India produceert 20 procent van alle uien ter wereld. Maar de uienprijs is gedaald tot het laagste niveau in vijf jaar. De boeren zijn boos.
Honderden met uien beladen vrachtwagens vormen dagelijks rond drie uur ’s middags een file voor de poorten van het nieuwe landbouwmarktterrein in de West-Indiase stad Lasalgaon, in afwachting van de middagveiling.
Wanneer een groep handelaren nadert, laten de boeren hun producten voor hun voeten vallen, als om hen tot een hoog bod te bewegen. De handelaren monsteren de waar. Een employee van het marktcomité roept de minimumprijs om: ‘400!’
Er wordt met de ogen gerold, en het lijkt of de handelaren overleg voeren zonder woorden. Dan begint het bieden: 1! 11! 13! 17! Nog geen halve minuut later is de veiling voorbij. De boeren krijgen 17 roepies boven de minimumprijs, 417 roepies per 100 kg. Een fooi, zeker vergeleken met de prijzen van vorig jaar.
Uienteler Milind Darade is woedend. Hij weigerde zijn uien te verkopen en zette de partij van 1000-1100 kilo om in mest voor zijn eigen landbouwgrond
Het maakt niet uit hoe eensgezind de boeren zijn, hoezeer ze hun best doen een betere prijs te krijgen, wanneer de veiling begint en ze tegenover de handelaren staan, veranderen ze in machteloze toeschouwers. De handelaren, met geld en grote politieke invloed, beslissen over de prijs, de boeren kunnen niets anders dan die accepteren.
Het marktcomplex heeft een grote parkeerplaats voor vrachtwagens. Soms staan daar wel duizend voertuigen. Twee keer per dag komt deze plek, die anders verlaten is, tot leven. De eerste veiling begint om ongeveer tien uur ’s ochtends, de tweede om drie uur ’s middags. Afhankelijk van het aantal voertuigen kunnen de veilingen één tot drie uur duren.
Het telen van uien kost 50.000 tot 80.000 roepies (700 tot 1100 euro) per acre (ruim 0,4 hectare), en één verbouwde acre brengt niet meer op dan 10.000 kilo. Met de gemiddelde verkoopprijs van dit jaar van 728 roepies per 100 kilo, levert een acre aan uien de boer ongeveer 72.800 roepies (1000 euro) op. Sommige boeren draaien nauwelijks quitte; velen lijden verlies.
Het maakt uienteler Milind Darade, die 13 acres land bezit, woedend. ‘Dit is de enige bedrijfstak waar producenten geen recht hebben te beslissen over de prijs van hun product.’ Een week eerder nog moest hij genoegen nemen met een vernederende prijs van 5 roepies per 100 kilo. Hij weigerde zijn uien te verkopen en zette de partij van 1000-1100 kilo om in mest voor zijn eigen landbouwgrond.
Simpel gesteld was er vorig jaar een tekort aan uien, en is er dit jaar een recordoogst. Het overvloedige aanbod heeft de prijzen gedrukt. Maar de boeren zijn dergelijke schommelingen wel gewend. Ze zoeken de oorzaak niet in de oogst, noch in een voor hen ongunstige verhouding tussen vraag en aanbod. Ze zeggen dat de handelaren tegen hen samenspannen, en dat de regering niets – of de verkeerde dingen – heeft gedaan om hen te helpen.
‘Een kartel van handelaren bepaalt de tarieven. Toen de markt weer openging, zorgden ze ervoor dat de prijzen niet boven de 1000 roepies (ruim 13 euro) per 100 kilo zouden uitkomen,’ zegt Rajaram Fafale uit het dorp Maralgoi.
Politiek symbool
Drie jaar geleden, toen de boeren nog 4500 tot 5000 roepies (tussen 600 en 680 euro) per 100 kilo kregen, steeg de consumentenprijs tot 90 roepies (1,20 euro) per kilo, wat leidde tot protesten van de toenmalige oppositiepartijen en van consumentenorganisaties in Delhi, Moembai en andere grote steden. De regerende Verenigde Progressieve Alliantie trof het verwijt dat ze naliet de consument te beschermen.
De eerste stap van de regering was om de minimumuitvoerprijs te verhogen tot ruim 1150 dollar per 1000 kilo. Dit verzwakte de concurrentiepositie van Indiase exporteurs op de internationale markten; voorraden kwamen terecht op de binnenlandse markt, waardoor de prijzen daalden. In maart 2014 brachten uien nog maar 1000 roepies per 100 kilo op in de groothandel, consumenten betaalden niet meer dan 20 tot 25 roepies (tussen de 27 en 34 eurocent) per kilo.
