De malafide, vooral in Afrika opererende Chinese businesstycoon Sam Pa leek lang ongrijpbaar, maar werd eind vorig jaar dan toch eindelijk gearresteerd. Als er niets wordt gedaan aan de schimmige netwerken waarin hij kon gedijen, zullen er gewoon weer anderen opstaan die zijn plaats innemen.
Op de avond van 8 oktober 2015 werd de Chinese investeringstycoon Sam Pa door de autoriteiten opgepakt in het Sofitel van Beijing. Dit kan het einde betekenen van zijn bliksemsnelle, en enigszins onwaarschijnlijke opkomst van relatief onbekend figuur tot een van de invloedrijkste zakenlieden in Afrika. Volgens de berichten werd Pa die avond gearresteerd vanwege een onfrisse zakendeal in Angola met een machtige Chinese staatsoliemaatschappij, die hem torenhoge winsten had opgeleverd.
Als voormalig spion (met een ‘voorliefde voor snelle auto’s en vrouwen’, volgens zijn vrienden) wist Pa met zijn verhaal journalisten en investeerders over de hele wereld te boeien. Van bankroete wapenhandelaar eind jaren negentig werd hij in minder dan tien jaar tijd een tycoon met een zakenimperium dat vele miljarden waard was. Het syndicaat dat hij in 2003 vormde, bekend als de Queensway Group (genoemd naar het adres van de vestiging in Hongkong), was actief in olie, mijnbouw, infrastructuur, luchtvaart, landbouw en vastgoed. Het had belangen in bedrijven over de hele wereld. Van Noord-Korea en Zimbabwe tot aan Manhattan, en op minstens vier verschillende continenten, doet justitie onderzoek naar de activiteiten van de groep.
In veel opzichten opereerde Sam Pa in de traditie van oorlogsprofiteurs als de beruchte Russische wapenhandelaar Viktor Bout. Net als Bout vóór hem spreekt Pa verscheidene talen vloeiend, beschikte hij over verschillende paspoorten, verplaatste hij zich met zijn eigen luchtvloot en gebruikte hij minstens zeven schuilnamen. Via de wapenhandel had hij op hoog politiek niveau contacten gelegd, maar die relaties gebruikte hij vervolgens om nieuwe markten aan te boren en een indrukwekkender buit bij elkaar te plunderen. De arrestatie van Pa kan betekenen dat een van de grootste uitbuiters en meest roofzuchtige investeerders die ooit voet op Afrikaanse bodem hebben gezet, nu ten val is gekomen. Maar op de lange termijn zal dat weinig opleveren, als het systeem waaraan hij zijn enorme succes dankte niet wordt ontmanteld.
Pa heeft machtige vrienden in Beijing, en die hebben hem voor een deel aan zijn succes geholpen. In 2004 richtte Queensway de Chinees-Angolese joint venture China Sonangol op, die uiteindelijk de belangrijkste deelname van het syndicaat zou worden. Sinopec, een van de grootste staatsoliemaatschappijen van China, stond in 2005 borg voor een lening van 3 miljard dollar van een groep particuliere westerse banken aan China Sonangol, waardoor Queensway een vliegende start kon maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Nog steeds zijn Chinese staatsbedrijven belangrijke partners in de buitenlandse ondernemingen van Queensway.
Toch hebben die oude banden Pa uiteindelijk niet kunnen beschermen. Daarvoor heeft hij om te beginnen te vaak de controverse opgezocht. Zo ging hij in zee met twijfelachtige tussenpersonen als Roman Poetin – een neef van de Russische president Vladimir Poetin – die hem hielp een contract van 1,3 miljard dollar binnen te halen voor de bouw van een brug tussen Rusland en de Krim, slechts een paar maanden na de controversiële Russische annexatie van die Oekraïense regio.
Pa liet vaak zijn oog vallen op landen met een grote rijkdom aan grondstoffen en een financieel wankelend of diplomatiek geïsoleerd regime. In 2008 investeerde hij honderden miljoenen dollars in de diamantsector van Zimbabwe, tijdens de crisis in de nasleep van de verkiezingen in dat land. Later sloot Queensway overeenkomsten met Guinee, Niger en Madagaskar, telkens kort na een staatsgreep in het betreffende land. In de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang regelde hij deals met Office 39, een Noord-Koreaans staatsagentschap dat zich met allerlei zaken bezighoudt, van vals geld tot drugssmokkel. In veel van deze landen kenmerken de projecten van Queensway zich door chronische vertragingen, mismanagement en beschuldigingen van omkoping.
