gerecenseerd


360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

© Basso Cannarsa / HH
© Basso Cannarsa / HH

LITERATUUR – De langverwachte

Nieuwe roman van Elif Batuman

Het Amerikaanse literaire wereldje ziet uit naar het tweede boek van Elif Batuman, dat een dezer dagen zal verschijnen. De Nederlandse vertaling volgt, als een van vele, korte tijd later. Batuman werd als dochter van Turkse immigranten geboren in New York en groeide op in New Jersey. Ze studeerde Russische literatuur aan Harvard en Stanford, en werd zeven jaar geleden, toen ze pas 32 was, staff writer bij The New Yorker, het nirvana van de verhalende journalistiek.

Er zijn dus nog geen recensies beschikbaar, maar het is opvallend hoe reikhalzend er wordt uitgekeken naar dit tweede boek, een roman na een debuut in non-fictie. Hoewel, was het non-fictie? De bundel The Possessed: Adventures with Russian Books and the People Who Read Them bevatte haar stukken uit The New Yorker, Harper’s en N+1. Maar The Independent vond dat boek ‘op zijn eerlijkste momenten een autobiografische roman’. En The Telegraph noemde het ‘een van die fluïde, ambigue en genreontstijgende werken die boekverkopers na veel gepieker maar onder “memoires” plaatsen. Het is deels persoonlijke herinnering, deels reisverhaal, deels literaire kritiek.’ De Britse krant vond het boek zelfs zo goed ‘dat je je afvraagt of deze schrijver ooit nog zo iets spectaculairs kan afleveren’.

We weten al dat in de aanstaande roman (De idioot, door Arthur Wevers vertaald voor Atlas Contact) de genregrenzen opnieuw worden opgezocht. Want zoals Batuman in The Possessed al sterk naar het autobiografische neigde, doet ze dat nu opnieuw, vanuit een romanperspectief. De hoofdpersoon, Selin, is studente aan Harvard, net als Batuman eens was. ‘De knipoog naar de titel van Dostojevski is niet per ongeluk, in dit geestige en ontroerende coming-of-ageverhaal van een Harvard-studente, dochter van Turkse immigranten in New Jersey, die na de duizelingwekkende avonturen van haar freshman-jaar afreist naar het platteland van Hongarije om daar Engelse les te geven. Onderweg vindt ze zichzelf, en ze vindt zichzelf uit’, kondigt The Boston Globe aan in zijn lijstje ‘boeken in 2017 waar we ons erg op verheugen’.

‘Show, don’t tell, of kill your darlings, schrap elk overbodig woord. Alsof schrijven een kwestie is van het afleren van slechte gewoontes, het weglaten van overbodige woorden’

Ook The New York Times was niet ontgaan dat de essays in The Possessed met een gouden pennetje zijn geschreven, vol humor en scherpe observaties. En een aanstekelijke passie voor goeie boeken: ‘Je wilt voelen wat zij voelt’ als je voor je boekenkast staat.

Batumans passie zorgt behalve voor vlammende hartstocht voor bepaalde schrijvers, soms ook voor afkeer. Een boek van Orhan Pamuk bezorgt haar een ‘verveling tot in mijn diepste vezels’. Durf het maar te zeggen.

Even verfrissend voor wie zich wel eens op een academische manier met literatuur heeft beziggehouden, is Batumans tirade tegen creative writing, dat op geen enkel curriculum mag ontbreken. ‘Alles wat ze te bieden hebben zijn negatieve stellingen: show, don’t tell, of kill your darlings, of schrap elk overbodig woord. Alsof schrijven een kwestie is van het afleren van slechte gewoontes, het weglaten van overbodige woorden.’

