duitsland is geen mofrika meer


‘Moffen’ noemden we ze. En van de drommen hard Duits pratende vakantiegangers, waren we ook niet echt gecharmeerd. Maar de relatie tussen Nederlanders en Duitsers is aan het veranderen, volgens de FAZ. We vinden Duitsland hip en het is zelfs reisdoel nummer één geworden.

Duitsland heeft onder Nederlanders een populariteit bereikt die twintig jaar geleden nog ondenkbaar was. Volgens enquêtes zijn Duitsers sinds 2006 de favoriete buren van de Nederlanders. Kunst, zou je kunnen zeggen, Nederland heeft maar twee buurlanden, en ten westen ervan ligt de zee. Buren kun je inderdaad niet kiezen, maar vakantiebestemmingen wel. Duitsland is inmiddels reisdoel nummer één van de Nederlanders en heeft Frankrijk verdrongen naar plaats twee.

Er zijn momenteel een stuk of tien boeken van Nederlandse publicisten die Duitsland onomwonden en vol sympathie beschrijven als een land met beleefde mensen, mooie landschappen met of zonder bergen, lekker eten en een onbevooroordeelde blik op het Duitse verleden. Je zou er haast van gaan blozen.

De titels van die boeken laten er geen twijfel over bestaan. Waarom we ineens van de Duitsers houden (maar ze daar zelf van schrikken) gaf Merlijn Schoonenboom, van 2009 tot 2012 Duitsland-correspondent van de Volkskrant, zijn boek als titel mee. Sietse van der Hoek schreef Alles klar, Nederland-Duitsland van A tot Z, over hoe Duitsland zo hip werd in de ogen van de Nederlanders. En van Wouter Meijer, jarenlang correspondent voor de NOS in Duitsland, verscheen in maart 2016 We kunnen niet allemaal Duitsers zijn. In het voorjaar was de Nederlandse Boekenweek gewijd aan het buurland – voor het eerst – en omgekeerd zijn Nederland en Vlaanderen deze herfst eregasten van de Frankfurter Buchmesse.

In het buurland zou wel eens onvoldoende bekend kunnen zijn dat Nederland in de Tweede Wereldoorlog bezet was door de Duitsers

Legendarisch zijn de problemen die de NOS nog in de jaren negentig ondervond wanneer de omroep geschikte mensen als correspondent naar Duitsland wilde sturen. ‘Hadden ze niks beters voor je? Dan zit je daar tussen alleen maar Duitsers,’ hadden collega’s tegen hem gezegd, herinnert Philippe Remarque van de Volkskrant zich.

De succesvolle schrijver Leon de Winter was bij de Boekenweek merkbaar verbaasd: ‘Duitsers zijn in de ogen van Nederlanders een heel innemend volk geworden, dat heel dicht bij ons staat. Ze zijn heel gevoelig en hebben een ongelooflijk besef van hun plaats in de wereld en de geschiedenis.’ De Winter, in 1954 in het oosten van Nederland geboren, komt uit een familie van arme orthodoxe joden. Zijn ouders overleefden als enigen van de familie de Holocaust.

Vader en kind bij Zandvoort aan zee, ee plek die bij Duitsers zeer populair is. – © Michiel Wijnbergh / HH
Vader en kind bij Zandvoort aan zee, ee plek die bij Duitsers zeer populair is. – © Michiel Wijnbergh / HH

Nederland heeft zeventien miljoen inwoners, Duitsland ongeveer tachtig miljoen. Kleinere buurlanden plegen met een mengeling van respect, bewondering, afkeer en angst naar hun grotere tegenhangers te kijken. Veel Nederlanders volgen met enige regelmaat de Duitse politiek, terwijl de meeste Duitsers waarschijnlijk geen idee hebben wie de premier van Nederland is. Daar valt wat de Nederlanders betreft mee te leven. Pijnlijker is dat in het buurland ook wel eens onvoldoende bekend zou kunnen zijn dat Nederland in de Tweede Wereldoorlog bezet was door de Duitsers, en welke wonden dat heeft geslagen. Er waren deportaties, represailles en een ijskoude Hongerwinter in 1944-1945. De bezetting van 1940 was een overval van het grote buurland, terwijl het kleine op de eigen neutraliteit had vertrouwd.

