De bejaarde Japanse keizer Akihito zinspeelde onlangs op een voortijdig aftreden, iets wat volgens de grondwet niet kan. Kwaliteitskrant Asahi Shimbun valt de monarch bij.
Keizer Akihito had zijn entourage al laten weten dat hij graag prins Naruhito de Chrysantentroon zou zien bestijgen. Op 8 augustus verspreidde de mediadienst van het keizerlijk huis een videoboodschap van hem aan het volk, waarin hij zich voor het eerst publiekelijk over de kwestie uitliet. Uit Akihito’s boodschap blijkt zijn diepe besef van de verantwoordelijkheden die zijn positie als keizer met zich meebrengt: hij symboliseert tegelijk de staat en de eenheid van het volk. Zijn rede roept in herinnering met hoeveel zorg en toewijding hij sinds zijn troonsbestijging 28 jaar geleden heeft gewerkt aan zijn vertrouwensrelatie met het volk.
De grondwet stelt dat de keizer met zijn handelen geen enkele invloed op het politieke proces mag uitoefenen. Om die reden bezigde hij in zijn rede, die van tevoren werd opgenomen en werd uitgezonden op meerdere televisiezenders, niet éénmaal de term ‘abdicatie’. Akihito legde de nadruk op zijn vrees dat hij binnenkort niet meer in staat zou zijn zijn plichten als keizer goed te vervullen, en suggereerde dat een regent zijn officiële taken misschien zou kunnen overnemen. Hij noemde de maatschappelijke onrust die zou kunnen ontstaan, en de consequenties die dit voor het leven van veel mensen zou hebben, als zijn gezondheidstoestand ‘ernstig’ achteruit zou gaan.
Deze ongebruikelijke stap van de keizer laat maar weer eens zien hoe vastgeroest onze politici zijn en hoe weinig ze in staat zijn gebleken om vooruit te kijken. Hierdoor is nu een lastige situatie ontstaan.
Het gaat in tegen de wil van het volk om krampachtig vast te houden aan het idee dat hij tot zijn dood op de troon moet zitten
We weten al heel lang dat naarmate de jaren vorderen een keizer de last van zijn representatieve taken steeds zwaarder valt. Het aantal leden van de keizerlijke familie dat deze last überhaupt nog kan dragen wordt alsmaar kleiner, wat een bron van zorgen vormt voor de toekomst.
In 2005 heeft het kabinet van premier Junichiro Koizumi een comité van experts laten onderzoeken of een opvolgster of opvolger uit de vrouwelijke lijn zou kunnen worden toegestaan de troon te bestijgen. In 2012 boog het kabinet van premier Yoshihiko Noda zich over de kwestie of vrouwelijke leden van de keizerlijke familie na hun huwelijk nog deel van die familie zouden mogen blijven uitmaken. Rond die tijd opperde de jongere broer van kroonprins Naruhito op een persconferentie de mogelijkheid van een ‘pensioenregeling’ voor de keizer. En eind vorig jaar gaf keizer Akihito zelf toe dat hij een dagje ouder werd en ‘zo nu en dan fouten maakte tijdens officiële ceremonies’.
Maar de regering van premier Shinzo Abe bleek niet in staat om op een adequate manier met deze uitdaging om te gaan. De discussie erover bleef oppervlakkig, al dook vorige maand in de media het gerucht op dat de keizer zou willen aftreden. Hierdoor kregen de Japanners het gevoel dat de keizer voorzag dat er problemen gaan rijzen omtrent zijn functioneren en dat de politiek hem hierin weinig behulpzaam was
De manier waarop hij zijn verlangen om troonsafstand te doen meedeelde, roept grote vragen op. Functioneert de communicatie tussen de regering en de mediadienst van het keizerlijk huis – die de familie dient – wel goed? Is het de regering-Abe wel toevertrouwd om de huidige situatie optimaal in te schatten en er goed op te reageren? De vraag is immers in hoeverre de keizer zijn belangrijkste officiële functies als staatshoofd nog kan blijven uitoefenen. Premier Abe moet beseffen dat hij de verantwoordelijkheid heeft om zorgvuldig met deze situatie om te gaan en er een goede oplossing voor te verzinnen.
Hoe moet de natie reageren op deze boodschap van de keizer? Al sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn er in het parlement debatten gevoerd over de status van onze keizer als symbool van de natie; bij het formuleren van een antwoord moet daarop teruggegrepen worden. Ook speelt er de bredere vraag omtrent de toekomst van ons land. Erkend moet worden dat de keizer ook maar een mens van vlees en bloed is, wiens mentale en fysieke krachten op dit moment beperkt zijn.