De darlings die Batuman niet killde in The Possessed maken de kern uit van dat ‘gekke en ongewoon diepzinnige boekje’, zoals de NYT omschrijft. ‘Behalve over haar favoriete Russische auteurs gaat het over een miljoen andere zaken: school, literaire theorie, vertalingen, biografieën, liefdesrelaties, de totstandkoming van King Kong, het werk aan een backpackersreisgids, liedjes van The Smiths en het kiezen van de juiste watermeloen in Oezbekistan.’ Dat laatste verwijst naar een niet gering wapenfeit van de schrijfster, die naar de Oezbeekse stad Samarkand afreisde om Oezbeeks te leren. In het verhaal ‘Summer in Samarkand’ vraagt zij zich af wat het met haar doet dat zij nu weet dat het oud-Oezbeeks honderd woorden heeft voor huilen.

Haar eigen New Yorker plaatste een voorpublicatie uit The Idiot en een vraaggesprek met de auteur. Vraag: Hoeveel van de extreem pretentieuze taal die Selins Harvard-professoren in de mond wordt gelegd, is realistisch, en wat is satire? Antwoord: ‘Het is mijn personage dat met een kracht die sterker is dan zijzelf geneigd is tot een absurdistische interpretatie. Haar weergave van wat de professoren zeggen is niet onzuiver, maar zij benadrukt ontegenzeggelijk het bizarre ervan. Ik denk dat er altijd een bizarre kant is die je kunt benadrukken. In die zin is het portret van de professoren zowel satirisch als waarheidsgetrouw. (…) The Idiot is een tekst die ik heb geschreven in mijn studiejaren, maar pas heb opgepakt toen ik een leeftijd had waarop ik me meer kon identificeren met de docenten dan met de studenten. Ik voel een diepe sympathie voor de docenten die ik op Harvard heb gehad. Ik hoop dat de satire in mijn boek vooral wordt opgevat als een commentaar op het epistemologische gat tussen eerstejaarsstudenten en docenten, dan als een portret van de docenten. Dat gat kan zo groot zijn dat het een mirakel van geduld en precisiewerk is dat we überhaupt ooit iets leren.’

 © Baunetz
© Baunetz

ARCHITECTUUR – Gebruiksarchitectuur

Arno Brandlhuber spreekt in Bozar in Brussel

Arno Brandlhuber is een Duitse architect met even iconoclastische neigingen als Rem Koolhaas. Hij bepleit bijvoorbeeld dat alle bestaande gebouwen in Berlijn worden verhoogd met één verdieping, waarin penthouses moeten komen. Eenzelfde aantal vierkante meters op een lager gelegen verdieping moet dan voor sociale huur beschikbaar komen. Brandlhubers uitgesproken meningen doen het altijd goed in de pers. ‘Ik weiger ruimtes te definiëren. Of iets een woon- of een werkruimte is, laat ik in het midden.’ En ‘Grijs is een warme kleur’, zoals hij tegen de Welt am Sonntag zei, bij de oplevering van zijn spraakmakende Antivilla aan het Krampnitzmeer, tussen Berlijn en Potsdam.

Des te opvallender is dat gebouw, aangezien de omgeving een soort ‘pretpark van historische gebouwen’ is, volgens The New York Times. Naast al die historische architectuur, schrijft Gisela Williams, ‘kan de aanblik van Brandlhubers bunkerachtige villa (…) méér zijn dan een schok, een overval. Te midden van ongecompliceerde fraaiheid staat deze vijfhonderd vierkante meter in ruw beton gegoten grijze kubus. Zijn aanwezigheid is tegelijkertijd een afstraffing van de burgerlijke pretenties van de omgeving als een verwijzing naar de recente totalitaire geschiedenis ervan.’ De Süddeutsche Zeitung wil haar vingers er liever niet aan branden. ‘Voor de een is de Antivilla alleen maar bijzonder lelijk, voor de ander is het nu al een van de belangrijkste “gedachtevormen” van deze eeuw’, schrijft de krant prudent.

