de jihad begrijpen kijk naar het duitsland van de negentiende eeuw


Schrijver Pankaj Mishra in gesprek met Der Spiegel-redacteuren Tobias Rapp en Eva Thöne over hoe onoverzienbaar de gevolgen van de Verlichting waren.

Pankaj Mishra is een typische intellectueel uit de tijd van de globalisering. Hij denkt in termen van netwerken en legt verbanden tussen historische gebeurtenissen over de gehele wereld. Dat de Duitsers al in de negentiende eeuw een heilige oorlog hebben gevoerd, bijvoorbeeld. Mishra (48) groeide op in Ihansi, in het noorden van India. Hij woont in Londen en schrijft voor tijdschriften als The New Yorker en The New York Review of Books. In zijn boek Tijd van woede: een geschiedenis van het heden (2017) probeert hij de oorzaken te vinden van de haat en de angst die zo’n enorm stempel op onze tijd drukken. Dat doet hij door naar de geschiedenis van de Verlichting te kijken.

Meneer Mishra, uw nieuwe boek gaat over de grote veranderingen in de huidige tijd. Maar al in het voorwoord grijpt u terug op een gebeurtenis uit het verre verleden: de Duitse dichter Theodor Körner die in 1813 oproept tot een ‘Heilige Oorlog’ tegen Napoleon. Hoe zit dat met de jihad?

‘Ik weet dat het in Duitse oren vreemd klinkt, maar wat ik met jihad bedoel, heeft helemaal niets met religie te maken. Ik gebruik dit begrip om de situatie te beschrijven waarin een volk wordt opgeroepen tot de heilige oorlog om te kunnen voortbestaan. En dat is wat er in Duitsland gebeurde toen Napoleon het land verslagen en veroverd had.’

Waarom vochten de Duitsers toen eigenlijk zo vol overtuiging tegen Napoleon? Er bestond geen Duitse natie, geen Duits leger, en wat de Duitse identiteit was had ook nog niemand geformuleerd.

‘Napoleon was de eerste moderne imperialist. Hij was een kind van de Revolutie, het Franse volk stond achter hem, hij beschikte over alle natuurlijke hulpbronnen die zijn land hem te bieden had, maar wat hem met name dreef was het idee van maatschappelijke vooruitgang. Dat universalisme probeerde hij de Duitsers op te dringen. En daar verzetten die zich tegen.’

Terwijl sommige Duitsers heel enthousiast waren over de Franse Revolutie.

‘Daarom is dat historische moment ook zo interessant als we het plaatsen in het kader van de hedendaagse ontwikkelingen. De Duitsers zagen als eersten ook de keerzijde van de Verlichting. Want Napoleon zag zichzelf als de ‘Heraut van het Verstand’ die Europa veroverde. Terwijl Frankrijk allang in een imperialistisch rijk was veranderd.’

Waarom verzetten mensen zich tegen de vooruitgang?

‘De Duitsers voelden dat ze voor gek stonden omdat ze zo achterliepen. Waardoor een tweeledig proces op gang kwam. In navolging van de Fransen begonnen ook zij een functionerende natiestaat op te bouwen. Daarnaast startten ze een hartstochtelijke en haatdragende stemmingmakerij tegen alles wat Frans was, met de wens deze vijand te vernietigen. Een reactie die daarna steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw klonk. In andere Europese landen, in Azië en in Afrika.’

© HH
© HH

Landen waarvoor het Westen tegelijkertijd de vijand en het land van hun dromen was?

‘Precies. Om het hedendaagse islamitische terrorisme en de complexe verhouding die het met het Westen heeft te begrijpen, moet je je niet met de Koran bezighouden. Het is veel interessanter om naar het Duitsland van de negentiende eeuw te kijken en naar de manier waarop de modernisering zich daar voltrok. Er was een tijd dat Duitsland nog niet bij het Westen hoorde, maar er zijn identiteit aan ontleende door zich ertegen af te zetten.’

De twee belangrijkste denkers in uw boek komen niet uit Duitsland. Wat is nu nog zo interessant aan Voltaire en Jean-Jacques Rousseau?

‘Ik denk dat je de politieke verschuivingen van tegenwoordig niet meer kunt verklaren met de scheidslijn tussen links en rechts. Ik zou liever zeggen dat we onderscheid moeten maken tussen aan de ene kant een klasse die van de globalisering heeft geprofiteerd, een wereldwijd netwerk heeft, goed opgeleid is en in welvarende steden leeft. En aan de andere kant de meerderheid van mensen die zich door die klasse bedrogen en in de steek gelaten voelt. Die van het platteland komt en zichzelf ziet als slachtoffer. Overal ter wereld. Dit conflict werd toen al weerspiegeld in dat tussen Voltaire en Rousseau.’

