene, en in die tijd werd ze alom geprezen voor haar morele en fysieke moed, haar rotsvaste geloof in de beginselen van de universele rechten van de mens en haar voortdurende pleidooi voor vreedzame politieke veranderingen.
Het deed Aung San Suu Kyi goed dat ze door zo veel gerenommeerde instituties werd erkend en ze voelde zich zeer gevleid door de buitensporige lof die haar door vooraanstaande mensen overal ter wereld, door bekende kunstenaars en vele andere fans werd toegezwaaid. Ze bleef echter bescheiden onder al die aandacht. ‘Wij mensen kennen zo veel onvolmaaktheden,’ heeft ze weleens gezegd. Op talloze gelegenheden hield ze haar publiek voor dat ze ‘een politica was, geen democratisch icoon’. Ze drukte haar bewonderaars op het hart: ‘Vergeet alstublieft niet dat ik ben begonnen als leider van een politieke partij. Ik kan me niets politiekers voorstellen.’
En ze waarschuwde hen ook: ‘Ik ben absoluut geen heilige: dat zou ik ook heel verontrustend vinden, want politici zijn politici, maar ik geloof echt dat er eerlijke politici zijn en daar streef ik naar.’ Als politicus handelde ze op basis van het ‘sluiten van compromissen vanuit principes’. Herhaaldelijk herinnerde ze het publiek aan Myanmars vele ‘onopgeloste problemen’ en toen in 2011 de overgang naar een ‘gedisciplineerde democratie’ was ingezet, waarschuwde ze voor een al te groot optimisme.
De wereld – de westerse democratieën in het bijzonder – nam dat niet van haar aan. Overheden, internationale organisaties en allerlei actiegroepen plaatsten haar op een voetstuk, als levend symbool van de vreedzame strijd voor de democratie en de mensenrechten in Myanmar, tegen ‘een van de meest repressieve en gesloten regimes ter wereld’. Haar moed werd ‘legendarisch’ genoemd. Voor velen was ze bijna een etherisch wezen, ver weg, zuiver en buiten bereik. In haar eigen land beschouwden boeddhisten haar als een bijna-bodhisattva, wier verlichte werken en lijden het grootst mogelijke ontzag verdienden.
‘Heldin van deze tijd’
Aziatische leiders waren wat voorzichtig in hun steun, maar Aung San Suu Kyi kon de Amerikaanse president George W. Bush en de Britse premier Gordon Brown tot haar grootste fans rekenen. Die laatste omschreef haar als ‘een ware heldin van deze tijd’, die symbool stond voor het begrip moed. Beroemdheden zoals zanger Bono steunden haar vurig. Filmsterren uit Hollywood voerden openlijk campagne voor opheffing van haar huisarrest. Toen ze eenmaal bezoek mocht ontvangen, verdrongen politici en anderen zich voor haar deur, omdat ze graag met haar op de foto wilden, en wilden kunnen zeggen dat ze haar hadden ontmoet.
Aung San Suu Kyi werd dus niet alleen bewonderd, ze werd verheerlijkt. Waar ze ook kwam, zowel in Myanmar als daarbuiten, werd ze onthaald als een popster. Dankzij die persoonlijkheidscultus werd ze overal ter wereld een begrip en kreeg ze enorm veel steun voor haar zaak, maar er was ook een keerzijde.
In journalistieke en zelfs in academische kringen werd ze zelden kritisch gevolgd, zoals andere beroemdheden of leden van de militaire regering waartegen ze oppositie voerde. Toen objectievere analytici het waagden om voorbeelden aan te halen van haar inschattingsfouten en tactische missers, of suggereerden dat ze net als ieder ander ook haar zwakke kanten had, werden ze het slachtoffer van een ware scheldkanonnade.
