Veel Europese waarnemers zijn verbijsterd over de krankzinnige Amerikaanse verkiezingscampagne. Zo niet de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev. ‘Ze lijken gewoon steeds meer op ons.’
Voor de meeste Europeanen die momenteel Amerika bezoeken is het alsof ze op Mars zijn geland. Zelfs de best ingevoerde politieke analisten kunnen geen touw vastknopen aan wat er in dat land gebeurt. Ze nemen aanstoot aan de opkomst van Donald Trump, zijn verbaasd dat de democratisch-socialistische ideeën van Bernie Sanders jonge Amerikaanse kiezers zo aanspreken en in de war door het emotieloze, risicomijdende buitenlandbeleid van president Obama, dat ertoe heeft geleid dat de Syrische president Assad ongestraft Obama’s eigen verbod op het gebruik van chemische wapens kon overtreden.
Ikzelf tast veel minder in het duister dan mijn mede-Europeanen. Als ik de woede van de middenklasse zie, de arrogantie van de onbeminde elite, het gemeenschappelijke ongeloof in de effectiviteit van militaire machtsmiddelen en de alomtegenwoordige angst voor de toekomst, dan heb ik misschien voor het eerst het idee dat ik precies begrijp wat er in Amerika gebeurt.
Amerikanen komen niet langer van Mars, en Europeanen niet langer van Venus
Neem de knuppels die Donald Trump in het hoenderhok gooit met zijn verachtelijke en krankzinnige opmerkingen. Zijn succes, dat zelfs Ted Cruz gematigd doet lijken, verbijstert zowel velen in Amerika als daarbuiten, gewend als men is dat Amerikaanse politici voorzichtig laveren tussen bloeddorstig populisme en gematigd fatsoen. Tot nu toe bleven ze altijd een centrumkoers varen.
Maar Donald Trump zou zich thuisvoelen in Europa. Bij nationale verkiezingen hier krijgen de gematigde partijen hooguit de helft van de stemmen. De rest gaat naar partijen die de politieke onderbuikgevoelens aanspreken. Als ik hier in Sofia of in Warschau of Amsterdam een café binnenkom, hoor ik groepen mannen en vrouwen schreeuwen dat buitenlanders per bus het land moeten worden uitgezet, dat moslims geweerd moeten worden en dat er langs onze grenzen muren moeten worden opgetrokken.
Ze spreken namens de meerderheid die zich bedreigd ziet door het verlies van haar politieke macht en de snelle afname van haar welvaart. Ze voelen zich bedrogen door de demografische revolutie die zich overal op de wereld voltrekt, een revolutie waardoor ze een minderheid in hun eigen land dreigen te worden. De botte directheid van Trump en de ongeëvenaarde behendigheid waarmee hij de nieuwsmedia bespeelt lijken zo sterk op de politieke stijl van de voormalige Italiaanse premier Silvio Berlusconi dat ik me soms afvraag of die hem niet stiekem coacht vanaf de zijlijn.
Ook Bernie Sanders moet de Europeanen bekend voorkomen. De meeste jonge Europeanen die ik ken beschouwen het kapitalisme als een oneerlijk systeem dat gesjoemel in de hand werkt; voor hen is het echte socialisme – dus niet de neoliberale ‘sociaaldemocratie’ à la Duitsland – nauwelijks een vies woord. Ze zien zichzelf als de grootste slachtoffers van de huidige situatie en dromen vaak hardop van een revolutie (zij het, gelukkig, een geweldloze variant). Voor hen is de oorlog tussen de generaties de nieuwe versie van de klassenoorlog van hun ouders (en grootouders en overgrootouders).
In landen als Griekenland, Spanje en Portugal is bijna de helft van de jongeren werkloos, zelfs na een universitaire opleiding. Ze zien globalisering als een regelrechte ramp en walgen van vrijhandel. En hoewel Sanders geen Jean Jaurès of Leon Trotski is – ik vind hem ongeveer even opwindend als een komkommersandwich – is zijn gebrek aan charisma voor vele nieuwe radicalen in Europa en Amerika een bewijs temeer van zijn integriteit en authenticiteit.
Zelfs van Obama’s drastische ommezwaai naar buitenlandse ‘realpolitik’ kijk ik niet meer op. Hij zegt dat hij de ‘spelregels van Washington’ heeft afgeschaft, tot verbazing en angst van Amerika’s Europese bondgenoten. Obama’s beruchte beleidsgebod ‘Doe geen domme dingen’ is al jarenlang de enige leidraad voor het buitenlandbeleid van de Europeanen. Hij maakt alleen maar iets expliciet wat we allang weten, namelijk dat Amerika behoedzamer wordt in zijn buitenlandbeleid; Europeser. Amerikanen komen niet langer van Mars, en Europeanen niet langer van Venus. Misschien zitten we met zijn allen op Saturnus en proberen we te voorkomen dat het vuige gepeupel onze mooie ringen vies maakt.
Onaantastbaar?
Als er iemand momenteel Amerika niet ‘snapt’, dan zijn het wel de Amerikanen zelf. Ze zien niet dat hun land in hoog tempo ‘normaliseert’ en niet langer kan vertrouwen op oneindige, breed gedeelde economische groei en zalige geopolitieke afzondering. ‘Het lot van onze natie is dat we geen ideologieën hebben, maar verenigd zijn,’ zei de Amerikaanse historicus Richard Hofstadter ooit. Wanneer ze zichzelf met Europa vergeleken, gingen Amerikanen er prat op dat ‘zoiets hier niet kan gebeuren’ – namelijk Europees socialisme en Europees fascisme. Ze achtten zichzelf immuun voor de ziektebeelden van de democratie: overal op de wereld kunnen menigtes doldraaien, maar niet in Amerika, het land van het gezond verstand. Maar zijn de Amerikanen, na de extreme polarisatie en het disfunctionerende landsbestuur van de afgelopen jaren, er nog steeds van overtuigd dat hun democratie onaantastbaar is?
Nu de ‘normalisering’ van Amerika zich voor onze ogen afspeelt, heb ik het idee dat veel Europeanen heimwee hebben naar het Amerika dat we nooit echt hebben begrepen. Dat is het Amerika dat zo veel van zijn jonge zwarten in de gevangenis stopt, maar wel een zwarte man als president kiest. Een Amerika dat nog altijd de doodstraf kent, maar ook de rechten van immigranten beschermt. Een Amerika dat niet alleen probeert de wereldorde te handhaven, maar die ooit hartstochtelijk wilde veranderen. Een Amerika met zijn onvolkomenheden, maar ook zijn beloften. Een Amerika dat ambitieuzer was, en minder ambivalent. We missen het nu al.
Auteur: Ivan Krastev
Vertaler: Peter Bergsma
Ivan Krastev is voorzitter van het Centre for Liberal Strategies in Sofia, en columnist voor The New York Times.
The New York Times
Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

