china jaagt op dissidenten in thailand scaled


De Chinese regering doet steeds meer moeite om gevluchte burgers in het buitenland te vervolgen. In Thailand zorgt Operatie Vossenjacht voor paniek onder ballingen. ‘Ik dacht dat ik hier veilig zou zijn.’

In een wanhopige poging om aan de autoriteiten te ontkomen, glipte Xi te voet over de grens met Vietnam, helemaal alleen en zonder paspoort. Met zijn bezittingen in een rugzakje gepropt trok hij honderden kilometers door dicht, bergachtig oerwoud naar Hanoi. Maar hij wist dat hij, als democratisch activist, ook daar niet veilig was voor de lange arm van de Chinese regering.

Xi bleef naar het zuiden lopen, ging heimelijk Cambodja binnen, waar hij zijn blik naar het Westen richtte. Eind 2011 kwam hij eindelijk in Bangkok aan, na een zware reis van meer dan drie maanden. ‘Thailand was een vrij en democratisch land, anders dan Vietnam en Cambodja, dus ik dacht dat ik hier wel veilig zou zijn,’ zegt hij.

De viereneenhalfjaar daarna was dat in het algemeen ook zo. Hij wist een betrekkelijk normaal leven in Bangkok op te bouwen, net als tientallen andere Chinese dissidenten in ballingschap en kon zelfs deelnemen aan de herdenking van het bloedbad op het Tiananmenplein zonder de angst gearresteerd te worden. Maar daar is afgelopen jaar verandering in gekomen. ‘Nu zijn we wel bang,’ zegt Xi.

Veilig toevluchtsoord

Het aantal Chinese ballingen in Thailand is de afgelopen tien jaar gestaag gegroeid. Het is onmogelijk vast te stellen hoeveel er precies in het land zijn, maar schattingen lopen uiteen van enkele tientallen tot ruim honderd; Xi denkt dat het aantal inderdaad rond de honderd ligt.

Lange tijd beschouwden dissidenten die uit China vluchtten Thailand als veilig toevluchtsoord. Er lopen duidelijke routes hierheen en daardoor is de reis vanuit China relatief gemakkelijk, zelfs zonder de juiste documenten. Vluchtelingen steken stilletjes de poreuze grenzen over naar Myanmar, Laos of Vietnam en reizen dan door naar Bangkok, waar goedgeorganiseerde netwerken van ballingen en ngo’s ze kunnen helpen om onder te duiken.

Xi vertelt dat Bangkok ook aantrekkelijk is voor vluchtelingen vanwege de sterke aanwezigheid van de VN in de stad. Daardoor zijn middelen beschikbaar om ballingen te beschermen en ze te helpen eventueel een nieuw bestaan op te bouwen in het Westen, nog verder buiten het bereik van Chinese agenten.

Gui Manhui, een uitgever uit Hongkong, werd in oktober uit zijn flat gehaald, waarschijnlijk door Chinese agenten

Maar dat is vaak een proces van jaren. Terwijl ze wachten worden de ballingen over het algemeen door de Thaise politie met rust gelaten. Chinezen vormen in de Thaise steden maar een heel klein deel van de totale vluchtelingenpopulatie, dat door Human Rights Watch op zo’n tienduizend mensen wordt geschat. Maar op 28 oktober vorig jaar werd de beschermende sluier weggetrokken. De Thaise politie arresteerde in Bangkok de twee Chinese dissidenten Jiang Yefei en Dong Guanping, en beschuldigde hen ervan dat ze illegaal het land waren binnengekomen. Later werden beide mannen midden in de nacht door Chinese agenten uit een immigratiecentrum opgehaald en meegenomen, ondanks het feit dat de Canadese regering hen, als laatste redmiddel, politiek asiel had verleend.

Deze gebeurtenis maakte de ballingen al onzeker, maar met de verdwijning van Gui Minhai begon de paniek pas echt toe te slaan. Deze eenenvijftigjarige uitgever uit Hongkong, die ook een Zweeds paspoort bezat, werd in oktober uit zijn flat in Pattaya gehaald, naar alle waarschijnlijkheid door agenten van de Chinese overheid. Vorige maand verscheen hij plotseling op de Chinese staatstelevisie CCTV, waar hij een ‘bekentenis’ aflegde. Minder dan een week voor dat televisieoptreden was journalist Li Xin, een voormalig regeringsinformant die vorig jaar uit China was gevlucht, vermist geraakt terwijl hij per trein onderweg was van Bangkok naar Non Khai. Vorige week werd bevestigd dat hij in een Chinese gevangenis wordt vastgehouden.