Een uitgesproken criticaster die geringschattend schreef over The Lady, zoals ze alom genoemd werd, en over de tunnelvisie van haar extremere fans, werd met de dood bedreigd. Daardoor deden vele journalisten die zich bewust waren van haar onvolkomenheden of die het met enkele van haar beslissingen niet eens waren, er het zwijgen toe. Zelfs beroepsanalytici legden zichzelf censuur op. Dat deden ze echter niet alleen uit angst om te worden aangevallen door Aung San Suu Kyi’s fervente fans, die handig gebruikmaakten van internet en sociale media om hun boodschap te verspreiden. Serieuze waarnemers van Myanmar beseften dat openlijke kritiek op Aung San Suu Kyi door het militaire regime tegen haar gebruikt zou kunnen worden. Met dat gevaar in hun achterhoofd neigden kritischere en objectievere buitenlandse waarnemers ertoe niet openlijk te schrijven over haar tekortkomingen voor het alternatieve leiderschap van Myanmar. Dus het effect van de wereldwijd voor haar gevoerde campagne was de versterking van het beeld dat ze geen onvolkomenheden en geen gelijke kende, dat ze boven het smerige politieke gekrakeel stond.
Gedurende deze hele periode bleef Aung San Suu Kyi niet passief aan de kant staan. Binnen de grenzen van de mogelijkheden buitte ze op sluwe wijze zowel haar reputatie als pleitbezorger voor de mensenrechten als haar aanzienlijke charisma uit om steun te verwerven voor een democratische verandering in Myanmar. Ze maakte ten volle gebruik van de invloed die ze op regeringen en machtige individuen had om haar doel te bereiken. Deze kwaliteiten gebruikte ze om haar politieke ambities te ondersteunen, die vanaf het begin gericht waren op het leiderschap van het land, ook al ontkende ze dat soms. Ze geloofde er sterk in dat het haar lot was om in de voetstappen van haar vader te treden, Myanmars onafhankelijkheidsheld Aung San, die in 1947 werd vermoord.
Internationale organisaties en actiegroepen achtten het ook nuttig om haar te steunen in haar strijd tegen Myanmars militaire leiders. In propagandatermen: een mooie en charmante vrouw met een goede opleiding en hoge idealen vormde een prachtig contrast met het agressieve, door mannen gedomineerde militaire establishment, dat gewoontegetrouw door de tegenstanders karikaturaal werd afgeschilderd als een bende corrupte, laag opgeleide dieven, geobsedeerd door macht. Aung San Suu Kyi’s perfect gecommuniceerde boeddhistische vroomheid contrasteerde mooi met hun zogenaamde primitieve bijgeloof.
In de roddelbladen en de theebars werd de strijd voor de democratie en de mensenrechten in Myanmar neergezet als een kosmisch gevecht waarin de goedheid en het licht het moesten opnemen tegen de duistere krachten van het kwaad. Dat veranderde allemaal drastisch in 2015, toen de door Aung San Suu Kyi geleide National League for Democracy (NLD) een overweldigende overwinning behaalde bij de relatief vrije en eerlijke algemene verkiezingen. In maart 2016 werd een nieuwe regering geïnstalleerd. Een clausule in de grondwet verhinderde dat Aung San Suu Kyi president werd, omdat haar twee kinderen een buitenlandse nationaliteit hadden. Maar als oplossing voor dat probleem werd speciaal voor haar een functie geschapen: het staatsadviseurschap.
In de grondwet staat duidelijk dat de president in Myanmar ‘boven alle andere personen staat’, maar al voor de verkiezingen had Aung San Suu Kyi verkondigd dat zij boven de president zou staan en aldus kon handelen. ‘Ik zal de regering leiden,’ zou ze hebben gezegd. Bij de uitvoering van die rol werd ze nog wel beperkt door het nationale handvest, dat veel gewicht toekende aan de strijdkrachten, de Tatmadaw. Maar in april 2016, na een strijd die bijna dertig jaar eerder was begonnen en die ze voor de helft van de tijd onder huisarrest had gevoerd, trad ze in de voetsporen van haar gerespecteerde vader, en werd ze de eigenlijke leider van Myanmar.
