een conflict twee visies


Door middel van de executie van veertig soennitische jihadisten, en vooral die van een sjiitisch leider, wilde Riyad doortastendheid tonen tegenover Teheran. Het bleek de lont in een kruitvat.

Op 4 januari, twee dagen na de bestorming van de Saoedische ambassade in Teheran door leden van de radicale volksmilities, de Basij, als reactie op de executie van de Saoedische religieuze leider Nimr al-Nimr, hekelen de conservatieve bladen in Teheran vooral de slappe houding die de Iraanse hervormingsgezinde president Hassan Rohani tegenover Riyad aanneemt. Ze roepen op tot een stevig antwoord aan Saoedi-Arabië.

‘De schaamteloosheid van de grote Satan [de Verenigde Staten] en de kleine Satans die hem volgen, is deels het resultaat van onze passiviteit en onze naïviteit,’ schrijft het ultraconservatieve dagblad Kayhan, dat deze kans aangrijpt om de nauwe banden tussen Washington en Riyad aan de kaak te stellen. ‘Door niets te doen en ze niet een stap voor te blijven, geef je ze de kans weer op adem te komen en andere aanleidingen te vinden voor hun misdaden. We zullen ze strategisch in hun belangen moeten treffen en de achilleshiel van die hoogmoedigen [de Saoedi’s] en hun meelopers moeten raken, anders gaan we straks opnieuw gebukt onder hun schaamteloze gedrag.’

‘Zo wordt de uitvoering van het nucleaire akkoord verstoord’

‘Saoedische ambassade afgebrand in 
de vlammende passiviteit van de regering’, kopt het ultraconservatieve dagblad Vatan-e-Emrooz, dat banden heeft met de Revolutionaire Garde. In een lang artikel somt deze krant op in welke kwalijke zaken Saoedi-Arabië allemaal de hand heeft gehad, zoals het laten kelderen van de olieprijzen en de dood van 464 Iraniërs, omgekomen in het gedrang van de menigte in Mekka tijdens de hadj van september 2015. 
‘Als er langs officiële weg of vanuit de regering geen antwoord komt op de eisen van het Iraanse volk, dat woedend is op een land dat ons aanvalt, dan kun je onmogelijk verwachten dat er geen uitbarsting van algemene verontwaardiging volgt,’ schrijft Vatan-e-Emrooz. ‘Dat de Saoedische ambassade in 
Teheran is aangevallen, heeft vooral 
te maken met de passieve houding 
van de regering in Teheran tegenover de anti-Iraanse daden van het wahabitische koninkrijk.’

‘Onverdedigbaar gedrag’

In tegenstelling tot de conservatieve dagbladen hebben de hervormingsgezinde Iraanse kranten de aanval op de Saoedische ambassade juist unaniem veroordeeld en de aanvallers ervan beschuldigd dat ze de belangen van Teheran hebben geschaad. ‘Eén bepaalde stroming [de Basij] probeert onder bepaalde lagen in de samenleving steun te winnen door ambassades en diplomatieke kanalen tot mikpunt te maken en zijn politieke tegenstanders een slag toe te brengen,’ schrijft het hervormingsgezinde dagblad Etemaad geïrriteerd. ‘De executie van Nimr al-Nimr is onmenselijk en verwerpelijk, maar het verdachte en onverdedigbare gedrag van een extremistische groepering en de aanval op de Saoedische vertegenwoordiging in Teheran brengen een veroordeling van Saoedi-Arabië totaal niet dichterbij. Integendeel, de bal ligt nu opnieuw bij Iran.’

Volgens Etemaad zou Iran dankzij het akkoord over zijn nucleaire programma, dat op 14 juli 2015 in Wenen met de grote westerse landen werd gesloten, beginnen aan een nieuw tijdperk op het wereldtoneel. Bovendien zou er een eind komen aan de sancties waaronder het land al jaren lijdt. ‘Het garanderen van de veiligheid van de buitenlandse vertegenwoordigingen in Iran is een van de verplichtingen die de regering-Rohani is aangegaan. Dat gaat er ook voor zorgen dat er snel meer buitenlandse investeringen worden gedaan. Maar zal het incident van 2 januari geen afbreuk doen aan de positieve effecten van dit beleid?’ vraagt Etemaad zich af.

Tot slot vindt de regeringskrant Iran dat de radicale Iraniërs de Saoedi’s in de kaart spelen, want ‘ze zijn bezig de uitvoering van het nucleaire akkoord 
te verstoren, evenals de aanloop naar de komende parlementsverkiezingen [gepland voor 26 februari]. Op 3 januari kondigde Riyad aan de diplomatieke betrekkingen met Iran te verbreken.

CONTEXT: Vlucht naar voren

Riyad gebruikt de executie van een sjiitisch leider om de sociale onvrede te richten op de strijd tegen de ‘Perzische’ vijand.

‘De executie van Nimr al-Nimr dient twee doelen. 
Binnen het Saoedisch koninkrijk gaat het erom doortastendheid te tonen richting de eigen bevolking, mocht die in opstand willen komen. In het buitenland gaat het erom de Iraniërs te laten zien dat zij niet hoeven te rekenen op enige zwakheid van Riyad’, schrijft het Libanese pro-sjiitische dagblad As-Safir. ‘Uit de executie van de sjiitische leider Al-Nimr valt op te maken dat Saoedi-Arabië kiest voor een politiek van de vlucht naar voren. De kans bestaat dat Riyad zo probeert om bij de Iraniërs een overreactie uit te lokken, om van de indirecte oorlog die het in Syrië, Irak en Jemen al tegen Iran voert over te kunnen gaan op een rechtstreekse oorlog, en tegelijk zijn soennitische bondgenoten te mobiliseren om de “Perzische inmenging” tegen te gaan.’

De executie van de vooraanstaande militante sjiiet heeft inderdaad meteen tot een regionale crisis geleid, vooral als gevolg van de bestorming van de Saoedische ambassade in Teheran. Maar die aanval komt de Saoedi’s volgens de Saoedische opposante Madawi al-Racheed goed uit. Op haar Twitteraccount legt ze uit dat door die aanval ‘de stelling geloofwaardiger wordt dat ze alleen maar reageren op de sjiitische vijandigheid’. 
Sterker nog, ‘de legitimiteit van het Saoedische regime berust volledig op deze godsdienstige tegenstelling’.


Deel dit artikel


Recent verschenen