ik heb op trump gestemd daar heb ik erg veel spijt van


Eerst hoopte de conservatieve oprichter van American Affairs dat de tenenkrommende tweets van de president weggestreept konden worden tegen een succesvolle beleidsagenda, maar het scheppen van groteske media-opwinding blijkt zijn enige talent te zijn.

Toen Donald Trump aankondigde dat hij campagne ging voeren voor het presidentschap dacht ik, net als de meeste mensen, dat het een kortstondige publiciteitsstunt was. Maar een maand later zag ik op C-SPAN bij toeval een van zijn politieke bijeenkomsten. Hij had me meteen te pakken. Ik steunde de Republikeinen in tientallen artikelen, radio- en tv-optredens, al dachten conservatieve vrienden en collega’s dat ik het niet echt kon menen. Al in september 2015 schreef ik dat Trump ‘de meest serieuze kandidaat in de race’ was. Critici van mijn pro-Trump-blog en van het nonprofitblad dat ik daarna oprichtte, beschuldigden ons van pogingen om ‘Trump beter te begrijpen dan hij zichzelf begrijpt’. Ik hoopte dat dat het geval was. Ik zag de achteruitgang in dit land – de zwakke economie en de rafelende sociale structuur – en dacht dat Trumps bereidheid om partijgebonden patstellingen te omzeilen de start kon zijn van een vernieuwingsproces.

Ongegrond optimisme

Het is nu duidelijk dat mijn optimisme ongegrond was. Ik kan deze schandalige regering niet meer steunen, en ik zou iedereen die haar, net als ik, ooit toejuichte willen aansporen om de 45ste president niet meer te verdedigen.

In plaats van Amerika weer groot te maken heeft Trump de basis van ons gezamenlijke burgerschap verraden. En zijn daden belemmeren elk vooruitzicht op een beleid dat de belofte van het Amerikaanse leven zou kunnen herstellen.

Misschien vraagt u zich af, in het bijzonder na de gebeurtenissen in Charlottesville, wat ik toch ooit in deze kandidaat heb gezien. Hoewel Trump zich tijdens de voorverkiezingen meestal grof en grillig gedroeg, schuwde hij strikte ideologieën en sneed hij direct thema’s aan die de conventionelere kandidaten van beide partijen liever vermeden. In plaats van een lofzang te houden op Amerikaanse ondernemingen erkende hij dat onze ‘informatie-economie’ weinig groei wat betreft loon of productiviteit heeft opgeleverd. Hij was bereid kritiek te leveren op de consensus van de twee partijen inzake de handel en wees op de verwoestende gevolgen van de-industrialisatie, waar vele gemeenschappen onder lijden. Hij sprak openhartig over de fiasco’s van beide partijen op het gebied van de buitenlandse politiek, zoals de debacles in Irak en Libië, en verwierp de utopische retoriek van de ‘bevordering van de democratie’. Hij sprak over het probleem van de toenemende inkomensongelijkheid – iets wat bijna ongehoord is voor een Republikeinse kandidaat – en deed niet net alsof alleen belastingverlaging of terugdringing van de overheid het probleem kon oplossen.

© Getty
© Getty

Hij bekritiseerde de campagnes van Jeb Bush en Ted Cruz omdat ze hypocriete, op focusgroepen gerichte platitudes opdreunden terwijl ze tegelijkertijd hun grootste donoren naar de mond praatten – en hij had gelijk. Kiezers vonden het geweldig dat hij bereid was in te gaan tegen conventionele wijsheden en het establishment.

Zijn uitspraken over immigratie waren vaak onnodig opruiend, maar hij had het bij het goede eind toen hij constateerde dat ons huidige systeem voor de meeste Amerikanen, evenals voor veel immigranten, weinig zinvol is en lijkt te zijn ontworpen om de rijken te bevoordelen ten koste van de werkende klasse.

In mijn artikelen probeerde ik deze regering in de juiste richting te sturen. Tijdens de voorverkiezingen was het blog dat ik had helpen opzetten, het_ Journal of American Greatness,_ een van de bepalende stemmen die zekere thema’s van Trumps campagne steunden. (Michael Anton, nu adviseur van de Nationale Veiligheidsraad, was onze productiefste schrijver). Na de verkiezingen richtte ik een kwartaalblad op,_ American Affairs,_ voornamelijk om vraagtekens te zetten bij elementen van wat vaak de neoliberale beleidsconsensus wordt genoemd – grenzen helemaal open voor kapitaal en arbeid, overdracht van de macht van nationale regeringen aan transnationale technocratieën, vrije markten en bevordering van democratie als enige voorwaarde voor buitenlands beleid. Met andere woorden: de teleurstellende nalatenschap die we van de Bushes en de Clintons hebben geërfd en die de weg plaveide voor Trumps verkiezing.