Pa opereerde in de traditie van de Russische wapenhandelaar Viktor Bout
Enkele operaties van Pa hebben echter de grens tussen ‘moreel twijfelachtig’ en ‘zonder twijfel illegaal’ overschreden. In 2011 schreef de Britse journalist Jon Swain over Pa’s betrokkenheid bij het smokkelen van diamanten uit Zimbabwe en wapenleveranties aan Ivoorkust, in strijd met het geldende embargo. In 2013 onthulden rechtbankverslagen dat zijn bedrijven in het geheim diplomaten in Noord-Korea en Mozambique betaalden, en in de vervolgonderzoeken rees de verdenking dat hij in verschillende landen, waaronder Nigeria, hooggeplaatste functionarissen had omgekocht om lucratieve olieconcessies te verkrijgen. In april 2014 vaardigde het Amerikaanse ministerie van Financiën sancties uit tegen Pa wegens zijn steun aan de geheime politie van Zimbabwe, die synoniem is geworden met door de staat gesanctioneerd geweld.
Achterkamertjesdeals
Ook Chinese diplomaten hebben jarenlang kritiek geleverd op Queensway. Zij gaven geregeld een verklaring uit waarin Beijing zich distantieerde van de activiteiten van Queensway, en ze waarschuwden bedrijven en buitenlandse overheden om geen zaken te doen met Pa. Maar woorden kosten niets. Critici (onder wie ikzelf) hebben betoogd dat al zolang de Queensway Group bestaat, de Chinese overheid niets heeft gedaan om de leiders van het syndicaat voor hun roofzuchtige praktijken te straffen, en dat China vaak van Pa’s activiteiten heeft geprofiteerd. Pa kon jarenlang relaties blijven onderhouden met hoge functionarissen en staatsondernemingen, ondanks de beschuldigingen van de diplomaten en de justitiële onderzoeken die telkens op niets uitliepen. Om zich tegen dit soort critici te weren had Queensway echter deels de bescherming van deze invloedrijke figuren in Beijing nodig, en dat maakte het syndicaat kwetsbaar voor veranderingen in het Chinese politieke landschap.
Kennelijk begreep Pa dat zijn dagen waren geteld. Ondanks zijn enorme succes bleef hij, volgens medewerkers, met een enorme drang doorwerken. In een speech in 2014 noemde Sun Hengchao, een vriend van Pa en het hoofd van de Universiteit van Yinchuan, hem ‘de verpersoonlijking van de ondernemersgeest’. Hij kon zich dure huizen en gebouwen veroorloven, zei Sun, maar had nauwelijks tijd om daarin door te brengen. ‘In feite woonde hij het grootste deel van zijn tijd aan boord van een vliegtuig,’ voegde hij eraan toe. Als hij moe was na een drukke dag, stapte hij het vliegtuig in en ging slapen. Zodra hij was geland ging hij weer aan het werk. Sun vertelde hoe hij zijn rondreizende vriend een keer had gevraagd hoe die dit schema volhield. Pa’s antwoord verraste Sun: ‘Meneer Sun, ik ben de vijftig gepasseerd. Hoeveel tijd heb ik nog te verspillen?’
Elke keer als een kop van de Hydra is afgehakt, groeien er twee nieuwe voor in de plaats
Achteraf gezien lijkt het duidelijk dat Pa een groot deel van zijn tijd en energie heeft besteed aan het verhullen van zijn activiteiten via achterkamertjesdeals met gelijkgestemde kleptocraten, en het opzoeken van mazen in de wet. Dit is geen geringe taak, als je bedenkt hoe omvangrijk zijn operaties waren.
Maar het businessmodel van Queensway bood Pa kansen genoeg om zijn sporen uit te wissen. Pa had de gewoonte om onderhandelingen over zakendeals achter gesloten deuren te voeren, en de contracten die zo tot stand kwamen werden zelden openbaar gemaakt. Bovendien zijn in veel van de landen waar Queensway opereert de toezichthoudende instanties zwak en zijn de burgers en de pers monddood gemaakt, wat betekent dat de activiteiten van het syndicaat zelden kritisch door de overheid onder de loep worden genomen.