Kunt u dat uitleggen?

‘In het Europa van de achttiende eeuw ontstaat een openbaar leven, waarin kan worden gediscussieerd over nieuwe ideeën. Voltaire is de held van die tijd. Hij neemt risico’s, hij ligt overhoop met de kerk en de aristocratie. Maar in de eerste plaats ziet hij nieuwe kansen. Als je slim bent, kun je enorm rijk worden als je je met machtige mannen inlaat. Rousseau daarentegen is de buitenstaander uit de provincie. De vreemdeling die in de grote stad komt, zich vervreemd voelt en door de kliek van intellectuelen wordt buitengesloten. Hij ziet hoe zelfverzekerd en rijk ze zijn en zegt: zo niet. Je kunt mensen de vooruitgang niet opdringen of hun religie belachelijk maken.’

U versimpelt het wel erg.

‘Natuurlijk. Maar in de discussie tussen Voltaire en Rousseau ligt het conflict besloten dat nu opnieuw de wereld verscheurt: dat tussen een elite die het goed doet en rijk wil worden en mensen die helemaal niet zo enthousiast zijn dat ze in een andere wereld moeten gaan leven.’

Het klinkt alsof u meer ophebt met Rousseau.

‘Nee. In Rousseaus denken zie ik heel veel problematische elementen. In het algemeen houd ik niet zo van helden. Ik kies geen partij. Ik wil alleen het conflict laten zien. Voltaire is in de cultuurgeschiedenis altijd goed weggekomen, omdat hij in het krijt treedt voor de idealen van mensen die kunnen schrijven. Maar wat intussen vaak wordt vergeten, is dat hij een kind van zijn tijd was. Hij wilde vooral ruimte creëren voor mensen als hijzelf.’

‘Geen van de filosofen van de Verlichting interesseerde zich voor de arme massa’s. Voltaire minachtte hen zelfs, hij dreef de spot met mensen die schoenen maakten’

Was hij geen democraat?

‘Er is geen rechtstreeks verband tussen de Verlichting en democratie. Geen van de filosofen van de Verlichting interesseerde zich voor de arme massa’s. Voltaire minachtte hen zelfs, hij dreef de spot met mensen die schoenen maakten. Voltaire was bevriend met een aantal van de grootste verlichte despoten van zijn tijd. De gewelddadige modernisering van Rusland onder Catharina de Grote beviel hem zeer. Hij adviseerde haar de Turken aan te vallen om die achterlijke moslims een lesje te leren. Als we de woede willen begrijpen die de elite sindsdien elke keer weer ontmoet als ze dergelijke plannen heeft, moeten we Voltaire en zijn tijd bekijken.’

U beschouwt Voltaire als de stamvader van de neoconservatieven, lijkt het. De man die de uitdrukking ‘regime change’ heeft bedacht.

‘Ik denk dat we na de grote maatschappelijke onrust van de laatste jaren eens goed moeten nadenken over de rol van de intellectuelen.’

Waarom?

‘Overal, of het nu in India, Indonesië, Europa of de Verenigde Staten is, zie ik een laag van intellectuelen die een kostbare opleiding hebben genoten, die genieten van de voordelen van een geglobaliseerde wereld en die denken voor een groot aantal mensen te mogen bepalen wat goed voor ze is. Van de ontwikkelingsprogramma’s die de nieuwe industrielanden de eenentwintigste eeuw in moeten brengen, via de wereldverbeteringsfantasieën van de IT-industrie tot plannen om de politieke structuur van staten omver te werpen. Dat soort denken begint bij Voltaire. Het idee dat je de Verlichting met het zwaard kunt brengen. Intellectuelen die zich met de macht hebben verbonden: een problematische constellatie. Vroeger al, en nu nog steeds.’

Wat zijn de alternatieven dan? De wereld niet willen verbeteren?

‘Er zijn problemen die we niet kunnen oplossen. Ik denk dat we hier te maken hebben met een fundamentele tegenstrijdigheid van de moderne tijd. Dat moeten we proberen te begrijpen.’

Het idee dat de rede een keerzijde heeft en dat de vooruitgang zijn eigen monsters baart, is de Duitsers vertrouwd uit hun eigen geschiedenis. U betrekt die gedachte nu op de hele wereld.