De verwachting dat Aung San Suu Kyi en haar partij meteen zouden afrekenen met de resten van vijftig jaar militair bewind en verstrekkende politieke, economische en sociale hervormingen zouden doorvoeren bleek echter al snel niet te worden ingelost. Dat was ook niet echt een verrassing. Het was voor haar onmogelijk om alle hoop en idealen van de mensen te kunnen vervullen. De harde werkelijkheid van de macht in Myanmar, met name de ongekend ingewikkelde problemen van het land en de onverminderde invloed van de strijdkrachten, maakten dat onmogelijk.
De meeste Myanmarkenners wisten dat de nieuwe regering tijd nodig zou hebben om zich in te werken. Of zoals de voormalige Amerikaanse ambassadeur in Myanmar het omschreef: ‘Oppositie voeren tegen een repressief bewind en het leiden van een regering zijn twee heel verschillende vaardigheden.’ Er zouden zeker kinderziektes komen, en gemor over het trage veranderingsproces.
Desalniettemin hadden weinig mensen verwacht dat Aung San Suu Kyi zo snel uit de gratie zou raken en het doelwit zou worden van zo veel bittere verwijten, vooral van dezelfde buitenlanders en buitenlandse instituties die haar eerst hadden verheerlijkt. Na haar aantreden kwam ze om veel redenen onder vuur te liggen. Een daarvan was haar kennelijke steun aan de voortdurende militaire operaties tegen etnische minderheden, vooral in het noorden van het land. In plaats van een eind te maken aan de gevechten, prees Aung San Suu Kyi de moedige inspanningen van de strijdkrachten en drong ze er bij de etnische groeperingen op aan de wapens neer te leggen.
Ze verklaarde dat ‘we zelf onze verantwoordelijkheid moeten nemen, want wij zijn degenen die het beste begrijpen wat ons land nodig heeft’
De voornaamste reden voor de verandering in de publieke opinie over Aung San Suu Kyi, buiten Myanmar althans, is de brute wijze waarop de voornamelijk stateloze islamitische Rohingya in Rakhine sinds oktober 2016 worden behandeld door de veiligheidstroepen van het land. De strijdkrachten en de nationale politie begonnen operaties om het gebied vrij te maken van Rohingya-gemeenschappen, waarbij honderden en misschien wel duizenden slachtoffers vielen. Die operaties waren een reactie op aanvallen van een kleine groep islamitische militanten op drie grensposten van de politie en de moord op een hoge legerofficier.
In de afgelopen maanden zijn honderdduizenden Rohingya naar Bangladesh gevlucht om aan de strafexpedities te ontkomen. Na voorafgaand onderzoek, met onder andere een reeks interviews in Bangladesh, maakte de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, melding van vreselijke wreedheden tegen de Rohingya-bevolking door de overheid van Myanmar en van misdaden tegen de menselijkheid die daar naar alle waarschijnlijkheid werden gepleegd. De UNHCR deed een oproep om een onderzoeksmissie naar Myanmar te sturen, om de situatie ter plekke beter te kunnen onderzoeken.
Aung San Suu Kyi heeft bijna geen controle over de veiligheidstroepen van Myanmar en hun operaties, een feit dat door haar critici vaak over het hoofd wordt gezien. Toch heeft ze sinds haar aantreden herhaaldelijk geweigerd zich publiekelijk ook maar enigszins uit te spreken over het probleem van de Rohingya. Op het voorstel van de UNHCR reageerde Aung San Suu Kyi op een manier die griezelig dicht bij de manier kwam waarop het voormalige militaire regime reageerde op de internationale bezorgdheid over haar eigen behandeling. Ze verklaarde dat ‘we zelf onze verantwoordelijkheid moeten nemen, want wij zijn degenen die het beste begrijpen wat ons land nodig heeft’. Naar haar idee was een VN-onderzoek naar de manier waarop de veiligheidstroepen de Rohingya behandelden ‘niet geschikt voor de situatie van ons land’.
