Het ongebreidelde massatoerisme roept in Spanje net als elders veel irritatie op. Vormen al die reizigers een probleem? Zeker, beweert Íñigo Domínguez, behalve als het om onszelf gaat.
‘Het is erg toeristisch hier’ of ‘Het is hier authentiek’. Het is duidelijk welke van de twee zinnen negatief bedoeld is. Waarom vinden we een plek waar toeristen komen niet deugen? We denken dat het daar duur zal zijn, dat de kwaliteit onder de maat is, dat de producten en de plek niet authentiek zijn. Kortom: we bevinden ons in een onechte, gekunstelde werkelijkheid. We hebben fake-plekken gecreëerd. Pretparken. Wat ooit leuk was is nu een nachtmerrie. En waarom noemen we een plek, winkel of bar authentiek? Omdat alles daar nog steeds is zoals vroeger, voordat de toeristen kwamen. Daar hebben ze zich niet uitgesloofd om mee te bewegen, om te veranderen in wat de toeristen verwachten: in een cliché, een stereotype, dat een opmerkelijk effect heeft. Want eigenlijk wil de toerist niet worden verrast, hij hoopt dat alles precies is zoals hij het zich heeft voorgesteld.
Steden die toeristen willen trekken sloven zich uit om te worden wat de toeristen vinden dat ze moeten zijn. Het hoge woord moet er maar eens uit: het toerisme verpest plaatsen en mensen. Het is niet zo dat de inwoners van een stad of een dorp hun leven leiden en mensen de plek bezoeken omdat hij mooi is. Nee, alles is op de bezoekers gericht, waardoor de plek zijn schoonheid verliest. Wat moeten we doen om u hiernaartoe te lokken en om u hier uw geld uit te laten geven?
Elizabeth Becker, oud-journalist van The New York Times, legt in haar boek Overbooked, The Exploding Business Of Travel And Tourism uit dat het probleem de aantallen zijn. In 1950 werden er 25 miljoen reizen met een toeristische bestemming geregistreerd, in 1970 waren dat 250 miljoen, in 1995 gingen er 536 miljoen mensen op reis. Vorig jaar waren het er 1.235 miljoen volgens de World Tourism Organization.
‘All tourists are bastards’
Pas in 2007 werd voor het eerst berekend wat de bijdrage van het toerisme aan het wereldwijde bbp was, en dat was, zo bleek, even veel als de olie en de landbouw. Nu is dat 10 procent. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze dorpen en steden niet de menselijke maat verliezen? Wat opvalt is dat toeristen steeds minder moeite doen om zich verstaanbaar te maken in de taal van de plaats die ze bezoeken. Dat is niet de mentaliteit van een bezoeker, maar van iemand die iets eist.
Toeristenoorden hebben een bloedhekel aan toeristen die hun hand op de knip houden. Geld maakt het verschil. Zonder geld zijn we klaplopers of, erger nog, immigranten. Dat is wat Adela Cortina signaleert in haar laatste boek, waarin ze vreemdelingenhaat onder de loep neemt. We zijn gastvrij tegenover de toerist en wantrouwend tegenover de vluchteling. Wat ons irriteert is niet de buitenlander maar de armoede. Als drieduizend passagiers van een cruisechip in de haven van Santander van boord gaan, door de stad wandelen en geen cent uitgeven is dat slecht voor de stad, die zich belazerd voelt. En dan denken ze in Santander dat ze iets moeten gaan doen, dat ze de toeristen ertoe moeten overhalen geld uit te geven. Het hoogste streven is het zogeheten kwaliteitstoerisme, oftewel het rijkeluistoerisme. Alleen de mensen met geld doen ertoe, de rest niet.
‘All tourists are bastards’, staat er op enkele muren van Barcelona gekalkt. Op de Ramblas verkopen Pakistani’s in Vietnam gemaakte Mexicaanse sombrero’s alsof dat allemaal made in Barcelona is, inclusief zijzelf. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Bru Rovira vertelt in zijn uitstekende boek over outcasts in Barcelona hoe families die hun hele leven in een oude buurt hadden gewoond eruit werden gewerkt. Hij vertelt hoe een paar bejaarden die weigerden te vertrekken werden weggepest. Om ze de schrik op het lijf te jagen werd een Afrikaan ingehuurd die avond aan avond als een leeuw in het trappenhuis stond te brullen. Hebzucht heeft stukje bij beetje een hele leefgemeenschap en een traditionele manier van leven ernstig aangetast. Barcelona is aan zijn succes ten onder gegaan en voor Granada of San Sebastian moet gevreesd worden. De binnenstad van Madrid verpaupert in sneltreinvaart.
Toeristen hebben ook een probleem, ze willen naar die ongerepte, authentieke plekken toe en hebben een bloedhekel aan toeristische oorden. Maar daarvoor moet je tegen de stroom in zwemmen en de massa ontlopen. En zelfs als dat je lukt kunnen die oorden erg tegenvallen. In Parijs of Rome los je op in de menigte, maar steden met een klein historisch centrum, zoals Dubrovnik of welke andere stad ook die binnen het bereik van een cruiseschip ligt, zijn totaal verpest. Het irritantste is ongetwijfeld dat we allemaal toeristen zijn zo gauw we de deur achter ons dichttrekken. Are all tourists bastards? Yep, behalve wijzelf. Ergens de enige zijn is nu een privilege. Een extreem voorbeeld is Bhutan, daar kun je alleen naar toe als je heel rijk bent. Hoe kun je met goed fatsoen nog reiziger zijn, een woord dat zo romantisch klinkt? Je eerste prioriteit is de massa ontlopen. Al heeft diezelfde massa ervoor gezorgd dat in de meest afgelegen oorden pizza-tentjes zijn geopend en er een maf soort exotisch avontuur–toerisme is ontstaan.
