Oliver Stone deed uitputtende research voor zijn film Snowden. Zo sprak hij met Guardian-journalist Ewen MacAskill, aan wie Snowden in Hong Kong tienduizenden documenten overhandigde. MacAskill volgde op zijn beurt de opnames van de film, waarin hij zelf een bijrol kreeg.
Oliver Stone ziet er uitgeput uit. Het is mei 2015, en we zijn in München op de allerlaatste opnamedag voor zijn film over Edward Snowden. Tijdens de lunch lijkt de regisseur moe en bezorgd, met zware oogleden en afhangende schouders: futloos. Toen het idee voor Snowden werd voorgesteld, legt hij uit, had hij zich krachtig verzet. Vervolgens had hij zich er langzaam en aarzelend in mee laten trekken. Vandaag klinkt het alsof hij misschien spijt heeft van dat besluit. Er zijn problemen geweest met de financiën, met het zoeken naar distributeurs, en met het verbeelden van iets wat zo saai is als de cyberwereld waarin Snowden verblijft.
‘Een regisseur moet zeggen dat alles geweldig is en dat de dingen prachtig zijn,’ zegt hij, geprikkeld. ‘Iedere dag op een filmset is een potentiële ramp. Iedere dag op een filmset heb je de hoop dat het de goede kant op gaat, maar de waarheid is dat het de hele tijd alleen maar geploeter is. Het is als een bulldozer die door een rij bomen heen gaat. Het is niet makkelijk. Het is nooit makkelijk geweest.’
Vooral déze film was niet makkelijk. ‘Iedere film die ik heb gemaakt was een uitdaging. Maar vanaf de allereerste dag lijken er bij deze film obstakels te zijn geweest, of het nu computers waren, of het feit dat de technologie moeilijk te begrijpen is, of het karakter van Snowden, dat een sterke, robotachtige en nerderige kwaliteit heeft. Dat is een nadeel. Hij is niet het actieve type.’ Voordat Stone terugging naar de set, gaf zijn laatste opmerking de beperkte ambities die hij destijds met de film had goed weer: ‘Ik wil niets doen wat Edward Snowden zal schaden.’
Bijna een jaar later ontmoet ik Stone weer, in Londen. De vermoeidheid is verdwenen. Hij is vol enthousiasme over het leven en zijn film. Hij heeft het gevoel dat de montage goed is gegaan; de week daarvoor werd een vroege preview in Idaho op een positieve reactie onthaald – ondanks zijn onheilspellende voorgevoel.
‘Als regisseur denk ik dat de film een kracht heeft die de details overstijgt,’ zegt hij, stralend. ‘Misschien komt er wel niemand. Maar de mensen die wél komen zullen iets zien wat ze nog niet eerder hebben gezien. Er zijn geen achtervolgingen. Er zijn geen moorden. Ik houd van spanning, maar dit is een ander soort spanning … Wat Snowden heeft gedaan zal volgens mij verschil blijven maken … Ik denk niet dat dat nog zal veranderen.’
Uiteindelijk spraken Stone en zijn medescenarioschrijver Kieran Fitzgerald met bijna iedereen die bij de Snowden-affaire betrokken was geweest
Een paar maanden nadat het verhaal in de zomer van 2013 voor het eerst naar buiten kwam, werd Stone benaderd door Anatoly Kucherena, Snowdens Russische advocaat, over het maken van een film over zijn cliënt. Hij zegt dat hij toen net in een dal zat. Een project over Martin Luther King was niet van de grond gekomen. Hij had geen zin betrokken te raken bij een nieuw, ingewikkeld plan, dat de bioscoop waarschijnlijk toch niet zou halen. Niettemin ging hij naar Moskou, ontmoette Kucherena, en was voldoende geïntrigeerd om verder onderzoek te gaan doen en de filmrechten te kopen van Kucherena’s fictieve verhaal over een Amerikaanse klokkenluider, Time of the Octopus, en van The Snowden Files van Guardian-correspondent Luke Harding.
