oprollen die ierse grens


De Brexit is in de ogen van veel unionisten een manier om de geleidelijke vervaging van de grens, de sluipende hereniging van Ierland, te dwarsbomen. Van bewoners van het grensdorp Pettigo – in 1921 doormidden gehakt – mag de wrede markering worden opgerold als het snoer van een grasmaaier.

Keuze uit het archief

Het conflict over Noord-Ierland staat op het punt te ontsporen. Volgens Britse media zal de regering van Boris Johnson volgende week wetgeving introduceren waarmee deze eenzijdig de grenscontroles tussen Noord-Ierland en de rest van het VK buiten werking kan stellen. Deze mooie reportage uit 2017, toen de onderhandelingen nog volop bezig waren, belicht het verhaal vanuit Iers perspectief, en in het bijzonder dat van de unionisten. Als een boer wordt gevraagd of het lastig is om op de grens te wonen, antwoordt de man: ‘Laat ik het zo zeggen: van mij mag je hem meenemen.’

Een meerderheid van de Noord-Ierse burgers stemde bij het referendum van vorig jaar tegen de Brexit. De meeste unionisten waren vóór, de nationalisten en republikeinen stemden tegen. Alles bij elkaar wilde 56 procent in de EU blijven.

Langs de grens met de Republiek Ierland lag dat percentage op 65, al gingen veel mensen in die grensstreek niet stemmen. ‘Ik snapte er niets van,’ zegt een plaatselijke bewoner, Mervyn Johnston. Zijn dorp, Pettigo, verdwijnt op de kaart vrijwel geheel onder de dikke rode lijn van de grens, die als een dronkenman over het land zwalkt. Het grootste deel van het dorp ligt in County Donegal en dus in de Ierse Republiek, en in het centrum staat een beeld dat volgens Johnston ‘The Quiet Man’ heet. Het is een stenen figuur in legerjas en met een pet op, die in de richting van de brug over de snelstromende Ternon tuurt. Volgens een plaquette is het beeld opgericht ter herinnering aan vier jonge mannen die hier in 1922 zijn gestorven ‘in de strijd tegen het Britse leger’.

‘Op Paaszondag komen er nog altijd veel mensen naartoe,’ zegt Johnston. Bij de opsplitsing van Ierland in 1921 werd Pettigo doormidden gehakt. De IRA [Iers Republikeins Leger] bezette het dorp, tot het Britse leger het terugveroverde. De mannen voor wie Quiet Man is opgericht kwamen om in deze strijd, net als een Noordelijke politieman en een Britse soldaat. Bij de verplichte verduistering van 1939 waren de huizen aan de Noord-Ierse kant van het dorp in donker gehuld, terwijl aan de kant van de Ierse Republiek, die tijdens de Tweede Wereldoorlog neutraal was, de lichten bleven schijnen. In de jaren vijftig probeerde de IRA via gewapende aanvallen en bomaanslagen opnieuw om de grens ongedaan te maken, maar de campagne kreeg weinig steun en liep op niets uit. Zolang de Troubles [aanduiding voor perioden van onrust en geweld in de Ierse geschiedenis] duurden bleef het geweer van Quiet Man gericht op de andere kant van de grens, naar het ‘door de Britten bezette Ulster’, zoals de republikeinen het noemden. En die kant wijst het nog altijd op.

Achtergebleven

De zevenenzeventigjarige Johnston brengt al zijn tijd door in de garage die zijn stiefgrootvader in 1922 heeft opgezet. Hij knapt er klassieke Mini’s op, waarmee hij ook races rijdt. De garage ligt aan de rivier, aan de noordkant van de brug. Vanaf het monument loop je langs de vroegere Ierse douanepost, een van de weinige overblijfselen van de grens, een ‘shamrock’-groen geschilderd gebouwtje van roestig ijzer met gele kozijnen.

De grens loopt door het midden van de rivier – in een steen op de brug is een kraaienpoot gekerfd, die de precieze plek aangeeft,’ zegt Johnston. Na tientallen jaren Iers weer is deze markering vrijwel vervaagd, maar Johnston trekt hem voor mij na met zijn vinger. Grote vrachtwagens scheuren ons voorbij – dit is een doorsteek van zuidelijk Donegal naar Belfast en de schepen naar Schotland en Engeland. ‘De douanepost hier was maar een bijkantoor, de vrachtwagens mochten er niet langs,’ vertelt Johnston. ‘Zij moesten de douane passeren bij een van de hoofdgrenscontroleposten. Aan beide kanten van de grens moest je oppassen wat je kocht. Je moest een speciaal pasje hebben en wilde je buiten werktijd de grens over, dan was daar een speciale regeling voor. Ik zou niet willen dat dat allemaal opnieuw begon.’ Volgens hem staken ‘de mannen uit het Noorden’ vroeger de grens over om bepaalde dingen te kopen, terwijl mensen uit ‘de staat’, zoals mensen de republiek nog steeds noemen, dat in het Noorden gingen doen.