© Baunetz
© Baunetz

Misschien is Brandlhuber in zijn land boven iedere kritiek verheven. Misschien vreest men hem. Het is in elk geval opvallend dat het als nieuws werd gebracht toen hij zich in Berlijn vestigde en verklaarde: ‘Ik ben hier zonder politieke bedoelingen gekomen.’ Alsof hij aan het begin van een western te paard de Brunnenstraße binnenrijdt en je al weet dat die vreedzame woorden alleen maar een voorteken zijn dat er toch een paar koppen gaan rollen. De Brunnenstraße is heilige Berlijnse grond: de Muur liep er dwars doorheen. Ook hier heeft hij de betonwagen laten aanrukken, en op de plaats van een afbraakpand een eigen bouwsel hineinbetoniert, waar hij woont en werkt als hij niet in de Antivilla of op reis is.

Arno Brandlhuber geldt inmiddels als ‘een van de belangrijkste critici van de Berlijnse stadsontwikkeling. Ingewijden noemen hem de ‘politieke architect des vaderlands’ . In samenwerking met enkele stadsplanologen heeft Brandlhuber vorig jaar het omvangrijke boek The Dialogic City – Berlin wird Berlin uitgebracht, ‘een pleidooi voor een stedenbouw die slechts voor een klein deel esthetisch gemotiveerd is, maar vooral uitgaat van gebruiksvragen. Het gaat hem in de eerste plaats om het behoud van bestaande stadsstructuren, waarmee het verschil in sociale, religieuze en etnische milieus verbonden is.’

Over The Dialogic City zal ook Brandlhubers voordracht gaan op 7 maart in het Brusselse Bozar. Maar de kern van zijn betoog zal zijn de verhouding tussen wet en architectuur. Brandlhuber heeft een langlopend project in het leven geroepen, Legislating Architecture, waarmee hij als architect invloed wil uitoefenen op grondpolitiek en woningbeleid in Berlijn en elders. Dat hij ‘zonder politieke bedoelingen’ in de Duitse hoofdstad arriveerde, was toch echt een witz.

7 maart, Bozar, Brussel

unnamed 5

360 Top-5 non-fictie

Deze vertaalde non-fictieboeken werden de afgelopen weken het 
best verkocht bij Athenaeum Boekhandel in Amsterdam.

Ben Judah: 
Dit is Londen
Neem Londen en je kent de wereld. Ben Judah sprak met zwervers en zakenmannen, prinsessen en politiemannen, en zag hoe parallelle samenlevingen opkomen. ‘Londen is in het Westen echt de hoofdstad van het kapitalisme, met een gigantische kloof tussen het grootkapitaal en bittere armoede,’ zegt hij.

Yael Adler: 
De huid
De Duitse huidspecialist Yael Adler 
(1973) schreef De huid. Gezondheid, schoonheid en verzorging. Veelomvattend, praktisch en wetenschappelijk onderbouwd, over ons grootste orgaan (20 kilo). Opvallendste tips voor een mooie huid: niet smeren, niet zonnen, wel seks hebben.

Ari Turunen: Weet je wel wie ik ben?
De Finse socioloog Ari Turunen (1966) specialiseerde zich in menselijke gewoontes en schreef nu een geschiedenis van de arrogantie, Weet je wel wie ik ben? Geestig en ongemakkelijk. ‘De geschiedenis wijst uit dat arrogantie nooit iets anders heeft voortgebracht dan oorlogen, catastrofes, haat en een ongelooflijke hoeveelheid mislukkingen.’

Jan-Werner Müller: 
Wat is populisme?
Het beste boek op dit moment over een beweging die democratieën overal ter wereld bepaalt, is Wat is populisme? De Duitse politicoloog Jan-Werner Müller (1970) vraagt zich af: is het een bedreiging of een zegen? Wat is het verschil tussen links en rechts populisme? Wie is het volk?

Yuval Noah Harari: 
Homo Deus
De Israëlische historicus Yuval Noah Harari (1976) schreef met Sapiens een inzichtrijke geschiedenis van de mens, en zet met Homo Deus. Een kleine geschiedenis van de toekomst een nieuwe, indrukwekkende stap. Over technologie, de invloed op lichaam, geest en samenleving.

Auteur: Pieter van den Blink


Deel dit artikel


Recent verschenen