big data


De rumoerige entree van Donald Trump in het Witte Huis op 20 januari, en zijn vertrek over acht jaar (of over drie maanden), speelt zich af tegen de achtergrond van een betrekkelijk nieuw fenomeen: de ‘big data’, de gedigitaliseerde versie van Orwells Big Brother.

In onze numerieke samenleving is de eenling op administratief niveau gereduceerd tot een cijfercode, die afwijkt van of correspondeert met andere cijfercodes, waaruit machines met bijna de snelheid van het licht een heel individueel mensbeeld samenstellen, compleet met alle afwijkingen en voorkeuren, gewoonten, leefomstandigheden, burgerlijke staat, inkomen, opleidingen, competenties, gedragingen in verleden en heden, meningen, lidmaatschappen, abonnementen, familieverbanden – kortom, met alles wat het individu uniek maakt, en vooral ook met alles waarin dit individu afwijkt van dan wel overeenkomt met anderen.

Die big data verstrekken wij voor het overgrote deel zelf, misschien onbewust maar uit vrije wil, en in steeds overvloediger mate, voornamelijk, maar niet uitsluitend, via 
‘sociale’ media. Kijk om u heen, in de trein, in de wachtkamer bij de dokter, in het café, op het werk, kijk naar voorbijgangers, te voet, in de auto, op de fiets, iedereen kijkt vroeg of laat naar een oplichtend schermpje.

Politico-journalist Jack Shafer noemde de vernieuwde verhouding tussen politiek en 
journalistiek “het grootste cadeau sinds de uitvinding van 
het declaratieformulier”

Het beschikken over al die gegevens kan zijn nut hebben. In het medisch-wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld, en 
bij uitstek in de reclame zijn individuele gegevens, gebundeld tot consumentenclusters, goud waard – en dus ook in de 
politieke marketing, het aan de man/vrouw brengen van een 
partij of een kandidaat. In de Verenigde Staten, waar ondanks het tijdsverschil alles nog steeds een halfuur eerder gebeurt dan elders, bestaat een bedrijf dat beschikt over big data 
van 220 miljoen van de 320 miljoen Amerikaanse burgers. Directeur is grootste geldschieter en vriendje van de 
Amerikaanse president.

Daar begint het griezelig te worden. Data kan worden (en wordt) gebruikt voor het beïnvloeden van de uitkomst van een politiek proces. Het kan conflicten tussen verschillende gemeenschappen aanwakkeren en 
het nieuws bepalen. Al was het maar om de aandacht te verleggen.

Brrr. Gelukkig is de journalistieke lente aangekondigd. Oplagen stijgen. We willen niks missen. Politico-journalist Jack Shafer noemde de vernieuwde verhouding tussen politiek en 
journalistiek ‘het grootste cadeau sinds de uitvinding van 
het declaratieformulier’. Boven zijn artikel stond: ‘Trump Is Making Journalism Great Again’.

Katrien Gottlieb
gottlieb@360international.nl


Deel dit artikel


Recent verschenen