Ondanks de enorme verschillen tussen de twee gemeenschappen en hun omstandigheden, heeft Aung San Suu Kyi voortdurend gezegd dat de boeddhisten en moslims het in Myanmar even slecht hebben. Ze hoedt zich ervoor een enkele etnische of religieuze gemeenschap de schuld te geven, maar na aandringen opperde ze de veronderstelling dat de verhoudingen tussen de gemeenschappen waren verslechterd vanwege de schaarste aan middelen en vanwege een ‘angstklimaat’ dat voorkomt uit ‘de wereldwijde opvatting dat de macht van de moslims heel groot is’. Op de vraag van buitenlandse journalisten waarom ze haar grote morele gezag en politieke kapitaal niet gebruikte om zich uit te spreken tegen de mensenrechtenschendingen in Rakhine, of om haar bezorgdheid te uiten over het leed van de Rohingya, ontkende zij (of haar woordvoerders) dat er schendingen hadden plaatsgevonden of verwees ze naar de bevindingen van onder meer de adviescommissie onder leiding van voormalig secretaris-generaal van de VN Kofi Annan. Haar regering beschuldigde de internationale pers ervan ongefundeerde geruchten en nepnieuws te verspreiden. In reactie op beschuldigingen van seksueel misbruik door de veiligheidstroepen werd er op haar officiële Facebookpagina een banner met het woord ‘nepverkrachtingen’ geplaatst.
‘Ietwat ontsteld’
Ondanks de twintig jaar durende campagne van Aung San Suu Kyi om de internationale gemeenschap over te halen druk uit te oefenen op het voormalige militaire regime heeft een woordvoerder van haar regering nota bene verklaard dat het uitoefenen van druk op de leider van een land een duidelijk geval is van inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Bovendien zijn er twijfels gerezen over Aung San Suu Kyi’s standpunt ten aanzien van de moslims. Tijdens de rellen in Rakhine in 2012 en de aanvallen op moslims elders in Myanmar in 2013 hulde ze zich in stilzwijgen. Dat bracht een prominente actievoerder ertoe om haar ervan te beschuldigen dat ze de kant koos van de ‘goed georganiseerde anti-islamracisten’.
Tijdens Aung San Suu Kyi’s bezoek aan de VS in 2016 vertelde een lid van het Congres dat hij ‘ietwat ontsteld’ was na haar ‘afwijzende reactie’ op de problemen met de mensenrechten die hij bij haar had aangekaart. In 2015 besloot zij dat moslims bij de algemene verkiezingen geen kandidaat voor de NLD mochten worden. In 2016 maakte ze een anti-islamopmerking toen ze door een BBC-journalist onder druk werd gezet om het sektarische geweld te veroordelen. In hetzelfde jaar vroeg ze alle ambtenaren en buitenlandse diplomaten in Myanmar om de term ‘Rohingya’ niet te gebruiken. Ze gaf de voorkeur aan de term ‘mensen in de staat Rakhine die het islamitische geloof aanhangen’ – een formulering waarmee hun een eigen etnische identiteit werd ontzegd, en daarmee hun aanspraak op het Myanmarese burgerschap.
Dat was een populair standpunt in Myanmar, waar de Rohingya op weinig sympathie kunnen rekenen. Maar op veel waarnemers kwam ze over als een chauvinistische etnische Birmese, die bereid was om te heulen met de extremistische boeddhistische monniken die er openlijk naar streefden om alle islamieten uit het land te verdrijven.
Gezien deze omstandigheden wekt het weinig verbazing dat de internationale gemeenschap zo sterk heeft gereageerd op de recente ontwikkelingen. Een westerse krant keurde openlijk ‘het verraad van de hoop’ in Myanmar af, terwijl een andere onomwonden stelde dat ‘Aung San Suu Kyi haar eigen revolutie heeft verloochend’. Het afgelopen jaar is ze ervan beschuldigd dat ze de genocide legitimeert en de etnische zuiveringen ondersteunt. Verscheidene deskundigen hebben haar een lafaard genoemd en een democratische dictator. Ze is omschreven als ‘het vriendelijkere, gematigdere gezicht van Myanmars tirannie’.
