De avocado is hét lievelingsvoedsel van dit moment, geliefd om zijn gezonde vetten bij vegetariërs en andere bewuste eters. Maar de massale consumptie van avocado’s is desastreus voor het milieu.
Elke tijd heeft zijn eigen lievelingsvoedsel. In de vijftiger jaren, in Duitsland het decennium van de geforceerde vrolijkheid, troonde op de toetjes, op de punchtaarten en de kaashapjes een cocktailkers, een van kleur- en smaakstoffen doordrenkte vrucht. In de jaren zeventig ontdekten de Duitsers de buitenwereld en de spaghetti. In de jaren tachtig werd de gerookte zalm een massaproduct, wat perfect paste in het neoliberale tijdperk, toen rijkdom voor iedereen – nou ja, voor velen – binnen handbereik leek.
Wat is tegenwoordig het lievelingsvoedsel? Daarop zijn natuurlijk meerdere antwoorden mogelijk. Een daarvan luidt: de avocado. Dat is vooral omdat de avocado niet van een dier komt. De avocado behoort tot de belangrijkste ingrediënten van de veganistische keuken met haar uitgesproken gevoeligheid ten aanzien van dieren en natuur. De avocado kan namelijk de problematische ingrediënten boter en eieren vervangen. Er zijn nu kookboeken met titels als Mijn recepten voor een betere wereld [een vertaling van The Kind Diet van Alicia Silverstone] en bakrecepten die aanbevolen worden met de oproep ‘Geniet van de klassieke taarten en cakes zonder spijt of slecht geweten’. De avocado is de vrucht van de wereldverbeteraars, ook geliefd bij velen die geen veganist zijn, maar af en toe het gevoel willen hebben in harmonie te zijn met de wereld en met zichzelf.

Zo komt het dat de avocado figureert als de grote ster in kooktijdschriften en op kookblogs; dat hij op het sociale netwerk Pinterest het meest geliefde voedsel van 2015 was, en dat er intussen in Duitsland waarschijnlijk geen Fair Trade-cafetaria meer bestaat zonder avocadotoast op de kaart. In 2010 werd in Duitsland 28.000 ton avocado’s geïmporteerd, in 2015 was dat 45.000 ton. In de winter komen ze uit Brazilië, Chili en Spanje, in de zomer uit Zuid-Afrika en Peru. De vrucht is net zo vanzelfsprekend geworden als een aardappel.
De avocado geldt – en dat is de belangrijkste reden voor zijn succes – als ongelooflijk gezond, een superfood, net als chiazaad, quinoa, goji- en acaibessen. Superfoods zouden super zijn voor het hart en de bloedsomloop en werken tegen kanker en rimpels, reden waarom sommige zelfs in de vorm van capsules te koop zijn bij drogisterijketens. Met het begrip superfood wordt vooral een gevoel verkocht: het gevoel dat met deze voedingsmiddelen van ergens ver weg de oorspronkelijkheid teruggebracht zou worden in de westerse industriële samenleving, de natuurlijkheid en de gezondheid die tegenwoordig niet meer als voorwaarden voor een goed leven worden beschouwd, maar blijkbaar als een waarde op zich.
De avocado, misschien wel het meest geliefde superfood, is inderdaad heel gezond. Hij bevat zoveel onverzadigde vetzuren, vitamines en mineralen dat het lijkt of hij de mens van al zijn kwalen wil genezen. Hoewel hij romig is als een volle pudding, maakt hij niet dik. Diëtistisch is hij zo onschuldig als een blaadje sla. Tot zover de avocadofantasie.
Zuid-Afrika
Vlieg je vanuit Duitsland elf uur in zuidelijke richting naar Johannesburg, en van daar verder, een stukje naar het noorden, naar Polokwane in de Zuid-Afrikaanse provincie Limpopo, dan zie je de andere kant van het avocadoverhaal.
De wegen zijn stoffig, de kuilen zo diep en talrijk dat je ertussendoor moet slalommen. Maar opeens verandert het landschap. Geen schraal struikgewas meer, geen dood gras en geen golfplaathutten van de Zoeloes, geen overreden honden meer langs de weg, in plaats daarvan avocadobomen zo ver het oog reikt. Allemaal even groot, net twee meter, de bladeren verzadigd donkergroen, alsof ze onkwetsbaar zijn voor stof en droogte.
