Op 24 januari werd de centrum-rechtse politicus Marcelo Rebelo de Sousa gekozen tot president van Portugal. Pikant, want hij is een kind van de dictatoriale regimes van Salazar (1933-1968) en Caetano (1968-1974).
Hij is per definitie een erfgenaam: Marcelo Rebelo de Sousa (MRS), zoon van een van de leiders uit het tijdperk-Salazar. Zijn vader had in 1974 op 53-jarige leeftijd het gehele verplichte carrièrepad van de dictatuur doorlopen: Mocidade Portuguesa [de Portugese jeugdbeweging ten tijde van de dictatuur], afgevaardigde, staatssecretaris, koloniaal gouverneur en tot slot minister. De zoon van deze politicus werd, zoals zijn officiële biograaf Vítor Matos schreef in de biografie uit 2012 (en waaruit ik citeer), ‘klaargestoomd voor de politiek’. Aan de biografie werkte MRS zelf mee, en het geschrift staat boordevol kostbare informatie.
Marcelo is een erfgenaam. Allereerst in de nauwere betekenis van het woord: als de eerstgeboren zoon van een markante vertegenwoordiger van de elite waaruit António de Oliveira Salazar en diens opvolger Marcello Caetano hun staf rekruteerden en die zijn hoge positie uitsluitend te danken had aan een onvoorwaardelijk trouw aan de Chefe. Maar ook in bredere zin is hij een erfgenaam: als product van een klassieke universiteit die, in de definitie van Pierre Bourdieu, ‘de plek bij uitstek [is] waar de privileges en de belangen van de erfgenamen worden bewaakt’.
Een verhaal
Zozeer zelfs voelde MRS zich erfgenaam dat hij al op zijn zevenentwintigste aan zijn memoires begon. Het betrof niet zozeer zijn eigen herinneringen als wel die van degenen van wie hij de erfgenaam was. ‘Ik had het salazarisme en het marcelisme van binnenuit meegemaakt en het weekblad Expresso gelanceerd, ik was bij de oprichting van de [rechtse partij] PPD geweest en lid geweest van de Constituinte [de grondwetgevende vergadering van 1975, na het einde van de dictatuur]. Ik had een verhaal te vertellen.’
Vanaf zijn ‘tiende of twaalfde’ nam zijn vader Baltazar hem mee naar zaterdagse lunches in restaurant A Choupana in São João do Estoril. Daar verzamelde Caetano, die in 1958 uit de regering was gezet, zich met een select gezelschap trouwe aanhangers. De politicus leefde in een soort van ballingschap tot aan het herseninfarct van Salazar in 1968 [toen Caetano de macht greep en aanbleef tot 1974].
‘Het gedrag van politici in een dictatuur verschilt niet veel van dat in een democratie: de gebruikelijke vriend- en vijandschappen, hetzelfde verraad en de machtsbelustheid’
‘Van die urenlange gesprekken tussen de heren van het regime stak Marcelo het talent op voor paleisintriges (…). Zijn vader liet hem de krochten van het regime zien.’ MRS beschrijft deze ervaring als ‘een leerschool’, en vindt, veelzeggend genoeg, dat ‘het gedrag van politici in een dictatuur niet veel verschilt van dat in een democratie: de gebruikelijke vriend- en vijandschappen, hetzelfde verraad en de machtsbelustheid.’
Vanaf zijn twintigste zat hij aan bij alle officiële diners van de regering van het koloniale Mozambique, die zijn vader vanaf 1968 leidde. Toen Caetano aan de macht kwam, dineerde hij eenmaal per week met hem.
De jongeman, die het niet aan politieke intelligentie en intuïtie ontbrak, genoot met volle teugen van deze ‘opleiding tot politicus’. Het was zijn droom om in de hiërarchie van het regime omhoog te klimmen: al op het lyceum schijnt hij gezegd hebben dat hij op een dag president zou worden. Op jonge leeftijd maakte hij zich de taal en de thema’s van het nationalistische salazarisme van de jaren zestig eigen: hij bekritiseerde ‘het gebrek aan vaderlandsliefde van diegenen die zich tijdens het carnaval van 1962 zo goed vermaakten’, slechts enkele weken na het verlies van Goa [dat werd terugveroverd door India] en midden in de Angolese oorlog. ‘Het was een affront, regelrecht verraad.’ In 1963 beëindigde hij een opstel met de woorden: ‘Och arme landen, die geen zonen hebben om voor ze te strijden!’ Jaren later bleek dat hij zelf nooit had deelgenomen aan de koloniale oorlogen in Afrika [1961-1975], al had dat nog wel gekund: hij studeerde in 1971 af en voltooide in 1972 een politiek-economische vervolgopleiding.
Nationalist
Op de middelbare school werd bij beschouwd als ‘nationalist’ (een term die hem ook een paar jaar geleden nog niet tegenstond), terwijl veel anderen in die tijd actief werden in het scholierenprotest en zich later op de universiteit openlijk tegen de dictatuur keerden. Een keuze die iemand op zijn vijftiende maakt kun je misschien niet serieus nemen, maar een keuze als student wel. Marcelo koos opnieuw voor de salazaristische rechterzijde, die zei de ideologische strijd met het marxisme te willen aanbinden. Tijdens de studentenprotesten van 1969 ‘nam hij deel aan manifestaties ter ondersteuning van de dictatuur’. Bij de verkiezingen van dat jaar, het moment waarop veel van zijn generatiegenoten politiek bewust werden, was hij 21 jaar en steunde hij opnieuw de partij die aan de macht was.