In soberdere bewoordingen heeft de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN in december 2016 verklaard dat de Myanmarese regering, geleid door Aung San Suu Kyi, een kortzichtige, contraproductieve en zelfs harteloze houding heeft aangenomen ten aanzien van de Rohingya-crisis. The New Republic verwoordde de gedachten van velen toen het in dezelfde maand de vraag stelde: ‘Is dit de ware Aung San Suu Kyi?’
Buitengewoon schadelijk voor de internationale reputatie van Aung San Suu Kyi was een open brief die in december 2016 door een tiental mede-Nobelprijswinnaars naar de Veiligheidsraad van de VN werd gestuurd, waarin de wrede behandeling van de Rohingya aan de kaak werd gesteld. De ondertekenaars van de brief uitten hun bezorgdheid over ‘een menselijke tragedie ten gevolge van etnische zuiveringen en misdaden tegen de menselijkheid’. Ze waren duidelijk woedend over Aung San Suu Kyi’s weigering om in te grijpen bij de crisis. Het vervolg van de brief luidde: ‘Daw Suu Kyi is de leider en zij heeft de verantwoordelijkheid om de leiding te nemen en dat te doen met moed, medemenselijkheid en compassie.’ Toen een BBC-verslaggever haar in april 2017 vroeg naar deze brief, en naar de beschuldiging van haar mede-Nobelprijslaureaten dat ze was gezakt voor de fundamentele test voor medemenselijkheid, antwoordde Aung San Suu Kyi simpelweg dat dat ook maar een mening was. Vervolgens beschreef ze een aantal politieke initiatieven voor de lange termijn die weinig verband hielden met de huidige situatie in Rakhine of met de specifieke beschuldigingen die tegen haar waren geuit. Dat nam de indruk niet weg van iemand die geen contact heeft met de werkelijkheid, die weigert de feiten onder ogen te zien – of erger.
Bij discussies over al deze ontwikkelingen is het de leidende gedachte onder Aung San Suu Kyi’s aanhangers en enkele anderen, dat ze met twee belangrijke beperkingen te maken heeft. Ten eerste zou een veroordeling van de acties van de veiligheidstroepen haar broze samenwerking met de opperbevelhebber van de Tatmadaw in gevaar brengen. Gegeven de deling van de macht die de grondwet van 2008 haar heeft opgedrongen is een modus vivendi tussen de burgerregering en de strijdkrachten van wezenlijk belang voor de regering om effectief te kunnen functioneren. Zou die wegvallen, dan zouden Aung San Suu Kyi’s kansen op het bereiken van een nationale vredesovereenkomst tussen de verschillende etnische minderheden nog geringer worden, en de enorme obstakels waarmee ze te maken heeft bij het implementeren van het hervormingsprogramma van de NLD nog groter. Ten tweede beseft Aung San Suu Kyi dat de overweldigende meerderheid van de Myanmarese bevolking een harde lijn aanhangt ten aanzien van de moslims. Er heerst een uitgesproken antipathie tegen de Rohingya, die over het algemeen worden gezien als illegale immigranten uit Bangladesh. Die mening wordt aangemoedigd door goed georganiseerde extremistische monniken. Openlijk steun aan de Rohingya, of zelfs aan moslims in het algemeen, zou haar kunnen vervreemden van de kern van haar achterban, die voornamelijk uit boeddhisten bestaat.
Veel waarnemers hebben die politieke werkelijkheid erkend en zien de moeilijke keuzes die Aung San Suu Kyi moet maken om haar achterban te behouden en haar visie op een vreedzaam, welvarend en democratisch Myanmar te kunnen concretiseren. Maar buiten haar eigen land zien maar weinigen die werkelijkheid als rechtvaardiging voor zo’n pragmatische, zelfs cynische benadering van het Rohingya-probleem.