Maar je hoeft helemaal niet ver weg te gaan. Waar het om gaat zijn je houding en je nieuwsgierigheid. Camilo José Cela, die het beroemde reisverhaal Viaje a la Alcarria (Reis naar Alcarria) schreef, en Patrick Leigh Fermor, die te voet door Europa trok, en ook treinreizigers Paul Theroux en Jack London laten zien dat het wonder zich overal kan voordoen, als je maar nieuwsgierig bent en de tijd neemt om het te zien. Het kan echt, je hoeft alleen maar op een andere manier te reizen. Menselijker. De volgende stap op weg naar de totale vervreemding is de Segway: je loopt niet meer door de straten van je bestemming, je zweeft er met hoge snelheid boven, zonder dat je voeten de grond raken. Je kunt niet anders dan vaststellen dat mensen helemaal vergeten zijn waar ze zich bevinden als ze met een brede glimlach een selfie maken in Auschwitz.
Onze steden zijn steeds meer een decor geworden waar het authentieke moeilijker te vinden is. De onechte wereld breidt zich uit als gevolg van de vastgoedspeculaties van het neokapitalis–me. Voor het weliswaar arme maar mooie en menselijke Italië is iets on–definieerbaars in de plaats gekomen, waarvoor het woord lelijk nog tekortschiet. De verwoesting van de oude wereld van het volk en de vernietiging van het authentieke als gevolg van de modernisering. Identiteit en schoonheid verdwijnen als we gemeenschappen vernietigen, buurtwinkels laten sluiten, gezinnen, kinderen en bejaarden wegjagen. Als we nepsteden maken van onze steden, wat maken wij, de bewoners, dan van onszelf? Wat zijn we dan geworden? En wat willen we zijn? Wat de toeristen willen zien?
Ofschoon het toerisme 20 procent van het bbp oplevert, profiteert alleen de elite ervan; de boeren zijn hun land kwijt en het sekstoerisme met minderjarigen is een plaag
Het is nog steeds zo dat het toerisme in ontwikkelingslanden een belangrijke motor van de economie is. Je hoeft maar te kijken naar het drama dat zich in Egypte of Tunesië heeft voltrokken toen het toerisme instortte. In Thailand en Sri Lanka smachten ze nog steeds naar de terugkeer van de toeristen, die hen moeten redden nadat een tsunami hun kusten verwoestte. Zo ook in Nepal, na de aardbeving van 2015. Na de verstikkingsdood van de economie in Griekenland is op vakantie gaan in dat land ontwikkelingshulp geworden. Aan de andere kant van het spectrum heb je Cambodja, dat in de jaren negentig de gouden kans liet lopen om een nieuw model te ontwikkelen. Het was een land waar decennialang geen buitenlanders mochten komen in de tempels van Angkor en op de paradijselijke stranden. Dat model was een mislukking. Ofschoon het toerisme 20 procent van het bbp oplevert, profiteert alleen de elite ervan; de boeren zijn hun land kwijt en het sekstoerisme met minderjarigen is een plaag.
Buiten de steden tekent zich een nog veel groter probleem af: de vernietiging van de natuur. Costa Rica is een voorbeeld van een land dat probeert om milieu en toerisme met elkaar in balans te houden. Maar veel Afrikaanse landen, zoals Kenia, Zuid-Afrika en Mozambique, waar toerisme de voornaamste bron van inkomsten is, zitten diep in de problemen, en dan hebben we het nog niet eens over de Galapagos–eilanden. ‘Ecotoerisme is een oxymoron, op de lange duur zijn mensen en wilde dieren onverenigbaar,’ oordeelde Richard Leakey, hoofd natuurbescherming in Kenia, die in de jaren negentig de handel in ivoor een halt toeriep. De handel in jachtvergunningen is rooftoerisme in de letterlijke zin van het woord.
De vorm van een stad, de grenzen ervan, is nauw verbonden met de omringende natuur. ‘Het is een en hetzelfde probleem: het behoud van de natuur en de vorm van de stad.’ Dit vindt zijn oorsprong in iets typisch Italiaans: de ideale stad – het renaissancistische concept waarin het menselijke de maat der dingen is – waar het prettig leven is. En in veel steden is het leven vandaag de dag niet prettig. Hoe mooi ook, er wonen is vreselijk en soms onmogelijk. Waar het fascisme niet in slaagde, dat is de machtige consumptiemaatschappij wel gelukt: de uniformering; de vernietiging van het eigene; de verdwijning van de verschillende vormen van mens zijn die Italië op zeer uiteenlopende wijze heeft voortgebracht in de loop van zijn geschiedenis. Dat is het echte fascisme.
Hoe lossen we dit op? Elizabeth Becker geeft een paar schitterende voorbeelden. Het belangrijkste is Frankrijk, een land dat besloot dat hoe Franser en hoe meer het zijn identiteit en manier van leven benadrukt, hoe beter dat is voor het toerisme. Niet voor niets riepen ze in 1959 als eerste een ministerie van cultuur in het leven. Niet met handel als oogmerk, maar protectionisme. De beleidsmaker voor toerisme in Bordeaux legt het zo uit: de sleutel van succesvol toerisme is je richten op de mensen die er wonen, op de burgers. Als je dat goed doet, dan zal de toerist ook gelukkig zijn.’
Auteur: Íñigo Domínguez
El País
Spanje | dagblad | oplage 397.000
Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