Het team advocaten en accountants van Queensway deed er alles aan om te zorgen dat Pa’s schuilnamen nergens in de officiële stukken van het bedrijf opdoken. In de loop der tijd werd de bedrijfsstructuur van Queensway steeds complexer. Op een bepaald moment werden de operaties in de diamantsector van Zimbabwe aangestuurd via de in Hongkong gevestigde dochtermaatschappij van een Singaporese firma, die op haar beurt eigendom was van een reeks brievenbusmaatschappijen op de Britse Maagdeneilanden. Wie uiteindelijk de eigenaren van deze firma’s waren, blijft een raadsel.
Wie probeert de bedrijfsstructuur van Queensway in kaart te brengen gaat het al snel duizelen. Dankzij die ondoorzichtigheid konden vertegenwoordigers van China Sonangol en China International Fund – de vlaggenschepen van Queensway die zich met allerlei zaken bezighielden, van oliehandel tot vastgoedontwikkeling – hun banden met Sam Pa ontkennen en beweren dat hij alleen als adviseur optrad. Het gebrek aan transparantie belemmert ook onderzoekers en regelgevers die zich in de activiteiten van Queensway willen verdiepen.
Dubieuze rol banken
Queensway profiteerde ook van de zwakke moraal bij banken. Banken zijn wettelijk verplicht om ‘hun klanten te kennen’, maar het is bekend dat veel financiële instellingen toch zaken doen met firma’s die de identiteit van hun uiteindelijke gerechtigden verbergen. China Sonangol heeft leningen van vele miljarden losgekregen en had rekeningen lopen bij gevestigde banken. Zo konden Pa en zijn collega’s makkelijk geld laten circuleren. Queensway bezit nu voor miljarden dollars aan vastgoed over de hele wereld, waaronder het historische hoofdkwartier van J.P. Morgan in Manhattan, dat het in bezit heeft via een brievenbusmaatschappij in Delaware.
Nu heeft Sam Pa misschien zijn eindstation bereikt. De man die bekendstaat als een van de sluwste ondernemers in politiek onstabiele en explosieve landen over de hele wereld, is slachtoffer geworden van de politieke onrust in zijn eigen land. Een van de belangrijkste kenmerken van het beleid van president Xi Jinping is de corruptiebestrijding, op een schaal die in het moderne China ongekend is.
Xi heeft gezworen dat hij zowel op de tijgers (corrupte hoge functionarissen) als op de vliegen (kleine crimineeltjes) zou jagen, maar in de ogen van velen is de anticorruptiecampagne voornamelijk gericht tegen zijn politieke tegenstanders. Pa was ooit een meester in het guanxi, het onderhouden van persoonlijke netwerken met mensen van invloed, maar nu zouden zijn relaties met de verkeerde Chinese elites wel eens de doorslaggevende factor kunnen worden bij zijn val.
De dag voordat Pa werd gearresteerd meldden partijfunctionarissen dat Su Shulin, gouverneur van de provincie Fujian en voormalig hoofd van de Sinopec Group, wordt verdacht van ‘ernstige overtredingen’. Pa en Su h ebben nauw samengewerkt bij zakendeals in Angola en naar verluidt is er een verband tussen de arrestatie van Pa en het onderzoek naar Su. Sinopec heeft een gigantisch verlies geleden op zijn samenwerking met China Sonangol, maar Pa en zijn compagnons hadden er weinig geld ingestoken en hielden er een fortuin aan over: een honorarium van 51 miljoen dollar voor alleen het papierwerk rond het verwerven van vijf oliekavels, en een creditcard van het bedrijf waarmee Pa in de loop van verscheidene jaren 7,5 miljoen dollar heeft uitgegeven.
Met Su heeft Xi misschien een tijger gestrikt. Met Pa heeft hij de Heer van de Vliegen te pakken. Pa mag dan in de Chinese binnenlandse politiek een onbeduidende speler zijn, hij is buitengewoon invloedrijk in een aantal van de buitenlandse kleptocratieën die hij heeft helpen opkomen. Maar zijn arrestatie zal nauwelijks betekenen dat het recht zijn loop krijgt.
Een van de dingen die dat lastig maken is dat China de vervolging van corruptie buiten het rechtssysteem om uitvoert. De Centrale Commissie voor Discipline Inspectie, het orgaan van de Communistische Partij dat het onderzoek naar Pa doet, is een geheim instituut, dat volgens critici ‘een grove vorm van partijjustitie bedrijft, vaak op basis van politieke motieven’. Als Pa op die manier wordt vervolgd, zal dat hoogstwaarschijnlijk geen eerlijk proces opleveren, omdat hij en de slachtoffers van zijn vuile zaakjes niet de gerechtigheid krijgen die ze verdienen. Als Pa ten voorbeeld wordt gesteld, zullen bepaalde functionarissen wel twee keer nadenken voor ze zich inlaten met omkoping, maar het feit dat de zuivering politiek gemotiveerd is kan de afschrikwekkende werking van dat voorbeeld ondermijnen, vooral voor Xi’s bondgenoten.