‘Duitsland heeft zich lang als een “verlate natie” beschouwd. Als een land dat de moderne tijd pas laat is ingegaan, dat pas laat een natiestaat werd. Landen met zo’n geschiedenis hebben vaak het idee dat er geen tijd te verliezen is. Alles moet snel gaan. Ze moeten koloniën hebben, industrialiseren, een sterk leger krijgen. Ze moeten leren van hun vijanden. Dat allemaal zie je in het Duitsland van de negentiende eeuw. Daarna ook in Japan, dat zich op Duitsland oriënteert. Daarna in heel veel landen in Afrika en Azië.’


Zijn ‘verlate naties’ wellicht de norm? En niet Frankrijk, Engeland of de Verenigde Staten?

‘Zeker! Wat in Amerika en Engeland is gebeurd, vormt in de geschiedenis juist de uitzondering. Hun begrip van democratie, modernisme en vooruitgang is voortgekomen uit ervaringen die heel specifiek alleen hún ervaringen zijn.’

Maar laat het voorbeeld van Duitsland niet zien dat het allemaal wat ingewikkelder is? Angela Merkel wordt sinds de verkiezingsoverwinning van Trump vaak gezien als de nieuwe leider van het Westen.

‘Het idee leeft dat de Duitse geschiedenis een “lange weg naar het Westen” is. Maar wat is vandaag de dag het Westen? Het is versnipperd. De Duitsers kunnen er niet meer op vertrouwen dat ze een deel van het seculiere, democratische Westen zijn, omdat het gemeenschappelijke project van een seculier, democratisch Westen als zodanig niet meer bestaat. Het bestaat uit ten diepste gespleten samenlevingen die hun voorbeeldfunctie voor de rest van de wereld verloren hebben. Anders dan Duitsland trouwens, dat vooral in Azië een heel goede naam heeft.’

Waarom?

‘Tot nog toe heeft geen enkel land met een koloniaal verleden zijn misdaden bekend en verwerkt. Ze zien heel goed dat nou net in Duitsland de politieke cultuur wordt gebaseerd op het zich bewust zijn van het onheil dat ze over de wereld gebracht hebben.’

Nu heeft u het over de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust, niet over het Duitse koloniale verleden.

‘Ook dat wordt langzaam maar zeker verwerkt, ook al is het Duitse koloniale rijk nooit zo groot en belangrijk geweest als het Engelse. Het is voor een buitenstaander moeilijk voor te stellen hoe belangrijk het koloniale denken in Groot-Brittannië nog steeds is. Anders zouden we ook geen Brexit hebben. Het idee dat Engeland Europa niet nodig heeft en eenvoudigweg de Commonwealth weer kan doen herleven, is niet meer dan een postkoloniale fantasie. Philip Hammond, de minister van Financiën van Theresa May, is naar India gevlogen in het waandenkbeeld dat dat land de wegvallende handel met Europa zou kunnen compenseren. Ambtenaren hebben dat Empire 2.0 genoemd. Zoiets bestaat in Duitsland alleen in de marge van het politieke spectrum.’

Het zijn altijd weer jongemannen die die speciale woede in zich hebben die omslaat in geweld. Duitse vrijheidsstrijders, Russische en Italiaanse anarchisten, Japanse nationalisten, militante hindoes, radicale Iraniërs, allerlei varianten van islamisten. Wat is hun drijfveer?

‘De last van de bevrijding. Want tegenwoordig is bevrijding een soort plicht van het individu. Jongemannen moeten het verleden achter zich laten en zich opmaken voor een nieuw tijdperk, om nieuwe mogelijkheden te vinden om zich te ontplooien. Dat brengt vele kansen op teleurstelling met zich mee. Bijvoorbeeld als de maatschappij nog niet zo ver ontwikkeld is dat ze die behoeften kan opvangen.’

‘Als je hebt gedroomd van een wereldrijk, is het moeilijk tevreden te zijn met kiesrecht’

En uit die frustratie ontstaan dan politieke fantasieën?

‘Vaak. Als je hebt gedroomd van een wereldrijk, is het moeilijk tevreden te zijn met kiesrecht.’

U beschrijft in uw boek hoe de anarchist Michael Bakoenin en de componist Richard Wagner in 1849 samen in een koets Dresden ontvluchtten toen de Duitse revolutie mislukte. Twee jongemannen die een heel verschillende weg zijn gegaan.

