gerecenseerd


360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

Adolf Eichmann in een Israëlische gevangenis voorafgaand aan zijn proces in 1961. – © Getty Images
Adolf Eichmann in een Israëlische gevangenis voorafgaand aan zijn proces in 1961. – © Getty Images

LITERATUUR –Tegen de 
trivialisering 
van het denken

Glanzend nieuw boek van filosofe Bettina Stangneth

‘Sinds Hannah Arendt heeft niemand zich zo met Eichmann beziggehouden als Bettina Stangneth’, schrijft Der Tagesspiegel. Het is inmiddels zes jaar geleden dat Stangneths vorige boek, Eichmann voor Jeruzalem, een welhaast copernicaanse wending veroorzaakte in het Duitse debat over Adolf Eichmann. Voor de jongste lezers onder ons: Adolf Eichmann was Hitlers man voor de deportatie en het vermoorden van de joden. Na de oorlog verdween hij naar Argentinië, totdat de Israëlische geheime dienst hem opspoorde en meenam. Zijn proces in Jeruzalem is bepalend geweest voor het beeld van de Holocaust bij latere generaties. Eichmann ontkende niets, maar beriep zich steeds op de bevelen die hij van hogerhand had gekregen. In 1962 werd hij ter dood veroordeeld en opgehangen. De filosofe Hannah Arendt muntte in haar boek Eichmann in Jeruzalem de term ‘banaliteit van het kwaad’ voor Eichmanns houding van befehl ist befehl. Zo werd de grijze Eichmann een symbool voor het naziapparaat van ijverige bureaucraten die niet nadachten over de morele betekenis van hun eigen handelen.

Bettina Stangneth (1966), die met haar titel dus al nadrukkelijk naar die van Ahrendt verwees, kwam niet alleen met bewijs dat Eichmann na de oorlog bescherming had genoten van een groot netwerk sympathisanten en dat de Duitse justitie – al sinds medio jaren vijftig op de hoogte van zijn verblijfplaats – nooit haast had gemaakt met zijn vervolging. De grootste dreun van haar boek was de overtuigende argumentatie dat Eichmann helemaal geen hersenloze uitvoerder was geweest, maar een intelligente fanaticus. Ze baseerde zich overigens voor een groot deel op de interviews die de Nederlandse nazi Willem Sassen in Buenos Aires met Eichmann heeft gehad. Eichmann en Sassen troffen elkaar in een bierhal in Buenos Aires, waar ook kampbeul Josef Mengele weleens aanschoof. Onbeantwoord bleef de vraag waarom geen Nederlandse wetenschapper zich ooit had verdiept in de Zuid-Amerikaanse lotgevallen van Sassen, al vóór de oorlog een bekende nazi in Geertruidenberg.

Vijftig jaar na het proces in Jeruzalem zette Stangneth het debat over de Tweede Wereldoorlog opnieuw op scherp. Tot in The New York Times aan toe verschenen polemieken over haar boek. ‘Wie staat hier terecht, Adolf Eichmann of Hannah Arendt?’ vroeg Seyla Benhabib zich af, in die krant. In Duitsland schreef Die Welt: ‘Misschien bestaat de banaliteit van het kwaad wel, maar dankzij Stangneth weten we nu dat Adolf Eichmann er in elk geval geen voorbeeld van was.’

‘… een filosofe in de oude zin des woords, van filosofie die de wereld en het menselijk handelen wil verklaren, in plaats van elegante onzin in talkshows te verkondigen’

En nu is er Böses Denken, het nieuwe boek van Stangneth, door René van Veen vertaald voor Atlas Contact als Het kwade denken. In dit ‘furieus geschreven’ boek, aldus de Frankfurter Allgemeine Zeitung, gaat Stangneth opnieuw in op de zaak-Eichmann, maar zij ‘trekt de lijn van de nationaal-socialistische misdadigers door naar de radicalisering van jihadisten en haatverspreiders op internet’. Daarbij ‘trekt zij ten strijde’ (FAZ) tegen degenen die zichzelf ‘immuun maken’ tegen iedere morele overweging.

En zulke denkers ziet zij ook in de wetenschap. Stangneth schetst een drietrapsraket: van het koketteren met een zogenaamd volstrekt neutrale zienswijze op onverdraaglijke feiten die niet hadden mogen bestaan, via het idee dat de theorie het wel zonder ethiek af kan, tot aan een werkelijk doelbewuste cultivering van het slechte. ‘Het boek is glanzend geschreven en provoceert zowel met humor als met ernst. (…) Het dwingt filosofen en niet-filosofen in gelijke mate tot een blik in de afgrond die we met het begrip “Verlichting” hebben willen overbruggen. (…) En als Stangneths grote morele gebaar ons niet overtuigt, welke alternatieven hebben we dan?’

