brexit kan groot brittannie en ierland opnieuw verdelen


In het kader van de Brexit wil Groot-Brittannië zijn immigratiecontrole uitbreiden naar Ierse havens en luchthavens. Volgens de Ierse historicus Diarmaid Ferriter dreigt dit alle vooruitgang die tijdens het Ierse vredesproces is geboekt, weer teniet te doen.

Toen Ierse republikeinen in 1921 met vertegenwoordigers van de Britse regering rond de tafel gingen om te onderhandelen over het Anglo-Ierse verdrag dat een einde moest maken aan de Ierse onafhankelijkheidsoorlog, was de status van Noord-Ierland, en dus de opdeling van Ierland, al een voldongen feit. Die was eerder dat jaar al officieel van kracht geworden.

Om te voorkomen dat de onderhandelingen zouden stuklopen op de eis van de Ierse Republikeinen om deze opdeling ongedaan te maken, bekokstoofde de Britse regering een sluw plan: er zou een grenscommissie komen die opnieuw zou bekijken hoe de grens moest lopen, daarbij rekening houdend met de ‘wensen van de inwoners’ en met economische en geografische omstandigheden.

Ierse onderhandelaars verwachtten dat de conclusies van de commissie gunstig voor hen zouden uitpakken en een grote territoriale uitbreiding zouden opleveren, en dat zou een hereniging met Noord-Ierland dichterbij brengen. Maar die droom viel in duigen toen de grenscommissie in 1925 met haar aanbevelingen kwam: er zou slechts een minimale hoeveelheid land van Noord-Ierland aan het zuiden worden overgedragen, en het zuiden zou zelfs nog wat territorium moeten afstaan. Haastig sloten Dublin, Londen en Belfast een akkoord om de grens dan maar te laten zoals hij was. En zo is hij altijd gebleven, met al zijn 480 kilometer.

Langs de weg van Londonderry naar Donegal, beide Noord-Ierland, verzamelden zich op 8 oktober 2016 honderden demonstranten om tegen de Brexit te protesteren. Ze deelden folders uit aan passanten en openden een checkpoint. – © George Sweeney / REX
Langs de weg van Londonderry naar Donegal, beide Noord-Ierland, verzamelden zich op 8 oktober 2016 honderden demonstranten om tegen de Brexit te protesteren. Ze deelden folders uit aan passanten en openden een checkpoint. – © George Sweeney / REX

Deze historische context maakt duidelijk hoe groot de impact is van het nieuws dat Groot-Brittannië zijn immigratiecontrole wil uitbreiden naar Ierse havens en luchthavens, om daarmee de invoering van een ‘harde’ grens tussen Noord-Ierland en de Republiek na Brexit te vermijden. Ondanks alle retoriek en emoties over een hereniging, en ondanks de rampzalige, tegen die grens gerichte IRA-campagne tussen 1956 en 1962, heeft pragmatisme altijd de overhand gehad in de Zuid-Ierse houding tegenover de grenskwestie.

Verbeterde betrekkingen

Vanaf de jaren zestig zijn de betrekkingen tussen noord en zuid merkbaar verbeterd, vooral op het gebied van de handel. De Troubles die aan het einde van de jaren zestig uitbraken, hebben veel crises veroorzaakt, maar werden uiteindelijk opgelost door het vredesproces en het Goede Vrijdag-akkoord van 1998. In dat akkoord staat dat het ‘aan de mensen van het eiland Ierland zelf is, zoals overeengekomen tussen de beide delen daarvan en zonder dwang van buitenaf, om hun recht op zelfbeschikking uit te oefenen’.

Na het Brexit-referendum in juni, waarbij 56 procent van de Noord-Ierse kiezers ervoor koos om in de EU te blijven, zei historicus Ian McBride: ‘Het is niet alleen moreel verkeerd en politiek riskant om Noord-Ierland tegen zijn wil uit Europa te halen, het gaat ook in tegen het fundamentele bilaterale karakter van het vredesproces.’

Met de uitkomst van het referendum rees ook deze bizarre vraag: volgens het Goede Vrijdag-akkoord kunnen mensen die in Noord-Ierland zijn geboren, burgers van het VK of van Ierland of van allebei zijn; kunnen zij nu dus ook EU-burger én niet-EU-burger zijn?

