Portugal is een van de weinige landen waar gematigde en radicale politici succesvol samen regeren, maar het is een experiment dat helaas bepaald niet eenvoudig te exporteren is.
Toen de leider van de Franse Socialistische Partij Benoît Hamon enkele weken geleden Portugal bezocht, zei hij over de situatie in dat land: ‘Wat hier gebeurt inspireert me enorm.’ Hamon doelde op een ‘experiment’ dat bijna uniek is in Europa: de Portugese regering, onder leiding van de socialist António Costa, wordt gesteund door een coalitie die uitsluitend bestaat uit linkse partijen: de gematigde Socialistische Partij, maar ook radicale partijen als het Links Blok en de Portugese Communistische Partij, die het vertrek uit de NAVO en de EU in haar partijprogramma heeft staan.
Na jaren waarin linkse partijen vaak regeerden in een coalitie met rechtse of centrumpartijen en ze stemmen verloren aan populistische bewegingen, lijkt Portugal aan te tonen dat er nog ruimte is voor coalities en programma’s van ‘echt’ links, of tenminste, dat wat daar tot enige jaren geleden mee werd bedoeld.
Hamon is niet de enige politieke leider die Portugal in de afgelopen maanden heeft bezocht. Hij werd voorafgegaan door een delegatie van de Nederlandse PvdA, de partij die van alle partijen in Europa waarschijnlijk het meest in crisis verkeert.
De pensioenleeftijd van ambtenaren is verlaagd, maar tegelijkertijd is de werkweek verkort (een niet erg populaire maatregel)
Tot anderhalf jaar geleden zou niemand een cent hebben gegeven voor het politieke experiment dat de socialistische leider António Costa eind 2015 in gang zette. De enkele maanden daarvoor gehouden verkiezingen hadden geen duidelijke meerderheid opgeleverd: de conservatieve leider Pedro Passos Coelho had getracht een regering te vormen in een brede coalitie met de socialisten, maar die onderhandelingen waren mislukt. Het land leek veroordeeld tot een periode van onzekerheid en onregeerbaarheid, die nog werd verergerd door de moeilijke economische situatie. Maar toen slaagde de leider van de socialisten erin een akkoord te sluiten met de drie extreem-linkse partijen: in ruil voor instemming met een aantal zeer linkse programmapunten zouden de radicalen hun steun geven aan een socialistische regering. Costa kreeg de meerderheid van de stemmen in het parlement en slaagde erin een regering te vormen.
Toentertijd geloofde bijna niemand in Europa dat een alliantie tussen een gematigde pro-Europese partij en extreem-linkse en soms zelfs marxistische formaties lang zou standhouden. Het jaar 2016 werd afgesloten met het laagste tekort van de laatste veertig jaar – 2,1 procent – en in 2017 zou het werkeloosheidspercentage voor het eerst in acht jaar moeten zakken tot onder de 10 procent. In iets minder dan anderhalf jaar hebben Costa en zijn regering de overheidsfinanciën op orde gekregen, conform de Europese eisen, maar tegelijkertijd hebben ze een progressieve, linkse politiek gevoerd die voor enige verlichting heeft gezorgd bij de bevolkingsgroepen die het meest waren getroffen door de crisis en door de bezuinigingsmaatregelen van de laatste jaren. De pensioenleeftijd van ambtenaren is verlaagd, maar tegelijkertijd is de werkweek verkort (een niet erg populaire maatregel). De regering heeft ook haar eigen investeringen aanzienlijk verhoogd, met name in de gezondheidszorg, waardoor het zorgniveau in het land, gemeten naar internationale maatstaven, flink is gestegen.
Costa is er ook in geslaagd resultaten te boeken op wat in Portugal ‘verdeeldheid zaaiende onderwerpen’ worden genoemd: er is bijvoorbeeld een wet goedgekeurd die de weg vrijmaakt voor adoptie door homoseksuelen, en er wordt gedebatteerd over een wetsvoorstel voor het legaliseren van euthanasie. Volgens een in februari gepubliceerde peiling heeft Costa een waarderingscijfer van 66,1 procent, meer dan twee keer zo hoog als dat van de leider van de oppositie.
Ondanks deze successen is Portugal nog altijd een land in moeilijkheden. De overheidsschuld, die meer dan 130 procent van het bnp bedraagt, is een van de hoogste in Europa, samen met die van Italië en Griekenland.
Voor veel linkse leiders lijkt Portugal de ideale oplossing voor hun problemen, nadat een decennium van allianties met centrum- en centrum-rechtse partijen hun electoraat heeft doen afkalven. Maar het Portugese experiment is niet makkelijk te exporteren. In Portugal is namelijk sprake van een aantal unieke, of bijna unieke factoren die in andere Europese landen ontbreken. De afwezigheid van extreem-rechts is een kenmerk dat Portugal gemeen heeft met het naburige Spanje, en dat waarschijnlijk te maken heeft met de erfenis van de in 1974 beëindigde dictatuur, die het voor de politiek lastig maakt typisch extreem-rechtse thema’s als nationalisme en de eigen identiteit in te zetten.
Een eigenschap die het land nog unieker maakt, is dat de formatie van gematigd en radicaal-links samen electoraal gezien daadwerkelijk de meerderheid heeft in het land: bij de verkiezingen van 2015 stemde circa 50 procent van de Portugezen op een linkse partij. Niet alleen dat: het is de Socialistische Partij van Costa gelukt 32 procent van de stemmen binnen te halen, bijna het dubbele van de andere twee radicaal-linkse groeperingen samen. Dat heeft Costa een machtspositie opgeleverd, waardoor hij de voorwaarden van het akkoord kon dicteren.
Vertaler: Yond Boeke
Il Post
Italië | ilpost.com
Italiës antwoord op The Huffington Post, waaraan ook de naam is ontleend. Gratis nieuws van alle kanten. Gefinancierd uit advertentie-inkomsten.