Die Welt noemt Stangneth ‘een filosofe in de oude zin des woords, van filosofie die de wereld en het menselijk handelen wil verklaren, in plaats van elegante onzin in talkshows te verkondigen’. Sterker nog, Stangneth rekent dergelijke ‘trivialisering van het denken’ juist tot dat ‘kwade’ waar haar boek over gaat. Dat is méér dan een sneer naar mediageile denkers; in de context van het Duitse debat heeft alles altijd betekenis, als het over het begrijpen van het kwaad gaat. In dit verband gaat het om het risico dat de schuld van de Holocaust schijnbaar verminderd zou worden naarmate we het kwaad meer als iets algemeen menselijks gaan zien, als iets wat we allemaal wel een beetje in ons hebben. Dat mag nooit gebeuren, is Stangneths devies, en Alan Posener, de gezaghebbende Brits-Duitse recensent, sluit zich daarbij aan. Hij noemt aan het eind van zijn stuk in Die Welt Stangneths boek ‘wellicht het belangrijkste van het jaar’. ‘Het is een uitnodiging om te denken, om consequent te denken, wat heet: om te denken met consequenties.’

hh 47714330

LITERATUUR – Woede is overal

Pankaj Mishra verbloemt zijn 
onheilsboodschap niet

‘Terwijl we de slaap nog uit onze ogen wrijven bij de aanblik van dit nieuwe jaar, is hier een man met een heel nieuw middeltje tegen de kater: een trap in je ballen zo hard dat je maag ervan omdraait. Pankaj Mishra heeft stalen neuzen in zijn schoenen, en hij kan er zeker van zijn dat hij een van de meest geciteerde en gekritiseerde publieke intellectuelen van 2017 zal zijn’, zo begint Christopher de Bellaigue zijn bespreking van Mishra’s Age of Anger in Financial Times. De 
vertaling, Tijd van woede: een geschiedenis van het heden, verschijnt binnenkort (van de hand van Toon 
Dohmen, voor Atlas Contact). De Bellaigue weet 
ook al hoe de reacties op Mishra zullen klinken: 
‘Hij zal een doemdenker worden genoemd, een 
pessimist en een saboteur. Want de boodschap van zijn nieuwe boek is verre van geruststellend voor de miljoenen humeurigen die de jaarwisseling hebben gevierd met een voorzichtig durven hopen dat 2017 “beter” zal zijn dan 2016 – dat wil zeggen minder gedrenkt in vitriool, moedwil en verachting voor 
de verworvenheden van onze liberale geschiedenis dan zijn door Brexit, Trump en Assad besmeurde voorganger. Tijd van woede lezen betekent dat je zult beseffen dat de wereld nog veel dieper verdeeld en wanordelijker gaat worden – en terecht.’

De meeste recensies van Mishra tot nu toe (de Engelse tekst 
is pas net verschenen; een longread van Mishra met dezelfde strekking als zijn boek verscheen de dag voor Trumps inauguratie op de site van 
The Guardian) volgen dezelfde lijn als die van De Bellaigue: na het erkennen van de kracht en de 
pertinentie van Mishra’s argumentatie gaan ze 
op zoek naar elke denkbare mogelijkheid om zijn onheilsboodschap te ontkrachten, om zo de ondraaglijke betekenis ervan misschien te relativeren.

Recensenten gaan op zoek naar elke denkbare mogelijkheid om zijn onheilsboodschap te ontkrachten, om zo de ondraaglijke betekenis ervan misschien te relativeren

‘Het is één ding’, schrijft De Bellaigue bijvoorbeeld, ‘om ons het onbeschrijflijke geweld onder 
de neus te wrijven dat sinds het begin van de moderniteit in de geschiedenis van het Westen aanwezig is geweest; (…) om te stellen, zoals Mishra doet, dat bloedbaden en oproer de grondbeginselen vormen van de westerse modernisering, is iets anders.’ Nick Fraser doet hetzelfde in The Guardian: ‘Het liberale gedachtegoed heeft ons door de 
afgelopen eeuw, met zijn vreselijke oorlogen, heen geholpen en hele bevolkingen verrijkt op een manier die Mishra niet wil erkennen. De Verlichting van het Westen was echt niet zo vernederend of belachelijk. Als het zo idioot was als Mishra concludeert, was het al veel eerder ten onder gegaan.’ En professor Jonathan Steinberg in The Spectator lijkt de pijn van Mishra’s keiharde boodschap te willen verzachten door op te merken: ‘Het grootste deel van het boek gaat over het verleden, niet over het heden.’ Terwijl het juist de verbintenis van het heden met dat verleden is die Tijd van woede zo 
benadrukt.

Maar de recensenten moeten het toch weer met Mishra eens zijn in diens analyse van de woede. De Bellaigue: ‘Commentatoren hebben de wereldwijde uitingen van onvrede die we nu meemaken 
onvoorstelbaar en zonder precedent genoemd, en afwisselend de economie, de media, het Kremlin en het nepnieuws als oorzaak aangewezen. Maar Mishra stelt dat de tijd van woede wordt bepaald door een type dat we maar al te goed kennen uit 
het verleden: de jongeman die vervreemd is geraakt van de beloftevolle toekomst, die er niet tegen kan dat hij de rijpe vruchten van de moderniteit niet kan plukken, en daarop reageert met afgunst jegens diegenen die op de een of andere manier 
een voorsprong op hem hebben genomen of van wie hij denkt dat ze een spaak in zijn wiel hebben gestoken. Die grijpt terug op zijn eigen, oorspronkelijke cultuur.’

Jonathan Steinberg concludeert in The Spectator: ‘Pankaj Mishra’s boek toont met goede onderbouwing de invloed aan die bepaalde antirationele en anticommerciële ideeën op onze wereld hebben gehad. Critici van het burgerlijke liberalisme hebben dat al eerder benadrukt, maar Mishra laat ons zien hoe die ideeën nu viral gegaan zijn, en wat dat voor elk van ons betekent.’

Auteur: Pieter van den Blink


Deel dit artikel


Recent verschenen