Peter Wehner is een volbloed conservatief die voor drie Republikeinse regeringen werkte. Maar mocht Donald Trump het tot presidentskandidaat schoppen, dan zal hij niet op hem stemmen.
Keuze uit het archief
Afgelopen weekend werd beheerst door de moordaanslag op de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump, die hij op een haar na overleefde. De aanslag laat de grote verdeeldheid zien binnen de VS, waar sommige mensen met Trump weglopen en anderen hem tot op het bot verafschuwen.
In dit artikel van de NYT van begin 2016 zet de – nota bene – Republikein Peter Wehner de redenen uiteen waarom hij hoe dan ook nooit op Trump zal stemmen. Hoewel het artikel ruim acht jaar oud is, doet dat niets af aan zijn argumentatie. Ook dit jaar is de kans immers zeer aanwezig dat Trump in het Witte Huis zal komen, en het lijkt er niet op dat Trumps opvattingen en persoonlijkheid de afgelopen acht jaar zijn veranderd.
Te beginnen met Ronald Reagan heb ik sinds 1980 bij elke presidentsverkiezing Republikeins gestemd. Ik heb voor de regering van Reagan en voor die van George H.W. Bush gewerkt en ben in het Witte Huis speechschrijver en adviseur voor George W. Bush geweest. Ik heb ook meegewerkt aan Republikeinse verkiezingscampagnes. Ondanks – maar voor een groot deel ook dankzij – deze voorgeschiedenis zal ik niet op Donald Trump stemmen als hij de Republikeinse nominatie krijgt. Mochten Trump en mevrouw Clinton de Republikeinse en Democratische kandidatuur bemachtigen, dan stem ik liever op een redelijke, andere partij; is die mogelijkheid er niet, dan ga ik gewoonweg niet stemmen.
Hij zou de minst gekwalificeerde president uit de Amerikaanse geschiedenis zijn
Ik vermoed dat dit voor veel Republikeinen geldt. Er zijn veel redenen om niet op Trump te gaan stemmen als hij genomineerd wordt. Om te beginnen het feit dat hij de minst gekwalificeerde president uit de Amerikaanse geschiedenis zou zijn. Al onze vierenveertig presidenten tot nu toe hadden bestuurlijke of militaire ervaring opgedaan voor ze werden beëdigd. Vastgoedmagnaat en voormalig reality-tv-ster Trump heeft geen dag van zijn leven in een openbare functie of bij de strijdkrachten gediend. In de loop van zijn campagne heeft hij herhaaldelijk laten zien hoe groot zijn onwetendheid is als het gaat om basale zaken van nationaal belang – over de drie manieren waarop de Verenigde Staten kernbommen kan afvuren (vanaf land, vanuit zee, of vanuit de lucht), over het verschil tussen de Quds-strijdkrachten in Iran en de Koerden ten westen daarvan, en over de kernproeven van Noord-Korea.
Trump heeft geen zin om kennis te nemen van de meeste kwesties, laat staan om ze zich eigen te maken. Nooit eerder heeft een belangrijke presidentskandidaat zo veel minachting getoond voor kennis, zo’n gebrek aan interesse voor cijfers, en zo weinig gêne over zijn eigen achterlijkheid. Vandaar dat veel van de meest bejubelde uitspraken en beloften van Trump – om snel en ‘menselijk’ 11 miljoen immigranten het land uit te zetten, om Mexico te dwingen de muur die hij langs onze zuidgrens zal bouwen te betalen, om Islamitische Staat ‘heel snel’ te verslaan en vervolgens als extraatje de olie van die organisatie in beslag te nemen, om moslims de toegang tot de Verenigde Staten te weigeren – nativistische luchtkastelen en public relations-stunts zijn.
Wat Trump nog minder geschikt voor het ambt maakt, is zijn temperament. Hij is onberekenbaar, inconsequent en principeloos. Hij bezit een grofheid en wreedheid die zich manifesteerden in de manier waarop hij een gehandicapte Time-journalist nadeed, senator John McCain belachelijk maakte om zijn vroegere krijgsgevangenschap, een opmerking maakte over ‘bloed’ met de bedoeling een vrouwelijke journalist te vernederen en een van zijn tegenstanders vergeleek met een kinderverkrachter.