Na de oorlog koesterden de Nederlanders jarenlang een heel ongecompliceerd vijandbeeld: de Duitsers waren simpelweg ‘moffen’, een scheldwoord. Ze werden beschouwd als onsympathieke mensen, die maar zaten te schreeuwen en in de oorlog fietsen van Nederlanders hadden gestolen. En alsof er niets was gebeurd, kwamen ze vanaf de jaren vijftig in drommen als vakantiegangers naar de Nederlandse stranden. Daar bouwden ze zandkastelen, wat Nederlanders nooit doen omdat ze het verspilling van ruimte vinden.

Over Duitsers mocht je denigrerende opmerkingen maken. Dat vond altijd weerklank, herinnert Dik Linthout zich, die decennialang als leraar en schrijver in het grensgebied tussen de twee landen heeft gewerkt: ‘Op politieke correctheid hoefde je bij Duitsland en de Duitsers niet te letten.’

In 1993 bereikte de antipathie een laatste hoogtepunt. Vier skinheads hadden in de West-Duitse stad Solingen de woning van een Turkse immigrantenfamilie in brand gestoken. Het echtpaar Mevlüde en Durmuş Genç verloor twee dochters, twee kleindochters en een nicht. Veertien familieleden wisten ternauwernood aan de dood te ontsnappen. Ruim een miljoen Nederlanders stuurde destijds een briefkaart aan de Bondskanselier met de tekst: ‘Ik ben woedend.’

Niet veel later kwam uit het zogenaamde Clingendael-onderzoek onder Nederlandse scholieren een uiterst negatief beeld van de Duitsers naar voren – vijftig jaar na het einde van de oorlog. Meer dan andere landen kwam Duitsland op de Nederlandse jeugd over als ‘oorlogszuchtig’ en als een land dat ‘de wereld wil overheersen’. Tegelijkertijd bleek dat er onder de jongeren een ontstellend gebrek aan kennis over Duitsland bestond.

Sisyphos, een van de hippe clubs van Berlijn.
Sisyphos, een van de hippe clubs van Berlijn.

Dat onderzoek zette het nodige in beweging. In 1996 werd in Amsterdam het Duitsland Instituut opgericht om het buurland vanuit Nederlands perspectief te bekijken en leraren, scholieren en het grote publiek over Duitsland te informeren. Het was directeur Tom Nijhuis opgevallen dat de antipathieën tot 1995 groter in plaats van kleiner waren geworden. De naoorlogse generatie stond kritischer tegenover de Duitsers dan de mensen die de oorlog hadden meegemaakt. ‘Ze hadden de bezetting niet aan den lijve ondervonden, maar koesterden wel een hoop anti-Duitse gevoelens.’

Maar volgens Nijhuis leende Duitsland zich toen niet meer voor tot nadenken stemmend voorbeeld. Het land had met succes de hereniging tot stand gebracht en zich feller gekeerd tegen vreemdelingenhaat en langer de grenzen opengehouden dan vrijwel alle buurlanden. ‘Duitsland is een van de weinige landen die niet zo sterk geïnfecteerd zijn door rechts populisme,’ zegt Nijhuis. En dan kiest hij een bijzonder woord: Duitsland is ‘fatsoenlijk’.

Het zou echter nog een paar jaar duren voordat ‘Duitsland na 1945’ een eindexamenonderwerp van het Nederlandse vak Geschiedenis werd. Daarvoor was de kennisoverdracht over Duitsland hoofdzakelijk beperkt gebleven tot de periode 1933-1945. Geen wonder dat veel scholieren nauwelijks een beeld hadden van de staat van de democratie in hun buurland.

Onderdeel van de Nederlandse identiteit als het kleinere land, zegt Nijhuis, is het bewustzijn van een bijzondere rol in de wereld. ‘Ook al zijn we kleiner, we willen op zijn minst moreel superieur zijn: “De wereld zou er beter uitzien als iedereen zo was als Nederland.”’ Volgens Nijhuis was dat de grondslag van alle politieke denken en de opgeheven wijsvinger de zichtbare uitdrukking daarvan.