Het overheidsbeleid pakte dus goed uit voor de consument, maar had wel ernstige gevolgen voor de bedrijfstak. ‘Er zit geen enkele lijn in het uienexportbeleid,’ aldus Nanasaheb Patil, een functionaris van de NAFED, de Indiase federatie van coöperatieve landbouwmarkten. Dat blijkt ook wel uit de minimumuitvoerprijzen tussen december 2010 en december 2015: die vertoonden wilde schommelingen, van 0 dollar in mei 2012 tot 1150 dollar in november 2013. ‘Dat heeft ons enkel maar de woede van onze buitenlandse klanten opgeleverd,’ aldus Patil. ‘Die hebben geen greintje zekerheid meer over de volumes en prijzen van Indiase uien. Het resultaat is dat ze zijn uitgeweken naar Pakistan, China en Iran, en wij gegarandeerde markten hebben verloren.’
Door boze consumenten in de steden tegemoet te komen, verspeelde de regering niet alleen buitenlandse markten, maar ook de steun van de boeren. De ui, zegt Patil, is niet langer een agrarisch product, maar een politiek symbool.
Wat had de overheid dan moeten doen om te zorgen dat de boeren nog een behoorlijke opbrengst zouden krijgen, ervan uitgaande dat het haar taak is een evenwicht te vinden tussen de behoeften van de consument en die van de producenten?
De Nationale Stichting voor Onderzoek en Ontwikkeling in de Tuinbouw (NHRDF) houdt de te verwachten oogsten bij door informatie over elk district te verzamelen. Hoewel de regering op de hoogte was van een mogelijke recordoogst dit jaar, lijkt ze te hebben verzuimd ook maar één maatregel te nemen om boeren te beschermen.
De NHRDF schat dat Rabi-uien 818 roepies (11 euro) per honderd kilo zouden moeten opbrengen, maar dat bedrag ligt aanzienlijk hoger dan wat de boeren ervoor krijgen. Zou de overheid ervoor hebben gekozen haar Stabilisatiefonds te gebruiken, dan had ze het gewas kunnen subsidiëren, en dat zou 500 roepies (een kleine 7 euro) per 100 kilo hebben opgeleverd.
‘Je windt je op als de prijzen omhoogschieten, maar heb je je ooit afgevraagd wat er gebeurt als die prijzen kelderen? Waarom ga je de straat niet op om een eerlijke prijs voor ons te eisen?’
De deelstaatregering kondigde vorige maand een subsidie aan van 100 roepies (1,37 euro) per 100 kilo tot een maximum van 20.000 kilo, ofwel maximaal 20.000 roepies (ruim 270 euro), maar die maatregel is door de boeren met hoon ontvangen. ‘Wat een opluchting, nu krijg ik er een roepie bij,’ zegt de eerder genoemde Rajaram Fafale sarcastisch, om eraan toe te voegen: ‘Wij zijn geen bedelaars, we willen onze rechten. Hoe is deze regering tot de conclusie gekomen dat dit genoeg financiële hulp is? Wie adviseert haar? Heeft men de moeite genomen te komen kijken wat er echt aan de hand is?’
Een van de belangrijkste eisen van de boeren is dat de overheid een minimum subsidieprijs voor uien invoert, zoals ze dat eerder heeft gedaan voor suikerriet. ‘Waarom begrijpen de ambtenaren niet dat we niet onafhankelijk zijn en dat handelaren hier vrij spel hebben?’ zegt Darade. ‘We hebben een minimumprijs nodig om verzekerd te zijn van een bepaalde minimumwinst.’
Als de stedelijke consumenten en hun misbaar ter sprake komen, nemen de boeren geen blad voor de mond. Een van hen zegt: ‘Je windt je op als de prijzen omhoogschieten, maar heb je je ooit afgevraagd wat er gebeurt als die prijzen kelderen? Waarom ga je de straat niet op om een eerlijke prijs voor ons te eisen?’
Een antwoord blijft vooralsnog uit.
Auteur: Alos Deshpande
Vertaler: Carl Stellweg
The Hindu
India | dagblad | oplage 700.000
Staat bekend om zijn centrum-linkse politieke opvattingen, onafhankelijke analyses en genuanceerde standpunten.