Het legendarische narcisme van de heer Trump zou grappig zijn als het in iemand die naar het hoogste ambt van het land streeft niet zo gevaarlijk was – zoals hij liet zien toen hij de wrede, anti-Amerikaanse president van Rusland, Vladimir Poetin, uitbundig prees, in antwoord op Poetins bewonderende uitspraken over hemzelf. ‘Het is altijd een grote eer,’ zei Trump vorige maand, ‘om zo’n mooi compliment te krijgen van een man die in zijn eigen land en daarbuiten zo hoog wordt geacht.’
Trumps giftige mix van onwetendheid, emotionele labiliteit, demagogie, kletspraat en wraakzucht zou meer teweegbrengen dan een mislukt presidentschap; die zou heel goed tot een nationale ramp kunnen leiden. Bij elke Amerikaan zou een rilling over de rug moeten lopen bij het vooruitzicht van Trump als opperbevelhebber.
Zijn nominatie zou de Republikeinse Partij en het conservatisme ernstiger bedreigen dan Hillary ooit zou kunnen
Voor Republikeinen is er nog een extra reden om niet op Trump te stemmen. Zijn nominatie zou de Republikeinse Partij en het conservatisme ernstiger bedreigen dan Hillary ooit zou kunnen. Want mevrouw Clinton kan de Republikeinse Partij misschien een nederlaag toebrengen, ze zou die partij nooit kunnen herdefiniëren. Trump kan dat wel, als hij de Republikeinse kandidaat wordt. Zijn deelname in de race om de nominatie in 2016 heeft al zeer schadelijke gevolgen gehad, maar die vallen nog in het niet bij wat er zou gebeuren als hij de Republikeinse vaandeldrager werd. De genomineerde is per slot van rekening de leider van de partij; hij geeft die vorm en betekenis. Onder aanvoering van Trump zal de Republikeinse Partij niet langer een conservatieve partij zijn; het zal een boze, racistische, populistische partij zijn. Trump zou een dramatische breuk vertegenwoordigen met de beste tradities van de partij en een fundamentele aanval daarop.
In de loop der jaren hebben we al de voorboden van het huidige trumpisme gezien, zowel qua onderwerpen als qua stijl – bijvoorbeeld tijdens de campagnes voor het presidentschap van Pat Buchanan in de jaren negentig, met de opkomst van Sarah Palin binnen de partij, en in de nietsontziende retoriek van mensen als [politiek commentator] Ann Coulter aan de rechtervleugel. De sentimenten die deze individuele leden drijven, hebben de partij beïnvloed en die invloed is de afgelopen jaren steeds verder gegroeid. Maar ze hebben nooit overheerst en ze zijn zeker nooit bepalend geweest. Daar zou verandering in komen met de nominatie van Trump.
Wordt Trump genomineerd, dan wordt de Grand Old Party de partij van de anti-rede. Ik zal nog verder gaan: ons regeringssysteem is bedoeld om juist het soort man als Trump te vermijden, het type leider dat onze stichters vreesden – een demagogische figuur die zichzelf niet ziet als onderdeel van ons constitutionele bestel, maar als alternatief daarvoor. Ik weet dat wij die in de politiek zitten wel vaker niet de genomineerde krijgen die we willen, maar dan scharen we ons toch achter de kandidaat die de nominatie van onze partij krijgt. Dat was in mijn ogen altijd zoals het hoorde.
Grens aan partijloyaliteit
Tot nu toe. Donald Trump heeft de politieke vanzelfsprekendheden veranderd omdat hij de morele vanzelfsprekendheden heeft veranderd. Voor deze levenslange Republikein is hij tenminste onaanvaardbaar. Er is een grens aan partijloyaliteit. Er zijn nog geen stemmen uitgebracht, voorverkiezingen zijn onvoorspelbaar en vaak overwint uiteindelijk de nuchterheid, dus Trump is niet de gedoodverfde Republikeinse genomineerde. Maar verbijsterend genoeg is dat op dit moment wel degelijk voorstelbaar. Als dit scenario uitkomt, komen veel Republikeinen terecht in een situatie die ze altijd ondenkbaar hebben geacht: dat ze weigeren de presidentskandidaat van hun eigen partij te steunen, omdat dat het beste is wat ze kunnen doen voor hun partij en voor hun land.