In de campagne voor het referendum stelde toenmalig minister voor Noord-Ierland Theresa Villiers dat er geen ‘harde grens’ nodig is, dankzij de Common Travel Area [de douane-unie tussen het VK en Ierland] die is vastgelegd in akkoorden uit 1922 en 1952, waarin de speciale status van Ierse burgers in Groot-Brittannië en vice versa is geregeld. Nu hamert haar opvolger, James Brokenshire erop dat Londen en Dublin nauw zullen samenwerken om de buitengrens van die CTA te versterken en zo illegale immigratie naar Groot-Brittannië na het vertrek uit de EU tegen te gaan. Maar de realiteit is dat de Common Travel Area dan een buitengrens tegenover de EU als geheel zou vormen. Wat in Britse ogen misschien een beter alternatief lijkt voor een ‘harde’ Ierse grens, zou dan ook wel eens wishful thinking kunnen blijken.

Voor Ierland betekent Brexit de grootste uitdaging sinds de Republiek in 1973 lid werd van de EEG

Voor Ierland betekent Brexit de grootste uitdaging sinds de Republiek in 1973 lid werd van de EEG. De Ierse regering moet aan de ene kant het verschil tussen Ierland en Groot-Brittannië opspelen, en aan de andere kant rekening houden met de gemeenschappelijke belangen van de twee landen. Hoge functionarissen bij de Ierse overheid, die bang zijn voor een ‘harde’ noord-zuidgrens, proberen het belang van Brokenshires voorstellen te bagatelliseren. Maar maatregelen om aankomstplekken in Ierland te laten fungeren als grenspost voor Groot-Brittannië kunnen op verzet rekenen. Honderd jaar na de Ierse opstand van 1916 kunnen de aloude discussies over de psychologische onafhankelijkheid van de Ieren opnieuw de kop op steken, als reactie op het streven van de Britten om Ierland en zijn grenzen te ‘gebruiken’ voor het versterken van hun nieuwe isolationistische status.

Beter dan ooit

Bijna veertig jaar geleden ergerde een hoge Ierse functionaris zich eraan dat Engeland het blijkbaar vanzelfsprekend vond om over Ierland te beslissen, en hij drong er bij zijn regering op aan ‘om nog maar eens te laten zien dat wij in de Europese gemeenschap geen aanhangsel van de Britten zijn.’

Dat soort spanningen is de afgelopen jaren afgenomen en de Anglo-Ierse betrekkingen zijn beter dan ooit. De ervaring met een ‘onzichtbare’ Ierse grens heeft ook de relatie tussen Noord- en zuidelijk Ierland sterk verbeterd. En op dit moment is die ‘zachte grens’, waar elke dag 30.000 mensen overheen gaan, zelfs nog waardevoller, omdat beide economieën te maken krijgen met de gevolgen van Brexit.

Bij zijn aantreden in 1922 als de eerste minister van Buitenlandse Zaken van Ierland zei Desmond FitzGerald eenvoudigweg: ‘Groot-Brittannië is onze belangrijkste buitenlandse zaak.’ Vanwege alles wat Groot-Brittannië en Ierland gemeen hadden, maar ook vanwege de fundamentele verschillen tussen de twee landen.

Deze Ierse grenskwestie kan de zo moeizaam bevochten vooruitgang in de Anglo-Ierse betrekkingen ondermijnen, door het accent te verplaatsen: van verzoening en gemeenschappelijke belangen terug naar wat de twee landen scheidt.

Auteur: Diarmaid Ferriter
Vertaler: Annemie de Vries

Diarmaid Ferriter (1973) schreef verschillende boeken over de Ierse geschiedenis, waaronder The Transformation of Ireland 1900–2000, een 900 pagina’s tellend boek dat als doorslaggevend werk wordt beschouwd, en Occasions of Sin: Sex and Society in Modern Ireland over de ontwikkeling van seksualiteit in twintigste-eeuws Ierland. Ook maakte hij de driedelige politieke televisieserie The Limits of Liberty.

Beeld bovenaan: Het Titanic Quarter in Belfast. – © Eye Ubiquitous / Rex Features

The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Onder de naam Guardian News and Media is het een van de meest succesvolle mediabedrijven van Groot-Brittannië, met als vlaggenschip guardian.co.uk, een van ’s werelds meest bezochte nieuwssites. Hoewel de krant dicht bij Labour zou staan, houdt zij de traditie van redactionele onafhankelijkheid in ere: het commentaar is vaak zeer kritisch over de regering.


Deel dit artikel


Recent verschenen