Kilometers ver moet je rijden om het centrum van het avocadorijk te bereiken. In de buurt van een oord dat Mooketsi heet woont in een bungalow de koning, Tommie van Zyl. Hij is de eigenaar van farm ZZ2, die behoort tot de grootste avocadoleveranciers van Europa. Tommie van Zyl is een grote, stevige man van 57 jaar in kaki broek en gestreken overhemd. Als hij het vertrek betreedt, zwijgt zijn personeel. Spreekt hij, dan kijken ze hem dienstvaardig aan. Aan de wanden van het kantoor hangen stillevens in olieverf, voornamelijk van avocado’s, die zijn dochters hebben geschilderd, met niet heel vaste hand, maar als Van Zyl ze aan de gast toont, knikken de medewerkers waarderend.
Hoe is het hem gelukt om dit stukje aarde zulke grote hoeveelheden van een zo weelderige vrucht af te dwingen?
Toen Van Zyls grootvader in het begin van de twintigste eeuw de boerderij begon, verbouwde hij aardappelen voor de lokale markt. ‘ZZ2’ was het registratienummer dat hem door de autoriteiten werd toebedeeld. Van Zyls vader zag in zijn jonge jaren in dat tomaten lucratiever waren dan aardappelen. Op de aardappeloogst moet je maandenlang wachten, tomaten groeien snel en kunnen het hele jaar door aangeplant worden. In 1953 haalde zijn vader de eerste oogst binnen. Toen hij in 2005 stierf liet hij zijn erfgenaam de grootste tomatenkwekerij van het zuidelijk halfrond na.
Tommie van Zyl vroeg zich af wat hij nog meer verbouwen kon. De markt voor tomaten was verzadigd. Maar verder weg, in Europa, leken de mensen avocado’s lekker te vinden. ZZ2 moest groeien, en Tommie van Zyl zag een kans.
De avocado is de vrucht van de rijke boeren
Maar avocado’s kweken is niet gemakkelijk. Het is zelfs heel gecompliceerd. Avocado’s verlangen van de kweker aandacht, intelligentie en kapitaal. Tommie van Zyl was er klaar voor.
Om te beginnen groeit een avocadoboom niet zomaar. ZZ2 had land genoeg, maar het ontbrak aan bomen. Daarom is er bij ZZ2 sinds enige tijd een boomkwekerij.
De scheuten ontstaan doordat men ze in een pikdonkere ruimte laat geloven dat ze wortels zijn die zich onderaards uitbreiden. Een van de kwekers heeft de taak om met een zaklamp in deze donkere ruimte de scheuten uit te kiezen die klaar zijn voor de volgende stap. In een andere ruimte, die in zachtgroen licht baadt, zodat de schok voor het plantje niet te groot is, worden met een wattenstaafje hormonen aangebracht. Met een scheermesje schaaft de tuinier iets van de bleke huid af en stipt het aan opdat het boompje groot en sterk wordt. Dan brengt hij het in een van de broeikassen. Belangrijk is dat de kweker, voor hij de deur doorgaat, in een desinfecteerbad stapt. Hij mag met zijn schoenen geen ziekteverwekkers in de avocadokraamkamer binnenbrengen.
Omdat de wortels van de avocadoboom heel kwetsbaar zijn, wordt de scheut op die van een andere, gewonere plant, bijvoorbeeld van een appelboom, geënt.
Is het gelukt een boom te kweken en wil je die in de grond planten, dan moet je erop letten dat de bodem vrij van stenen is. Een avocadoboom stoort zich aan stenen in de bodem zoals de prinses aan de erwt. Met zware apparatuur wordt de aarde gezeefd. Als de stam uitgegroeid is, moet hij met een zonwerende verf worden bestreken. De avocadoboom kan niet tegen te veel zon.
Tommie van Zyl draagt zijn zoon Bertie op de gast over de landerijen te rijden. Bertie, begin dertig, een agronoom die in Amerika is afgestudeerd, heeft een nieuwe auto, een reusachtige witte pick-up in luxe-uitvoering. Nog niet zo lang geleden heeft zijn vader hem tot ‘Head of Avocados’ benoemd. Niet alleen zijn avocado’s Berties passie, deze beslissing van de baas was ook een teken aan de wand: avocado’s zijn de toekomst van de onderneming. Tot dusver maakten tomaten 70 procent van de omzet uit en avocado’s 30 procent. In de komende jaren moet die verhouding verschuiven in de richting van 50/50, minstens.
De pick-up rijdt door dunbevolkt land, passeert een paar Zoeloes die langs de weg lopen. Algauw gaat het zo steil bergopwaarts dat de auto bijna rechtop staat. Van bovenaf hebben we een uitzicht over het dal en de aangrenzende hellingen. De aarde is vers omgewoeld. Hier moeten nieuwe avocadobossen ontstaan.
