De Italiaanse premier Matteo Renzi zette zwaar in op een referendum over een grondwetswijziging. Hij beloofde zelfs af te treden als hij zou verliezen. Maar toen begonnen de peilingen zich tegen hem te keren…
Een triomf van de duidelijkheid. Het einde van de halve maatregelen. De definitieve toetreding van Italië tot de club van de westerse democratieën waar je in de nacht na de verkiezingen weet wie er heeft gewonnen. Zeventig jaar na het referendum van 2 juni 1946, toen er gekozen werd tussen de monarchie of de republiek en de koning werd verbannen, is er nu opnieuw een duidelijke keuze, namelijk tussen verandering of de status quo. Dit was het scenario dat Matteo Renzi in gedachten had vanaf het moment dat hij in februari 2014 zijn intrek nam in het Palazzo Chigi [de residentie van de Italiaanse premier].
Nadat hij de top van de uitvoerende macht had bereikt [niet via verkiezingen, maar na een interne stemming binnen de Democratische Partij tussen hem en premier Enrico Letta], wilde de Florentijnse outsider uiteindelijk de Grondwet herzien te midden van politieke, economische en morele chaos (een parlement dat niet in staat was een president van de Republiek te kiezen, een voormalig premier, Berlusconi, die veroordeeld werd tot een taakstraf, de recessie). En zijn klim naar de top bekronen met een volksstemming.
Circus
Tot voor een paar maanden geleden leek het een uitgemaakte zaak. De premier riep op tot het oprichten van ‘ja’-comités in heel Italië. Hij droomde dat hij de Italiaanse Charles de Gaulle was, in burgerkleding in plaats van in uniform en communicerend via livestreams op Facebook in plaats van radiotoespraken.
Maar in de zomer van 2016 kwam alles op losse schroeven te staan: zowel in Italië als in Europa. We hebben te maken met landen die al acht maanden zonder regering zitten (Spanje), waar de presidentsverkiezingen ongeldig worden verklaard en moeten worden overgedaan (Oostenrijk) of die hebben besloten definitief op te stappen (Groot-Brittannië). Ook Renzi’s project is vervlogen. Het was gemaakt van dromen en heeft slechts kort geleefd, om plaats te maken voor een typisch Italiaans scenario.
Helemaal geen historische keuze dus, maar een opeenvolging van subtiliteiten. Van onduidelijkheden. Van onzekerheden. ‘Ja’ dat klinkt als ‘nee’, ‘nee’ dat zomaar kan veranderen in ‘ja’, en allemaal gedoemd om te verbleken in een groot ‘misschien’.
Beetje bij beetje is het debat over de hervorming, die voorziet in het herschrijven van 45 artikelen van de Grondwet van 1948, veranderd in een circus: sprekers die op tournee gaan, theatrale voordrachten, een lawine van pamfletten in de boekhandels en handtekeningen die worden ingezameld. Het is een voorproefje van het nieuwe televisieseizoen, wanneer wat er over is van de talkshows terugkeert op tv.
Slechts één ding is zeker: deze stemming, die door een deel van het land wordt gezien als de overgang naar een nieuw tijdperk, en door een ander deel als de voorbode van toenemende autoriteit, is nu al veranderd in iets heel anders. Het is een afrekening geworden tussen partijen, stromingen, professoren, intellectuelen, regisseurs, waaraan iedereen zijn steentje bijdraagt terwijl de kern van de zaak wordt genegeerd. Het voorwerp van de hervorming is nagenoeg onbekend. Een referendum op z’n Italiaans, kortom.
