moorden is niet zo moeilijk fatsoenlijk doorleven wel


De haast ondraaglijke waarheid, schrijft columnist 
Fintan O’Toole, is dat gruweldaden zoals die in Manchester voorlopig deel zullen uitmaken van ons bestaan.

Een massamoord plegen is niet moeilijk en hoe buitensporiger, hoe makkelijker. Een lichaam is week en makkelijk uiteen te rijten. Een leven is kwetsbaar en makkelijk te verwoesten. Fatsoen, menselijke waardigheid en medeleven zijn broze en hachelijke waarden. De barricades die aarde van hel scheiden, beschaving van barbarisme, zijn poreus en zitten vol gaten.

Onze huidige manier van leven gaat 
gepaard met de wetenschap dat deze barricades elk moment geslecht kunnen worden, dat we in een oogwenk van 
een doorsnee gelukkig bestaan in een onbestaanbare verschrikking kunnen belanden.

Net als de wetenschap dat andere mensen met verrassend gemak van zoons, broers, collega’s of aardige buren kunnen veranderen in de meedogenloos wrede wezens die ons in de hel doen belanden en die zich verlustigen in het onmetelijke leed dat ze aanrichten.

We houden die kennis op afstand omdat we niet anders kunnen. Om door te kunnen leven, de gewone dingen te blijven doen, om te kunnen blijven vasthouden aan de alledaagse banden, aan het vertrouwen en het 
fatsoen, alles wat het cement vormt van een samenleving, moeten we die wetenschap verbannen naar de randen van ons bewustzijn. Maar daar blijft hij niet zitten. Een gruweldaad als die in Manchester is bij uitstek bedoeld om die kennis weer naar de voorgrond van ons bewustzijn te halen, en te zorgen dat hij zich daar zo stevig verankert dat vertrouwen en fatsoen worden verdrongen en de samenleving uiteenvalt.

Het heeft niet zo heel veel zin om die terroristen lafaards te noemen

Het heeft niet zo heel veel zin om die terroristen lafaards te noemen. Vanuit het verwrongen perspectief van de terrorist, is er juist moed vereist om het allerergste te doen. Als je mensen ten diepste wilt vervullen van afschuw en haat, is het veel beter om een aanslag te plegen op kinderen dan op soldaten, is het veel moediger om alle morele grenzen te overschrijden dan je aan een soort erecode te houden. Voor de terrorist bestaat een taboe enkel om het te doorbreken. Het onacceptabele is het meest wenselijke, het ondenkbare het meest inspirerend, het onuitsprekelijke de beste manier om iets onder woorden te brengen.

Hier in Ierland zijn we maar al te vertrouwd met deze gestoorde logica. We weten dat de mensen die gruweldaden begaan, die bommen laten ontploffen tijdens een concert, of in een pub, of tijdens een uitvaartdienst, geen monsters zijn – helaas. Het zijn domweg ware gelovigen. Ze geloven in een toekomstige plek, in een tijd van politieke harmonie, waarin iedereen gelukkig zal zijn en het recht zijn loop zal hebben. En ze weten dat anderen, de zwakke ongelovigen, de komst van deze gezegende toestand in de weg staan omdat zij de waarheid niet kunnen zien.

Zij zijn niet verlicht. Ze zijn onwetend en voor hen is het heden – het onvolmaakte heden met zijn compromissen en zelfgenoegzaamheid en simpele genoegens – draaglijk. En dat maakt de onwetenden verachtelijk.

Leven met een paradox

Het is een kleine stap van verachten naar doden, van het neerkijken op anderen omdat ze jouw overtuiging missen naar denken dat ze het verdienen om geofferd te worden voor jouw streven.

De haast ondraaglijke waarheid is dat zo lang er mensen onder ons zijn die 
er voldoende van overtuigd zijn dat deze manier van denken niet alleen acceptabel is, maar ook te verdedigen of zelfs verheven, gruweldaden deel zullen uitmaken van ons bestaan. Onze regeringen moeten waakzaam zijn, en slim, en efficiënt. We hebben veiligheids- en inlichtingendiensten nodig die de gemeenschappen en de culturen begrijpen waarin die dodelijke mentaliteit een voedingsbodem vindt.

We hebben een politiek en een religieus discours nodig dat weigert deze gemeenschappen te verketteren of ze van ons te vervreemden, zonder ook maar een millimeter mee te gaan in dit kwaad. We hebben regeringen nodig die zich niet door gruweldaden laten verleiden om de democratie, de mensenrechten en de waarden van een open samenleving te verloochenen. Maar we weten ook dat zelfs wanneer we over dat alles beschikken, het niet moeilijk is om te doden. Het kan willekeurig waar gebeuren, met willekeurig welk wapen, tegen willekeurig welk menselijk doelwit – hoe zachter hoe beter. Maar wat moeten we met deze kennis? Er zit niets anders op dan te leven met een paradox – we moeten het ons realiseren en we moeten het vergeten. We moeten rouwen om de doden, ‘hun vele namen noemen,’ proberen te voelen wat hun naasten voelen, voor zover we dat aankunnen. We moeten wel, aangezien dat is wat een beschaving in leven houdt.

Het is ook precies wat voorkomt dat 
we vervallen tot barbarij – dit rouwen, dit peilloze leed, het verdriet dat die levens stuk voor stuk uniek waren, een wonder, en nu voorgoed zijn verdwenen. De klokken die voor hen luiden, luiden voor ons allen – zodra we dat niet langer horen, zodra we zo zijn gehard en afgestompt dat de doden slechts getallen zijn, zijn we verloren.

Zij kennen geen schaamte maar ze willen dat wij ons schamen voor onze dagelijkse decadentie en ons onbeduidende, banale bestaan

Maar tegelijkertijd mogen we niet ons vermogen verliezen om te vergeten. We mogen niet toestaan dan onze geest wordt vergiftigd, zoals de moordenaars willen, door nihilisme of afschuw en wanhoop. We mogen niet toestaan dat de golf van walging en woede alle gewone dingen van het leven overspoelt.

Er is altijd de kwestie van schuldgevoel – hoe kunnen we gewoon doorgaan met lachen en eten en liefhebben en dansen en naar luchtige liedjes luisteren terwijl er zo veel angst om ons heen heerst 
en er zo veel kwaad onder ons huist? Maar we mogen het niet laten gebeuren dat we ons gaan schamen voor de gewone dingen, want dat is precies wat de moordenaars van ons willen. 
Zij kennen geen schaamte maar ze willen dat wij ons schamen voor onze dagelijkse decadentie en ons onbeduidende, banale bestaan.

Hun moed schuilt in het vermorzelen van de grenzen van het alledaagse, het opblazen van een gedeelde menselijkheid en een alledaagse wellevendheid. Onze moed schuilt in het verstevigen van diezelfde grenzen en daarbinnen ons eigen leven leiden. Onze moed is groter dan die van hen – doden is niet zo moeilijk, fatsoenlijk leven met de dreiging van de dood wél.

Auteur: Fintan O’Toole
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

Fintan O’Toole is een prominent Brits journalist voor The Irish Times, auteur en winnaar van de European Press Prize.

Op 6 juni spreekt O’Toole in De Balie in Amsterdam over de Britse verkiezingen en de aanstaande Brexit. Aanvang 20:00 uur, tickets via debalie.nl.


Deel dit artikel


Recent verschenen