Deze bossen worden als volgt aangelegd: de aarde wordt in kaarsrechte lijnen opgeschud, op regelmatige afstanden worden er stokken in gestoken, aan elke stok komt een boompje. Dan kunnen de planten aangesloten worden op een bewateringssysteem dat met een iPad kan worden bediend. De bomen moeten als soldaten in het gelid staan, zegt Bertie.
Duidelijker kun je niet gedemonstreerd krijgen dat het avocadobedrijf een hightechbranche is geworden. Een branche die mijlenver verwijderd is van de natuurlijkheid en duurzaamheid waar de avocado voor staat, en ook van de kleinschalige regionale landbouw waar men zo graag de lof van zingt. De avocado is de vrucht van de rijke boeren. Dat er überhaupt zo veel avocado’s naar Europa worden geëxporteerd is alleen mogelijk doordat in de Zuid-Afrikaanse landbouw onder zeer ongelijke condities wordt geproduceerd. Slechts enkele bedrijven – de meeste in het bezit van blanke Afrikaners – worden steeds groter, zoals de ZZ2-farm. Zij kunnen investeren, de natuur onderzoeken en begrijpen. Veel kleine bedrijfjes, van zwarten, leggen het loodje.
Delen van de bevolking leven zonder stromend water omdat de regering niet doet wat Tommie van Zyl voor zijn avocado’s doet
Een kilogram tomaten heeft gemiddeld genoeg aan ongeveer 180 liter water. Een kilogram sla aan ongeveer 130 liter. Een kilogram avocado’s verbruikt 1000 liter. Dat betekent: 1000 liter water voor tweeënhalve avocado. En er is weinig water in Limpopo. Sinds vier jaar is er zelfs minder dan ooit. Het fenomeen El Niño, versterkt door de klimaatverandering, brengt hitte en droogte.
Als gevolg van El Niño verdorstten in het afgelopen jaar duizenden runderen in Zuid-Afrika. De oogsten vielen zo enorm tegen dat het land een basaal voedingsmiddel als mais, dat het vroeger exporteerde, nu moet importeren. Delen van de bevolking leven zonder stromend water omdat de regering niet doet wat Tommie van Zyl voor zijn avocado’s doet: hij heeft een dertig kilometer lange pijplijn aangelegd die het water uit de bergen naar het dal brengt.
De vraag die als een donkere wolk boven de avocadobusiness hangt, luidt: wanneer zullen de gebruikers in de westerse industrielanden merken dat ze een ecologisch hoogst dubieuze vrucht tot symbool van bewuste voeding hebben gemaakt? Wanneer zullen ze zich van de avocado afkeren?
Het water is niet het enige probleem. Er is ook de weg die de vrucht aflegt voordat hij in een Duitse supermarkt verkocht wordt. Een ZZ2-avocado rijdt van haar geboortegrond in het noorden van het land met de vrachtwagen naar Durban aan de kust in het zuidoosten. Dan wordt hij op een schip geladen dat hem naar Rotterdam brengt. De overtocht duurt 26 dagen. Gedurende die hele reis ligt de avocado bij een comfortabele 6 graden in een van stroom voorziene container waarin naast de temperatuur ook de luchtvochtigheid en het CO2-gehalte gecontroleerd worden – een energievretend transport.
De vraag is hoe dit misverstand kon ontstaan.
Slagroom
Wanneer de omslag kwam is niet meer precies te zeggen. In haar boek The Queen of Fats beweert auteur Susan Allport dat het in het jaar 2003 was. Nadat men decennialang had geloofd dat je om slank en gezond te zijn weinig vet moest eten, meende men nu dat je vooral van koolhydraten moest afzien. Opeens waren vetten gezond, koolhydraten werden verantwoordelijk gesteld voor de epidemie van overgewicht. Het tijdperk van vetarm was voorbij, de lightproducten die de levensmiddelenindustrie lang goede winsten hadden opgeleverd verdwenen uit de schappen van de supermarkt. De vrucht met een vetgehalte als slagroom kon aan haar opmars beginnen.
Steeds opnieuw zijn het de op gezondheidsadviezen berustende voedingstrends die de markt aanzwengelen. En elke revolutie voedt de hoop op een volgende.
Ja, superfoods als de avocado zijn bijzonder goed voor de gezondheid. Maar wie graag avocado eet, zal daarom nog niet voor ernstige ziekten gespaard blijven. Het begrip superfood verdoezelt het feit dat er eigenlijk geen fruit en geen groente is die geen positieve werking op het menselijk lichaam heeft. Ook inheemse appels en bijvoorbeeld rode biet zijn voortreffelijke leveranciers van vitaminen en mineralen.