Haar huidige relatie met de opperbevelhebber van de strijdkrachten valt moeilijk in te schatten, maar onder buitenlandse commentatoren heerst een sterk gevoel dat ze meer zou kunnen doen om hem over te halen maatregelen te nemen om excessen van de veiligheidstroepen te voorkomen. Dat zou tenslotte ook in het belang van de Tatmadaw en de politie zijn. Ze zou kunnen proberen gebruik te maken van de mogelijkheden die de grondwet biedt bij het uitroepen van de noodtoestand om beter toezicht te hebben op de militaire operaties.
Een aantal waarnemers heeft ook twijfels rondom Aung San Suu Kyi’s falen om haar sterkste troef in te zetten, namelijk haar immense populariteit onder de Myanmarese bevolking, die ze zou kunnen gebruiken om te proberen populaire opvattingen over het ‘islamitische gevaar’ te veranderen. Het zou haar binnenlandse politieke positie of haar relatie tot de strijdkrachten geen kwaad doen als ze zou pleiten voor grotere tolerantie en wederzijds respect onder alle volken van Myanmar. Dat zou ook het risico op binnenlandse instabiliteit verkleinen.
De afbrokkelende reputatie van Aung San Suu Kyi heeft internationale gevolgen. Zoals The New York Times in een hoofdartikel in mei 2016 schreef: ‘Haar heilige status is de centrale factor geweest bij Myanmars acceptatie in de wereldgemeenschap na jaren van isolement.’ Er gaan nu stemmen op om het land weer economische sancties op te leggen, die door Obama in september 2016 waren opgeheven. Leiders van de AESEAN [de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties] hebben ervoor gewaarschuwd dat de Rohingya-crisis de regionale vrede en stabiliteit kan verstoren. Belangrijke mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International en Human Rights Watch hebben een vernietigend oordeel laten horen over de NLD-regering en haar leider. Buitenlandse regeringen lijken Aung San Suu Kyi (die ook minister van Buitenlandse zaken is) graag te ontvangen en ze krijgt af en toe ook nog weleens een onderscheiding, maar de sfeer is veranderd. Van de kruiperige verering die met haar bezoeken aan het buitenland gepaard ging, is tegenwoordig steeds minder sprake. Zo werden haar publieke optredens in Australië in 2013 geboycot door de plaatselijke Kachin-gemeenschap en zegde ze in 2016 een bezoek aan Indonesië af vanwege de geplande protestdemonstraties van moslims die zich zorgen maakten over hun geloofsgenoten in Myanmar. Protestacties door Rohingya in het buitenland zijn nu schering en inslag.
Extreme toon
Aung San Suu Kyi’s ontkenning van de afschuwelijke toestand in delen van Myanmar hebben buitenlandse waarnemers geschokt en teleurgesteld. Men voelt zich in de steek gelaten door iemand die ooit werd beschouwd als de hoedster van hun diep gekoesterde idealen, iemand die anders was dan andere politici, iemand die alle mensen van goede wil volledig konden vertrouwen. Welhaast als afgewezen minnaars halen deze voormalige bewonderaars nu extra hard uit naar iemand die ze ooit hoog achtten, wat hun commentaar een zeer scherp randje meegeeft. Sommige kritiek is misschien ook op andere manieren persoonlijk, omdat politici en activisten die eens pleitbezorgers van Aung San Suu Kyi waren, zich nu proberen te distantiëren van hun uit de gratie geraakte idool, omdat ze anders ook het doelwit van kritiek worden of ervan beschuldigd worden goedgelovig of naïef te zijn geweest. Anderen hebben zich simpelweg teruggetrokken. Vooraanstaande fans zoals voormalig presidentsvrouw Laura Bush en voormalig minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton hebben ervoor gekozen zich niet uit te laten over de controversiële aspecten van Aung San Suu Kyi’s leiderschap en haar houding ten opzichte van de Rohingya.