De Europese Interne Markt heeft de grens in bepaalde opzichten veranderd, maar hij maakt nog steeds deel uit van het leven hier. Als aan de ene kant van de grens een school sluit, kunnen de leerlingen niet zomaar naar een school aan de andere kant overstappen – het lesprogramma en het examensysteem zijn verschillend. Johnston had vroeger benzinepompen staan, maar daar is hij mee opgehouden, omdat de benzine aan de andere kant van de grens goedkoper is. Als bij zijn garage wordt ingebroken, kan hij niet de politiepost van Pettigo bellen, maar moet hij aangifte doen in Enniskillen, dertig kilometer verderop. Hij kan de brug over wandelen om een liter melk te gaan kopen, maar koopt hij een Britse tabloid, dan is dat waarschijnlijk een andere editie dan hij in het noorden zou krijgen. Verkeersborden in het Zuiden geven kilometers aan, die in het Noorden mijlen.

Als je door de grensstreek rijdt is duidelijk zichtbaar dat de EU hier de afgelopen jaren de belangrijkste investeerder is geweest. Binnenlandse investeringen waren voornamelijk gericht op Dublin en Belfast, en de grensstreek is nu een van de meest achtergebleven gebieden van het eiland.

De grens tussen Ierse Republiek en Noord-Ierland loopt dwars door het kleine dorp Pettigo. – © Andrew Testa / HH
De grens tussen Ierse Republiek en Noord-Ierland loopt dwars door het kleine dorp Pettigo. – © Andrew Testa / HH

 

Tijdens de Troubles, die in 1968 begonnen, heeft het Britse leger veel van de ‘niet toegestane wegen’ en bruggen over de grens opgeblazen of versperd. Overal schoten grassen en wilde bloemen op, die met verbazingwekkend gemak door het asfalt braken. Stadjes als Pettigo raakten afgesneden van hun achterland. Lokale bewoners ruimden de driehoekige betonnen ‘drakentandenversperringen’ op, repareerden de bomkraters en bouwden geïmproviseerde bruggen. Na het bestand van1994 kwam er Europees geld voor de gloednieuwe snelwegen en brede betonnen bruggen waarlangs je nu de grens oversteekt. Pettigo kent veel krotten en leegstaande winkels, maar het heeft ook een nieuw sport- en conferentiecentrum, met dank aan EU-subsidies.

De muren van Johnstons garage hangen vol foto’s van motorraces, van de jaren zestig, via de tijd van de Troubles tot nu. Hij is voorstander van een Ierse hereniging, maar is ook protestant en unionist en voormalig lid van het Ulster Defence Regiment. Zijn garage werd een keer of zes door de IRA opgeblazen, zegt hij. Een bomexpert van het leger kwam om bij een poging een van de bommen onschadelijk te maken. ‘Aan de protestantse kant van de stad is niets overeind blijven staan.’ Zelf overleefde hij een gewapende aanval. De IRA slaagde er wel in om een andere man uit het dorp te vermoorden, Ronnie Funston. Diens broer Ken zei onlangs dat zijn ouders, die altijd goed hadden kunnen opschieten met hun katholieke buren, zich zo verraden en verslagen voelden, dat ze niet in het dorp konden blijven wonen.

Ken Funston is lid van een lotgenotengroep, die ageert voor de rechten van ‘onschuldige slachtoffers’. Veel unionisten vinden dat de mensenrechtenregels van de EU in het voordeel van de Republikeinen zijn toegepast en zijn ertegen dat leden van de veiligheidstroepen worden vervolgd in verband de doden die tijdens de Troubles zijn gevallen.Volgens Johnston zijn de verhoudingen over het algemeen redelijk goed gebleven in Pettigo. ‘Wij gaan vriendschappelijk met elkaar om,’ zegt hij. Hij heeft zijn eigen gewelddadige geschiedenis achter zich gelaten: ‘Ik denk nooit meer aan die dingen terug.’ De Ternon ontspringt in Lough Derg, niet ver hier vandaan in Donegal. Een met EU-geld gefinancierd bord op weer een andere brug vermeldt dat de rivier de oude grens vormt van de kloosterlanderijen van Lough Derg.