Maar bij het eten gaat het om veel meer dan alleen om het voorzien in wat het lichaam nodig heeft. De keuze van voedingsmiddelen diende altijd al eveneens om zich te onderscheiden. In de middeleeuwen at de adel niets wat uit de aarde kwam, maar wel boomvruchten en zangvogels. Tegenwoordig, in een vergevorderd stadium van globalisering, gaat het om het exotische, en om het behoren tot de avant-garde, die haar wereldwijsheid demonstreert door gojibessen uit Tibet (‘50 gram is voldoende om je ijzerbehoefte te dekken’) door haar muesli te mengen, of muffins te bakken met Peruaans macapoeder (‘sporters gebruiken maca om hun prestaties te verbeteren, terwijl slimmeriken van maca houden omdat het de geest scherp houdt’).
Dat in de afgelopen jaren steeds meer schapruimte voor de avocado werd ingeruimd, heeft ook te maken met wat er gebeurt in een geheimzinnig gebouw met donkere gevels dat als een reusachtige architectenvilla oprijst tussen de voortuintjes en de kleine kassen in Maasdijk, in de buurt van Rotterdam. Hier is Nature’s Pride gevestigd, een van de grootste importeurs van exotisch fruit en groenten in Europa.
Hier groeide de avocado uit tot wat hij nu is.

Een avocado kan niet rijpen aan de boom. Tot hij geoogst wordt, is hij keihard, reden ook waarom geen schadelijk insect zich ervoor interesseert en pesticiden nauwelijks nodig zijn. Een voordeel dat tegelijk lange tijd een nadeel was. De avocado-eters van voorgaande generaties herinneren zich de hardheid van de vrucht nog wel: je kocht de avocado en moest dan twee of drie dagen, of zelfs een week wachten tot hij eetbaar was. Als je een avocado wilde eten moest je dat eigenlijk op de kalender inplannen.
Was dat zo gebleven, dan was de avocado nu nog de ongenaakbare exotische vrucht die hij toen was. Maar hier, bij Nature’s Pride, veranderde men hem in een fastfood, een soort voedsel zo praktisch als een broodje kaas.
Als de avocado na zijn bijna vier weken durende reis uit Afrika in de haven van Rotterdam aankomt, wordt hij overgeladen in een vrachtwagen die hem naar Maasdijk, dertig kilometer verderop, vervoert. De vrachtwagen rijdt achteruit naar een van de laadplatformen van Nature’s Pride. Daar neemt de ripening master, de rijpmeester, de avocado’s in ontvangst, die op dat moment nog zo hard als kokosnoten zijn. De meester pakt een avocado en snijdt hem met een klein mesje doormidden. Het gaat om de huid die om de ronde pit groeit: afhankelijk van hoe dik die is, moet de avocado kortere of langere tijd de rijpkamer in.
De rijpkamer is een onopvallende opslagruimte achter een metalen rolluik. Daarin staan de avocadokisten drie meter hoog opgestapeld. Achterin is een soort windmachine ingebouwd. Die verdeelt het gas ethen gelijkmatig door de ruimte. Ethen is een grondstof van veel bestrijdingsmiddelen en werd vroeger voor narcoses gebruikt. Voor Nature’s Pride is ethen niet minder dan een godsgeschenk. Eindelijk had men een mogelijkheid gevonden om de avocado te rijpen tot het punt waarop de koper van alle zorg bevrijd is. Het gas is in geringe hoeveelheden volkomen onschadelijk. Het is wat uit een banaan komt als die rijpt – iedere huisvrouw weet dat je bananen gescheiden van andere vruchten en groenten moet bewaren.
Zes dagen lang blijft de avocado gemiddeld in de kamer. De temperatuur beweegt zich tussen 6 en 25 graden, volgens berekeningen die Nature’s Pride niet vrijgeeft. De rijpmeester zegt dat de variërende opslagtemperatuur berust op onderzoek en ervaring, maar er komt ook feeling aan te pas. Er vindt een soort stille communicatie met de avocado plaats. Zijn beroep is vergelijkbaar met dat van een affineur of kaasmaker, die de kaas beklopt, eraan ruikt, erop drukt en op die manier met de kaas communiceert over de vraag wanneer de smaak zich optimaal heeft ontwikkeld.