Zhang kwam minder dan een maand voordat deze ontvoeringen begonnen in Bangkok aan en vertelt dat zijn leven in Thailand tot nu toe heel anders is dan hij had gehoopt. ‘Ik wist niet veel over Thailand voordat ik hierheen kwam,’ zegt hij. ‘Ik kon met niemand hier contact opnemen omdat ik bang was dat de communicatie werd onderschept.’

Deze krant had een ontmoeting met Zhang in een klein, overvol café in het centrum van Bangkok. Hij droeg een donkerblauw hoedje en een grote spiegelende zonnebril waarachter zijn gezicht grotendeels schuilging. Elke keer als er een klant binnenkwam of wegging, keek hij schichtig achterom. Hij vertelde dat hij problemen heeft met het vinden van woonruimte; huisbazen willen een kopie van zijn paspoort, maar zijn visum is al verlopen en hij durft zijn persoonlijke gegevens niet in officiële documenten vast te leggen. Hij overweegt nu om naar het platteland te gaan, weg van de spiedende ogen.

Zhang is half september hierheen gevlogen vanuit Hanoi, waar hij per bus vanuit China was gekomen. ‘Voordat ik uit China vertrok kon ik niemand over mijn plannen vertellen. Maar toen ik in Hanoi was, nam ik contact op met Xi. Hij zei tegen me: “Vlieg gewoon naar Bangkok. Maak je geen zorgen. Hier ben je veilig.”

Maar sinds ik hier ben, vrees ik voortdurend voor mijn veiligheid. In de eerste drie maanden zijn veel dingen gebeurd waarover ik me grote zorgen maak. Ik verwacht elk moment dat de geheime politie me komt ontvoeren.’

‘Ik denk dat de Chinese regering de duivel is’

De achtenveertigjarige Zhang heeft alle reden om bang te zijn voor wat er zal gebeuren als hij naar China wordt teruggebracht. Voor zijn vlucht heeft hij tientallen jaren als leraar gewerkt, maar in zijn vrije tijd schreef hij gedichten en artikelen tegen de regering, de politie en het staatsonderwijssysteem, en vóór democratische bewegingen in Hongkong en op het vasteland. Vanwege die geschriften kon hij in China voor een groot deel van zijn volwassen leven niet over een paspoort beschikken. ‘Ze wilden me niet naar het buitenland laten gaan voor internationale bijeenkomsten. Ze wilden me helemaal niet het land uit laten gaan,’ zegt hij. ‘Ze dachten dat ik een gevaar voor de nationale veiligheid zou vormen als ik naar het buitenland ging.’

In 2004, vertelt hij, werd hij midden in de nacht door de autoriteiten gekidnapt ‘omdat ik een visum had aangevraagd voor Amerika’, nadat hij een beurs had gekregen voor een lerarenopleiding in New York. ‘Ze brachten me naar een soort boerderij, en ik werd opgesloten in een kamer. Ze lieten me niet slapen. Ze dwongen me om over mijn artikelen te praten en dreigden me in de gevangenis te gooien als ik niet de waarheid vertelde. Ik heb daar vijftien tot twintig dagen gezeten – ik weet niet precies hoe lang. Het was verschrikkelijk. Ik was erg bang.’

In de tien jaar daarna bleef de politie hem lastigvallen en Zhang en zijn gezin werden continu in de gaten gehouden. ‘Op een bepaald moment vond ik het echt gevaarlijk worden. Ik dacht: Ik moet het land uit,’ vertelde hij. ‘In die tijd zei een vriend me: “Als je naar een politiebureau gaat en vertelt dat je paspoort is gestolen, krijg je van de plaatselijke politie een nieuw paspoort.” En dat klopte. En dus dacht ik: Ik moet nu gaan.’

Enige bescherming

In zijn rugzak heeft Zhang een informele brief van de UNHCR die hem enige bescherming moet bieden. Er staat in dat zijn aanvraag voor een vluchtelingenstatus in behandeling is. Hij overhandigt hem voorzichtig, maar de brief vertoont al sporen van slijtage. De brief benadrukt dat hij ‘in het bijzonder beschermd moet worden tegen gedwongen terugkeer’.

Zhang krijgt hierover een gesprek met de UNHCR, maar dat zal pas halverwege 2018 plaatsvinden. Tot die tijd moet hij in Thailand blijven, zonder visum en met de voortdurende angst dat de Chinese autoriteiten hem zullen vinden.

‘Ik moet hier wel blijven afwachten,’ zegt hij.