Dit referendum is als een fladderende vlinder. Zelfs over de dag van het armageddon bestaat geen zekerheid meer
Dit referendum is als een fladderende vlinder. Zelfs over de dag van het armageddon bestaat geen zekerheid meer. In november 2015 had Renzi nog stellig aangekondigd dat ‘het referendum zal worden gehouden in oktober 2016’. Maar op 27 juni, na de verkiezingsnederlaag in Rome en Turijn [waarbij twee burgemeesters werden gekozen van de Vijfsterrenbeweging, de belangrijkste oppositiepartij] en de eerste duidelijke twijfels over zijn eigen positie, liet de premier andere opties doorschemeren. ‘Oktober? Ongeveer in die periode. Misschien tegen het eind van de maand.’ Op 11 juli verandert hij opnieuw van gedachten: ‘Misschien zou het ook 6 november kunnen worden.’ Volgens de laatste berichten denkt de regeringsleider er nu over om de datum te verplaatsen naar 27 november. Technisch gesproken zou het ook nog december kunnen worden, voor Kerstmis.
Volgens de achterdochtige leden van de Vijfsterrenbeweging en het ‘nee’-comité is deze omtrekkende beweging over de datum een spelletje, speelt Renzi ‘balletje-balletje’ om het beste karmische moment te kiezen, namelijk de dag dat de planeten gunstig staan om hem als winnaar uit de bus te laten komen. Wat zeker is, is dat Renzi geschrokken is van de nederlaag bij de lokale verkiezingen en dat zijn gezwalk over de consequenties die hij persoonlijk zou verbinden aan het referendum hem geen goed heeft gedaan in de peilingen (hij beloofde eerst af te treden als het ‘nee’-kamp zou winnen, maar kwam daar later op terug). Het is eveneens duidelijk dat de regering mikt op uitstel om de ‘ja’-campagne meer tijd te geven.
Maar er spelen ook inhoudelijke argumenten mee, zoals de begroting voor 2017. Volgens de nieuwe voorschriften moet deze voor 12 oktober 2016 door de ministerraad worden goedgekeurd om voor 15 oktober naar Brussel te kunnen worden gestuurd. Het gevaar is, zo onderstreepte de voorzitter van de begrotingscommissie van de Kamer, dat een overwinning van het ‘nee’-kamp het parlement zal lamleggen. ‘Italië kan zich geen chaos veroorloven’, schreven de commentatoren van The Times en Die Welt. ‘De economische kwetsbaarheid (de banken, ontbrekende groei, een recordaantal werklozen, de bureaucratie) en het risico dat de begroting niet op tijd wordt aangenomen, roept bezorgdheid op bij alle EU-partners.’
Mocht de begroting pijnlijke ingrepen bevatten om de huidige economische groei van minder dan 1 procent op te krikken, dan zou dat de genadeslag voor de referendumcampagne kunnen zijn. Natuurlijk gaat de tegenovergestelde redenering ook op: als Renzi van Europa meer ruimte krijgt voor overheidsuitgaven, dan zou hij een zou hij een genereuze begroting kunnen presenteren waarmee hij een verkiezingsslag kan slaan.
Het nieuwe mantra van de renzianen is nu geworden om ‘de begrotingswet veilig te stellen’ door deze te laten goedkeuren door ten minste een van de twee takken van het parlement voordat het referendum plaatsvindt. Niet iedereen is het echter eens met de premier: een referendum eind november of begin december, wanneer het sneeuwt en vriest, geeft de campagne misschien meer tijd zodat de strategie beter kan worden bijgesteld en er terrein kan worden gewonnen, maar brengt anderzijds het risico met zich mee dat er minder Italianen naar de stembus zullen gaan. En degenen die het meest gemotiveerd zijn zullen in elk geval wel gaan stemmen: de aanhangers van het ‘nee’-kamp.
Andere boodschap
De aanhangers van ‘ja’ hebben de afgelopen maanden hun tactieken, strategieën, slogans en verkiezingsjingles veranderd en daarmee iedereen in verwarring gebracht, inclusief de journalisten. Aanvankelijk was het verhaal van Renzi, minister Maria Elena Boschi en de Democratische Partij gefocust op ‘vereenvoudiging’ van het Italiaanse constitutionele bestel en op ‘verlaging van de uitgaven van de politiek’, wat erg populair is. Maar critici hebben deze propaganda snel doorgeprikt: het geplande wegbezuinigen van tweehonderd senatoren zal slechts een druppel op de gloeiende plaat zijn van de totale uitgaven van de Senaat (volgens de Italiaanse Algemene Rekenkamer zal de besparing slechts 9 procent bedragen.)