Voor de handelaars is het belangrijk dat de groenige niet met de zwart-bruine avocado’s in één kist liggen, want de ervaring leert dat de consument alleen die groenten en fruit vertrouwt die er als gekloond uitzien
Als de rijpingstijd voorbij is, wordt met ultrasonore trillingen onderzocht of de avocado’s, ondanks alle voorzichtigheid, vanbinnen geen donkere vlekken hebben. Ten slotte worden de avocado’s automatisch op kleur gesorteerd. Voor de handelaars is het belangrijk dat de groenige niet met de zwart-bruine avocado’s in één kist liggen, want de ervaring leert dat de consument alleen die groenten en fruit vertrouwt die er als gekloond uitzien. Als de avocado’s alle tests hebben doorstaan, worden ze door de meestal Poolse arbeiders van de lopende band geraapt en in kisten gesorteerd. Een arbeider kan er 52 per minuut pakken en hij werkt acht uur per dag. De avocado’s moeten allemaal in dezelfde hoek, een beetje schuin, met het smalle uiteinde naar boven, in de kist liggen – keurig in het gelid, zoals de Zuid-Afrikaanse bomen. Dan plakt een andere arbeider een sticker op de donkere schil van de avocado’s, waarop de koning der vruchten een laatste bevel uitvaardigt: ‘Eet mij, ik ben rijp!’ staat erop.
Sinds Nature’s Pride zijn rijpkamers heeft, zijn de omzetten geëxplodeerd. Op de Duitse markt werd in 2015 bijna een derde meer avocado’s verkocht dan het jaar ervoor. Daarmee is de avocado de mango en de papaja ver voorbijgestreefd.

Enige tijd geleden gaf Nature’s Pride een bekroond architectenbureau uit Amsterdam de opdracht voor een nieuw gebouw voor de onderneming. Het gebouw, in gedekte kleuren, met minimalistisch gewelfde gevels, is energieneutraal. Het spoelwater van de toiletten wordt uit regenwater gewonnen, zo staat op kleine bordjes die naast de wc’s in huis zijn aangebracht. Op het grote platte dak slaan zonnecellen het zonlicht op. Tussen de perken lavendel heeft de firma een vlindertuin aangelegd die beschikbaar is voor wetenschappelijk onderzoek. Vlak daarnaast staan elektrische Tesla’s geparkeerd, die een vermogen kosten.
De zorg om het milieu, zo kan hier worden vastgesteld, is vooral een statussymbool in bepaalde kringen. Bescherming van het milieu is niet meer dan een gebaar, een verhaal dat men zichzelf vertelt en waarvan het werkelijkheidsgehalte helemaal niet meer wordt onderzocht.
Wat de avocado werkelijk te vertellen heeft, is een nuchter, ook wat deprimerend inzicht: als het echt ernst was met de milieuvriendelijke keuken, dan zou men van een vrucht als de avocado moeten afzien. Zelfs een biologische avocado is een van ver gekomen, mateloze drinkster. In plaats van exotische vruchten te eten zou men de armeluiskeuken opnieuw moeten ontdekken. Witte kool, raapstelen. We zouden eraan moeten wennen dat supermarktmedewerkers op de vraag naar tomaten antwoorden: ‘Hebben we niet, buiten het seizoen. Over twee maanden weer.’ Misschien zou het zelfs verstandig zijn om terug te grijpen – Duits trauma – op de provinciale keuken van de vijftiger jaren, toen het in de trappenhuizen naar doodgekookte groenten rook omdat wat in het koude noorden groeit – wortels, knolrapen, kolen – oneindig lang gekookt moesten worden.
Dadelplantages
Het ziet er niet naar uit dat het echt zover zal komen. Nature’s Pride heeft zich voorgenomen nog meer avocado’s te verkopen. Nog lang niet alle Duitse huishoudens hebben die smaak ontdekt. Als het zover is, als ze eindelijk normaal zijn, zullen de avocado’s hun charisma waarschijnlijk grotendeels kwijt zijn. De karavaan zal verder trekken, de avant-garde zal naar iets nieuws omzien. Dat nieuwe zal wel niet de kool zijn.
Bij Nature’s Pride gokt men op kiwi’s. Die zijn wel wijd en zijd bekend, maar bij aankoop vaak overrijp of te hard. Als men het rijpingsproces optimaal maakt, zoals bij de avocado, zou dat iets kunnen worden.
Bij ZZ2 in Limpopo zien ze meer in dadels. Dadels bevatten veel mineralen en vitaminen en smaken zoet: het zou kunnen dat ze populair worden als gezonde snack. Er zijn al dadelplantages in Namibië opgekocht.
Dadels hebben nog meer water nodig dan avocado’s.
Auteur: Elisabeth Raether
Vertaler: Piet Meeuse
Beeld bovenaan: Avocado’s kweken is niet makkelijk. Een avocadoplantage zoals deze verlangt aandacht, intelligentie en kapitaal. – © Brett Gundlock / Getty Images
Die Zeit
Duitsland, dagblad, oplage 540.000
De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.