Ook Xi heeft zo’n brief, al is de zijne al bijna twee jaar verlopen en begint hij op de vuile, rafelige vouwen uit elkaar te vallen. En hij heeft nog een tweede papier van de UNHCR, met slechts vijf regels tekst: die vertelt hem dat zijn aanvraag voor een vluchtelingenstatus is afgewezen.

16 februari 2016. Thaise soldaten patrouilleren bij een pier aan de Chao Phraya-rivier in Bangkok, die populair is bij Chinese toeristen. – © Reuters / Jorge Silva
16 februari 2016. Thaise soldaten patrouilleren bij een pier aan de Chao Phraya-rivier in Bangkok, die populair is bij Chinese toeristen. – © Reuters / Jorge Silva

Zowel Xi als Zhang geven dit interview in langzaam, gebrekkig Engels. De oorspronkelijke bedoeling was dat er een tolk bij deze gesprekken aanwezig zou zijn – iemand die kort geleden uit China was gekomen –, maar later werd besloten dat deze niet te vertrouwen was.

Volgens Zhang was de nieuw aangekomene hem gevolgd en had hij veel vragen gesteld. ‘Ik heb een ontmoeting met die persoon vermeden,’ zegt hij.

Aanvankelijk spreken beide mannen open over hun gezin, maar later willen ze dat liever niet meer en verzoeken ze ons bepaalde informatie niet te publiceren. Ze zijn bang dat de autoriteiten in China de informatie zullen gebruiken om achter hun familie aan te gaan, om hen zo te dwingen naar huis terug te keren.

‘Ik weet niet hoe de toekomst eruitziet, en ik wil niet dat zij lijden,’ zegt Zhang.

Zhang vertelt dat hij tijdens zijn verblijf hier zo’n twintig Chinese ballingen heeft ontmoet, voornamelijk in het begin. Tegenwoordig blijft hij liefst op zichzelf. ‘Eerst geloofde ik iedereen die vluchteling uit China is. Maar nu moet ik alleen blijven. Ik geloof niemand meer,’ zegt hij. ‘Iedereen kan een agent zijn.’

Toch beweert hij dat het geen zin zou hebben om te proberen helemaal te verdwijnen. Het veiligheidsapparaat van Beijing is gewoon te machtig. ‘Als de CPP [Chinese Communistische Partij] je wil terughalen, ben je in een minuut weg,’ zegt hij.

Bangkok is niet in de positie om druk vanuit Beijing te weerstaan

Volgens Xi, die hier al veel langer is en hechtere banden met de Chinese dissidente gemeenschap onderhoudt, is de groep ballingen in Thailand versnipperd geraakt, nu paranoia en wantrouwen hebben postgevat – volgens hem het resultaat van een vooropgezette tactiek van Beijing.

‘De eenheid tussen de Chinezen is aangetast, omdat de CCP wil dat de Chinese vluchtelingen elkaar niet vertrouwen. De CCP wil het onderlinge vertrouwen tussen ons vernietigen,’ zegt hij.

‘Ze hebben ons allemaal bang gemaakt,’ zegt ook Zhang.

Flagrante schending

Tot nu toe hebben de Chinese en Thaise autoriteiten vermeden om openlijk commentaar te geven op de zo op het oog opzettelijke poging van de Chinezen om netwerken van dissidenten hier te breken. Beide partijen zeggen dat de wet niet wordt overtreden.

Zhang ziet het anders. ‘Ik denk dat de Chinese regering de duivel is. Het is de slechtste regering ter wereld. De Chinese overheid is niet vriendelijk tegenover het volk,’ zegt hij.

Niet alleen Thailand is doelwit. Vorig jaar maart werden in Laos twee Chinese vluchtelingen gearresteerd. In oktober werd Boa Zhuoxuan, de zestienjarige zoon van een Chinese dissident, ontvoerd uit een pension in Myanmar. Alle drie werden ze teruggebracht naar China.

Maar nu de kwakkelende Thaise economie steeds afhankelijker wordt van Chinese investeringen, bevindt Bangkok zich niet in de positie om druk vanuit Beijing te weerstaan. Dat werd wel heel duidelijk toen in juli vorig jaar zo’n honderd etnische Oeigoeren naar China werden teruggevoerd, een actie die door de UNHCR is bestempeld als ‘een flagrante schending van het internationaal recht’.