‘Inmiddels worden er met spoed leraren Duits gezocht’

Aan het begin van het nieuwe millennium raakte Nederland in verwarring. Het land dat zo gewend was alle belangrijke aangelegenheden zonder geweld op te lossen, was het toneel van twee politieke moorden. Filmmaker Theo van Gogh stierf op een fietspad midden in Amsterdam, politicus Pim Fortuyn op een parkeerplaats op het Media Park in Hilversum. De Nederlandse geschiedenis ontbeerde dergelijke geweldsuitbarstingen. De laatste politieke moord – afgezien van de bezettingstijd – had plaatsgevonden in 1584, toen de eerste Oranje, Willem de Zwijger, door een katholieke fanaticus om het leven was gebracht.

Daarbij kwam nog het falen van de Nederlandse blauwhelmen in de moslimenclave Srebrenica, wat leidde tot de val van het kabinet en een periode van politieke instabiliteit. Een tijdje zag het ernaar uit dat de Nederlandse utopie teloorging: het land maakte zware tijden door, de veelgeprezen tolerantie leek opgebruikt en partijen die zich tegen vreemdelingen keerden zagen hun aanhang gestaag groeien, een ontwikkeling die nog altijd gaande is.

Salonfähig

Hoe zwaar de tijden ook waren, de relatie met Duitsland leed er niet onder – integendeel. De nieuwe nabijheid kwam ook in de taal tot uiting. Nog niet zo heel lang geleden golden Duitse woorden als ongewenst. Inmiddels zijn ze net zo salonfähig in het Nederlands als het Duitse woord ‘salonfähig’ zelf. Opeens liggen woorden als Oktoberfest, Weizenbier en Energiewende op ieders lippen. Restaurants maken reclame met ‘Berlijnse sfeer’ en op de Prinsengracht kun je Curry-Wurst eten. In café Blauwbrug aan de Amstel wordt in de winter Glühwein verkocht voor drie euro en het staat ook nog goed gespeld op het bord.

Sommige Duitse woorden worden gecombineerd met Engelse en gaan dan een eigen leven leiden. Een vrouwelijke minister gaf onlangs in een interview toe dat ze een ‘überbitch’ was. Als veranderingen in de taal duiden op veranderingen in de maatschappij, zo schrijft Sietse van der Hoek, dan is Nederland bezig meer Duits te worden.

Duits als vreemde taal loopt echter nog altijd niet hard en het is goed mogelijk dat bezoekers uit Duitsland binnenkort overal in Nederland Engels moeten spreken. De Duitse taal speelt in Nederland inmiddels nog maar een marginale rol. De oudere generatie Nederlanders verstaat nog wel Duits, maar spreekt het niet graag. De jeugd neemt al lange tijd niet eens meer de moeite om de taal te leren.

De Nederlandse Kamer van Koophandel heeft uitgerekend dat hun onverschilligheid tegenover de Duitse Nederlanders 7 miljard euro omzet kost

Maar er worden pogingen ondernomen om die trend te keren. Sinds 2012 vindt er een landelijke actiedag plaats waarop leerlingen en studenten enthousiast moeten worden gemaakt voor het vak Duits. Kennelijk met succes, want inmiddels worden er met spoed leraren Duits gezocht. Dat heeft zo zijn reden. De Nederlandse Kamer van Koophandel heeft eens uitgerekend wat de Nederlanders hun onverschilligheid tegenover de Duitse taal kost. Dat bleek te gaan om het aanzienlijke bedrag van zeven miljard euro aan jaarlijks misgelopen omzet.

We worden nog altijd in de gaten gehouden. Wouter Meijer hekelt de verkrampte omgang van Duitse 
journalisten met extreemrechts. 
Volgens hem hebben de media uit 
louter politieke correctheid oogkleppen op en laten ze zich makkelijk voor het karretje van de regering spannen. Andere schrijvers maken zich zorgen omdat Duitsland niet bereid is de leiding te nemen. Of juist omdat Duitsland streeft naar de hegemonie.

Een van de dingen die Nederlanders niet bevallen aan Duitsers, is ons gedrag bij een rood voetgangerslicht. Sietse van der Hoek weet zeker dat Duitsers ook om drie uur ’s nachts voor een rood voetgangerslicht gaan staan wachten, ook al is er in geen velden of wegen een auto te bekennen. Om kort te gaan: de Duitser is en blijft gehoorzaam.

Auteur: Tilman Bünz
Vertaler: Pieter Streutker

Frankfurter Allgemeine Zeitung
Duitsland | dagblad | oplage 382.000

Een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.


Deel dit artikel


Recent verschenen