Het enthousiasme is onmiddellijk verstomd. Een aantal intellectuelen zal ‘ja’ stemmen, zij het met kromme tenen, anderen zullen zeggen dat ze geen prijs stellen op een hervorming die het democratische evenwicht verzwakt. Nu de constitutionalisten zich in het kamp van de tegenpartij scharen en deze steeds zekerder wordt van haar zaak, hebben de ‘ja’-aanhangers hun boodschap veranderd en richten ze zich op zaken van een hogere orde. Minister van Justitie Andrea Orlando heeft uitgelegd dat een overwinning het terugwinnen van de controle betekent op ‘grote economische en financiële machten die onze instituties hebben beroofd van hun functies’. Zijn collega Boschi heeft geprobeerd de antifascisten te rekruteren door uit te leggen dat als de ANPI [Associazione Nazionale Partigiani d’Italia – Nationale Vereniging van Partizanen van Italië] ‘nee’ zal stemmen, ‘de échte partizanen “ja” zullen stemmen’. En ze heeft de troef van het terrorisme op tafel gelegd: ‘We hebben een sterker Italië nodig en een Europa dat in staat is als eenheid te antwoorden op het internationale terrorisme … om een sterker Italië te krijgen hebben we een nieuwe grondwet nodig die ons stabieler maakt.’ Ook de Confindustria [Confederazione generale dell’industria Italiana – Algemene Confederatie van de Italiaanse industrie], die zich achter ‘ja’ heeft geschaard, voorspelt doemscenario’s als het ‘nee’-kamp wint.
De premier weet dat hij een wet die hij zelf heeft betiteld als een wet “waar heel Europa jaloers op is”, niet kan veranderen omdat de belangrijkste oppositiepartij zou kunnen winnen
De belangrijkste datum om het referendum te begrijpen, is niet die van de stemming zelf, maar die van de nieuwe kieswet, de zogenaamde ‘Italicum’, die een merkwaardig lot beschoren lijkt. De wet werd op 1 juli ingevoerd, is nooit door het electoraat getoetst, maar lijkt twee maanden later alweer dood en begraven. Voormalig president Napolitano was hierover pijnlijk duidelijk. In een interview met Il Foglio vroeg hij onomwonden om de wet te herzien: volgens hem is het risico te groot dat deze het land overlevert aan de Vijfsterrenbeweging, en moet Renzi zich vooral haasten om de wet te veranderen [de Italicum is bedoeld om sterkere meerderheden te creëren in de Kamer; een partij die 40 procent van de stemmen haalt krijgt een bonus die het totaal op 55 procent brengt].
De premier heeft zich tot nu toe echter op de vlakte gehouden. Ook omdat hij een wet die hij zelf heeft betiteld als een wet ‘waar heel Europa jaloers op is’, niet kan veranderen met als reden dat de belangrijkste oppositiepartij zou kunnen winnen. Het is beter om de cruciale datum van 4 oktober af te wachten: dan komt het Constitutioneel Hof bijeen om te bepalen of de ‘Italicum’ geldig is. Eén codicil is genoeg om de Italicum ongrondwettelijk te verklaren. Het is mogelijk dat die uitspraak het referendum voor is. En daarmee zou de uitslag van de stemming nog onduidelijker worden: bij een overwinning van ‘ja’ zou de Kamer de kieswet moeten herschrijven, bij een meerderheid van ‘nee’ heeft de Kamer een verminkte kieswet en behoudt de Senaat [waarover de Italicum niet gaat] het oude systeem van evenredige vertegenwoordiging. Een middeleeuws feest der zotten, met de groeten aan de stabiliteit van de regering.
Auteurs: Marco Damilano en Emiliano Fittipaldi
Vertaler: Etta Maris
L’Espresso
Italië | weekblad | oplage 295.350
Dit moderne nieuwsmagazine heeft naam gemaakt met doorwrochte enquêtes en vooral met het aan de kaak stellen van politieke en economische schandalen.