‘Theresa, stop je opvatting over een harde of zachte grens maar in je jeweetwel, want je gaat hem niet in Ierland stoppen’

Het eiland Station dat in het meer ligt is een bedevaartsoord voor katholieken – Seamus Heaney heeft daar een reeks gedichten gesitueerd over droomachtige ontmoetingen met de zielen van de doden. Johnston en zijn vader onderhielden vroeger de boten die de pelgrims naar en van het eiland vervoeren. ‘Niet dat we daar iets aan verdienden,’ zegt hij. ‘Het was mijn boetedoening.’

Arlene Foster, de nu zo geplaagde leider van de Democratic Unionist Party en lid van het Noord-Ierse parlement voor het district Fermanagh en South Tyrone, is in dit merengebied opgegroeid. Haar vader werkte parttime als politieman en raakte tijdens de Troubles gewond bij een vuurgevecht. Ze woont in de buurt van het landhuis van wijlen Lord Brookeborough, die na de instelling van de Noord-Ierse staat protestanten opriep om geen katholieken in dienst te nemen omdat hun loyaliteit niet zeker was. Foster is een voormalig advocaat die in 2003 een zetel veroverde voor de Ulster Unionist Party en al snel overliep naar de DUP, fel tegenstander van het Goede Vrijdag-akkoord [belangrijke stap in het vredesproces in Noord-Ierland, ondertekend door VK en Ierland].

Als vervangend partijleider toonde ze de oude Brookeborough-arrogantie toen ze in 2015 de parlementsleden van Sinn Féin en de nationalistische SDLP wegzette als boeven en verraders. De DUP vormde een coalitie met Sinn Féin, maar blokkeerde consequent wetgeving die de steun van Sinn Féin had, zoals een wet die het homohuwelijk mogelijk maakte. Later kwam uit dat tijdens Fosters premierschap subsidies voor een buurthuizenprogramma grotendeels waren toegekend aan groepen die banden hadden met de Oranje Order, en nauwelijks aan clubs van de Gaelic Athletic Association.

Afgelopen Kerstmis weigerde de DUP-minister van Cultuur – liefhebber van loyalistische fanfares – een kleine subsidie aan een maatschappelijke organisatie in Belfast die kinderen wilde meenemen naar een Ierssprekend gebied. De DUP behandelt Ieren met openlijke minachting en heeft de aanvaarding van een wet over de Ierse taal geblokkeerd, al had de partij daar wel mee ingestemd bij besprekingen die voortvloeiden uit het Goede Vrijdag-akkoord.In oktober ging Foster, samen met de toenmalige vicepremier Martin McGuinness, naar Londen om met Theresa May over de Brexit te praten: Foster steunde die, McGuinness was ertegen. De DUP maakte graag gebruik van het feit dat de Britse regering in Westminster afhankelijk was van haar stemmen (de DUP heeft acht parlementsleden; de regering steunt een meerderheid van zeventien).

Na het referendum werd de DUP gedwongen toe te geven dat verscheidene honderdduizenden ponden via de partij waren doorgesluisd naar de pro-Brexit-campagne op het vasteland – Ulster fungeerde als een soort Kaaimaneilanden. Foster deed alsof haar neus bloedde, zoals ze eerder ook weigerde af te treden als premier tijdens een onderzoek naar het schandaal rond een mislukt programma voor duurzame energie dat de overheid honderden miljoenen ponden zal kosten en waarvoor zij als minister voor het bedrijfsleven verantwoordelijk was geweest. Nadat McGuinness was afgetreden omdat hij, zoals hij zei, de arrogantie van de DUP niet langer kon verdragen, maar ongetwijfeld ook omdat hij ernstig ziek was, spatte de coalitieregering uiteen.

Sinn Féin sprak over de voormalige coalitiepartner als een mishandelde echtgenote die zich heeft ontworsteld aan een ondraaglijk huwelijk.Als je een krokodil te eten geeft, verklaarde Foster, blijft hij om meer vragen. Ze had het over haar besluit om haar steun aan de Ierse taalwet in te trekken, maar haar woordkeus maakte de katholieke gemeenschap woedend. In dreigende bewoordingen waarschuwde ze dat een stem voor Sinn Féin een stem was voor Gerry Adams, met zijn angstaanjagende verleden en zijn nietsontziende plannen voor een verenigd Ierland.