Zo’n zes maanden later heb ik Stone voor het eerst ontmoet, toen hij The Guardian bezocht. Ik was het kantoor van de toenmalige hoofdredacteur Alan Rusbridger binnengeroepen en verheugde me op het vooruitzicht, omdat ik nog nooit een Hollywoodregisseur had gesproken. Dit was ook een regisseur van wiens films ik hield. We waren met een handvol mensen in de kamer, en we praatten ongeveer een uur. De reden dat ik er was, was dat ik, samen met mijn medejournalisten Laura Poitras en Glenn Greenwald, Snowden in Hongkong had opgezocht, waar hij tienduizenden topgeheime Amerikaanse en Britse documenten aan ons overhandigde – een van de grootste lekken in de geschiedenis van de inlichtingendiensten – voordat hij onderdook. Stone wilde het verhaal uit de eerste hand horen. Op dat moment wist ik niet zeker wat ik van hem moest vinden, maar ik was onder de indruk van de details die hij al over Snowden had verzameld.
In december 2014 ontmoette ik hem vervolgens in mijn eentje, tijdens een lunch in Londen. Ik was een half uur te laat, maar daar maakte hij geen probleem van: er school geen prima donna in hem. In plaats daarvan bleef hij maar vragen stellen. Heel veel vragen. Ze werden gevolgd door e-mailtjes en telefoontjes. Ik kon deze bezetenheid wel waarderen, want hij was meer journalist dan filmregisseur; hij was bezig met een hardnekkige speurtocht naar het onbeantwoorde, in een poging een film te kunnen voltooien.
Uiteindelijk spraken Stone en zijn medescenarioschrijver Kieran Fitzgerald met bijna iedereen die bij de Snowden-affaire betrokken was geweest. Hij sprak met juristen, journalisten en voormalige leden van de NSA. Hij ging naar de Ecuadoriaanse ambassade in Londen om te praten met WikiLeaks-oprichter Julian Assange. En hij sprak met de partner van Snowden, Lindsay Mills. Hij ging minstens achtmaal naar Moskou om Snowden te ontmoeten.
Te veel research, aldus Stone. Ongeveer 80 procent moest worden weggegooid. Maar dat was geen tijdverspilling, zegt hij – het heeft hem de duidelijkheid verschaft waarnaar hij hunkerde. We zijn nu terug in München, twee dagen na de algemene verkiezingen in Groot-Brittannië: een tijd waarin op de redactie van een krant sprake is van grote bedrijvigheid en opwinding. Filmen is daarentegen saai. Ik was nog nooit op een filmset geweest, en was blij dat ik de kans kreeg om achter de schermen te kijken. Op de een of andere manier had ik me voorgesteld dat het een beetje als een toneelvoorstelling zou zijn, maar dat was niet zo. Het was saai en repetitief.
Die ochtend werd gedomineerd door de opnamen die Stone maakte van Joseph Gordon-Levitt, die Snowden speelde terwijl hij uit een hotelraam keek. Dit moest Hongkong voorstellen; Snowdens slaapkamer in het Mira-hotel was in Duitsland nagemaakt. Gordon-Levitt werd gefilmd terwijl hij van links naar rechts keek, en vervolgens omlaag naar de straat. Telkens opnieuw. Een andere belichting. Andere camerastandpunten. Andere shots. De scène heeft de film gehaald, maar duurt slechts een paar seconden. Het filmen ervan duurde een paar uur.
Als hij niet uit het raam keek, was Gordon-Levitt bereid om te praten. Tegen die tijd had hij Edward al eens ontmoet en wist hij heel goed zijn trage, precieze dictie te reproduceren. Als zoon van een progressief West Coast-gezin had hij een intensieve belangstelling voor Snowden en voor de discussie over surveillance ontwikkeld. Niet bang voor publieke uitingen met een politieke strekking nam Gordon-Levitt zich voor zich tijdens de komende persconferenties als een pleitbezorger voor privacyzaken te manifesteren. Hij heeft zijn verdiensten als acteur in deze film gedoneerd aan de American Civil Liberties Union, waarvan een van de juristen Snowdens voornaamste vertegenwoordiger is.