Door de toenemende vergrijzing ervaart de Japanse bevolking aan den lijve wat het is om ouder te worden, en anders ziet men het wel om zich heen. Niemand kan de prangende vraag uit de weg gaan hoe om te gaan met een naderend einde.
De zorgen die de keizer hieromtrent in zijn rede kenbaar maakte, riepen bij veel Japanners zonder twijfel medelijden op. Het zou dan ook tegen de wil van het volk ingaan om krampachtig vast te houden aan het idee dat een keizer tot zijn dood op de troon moet blijven zitten. Dit principe correspondeert met de zogenaamde ‘keizerscultus’ en werd pas vastgelegd in de Meiji-grondwet uit 1889; het heeft verder geen wortels in de geschiedenis van ons keizerrijk.
Ook het argument dat voor de keizer mensenrechten niet gelden en dat hij niet het recht heeft om zelf initiatieven te ontplooien, correspondeert niet met de publieke opinie. De status van de keizer berust op de collectieve wil van het volk, alleen die legitimeert uiteindelijk zijn soevereine macht. Het is dus aan het volk om deze vraag te beantwoorden, rekening houdend met de wensen van de keizer.
Rol van de regering
De rol van de regering hierbij is om dit fundamentele principe te respecteren en het volk de informatie te verschaffen die het nodig heeft om tot een besluit te komen.
Sinds het begin van de Heisei-tijdperk, oftewel sinds de troonsbestijging van de huidige keizer, heeft de monarch veel meer gedaan dan het ‘keizerlijk handelen ten behoeve van staatszaken’, zoals het in de grondwet is vastgelegd. Zijn eerste ‘publieke handelingen’ bestonden uit het bijwonen van ceremonies, het ontmoeten van officiële
gezagsdragers en het bezoeken van rampgebieden. De agenda van de keizer wordt streng bewaakt om zijn werklast zo veel mogelijk te beperken. Toch komt hij tijd te kort, vooral omdat hij zelf zo veel wil doen. De keizer hecht eraan om iedereen gelijk te behandelen, en daardoor hebben veel Japanners zijn aandacht mogen genieten.
Om in de toekomst de keizerlijke familie niet te veel te belasten, zou uit deze waaier aan activiteiten een keuze gemaakt moeten worden. Zo moet niet alleen bekeken worden welke optredens zonder meer noodzakelijk zijn, maar ook wie ze zou kunnen verzorgen: de keizer, de keizerin of andere leden van de familie.
Hoognodig debat
De boodschap van keizer Akihito is een aanleiding om het hoognodige debat over de kwestie die hij ter sprake bracht serieus te gaan voeren. Het antwoord op de vele vragen die er bij het volk leven over de keizer en zijn symbolische rol in de staat hangt af van de invulling die men aan deze rol geeft. Daarbij komt dan vanzelf ook de vraag naar voren welke rol de keizerlijke
familie kan spelen.
Deze overwegingen gaan overigens verder dan alleen een mogelijke abdicatie: ook over de andere leden van de keizerlijke familie moet worden gesproken. In het bijzonder blijft de vraag vooralsnog onbeantwoord of de vrouwen na hun huwelijk deel van de familie mogen blijven uitmaken.
Hoewel de materie complex is en er geen overhaaste beslissingen moeten worden genomen, zal de crisis die de keizerlijke familie doormaakt zich door onnodig uitstel alleen maar verdiepen. Akihito’s wens zich terug te trekken laat de contradicties zien van een systeem waarin de keizer, een wezen van vlees en bloed, zijn functie koste wat kost zodanig moet vervullen dat zijn status als symbool van de natie recht wordt gedaan.
Er moet een serene en concrete discussie gevoerd worden over de beste manier om hiermee om te gaan. Als er een helder beeld wordt geschetst van de toekomstige rol van de keizerlijke familie, zal ook de publieke opinie een nieuwe consensus hierover accepteren.
Asahi Shimbun
Japan, dagblad, oplage 11.720.000
De ‘Krant van de Rijzende Zon’, pleitbezorger van het Japanse pacifisme na de Tweede Wereldoorlog. 3000 journalisten, verdeeld over 300 nationale kantoren en 30 in het buitenland.