Chinese touristen dineren aan boord van een boot op de Chao Phraya-rivier in Bangkok. 16 februari 2016. – © Reuters / Jorge Silva
Chinese touristen dineren aan boord van een boot op de Chao Phraya-rivier in Bangkok. 16 februari 2016. – © Reuters / Jorge Silva

De Chinese regering voert de inspanningen om gevluchte burgers in het buitenland te vervolgen al ruim een jaar op; vaak zijn het ambtenaren die beschuldigd worden van corruptie, maar het gaat ook om politieke dissidenten en leden van etnische minderheden. Vorig jaar zijn meer dan 850 vluchtelingen naar China teruggebracht om terecht te staan wegens corruptie, vaak in het kader van een speciale operatie die China heeft opgezet, ‘Operatie Vossenjacht’. Die wordt nu gecombineerd met ‘Luchtnet’, een wereldwijd netwerk waarmee de regering vluchtelingen in het buitenland opspoort om ze terug te halen naar het thuisland.

‘Het is in Thailand nu heel gevaarlijk. De CCP is heel rijk en veel Chinese mensen komen als toerist naar Thailand, dus de Thaise en de Chinese overheid onderhouden een hechte band. De CCP is overal,’ zegt Xi. ‘Vijf jaar geleden was er geen gevaar.’

Anticommunist

Dat zijn aanvraag bij de UNHCR is afgewezen, betekent waarschijnlijk dat Xi’s toekomst erg onzeker is. ‘Twee jaar geleden heeft de VN mijn dossier gesloten. Dus krijg ik al twee jaar geen hulp meer, geen financiële steun.’

Vroeger in China werkte hij als muzikant en dacht hij zelden na over politiek. Maar hij zegt dat ‘zijn ogen opengingen’ door het melanineschandaal van 2008, toen door besmette melk minstens zes baby’s stierven en tienduizenden in het ziekenhuis belandden. ‘Vanwege die melk is mijn leven veranderd, ben ik anders gaan denken. Ik had geen muziek meer nodig, want ik begreep dat mijn land grote problemen heeft. Dus werd ik anti-CCP-activist.’

Legaal kan hij in Thailand niet werken, maar hij kan wel wat geld verdienen door artikelen te schrijven voor publicatie in het buitenland, die, zo hoopt hij, ‘veel mensen in China zullen wakker schudden’.

Hij zegt dat het einddoel, het omverwerpen van de Communistische Partij, belangrijker is dan zijn eigen veiligheid. ‘De Chinese regering wil dat we bang zijn. Maar het levert niets op om bang te zijn voor de CCP. In de toekomst wil ik het liefst terugkeren naar China – als er geen Communistische Partij meer is. Of misschien als er nog wel een Communistische Partij is, maar wij meer macht hebben. Ik wil vechten. Veel mensen willen tegen de Communistische Partij vechten. Hier in Thailand slapen we alleen maar.’

‘Ik wil een lang gedicht schrijven van meer dan duizend regels. Dat wil ik af hebben voor 1 juni’

Zhang past zich langzaam aan zijn nieuwe leven aan, maar lijdt er zwaar onder dat hij geen contact kan onderhouden met zijn familieleden in China, wetend dat berichten waarschijnlijk onderschept worden en zijn verblijfplaats kunnen verraden.

‘Ik hoop dat we veiligheid zullen vinden. Maar in Thailand is het heel gevaarlijk voor ons. Daar maak ik me veel zorgen over. Ik vind dat de VN voor mijn veiligheid moet zorgen en de asielprocedure moet versnellen. Ik wil zo snel mogelijk uit Thailand weg.’

Zhang heeft nog wat van het spaargeld dat hij uit China heeft kunnen meenemen, maar hij verdient ook geld met schrijven en ontvangt enige financiële steun van ngo’s. Ondanks het gevaar blijft hij zich op zijn werk concentreren.

‘Ik lees veel boeken en ik schrijf. Ik heb veel werk te doen. Ik wil een lang gedicht schrijven van meer dan duizend regels. Dat wil ik af hebben voor 1 juni, want het is een herdenking van de gebeurtenissen die zich 27 jaar geleden op het Tiananmenplein hebben afgespeeld. In het begin schreef ik niet veel. Maar nu denk ik dat iedereen zijn eigen bestemming heeft. Mijn bestemming is om te schrijven, de waarheid op te schrijven en iedereen de waarheid te vertellen. Ik mag niet ophouden met schrijven alleen maar omdat ik bang ben in Thailand.’

In verband met de veiligheid zijn namen in dit artikel gefingeerd.

Auteur: Dane Halpin
Vertaler: Annemie de Vries

Bangkok Post
Thailand, dagblad, oplage 55.000
In 1946 opgericht onafhankelijk, Engelstalig dagblad dat wordt gemaakt door een team internationale redacteuren. Het richt zich op de stedelijke elite en expats.


Deel dit artikel


Recent verschenen