Terwijl ik de opnamen bijwoonde in het namaak-Hongkonghotel, zag ik op de rommelige tafel van Snowden een leeg bierblikje van het merk Tsingtao staan. Maar dat soort lege blikjes waren er in de oorspronkelijke hotelkamer nooit geweest. Niemand van ons dronk destijds alcohol, en Snowden is geheelonthouder. Ik durfde dat echter niet te zeggen omdat de opnamen al zo vergevorderd waren, en de gedachte hen te moeten blootstellen aan nog meer uren van heropnamen was eenvoudigweg te veel. Uiteindelijk kan ik me niet herinneren het blikje in de eindmontage te hebben teruggezien.
Er zijn andere, grotere problemen. Delen van de film zijn puur Hollywood. Stone wijdt een deel van zijn film aan de romance tussen Snowden en Mills. De manier waarop Snowden data in een Rubiks kubus uit het NSA-hoofdkwartier op Hawaii smokkelt, is vrijwel zeker een product van de verbeelding. De film is ook een regelrechte biopic, die Snowden volgt van zijn mislukte poging om zich bij de Amerikaanse special forces aan te sluiten, via een succesvolle carrière als computerspecialist van de NSA, naar zijn ontgoocheling en uiteindelijke beslissing om klokkenluider te worden.
Verrader en held
Toch is Snowden in bredere zin getrouwer aan de waarheid dan je van Hollywood zou mogen verwachten. Stone is er als de kippen bij om te betogen dat hij geen politiek regisseur of activist is, maar een dramaturg. Dat verrast me, en misschien ook anderen die bekend zijn met zijn werk. Maar wat hij bedoelde was wellicht dat hij niet iets wil maken wat saai is. De film is ook niet saai. Maar ik ben belanghebbende: ik word erin ten tonele gevoerd, en daarom hoop ik dat hij het goed zal doen.
Ik ben het meest geïnteresseerd in het vermogen van de film om de publieke opinie te beïnvloeden over de man wiens verhaal erin wordt verteld. De standpunten in de VS liggen nu ver uiteen: er zijn degenen die hem als een verrader zien, en degenen die hem als een held beschouwen. Stones film kan mensen bereiken die weinig van hem afweten. De film portretteert Snowden als een mens, en zorgt ervoor dat ingewikkelde argumenten over het evenwicht tussen privacy en surveillance onmiddellijk te begrijpen zijn. Zelfs degenen die betogen dat ze geen problemen hebben met mogelijke inbreuken op hun privéleven zullen waarschijnlijk ineenkrimpen bij het kijken naar een scène waarin Snowden en zijn vriendin seks hebben – maar dan aarzelt Snowden, omdat hij een open laptop ziet en zich afvraagt of er niet iemand meekijkt door de webcam. (Deze scène is gebaseerd op een interview met The Guardian, waarin Snowden zegt dat surveillancediensten zich bezighouden met dergelijk voyeurisme.)
Zal Snowden erin slagen de publieke opinie te laten kantelen? ‘Ik hoop het,’ zegt Stone, een tikkeltje onzeker. ‘Het is lastig,’ voegt hij eraan toe. Zijn film zou een paar van de meest vurige campagnevoerders tegen surveillance stof tot nadenken kunnen geven. Een van de meer onverwachte subtiliteiten in de film is de manier waarop de NSA in beeld wordt gebracht, waar uiteenlopende meningen over het evenwicht tussen privacy en veiligheid zijn toegestaan – en zelfs worden omarmd.
‘Ed heeft nooit echte mensen bij naam en toenaam genoemd,’ zegt Stone. ‘Maar hij heeft ons ideeën over echte mensen en gebeurtenissen gegeven, waaruit we – met de nodige artistieke vrijheid – conclusies kunnen trekken die wellicht niet te vergezocht zijn. We hebben geprobeerd het zo realistisch mogelijk te maken.’
‘Bij de NSA werken ook mensen met een ziel,’ voegt hij eraan toe. ‘Het zijn niet allemaal James Bond-achtige schurken.’ Hij glimlacht niet; hij meent het.