‘Waar een Wagner is, is ook altijd een Bakoenin. Het zijn twee routes naar de moderne tijd. De ene staat voor het cultureel nationalisme. De ander is anarchistisch, strijdlustig en gelooft in de kracht van geweld en verwoesting. Wagner is een voortbrengsel van een land dat snel opkomt in de wereld. Bakoenin ontbreekt het aan een land. Hij wordt een van de voorlopers van een internationaal netwerk van anarchisten en militanten, hij voert een nieuwe manier in van politiek bedrijven, gestuurd door kleine groepjes en individuen, waarbij het verleden wordt gezien als een mythe, iets waarvan ze denken dat het verloren is gegaan en dat ze opnieuw willen opbouwen. Daar komt een politiek uit voort die we tegenwoordig terrorisme noemen.’

Maar anarchisten zijn niet religieus.

‘De geschiedenis van het terrorisme begint eind negentiende eeuw met anarchistisch geweld, zoals de aanslagen op de beurs van Parijs en het Franse Lagerhuis. Terroristen waren altijd al mensen uit de meest verschillende etnische en wereldbeschouwelijke achtergronden. Er is geen enkele religieuze traditie die terrorisme ondersteunt.’

Dus u ziet terrorisme als symptoom van de moderne tijd?

‘Absoluut. Met de Verlichting begon in Europa een proces dat nu universeel is. Als je denkt dat mensen vandaag de dag, waar ook ter wereld, nog net zo religieus kunnen zijn als in de Middeleeuwen, dan is dat een fantasie. We mogen onze loyaliteiten hebben, onze gezindheid, maar in de manier waarop we de wereld interpreteren en om ons heen kijken zijn we tegenwoordig onontkoombaar geseculariseerd, of we willen of niet.’

Duister beeld

U schetst een heel duister beeld van het heden. De mogelijkheden die de moderne wereld biedt zijn toch ook verworvenheden? Mensen hebben nog nooit zo veel vrijheid gehad om uit te zoeken hoe ze willen leven.

‘Zo kun je het zien. Toch is het belangrijk om goed naar de oorsprong van juist het idee ‘vrijheid’ te kijken. Het idee van de vrijheid van het individu werd in de achttiende eeuw voor het eerst geformuleerd door een groepje mannen dat al heel lang aan de macht was. Het zijn ideeën van een minderheid, die in de negentiende eeuw gemeengoed werden door het wereldwijde kapitalisme, de industrialisatie en de verstedelijking.’

Daar is toch niets mee mis?

‘Het zijn bedrieglijke idealen. In de negentiende eeuw verloren mensen hun beroep door de opkomende massaproductie. Tegelijkertijd ontstonden de woedende massa’s, veel mensen bleken ontvankelijk voor de simpele kreten van demagogen die bepaalde groepen tot zondebok maakten. Het laat zien hoe onoverzienbaar de gevolgen van de Verlichting waren. Ik wil de verlichters niet overal de schuld van geven, zij wisten toen natuurlijk ook niet wat ze losmaakten. Hoe hadden ze dat kunnen weten? Maar ook de verkiezing van Trump of de keuze voor een Brexit zijn gevolgen van dit proces.’

Is uw eigen carrière − van het Indiase platteland naar een van de meest gerenommeerde universiteiten − niet het beste voorbeeld dat de moderne tijd ook positieve gevolgen kan hebben?

‘Natuurlijk lijk ik het levende bewijs dat globalisering werkt. In werkelijkheid was het vooral toeval.’

Toeval?

‘Ik kreeg de kans om boekrecensies te schrijven voor een Indiase krant, ook al had ik niet eens een typemachine. Toevallig ontmoette ik een redacteur van The New York Review of Books. Als ik zou beweren dat ik dat door mijn talent heb bereikt, zou ik mezelf voor de gek houden. Ik ken in India zo veel getalenteerde mensen die geen enkele kans hebben gekregen.’

Hebt u over woedende jongemannen geschreven om na te kunnen denken over wat er van uzelf had kunnen worden?

‘Ideeën komen altijd voort uit de eigen ervaring. Ik ben grootgebracht door ouders die zelf in de premoderne tijd zijn opgevoed, die zijn gevormd door religie en mythe. Het grootste deel van mijn leven heb ik in een Indiaas dorpje in de Himalaya gewoond, en heb daar de jongemannen gezien die allemaal ergens naar zochten. Ik heb geprobeerd dat in een boek neer te zetten.’

Pankaj Mishra, Tijd van woede: een geschiedenis van het heden. Uitgeverij Atlas Contact

Wie is Mishra?

Der Spiegel
Duitsland | weekblad | oplage 976.000

Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.


Deel dit artikel


Recent verschenen