Een mogelijk resultaat van deze reacties op Aung San Suu Kyi is een veel kritischere analyse van de huidige gebeurtenissen in Myanmar dan anders wellicht het geval was geweest. De vele beschouwingen in kranten en op websites, waarin het eerste regeringsjaar van de NLD onder de loep werd genomen, waren bijna allemaal negatief. Daar was een aantal goede redenen voor, maar het is de vraag of zo veel deskundigen zo kritisch zouden zijn geweest en zo weinig welwillend ten opzichte van de onervaren NLD-regering, als Aung San Suu Kyi nog steeds op zo’n hoog voetstuk had gestaan.
Ook lijken buitenlandse commentatoren nu vaker te verwijzen naar Aung San Suu Kyi’s arrogantie, afstandelijkheid en neiging om zich bij het leidinggeven erg op de details te richten. Er was al eerder bezorgdheid geuit over haar eigenaardige persoonlijkheid en haar twijfelachtige stijl van leidinggeven, maar woorden als ‘arrogant’, ‘inflexibel’ en ‘dictatoriaal’ zijn nu gemeengoed. Ze wordt ervan beschuldigd iedereen die haar naar de kroon zou willen steken of die het in beleidszaken met haar oneens is monddood te maken. Sinds haar aantreden heeft ze weinig interviews gegeven, maar buitenlandse journalisten lijken nu vaker moeilijke onderwerpen bij haar aan te snijden en haar te confronteren met controversiële kwesties. Zelfs diplomaten, die zich in het verleden zelden zo openhartig uitlieten in het openbaar, hebben haar omschreven als ‘iemand die zich zeer bewust is van haar eigen importantie’ en ‘lastig in de omgang’.
In zo’n beladen context is het echter belangrijk dat de feiten (voor zover die kunnen worden gekend en er uit betrouwbare bronnen kan worden geput) zo helder en objectief mogelijk worden vastgesteld. Als het verleden iets heeft geleerd, dan is het wel dat dit nog niet zo eenvoudig is. De belangen zijn groot, wat geldt voor de ontwikkelingen zowel in Rakhine als in heel Myanmar. Als zo vaak schreeuwen degenen met de extreemste standpunten het hardst, waardoor afgewogener analyses moeilijk gehoord zullen worden. Onvermijdelijk zal dit de algemene mening over Aung San Suu Kyi en haar historische betekenis beïnvloeden.
Wat er in de toekomst ook aan analyses van het moderne Myanmar zal verschijnen, Aung San Suu Kyi’s reputatie als voorvechtster van de mensenrechten is beschadigd. In de meeste geschiedenisboeken zal ze waarschijnlijk een gevallen ster worden genoemd, een idool wier voeten uiteindelijk van leem bleken te zijn. Haar bijzondere prestaties van de afgelopen tientallen jaren, als politiek gevangene en als inspiratie voor miljoenen mensen in Myanmar en elders, zullen altijd worden overschaduwd.
Toch moeten we niet vergeten dat ze zo diep kon vallen omdat de internationale gemeenschap haar zo de hoogte in had geprezen. Zelden werd ze beoordeeld aan de hand van dezelfde criteria als andere wereldleiders. Natuurlijk speelde er aan beide kanten iets van politiek opportunisme mee, maar minder journalistieke hyperbolen en wat minder scepsis zouden misschien een evenwichtiger kijk op haar natuurlijke sterke en zwakke punten hebben opgeleverd.
Als haar vele buitenlandse bewonderaars haar meer als een echt persoon hadden kunnen zien, met menselijke tekortkomingen, en als een onverzettelijke politica met een duidelijk doel voor ogen, en minder als een democratisch icoon en de afspiegeling van hun eigen idealen, zouden ze nu misschien niet zo boos en teleurgesteld zijn. Misschien had George Orwell gelijk toen hij in 1949 schreef (over Aung San Suu Kyi’s held Mahatma Gandhi): ‘Heiligen zouden altijd schuldig bevonden moeten worden tot het tegendeel bewezen is.’
Auteur: Andrew Selth
ABC
Spanje | dagblad | oplage 242.000
De op twee na grootste krant van Spanje is conservatief en koningshuisgezind. Ietwat ouderwetse opmaak. Vermaard om de culturele bijlage.

