Na de terroristische aanslag in Westminster is het volgens veel Britten hoog tijd dat islamitische leiders een helder tegengeluid gaan uitdragen tegen het extremisme. Zinloos zolang dat geluid niet van onderop komt, betogen anderen.
JA
Na de terroristische aanslag op Westminster riepen veel politieke, maatschappelijke en religieuze leiders op om één front te vormen. Dit verlangen naar sociale cohesie is begrijpelijk en het is lovenswaardig dat er geen beschuldigende vingers worden uitgestoken naar vreedzame moslims. Toch mogen we de religieuze aard van de radicalisering die over de hele wereld tot terreurdaden heeft geleid, niet negeren. De salafistisch-wahabistische leer die de basis vormt van het extremisme, komt voort uit een selectieve interpretatie van de islam en uit de overtuiging dat die een blauwdruk biedt voor het recht, het bestuur en de sociale orde van vandaag. Deze manier van denken heeft ertoe geleid dat leden van een huiskerk in Iran tot zweepslagen werden veroordeeld omdat ze communiewijn dronken en dat een arme boerenvrouw in Pakistan ter dood werd veroordeeld wegens blasfemie, terwijl ze alleen maar toegaf dat ze christen was. De christelijke gouverneur van Jakarta is ook van blasfemie beschuldigd omdat hij een tekst uit de Koran citeerde.
Aanhangers van andere geloven en atheïsten worden aangevallen of gevangengezet; vrouwen worden lastiggevallen vanwege ‘onkuise’ kleding of zelfs omdat ze vrij rondlopen. Ook het radicaliseringsproces moet tegen deze achtergrond worden gezien – als een steeds verder verspreid ‘geluid’ in en vanuit de islamitische wereld. Weliswaar zijn in slechts een handvol landen radicalen aan de macht gekomen, maar hun kwalijke invloed reikt ver. Dit beperkt zich niet tot de islamitische wereld.
Zo’n verklaring zal het gif halen uit een atmosfeer die te lang beheerst mocht worden door extremistische kletspraat
Groot-Brittannië mag een eiland zijn, als het gaat om culturele en religieuze bewegingen is het dat niet. Er reizen voortdurend zendelingen en religieuze leiders in en uit. Zo worden hier denkwijzen herhaald die elders zijn ontstaan. Het spreekt vanzelf dat deskundigen zich meteen na de aanslag hebben geconcentreerd op de veiligheid. Maar dit is niet alleen een veiligheidskwestie. Ook cultuur en religie spelen een rol. Daarom is het van groot belang dat islamitische leiders een helder tegenverhaal uitdragen, niet alleen tegen het jihadisme, maar ook tegenover het streven naar een sterkere ‘islamisering’ van gemeenschappen.
Net als enkele moedige geleerden en leiders in de islamitische wereld kunnen ze nu verklaren dat ze de vrijheid van godsdienst respecteren; dat er geen wettige straf staat op afvalligheid of blasfemie; dat vrouwen vrij zijn en gelijk voor de wet; en dat de leer van de jihad in deze tijd puur in defensieve termen opgevat moet worden. Zo’n verklaring zal het gif halen uit een atmosfeer die te lang beheerst mocht worden door extremistische kletspraat. Dit leiderschap kan dan samen met de overheid zorgen dat deze visie op de islam bij gemeenschappen in het hele land terechtkomt. Dat zal meer een effect hebben op de sociale samenhang en culturele harmonie dan welk beveiligingsprogramma ook.
Auteur: Michael Nazir-Ali (rechts)
Michael Nazir-Ali is voormalig bisschop van Rochester en preses van het Oxford Centre for Training, Research, Advocacy and Dialogue.
The Daily Telegraph
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 840.000
Anti-Europees tot op het bot, strijdlustig en imagobewust, kortom: het conservatieve dagblad van Engeland op broadsheet.
NEE
In de Arabische wereld klinken oproepen tot een ‘nieuw religieus debat’ of tot ‘religieuze hervorming’. Over het algemeen komt dit soort oproepen van publicisten of activisten die pleiten voor politieke hervormingen, voor een democratische, burgerlijke, niet-religieuze en rechtvaardige staat. Vaak zijn zij nauw verwant aan de ideeën van Arabisch links.
Inderdaad vinden velen dat de huidige maatschappelijke modellen een mislukking zijn en dat er betere analyses, nieuwe ideeën en zienswijzen nodig zijn om de treurige werkelijkheid te verklaren die we kennen sinds de mislukking van de Arabische revoluties. Ook op regeringsniveau wordt hier en daar opgeroepen tot religieuze hervorming, denk aan de Egyptische president Abdul Fatah Al-Sisi en zijn redevoering over de noodzaak van een ‘revolutie’ in het religieuze debat in december 2014.
De niet-religieuze en prodemocratische intellectuelen – vaak van links – en de zittende regimes hebben één karaktertrek gemeen. Allemaal geloven ze dat een gedachte of een politieke theorie of doctrine ‘gemaakt’ kan worden. Zij denken dat het genoeg is om specialisten op het gebied van menswetenschappen en religie nieuwe ideeën te laten formuleren, zodat die verspreid kunnen worden in de samenleving, die deze dan vervolgens wel moet overnemen, waarna iedereen nog lang in vrede en geluk leeft.
Links slaagt er al tachtig jaar niet in om een echte oplossing te bieden, sociale rechtvaardigheid te brengen en de uitbuiting van de ene mens door de andere tegen te gaan
Maar hervorming is geen kwestie van oproepen die van bovenaf komen, wie ze ook heeft bedacht. De vraag om hervormingen moet in de eerste plaats van onderaf komen, vanuit de samenleving zelf. Zeker nu de bevolking ervan overtuigd is dat die oproepen van bovenaf voornamelijk worden ingegeven door politieke en persoonlijke belangen.
Wat betreft het verlangen om de linkse beweging nieuw leven in te blazen: daarvoor biedt de chronische armoede in de Arabische islamitische wereld niet voldoende basis. De armen zoeken hun heil elders, in partijen die diametraal tegenover Arabisch links staan, het links dat er al tachtig jaar niet in slaagt om een echte oplossing te bieden, sociale rechtvaardigheid te brengen en de uitbuiting van de ene mens door de andere tegen te gaan.
De oproepen van intellectuelen tot hervorming en verandering kampen nog altijd met hetzelfde gebrek: de afwezigheid van een sociologische basis. Toch lijden hele delen van de samenleving wel degelijk onder de huidige machtsvormen. Zij zijn degenen die de vorm en de inhoud van de toekomstige strijd zullen bepalen, of die nu op straat wordt gevoerd of in de geschriften van intellectuelen. En te verwachten valt dat zij iets anders zullen zeggen dan men graag wil horen.
Auteur: Hussam Itani (links)
Hussam Itani is een Libanese schrijver en journalist. Hij is voormalig redacteur van de opiniepagina’s van As-Safir en columnist voor Al-Hayat.
Al-Hayat
Saoedi-Arabië | dagblad | oplage 110.000
‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.