‘Niemand kan zich herinneren dat Marcelo zich ooit heeft uitgesproken tegen de koloniale oorlog’, schrijft Vítor Matos. Toegegeven, dat is ook weinig verwonderlijk als je vader minister van Koloniale Zaken is. Veel bedenkelijker is de stelling van Leonor Beleza [parlementslid voor de centrum-rechtse PSD], destijds zijn medestudente en net als hij kind van een staatssecretaris tijdens de dictatuur. Zij verklaarde onlangs dat het ‘in die tijd makkelijk was aan de ene of aan de andere kant te staan. Het was veel lastiger om een middenpositie in te nemen.’ Je vraagt je af hoe moeilijk de gevangengezette, gemartelde en naar Afrika gestuurde studenten die zich wel durfden te verzetten het gehad hebben. Beleza is kort van geheugen…
In 1970 infiltreerde Marcelo, samen met Beleza en Jorge Braga de Macedo [tegenwoordig eveneens parlementslid voor de PSD] bij de leiders van de onderwijsstaking aan de universiteit. Vervolgens speelde hij de nieuwe minister Veiga Simão informatie door over ‘studentenbewegingen’. Simão zou hem overigens later zijn eerste baan bezorgen, op het ministerie van Onderwijs onder Adelino da Palma Carlos, een andere zoon van een staatssecretaris. Ook probeerde hij hem later herhaaldelijk lid te maken van Opus Dei.
Marcelo uitte publiekelijk zijn scepsis over de levensvatbaarheid van de onderwijshervormingen die Simão wilde doorvoeren: ‘Een werkelijke democratisering van het onderwijs (…) lijkt mij onmogelijk binnen een autoritair en antidemocratisch systeem’, schreef hij in 1971. Daarop eiste Caetano van Veiga Simão dat die de jongeman zou ontslaan. Maar het liep anders: de jonge jurist betoonde zich kampioen draaien en spoedde zich naar Caetano om hem om vergeving te vragen.
‘Hij is de zoon van God en van de duivel in één: God gaf hem zijn intelligentie, de duivel zijn doortraptheid’
In 1973, toen hij al bij het weekblad Expresso werkte, verontschuldigde hij zich bij Caetano voor zijn ‘onstuimige’ jonge aard en garandeerde hem dat hij ‘er altijd van overtuigd was geweest’ dat ‘mijn principes geheel in lijn zijn met die van Uwe Excellentie’. Hij loofde de kwaliteiten van de dictator als regeringsleider en beloofde hem ‘af te zien van alles wat als een nadrukkelijke politieke stellingname kan worden opgevat’. Herhaaldelijk deed zijn moeder, die van hem verwachtte dat hij zich als een waardige erfgenaam zou gedragen, een goed woordje voor hem bij Caetano. In januari 1974 schreef Artur Portela Filho over hem: ‘Hij was het wonderkind van het regime (…) Hij was perfect geschikt, zeer evenwichtig en voorbestemd voor de macht.’
Hij was de erfgenaam van een invloedrijke politieke hiërarchie, en daarom stonden hij en zijn familie in de gunst van de allerhoogste bourgeoisie. ‘Marcelo begint te merken hoe mensen met bezit leven.’ En dat beviel hem wel. Ook vandaag nog bevalt het hem, al speelt hij de rol van een christen met hart voor de armen. ‘Zijn hele leven zegt hij: “Je kunt maar beter rijk zijn en bevriend zijn met de rijken.”’ Vreemd is het dan wel hoe hij in 1999, in de fotobiografie van zijn vader, zou schrijven dat ‘de leden van de regering in de jaren vijftig zich verre moesten houden van het leven van de rijken. Beter konden ze in de familiekring blijven en het contact vermijden met deze perverse wereld, die hen alleen maar afleidde van het algemeen belang.’ Vreemd, omdat het niet waar was.
Windvaan
We weten inmiddels waarom zelfs zijn geloofsgenoten hem bestempelen als een windvaan, of spreken over ‘het gemak waarmee hij de realiteit weet te verdraaien’ (Expresso). We weten hoe hij tientallen mensen steunde, verraadde en het vervolgens weer met ze goedmaakte. ‘Een oude Raspoetin,’ werd hij genoemd door Paulo Portas [een bekende rechtse figuur]. ‘Hij is de zoon van God en van de duivel in één: God gaf hem zijn intelligentie, de duivel zijn doortraptheid.’
Boven alles voel je in Marcelo Rebelo de Sousa een tomeloze ambitie, die soms een deuk oploopt door foute politieke inschattingen. Denk aan de mislukte allianties die hij smeedde, of de drie jaar dat hij aan het hoofd stond van de PSD, jaren waarin hij vooral liet zien dat hij zelfs in de rustigste politieke tijden problemen wist te veroorzaken.
Al sinds 1973 vertelt hij – in Expresso, in andere tijdschriften en op verschillende televisiezenders – als politiek commentator naar hartelust over Portugal, en hoe hij het land zou leiden als hij het voor het zeggen had. Die tijd is nu aangebroken. Want de erfgenaam is nu president geworden.
Auteur: Manuel Loff
Vertaler: Valentijn van Dijk
De auteur is als historicus verbonden aan de Universiteit van Porto en gespecialiseerd in de dictatoriale regimes van de twintigste eeuw.
Público
Portugal | dagblad | oplage 21.500
In Portugal geroemd om zijn originaliteit en moderniteit, laat zich inspireren door de grote Europese kranten. Heeft ook een aparte versie voor jongere lezers: P3, in samenwerking met de Universiteit van Porto.