Toen de trailer werd vrijgegeven tweette Snowden: “Twee minuten en 39 seconden lang hield iedereen bij de NSA gewoon op met werken”
Maar zijn eigen loyaliteit ligt bij de klokkenluider; zijn onwankelbare doel is de onwetenden te waarschuwen voor wat hij de ‘surveillancestaat’ noemt. ‘Ik denk dat we te maken hebben met een orwelliaanse superorganisatie die de wereld regeert,’ zegt hij. ‘Maar dat is politiek!’ Hij is teleurgesteld dat de kwestie tot nu toe zo weinig aan bod is gekomen in de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen – de enige keer dat dit het geval was, deed zich voor tijdens een debat tussen de Democratische kandidaten. Stone steunde Bernie Sanders (en is ook een fan van Jeremy Corbyn). ‘Hillary Clinton heeft geen mededogen voor Snowden,’ zegt hij, terwijl hij iets ongemakkelijks mompelt over haar ‘hardcore oorlogszuchtige tactiek’.
Snowden zal in de Verenigde Staten twee maanden vóór de verkiezing van een nieuwe president worden uitgebracht, en een dag na de zeventigste verjaardag van Stone. Het lot van de film zal dan worden beslecht. Maar hoe zit het met de belangrijkste mening, die van Snowden zelf? Toen hij nog voor de NSA werkte, gaf zijn instinct hem in een ‘low profile’ aan te houden – vermoedelijk zou hij door de grond zijn gezakt bij het idee dat er ooit een film over hem zou worden gemaakt. En hij blijft iemand die zeer op zijn privacy is gesteld; hij vindt het prima om over technologie en surveillance te praten, maar schermt de details van zijn privéleven af. De wereld van de beroemdheid is niet de wereld waarin hij zich prettig voelt.
Stone zinspeelt erop dat Snowden de film goed vond – en zijn medewerking duidt erop dat dit klopt. De werkelijke reden dat hij er blij mee is, lijkt echter misschien wel op die van mij. In april, toen de trailer werd vrijgegeven, tweette hij: ‘Twee minuten en 39 seconden lang hield iedereen bij de NSA gewoon op met werken.’
Nadat hij de Oscar-winnende film Citizenfour had gezien, kwam een collega bij The Guardian met het volgende oordeel: ‘De man die jou speelt kan er niets van.’ Het was een grap, hoop ik; de man die mij ‘speelt’ ben ik namelijk zelf, omdat Citizenfour een documentaire is.
Citizenfour, uitgebracht in 2014, doet verslag van een ontmoeting van NSA-klokkenluider Edward Snowden met drie journalisten, Laura Poitras, Glenn Greenwald en ikzelf, in Hongkong in 2013. Oliver Stones Snowden is anders. Daarin nemen acteurs de meeste rollen voor hun rekening, inclusief Tom Wilkinson, die mij speelt.
Mijn hele carrière heb ik me op mijn gemak gevoeld met een ‘low profile’, en me graag achter de letters verscholen. Na het Snowden-verhaal, dat tot nu toe drie toneelstukken, diverse documentaires en nu ook nog een Hollywoodfilm heeft opgeleverd, gaat dat echter niet meer.
Mijn rol in al deze films is relatief klein. Niettemin voelde ik de eerste keer dat ik naar mezelf, gespeeld door een acteur, ging kijken – het was Jonathan Coy, in James Grahams Privacy at the Donmar Warehouse in 2014 – een mengeling van verlegenheid en angst, niet in de laatste plaats omdat ik erover moest schrijven. Maar Coy deed het goed en ik begon te ontspannen nadat hij zijn eerste zinnen had uitgesproken. Ik had de acteur eerder ontmoet, bij een gelegenheid waarvan ik dacht dat het gewoon een feestje was, terwijl hij me in feite aan het observeren was om mijn maniertjes over te kunnen nemen.