Wij schatten in dat een paar tenenkrommende tweets weggestreept konden worden tegen een succesvolle beleidsagenda

In die rol, als een van de weinigen in de media die enigszins sympathiek stond tegenover Trump, is mij vaak gevraagd om commentaar op zijn verrassende zege, of recentelijker op zijn verklaringen, zijn beleid en de stroom van nieuws uit het Witte Huis. Maandenlang heb ik Trump, ondanks de toenemende chaos en onsamenhangendheid, het voordeel van de twijfel gegund: ‘Nee, ik geloof niet dat hij echt een racist is,’ heb ik meerdere malen tegen een sceptisch publiek gezegd. Of: ‘Ze hebben fouten gemaakt, maar het is nog vroeg.’

Het is niet meer vroeg. Niet alleen heeft de president de koerswijzigingen die noodzakelijk waren om zijn regering te redden niet doorgevoerd, maar zijn almaar schandaliger wordende gedrag zal iedereen die ooit geneigd was om met hem samen te werken blijven afstoten. Vanaf het allereerste begin was een van de ernstigste aanklachten tegen Trump dat hij racisten naar de mond praat. Veel van zijn aanhangers, onder wie ikzelf, lukte het zichzelf ervan te overtuigen dat zijn schandelijke opmerkingen – zoals de controverse rond rechter Gonzalo Curiel of Trumps aanvankelijke aarzeling om de steun van David Duke af te wijzen – gewoon blunders waren die hij maakte in de hitte van de campagne. Het is nu wel duidelijk dat we onszelf iets wijsmaakten. Óf Trump heeft oprecht sympathie voor types als David Duke, óf hij is zo bot dat hij zelfs van zijn ergste fouten nog niets kan leren. Hoe dan ook, hij blijft bewijzen dat zijn scherpste critici gelijk hebben.

Trump pochte ooit dat hij iemand op straat kon neerschieten zonder kiezers te verliezen. Nou, er ís iemand op straat vermoord, door een blanke racist in Charlottesville. Trumps weigering om specifiek en onmiddellijk de groepen die verantwoordelijk waren voor dit onduldbare geweld te veroordelen, was zowel moreel walgelijk als onvoorstelbaar stom. In deze kwestie heeft hij de makkelijkst denkbare test van presidentieel leiderschap niet doorstaan. In plaats van een visie van nationale eenheid uit te dragen, die hij beweert te vertegenwoordigen, inspireert zijn onverdedigbare gedraai alleen de hatelijkste krachten die ons land willen verdelen.

Diegenen van ons die Trump hebben gesteund, zijn nooit zo naïef geweest te verwachten dat hij zichzelf na zijn inauguratie zou veranderen in een model van presidentieel decorum. Maar wij schatten in dat een paar tenenkrommende tweets weggestreept konden worden tegen een succesvolle beleidsagenda.

Maar na meer dan tweehonderd dagen in het Witte Huis wordt Trumps gedrag alleen maar verwerpelijker. Intussen is zijn regering nog niet met substantiële wetten gekomen – en ook niet met een duidelijk plan om daaraan te werken. Het ministerie van Economische Zaken van Wilbur Ross heeft een paar verstandige en stapsgewijze veranderingen in het handelsbeleid ontwikkeld, maar er is geen langetermijnprogramma geformuleerd. De onlangs voorgestelde wetgeving van de senatoren Tom Cotton en David Perdue biedt een gezonde basis voor de hervorming van het immigratiebeleid, maar lijkt weinig kans te maken en heeft betrekkelijk weinig aandacht gehad. De regering heeft om onverklaarbare redenen infrastructuur en de hervorming van de vennootschapsbelasting lager op de lijst geplaatst – kwesties die potentieel op brede steun kunnen rekenen – om meer aandacht te geven aan de opgewarmde versie van Paul Ryans Obamacare-vervanging die, zoals te verwachten viel, eindigde in een vernederende mislukking.

Wraktukken

Aan het buitenlandbeleidfront is – nog – niets rampzaligs gebeurd, maar de eindeloze chaos binnen de regering boezemt weinig vertrouwen in. Veel hoge posten zijn nog niet bezet, waaronder bijvoorbeeld die van onderminister van Buitenlandse Zaken. En te veel van diegenen die al wel zijn benoemd, lijken bekrompen, domme en nogal afstotelijke ideologen te zijn, zoals Steve Bannon, die het grootste deel van hun tijd verdoen met elkaar ervan te beschuldigen dat ze ‘moerasschepsels’ zijn. Werkelijk zielig. Geen wonder dat een toenemend aantal ambtenaren de president simpelweg negeert, een verontrustende maar begrijpelijke ontwikkeling. In plaats van de hervormende ‘deals’ die Trump de kiezers beloofde, lijkt het scheppen van groteske mediaopwinding zijn enige talent te zijn – net zoals al zijn critici zeiden.

Zij die toch iets bewonderenswaardigs aantroffen in de wazige contouren van Trumps campagne – een handelsbeleid gericht op nationale, industriële sontwikkeling, een minder wereldvreemde benadering van de infrastructuur, gezondheidszorg en rechten – zullen die agenda moeten redden uit de wrakstukken van zijn presidentschap. Op dat vlak geef ik het nog niet op.

Auteur: Julius Krein

Julius Krein is de oprichter 
en hoofdredacteur van American Affairs.

The New York Times
Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.


Deel dit artikel


Recent verschenen