De Brexit is in de ogen van veel unionisten een manier om de geleidelijke vervaging van de grens, de sluipende hereniging van Ierland, te dwarsbomen. Premier Enda Kenny prees onlangs het Verdrag van Rome als ‘een van de grootste vredesovereenkomsten in de geschiedenis. Zonder dat verdrag was er geen Goede Vrijdag-akkoord mogelijk geweest.’ Zoals Fintan O’Toole opmerkte maakte dit akkoord van Noord-Ierland ‘een soort mini-EU, een staatkundige eenheid die niet gebaseerd is op unilaterale geldingsdrang, maar op pijnlijke compromissen en moeizame consensus’. Dat is niet Fosters stijl. Haar verkiezingsstrategie bestond eruit dat ze mensen de keus voorhield: unionistische overheersing of republikeinse overheersing.

Meenemen

De krokodil heeft terug gebeten. Na de verkiezing sloot een boos kijkende Foster zich met haar getrouwen in een zaal op, terwijl republikeinen in krokodillenkostuum overwinningsdansjes deden met triomferende Sinn Féin-parlementsleden. ‘See you later, alligator,’ schreeuwde een voormalige IRA-lid haar na toen ze vertrok. Voor het eerst sinds de opsplitsing haalden de unionisten geen meerderheid in een Noord-Iers parlement. Sinn Féin haalde 27 zetels en de DUP 28. Dit resultaat gaf de partijen die tegen de Brexit waren een aanzienlijke duw in de rug.

Elke dag steken dertigduizend mensen voor hun werk de Ierse grens over. Boeren in de grensstreken zijn sterk afhankelijk van EU-subsidies. Op het hele Ierse eiland maken Ierse renpaarden deel uit van een bedrijfstak die afhankelijk is van vrij verkeer. De handel over de Ierse grenzen is geglobaliseerd. Chinese baby’s drinken poedermelk van koeien die grazen op weilanden in County Down, waarna hun melk in de Republiek Ierland wordt verwerkt en een EU-gezondheidscertificaat krijgt. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn uitermate belangrijke markten Sinn Féin is nooit enthousiast geweest over de EU en heeft zijn electoraat niet voor het referendum gemobiliseerd. Maar nu neemt de partij het voortouw in de acties tegen de impact die Brexit op Ierland zal hebben. Tijdens de verkiezingen was het mantra van de partij ‘respect, eerlijkheid en integriteit’, maar Michelle O’Neill, de nieuwe leider in het Noorden, zei al snel daarna tegen de minister van Buitenlandse Zaken voor Noord-Ierland, James Brookenshire, dat hij ‘uit zijn nek kletste’. In het Europees Parlement zei Sinn Féin-parlementslid Martina Anderson: ‘Theresa, stop je opvatting over een harde of zachte grens maar in je jeweetwel, want je gaat hem niet in Ierland stoppen.’

Jarenlang was Sinn Féin de enige partij die naar een herenigd Ierland streefde, maar nu zien de premier en de leider van Fianna Fáil dat ook als een mogelijkheid om Noord-Ierland in de EU te houden. Er gaan stemmen op over een mogelijk herenigingsreferendum, oftewel een ‘border poll’ die is toegestaan onder het Goede Vrijdag-akkoord. Als schrijver Garrett Carr in zijn onlangs gepubliceerde boek, The Rule of the Land: Walking Ireland’s Border, aan een boer vraagt of het lastig is om op de grens te wonen, antwoordt de man: ‘Laat ik het zo zeggen: van mij mag je hem meenemen.’ Carr stelt zich vervolgens voor hoe hij de grens oprolt als het snoer van een grasmaaier.

Vrijwel niemand gelooft in de verzekeringen van de premier over een ‘onmerkbare grens’ met elektronische controle. Een vriendin die in het Noorden woont en bij een met EU-geld gefinancierd wijkcentrum in het Zuiden werkt, zegt dat ze bang is voor de terugkeer van de grens in de hoofden van mensen. Die vragen van toen: Wie bent u? Waar komt u vandaan? Hebt u een identiteitsbewijs bij zich? Wat is het doel van uw reis?

 


Deel dit artikel


Recent verschenen