Ik hield er een raar gevoel aan over. Toen ik naar München vloog om de filmset van Snowden te bezoeken, waren twee dingen belangrijk voor me. De eerste was: zou mijn kleine rol de eindmontage overleven? En de tweede: zou ik mijn Schotse accent hebben behouden? Stone had ook voor een Amerikaans of zelfs gewoon voor een Brits accent kunnen kiezen.
Een van de grootste verschillen tussen het toneelstuk en de film is dat de taal van het toneelstuk míjn taal was, terwijl die in Snowden is bedacht
Tijdens een pauze op de set, toen er onweer was uitgebroken, ontmoette ik de man die mij speelde, Tom Wilkinson. Hij bevestigde dat hij aan het Schots had vastgehouden. ‘Dat is altijd een accent geweest wat me gemakkelijk afgaat,’ zei hij. ‘Ik ben op een bepaalde manier goed in accenten, en blijkbaar ook in Schots.’ En zijn accent is goed, al klinkt het iets meer als ‘Edinburghs’ dan als mijn eigen ‘Glasgows’. Bovendien noemt hij Snowden in de film ‘laddie’. Dat is een term die ik nooit zou gebruiken.
Een van de grootste verschillen tussen het toneelstuk en de film is dat de taal van het toneelstuk míjn taal was, die woordelijk is overgenomen, terwijl die in Snowden is bedacht.
Tijdens de echte ontmoeting in het Mira-hotel had Snowden zichzelf en zijn laptop op een gegeven moment met een rode kap bedekt. Hij wilde zijn wachtwoord beschermen tegen verborgen camera’s, zei hij later. Zelfs toen al leek dat vreemd gedrag, en in Citizenfour wisselen Glenn en ik vragende, ongemakkelijke blikken met elkaar uit.
In de film zeg ik, als Snowden de kap over zijn hoofd trekt, iets in de trant van ‘Moeten we daar allemaal onder?’, wat ik niet heb gezegd. Stone benadrukte herhaaldelijk tegenover me dat hij een film aan het maken was en die interessant moest zien te houden. Als ik alleen maar aantekeningen zat te maken in een stoel, zei hij vriendelijk, was dat niet bepaald opwindend. Hij had actie nodig.
Guinness
Er is een andere opvallende zinsnede van mij als ik The Guardian bel om te zeggen dat ‘de Guinness goed is’ – een van tevoren afgesproken code om te bevestigen dat de klokkenluider echt was, en geen bedrieger. In het echt heb ik die zinsnede ook gebezigd. Dit ‘script’ was het geesteskind van de toenmalige Amerikaanse _Guardian_-eindredactrice Janine Gibson, die hier wordt gespeeld door Joely Richardson.
In de film val ik op een gegeven moment in slaap. Dat is ook gebeurd, maar wel later dan in de scène die wordt getoond. Glenn, Laura en ikzelf hadden alle drie weinig geslapen die week. Pas toen Snowden onderdook, begon ik te ontspannen en kon ik overal in slaap vallen.
Wilkinson was minder goed op de hoogte van de achterliggende thematiek van de film dan de regisseur of zijn medester, maar hij herinnerde zich enthousiast de verslaggeving in The Guardian uit de tijd dat het verhaal in de publiciteit kwam, en staat sympathiek tegenover Snowden. ‘Ik vind hem geen verrader,’ zegt hij zachtjes en weloverwogen. ‘Je hebt zulke mensen nodig. Ik denk dat alle mensen die vrijwillig zo’n groot risico lopen een simpele manier van tegen de wereld aankijken hebben die de meesten van ons ontgaat.’
Eerder deze zomer heb ik een preview van de film bijgewoond met mijn collega Luke Harding, op wiens boek een groot deel van de film is gebaseerd. Naderhand vroeg ik hem hoe accuraat hij de rol van Wilkinson vond. Een onverschrokken buitenlandse correspondent die het opneemt tegen de verzamelde macht van de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten – toch? Het oordeel van Luke: ‘Je maakte een beetje een suffe indruk.’
Auteur: Ewen MacAskill
Vertaler: Menno Grootveld
Snowden is op 10 september in première gegaan op het filmfestival van Toronto, en draait sinds 16 september in de bioscopen.
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