De Chinese overheid deed lang niets om de leiders van het syndicaat te straffen
Maar belangrijker is nog dat Pa’s val niet een teken is dat het businessmodel van Queensway heeft gefaald. De structurele misstanden en de mazen in het systeem die het succes van Pa en van de Queensway Group om te beginnen mogelijk hebben gemaakt, blijven intact. Roofinvesteerders als Sam Pa en Viktor Bout kunnen nog steeds hun bedrijf verankeren in een juridisch klimaat dat zich niet druk maakt over het gedrag van dat bedrijf in het buitenland; ze kunnen ondernemingen oprichten zonder hun identiteit te onthullen en hun pijlen richten op regimes met zwakke toezichtstructuren en met leiders die het belangrijker vinden om zichzelf te verrijken dan om hun burgers te dienen.
Voor echte vooruitgang in de strijd tegen corruptie in de publieke sector – in China of waar ook ter wereld – is veel meer nodig dan het verwijderen van mensen zoals Pa, die deze misdaden begaan. De hoeksteen van elke strijd tegen corruptie moet zijn dat het illegale spelers onmogelijk wordt gemaakt om in het duister te opereren. Dat betekent dat staatsondernemingen en overheidsbudgetten transparant moeten zijn en dat burgers en de pers in staat moeten zijn om als waakhond te dienen. Om zeker te stellen dat anticorruptiecampagnes legitiem en toekomstbestendig zijn, moeten functionarissen die verdacht worden van corruptie berecht worden volgens formele en transparante juridische procedures, niet door ad-hoctribunalen met een politiek doel. Helaas lijken China en veel andere landen waar Pa heeft geopereerd de tegenovergestelde richting uit te gaan.
Transparantie
Toch kunnen hervormingsgezinde landen veel doen om die transparante manier van zakendoen te bevorderen. In de eerste plaats kunnen ze anonieme brievenbusmaatschappijen verbieden. Elk land zou een openbaar register moeten bijhouden van alle bedrijven die binnen zijn grondgebied geregistreerd staan. Zo’n register moet informatie bevatten over elk individu dat een substantieel belang in een bedrijf heeft, waaronder zijn naam, geboortedatum, huisadres, nationaliteit en contactinformatie. Het zou illegaal moeten zijn om deze informatie te vervalsen, en bankiers die geldhandelingen uitvoeren voor anonieme investeerders zouden strafrechtelijk moeten worden vervolgd.
De Britse premier David Cameron heeft het voortouw genomen in het bepleiten van deze hervormingen. Daarbij heeft hij toegezegd een openbaar register van Britse bedrijven te zullen instellen, en gezworen dat hij achter ‘smerig geld’ aan zou gaan dat nu in de vastgoedmarkt van het land is gestoken. Maar machtige belangengroepen verzetten zich tegen wetgeving die de transparantie van rechthebbenden zou vergroten, en veel landen en Britse overzeese gebiedsdelen weigeren mee te doen met de hervormingen.
Toen ik over Pa’s arrestatie hoorde, belde ik de collega die me zeven jaar geleden had aangeraden om onderzoek naar Pa te doen. ‘Sams dagen zijn altijd al geteld geweest,’ zei hij tegen me. ‘Als het niet deze keer misgaat, dan wel een andere keer. Met mannen als hij loopt het meestal verkeerd af.’ De val van Pa is altijd onvermijdelijk geweest, maar dankzij een verrot systeem kunnen mensen als hij telkens opnieuw opduiken. ‘In de wereld van vandaag kun je elke poging om een eind te maken aan illegale activiteiten – of dat nu wapenhandel door Viktor Bout of door iemand anders is – zien als het tweede werk van Hercules’, schreven Dough Farah en Stephen Braun in 2006 in het blad Foreign Policy. ‘Elke keer als een kop van de Hydra is afgehakt, groeien er twee nieuwe voor in de plaats.’
Auteur: J.R. Mailey
Vertaler: Annemie de Vries
African Arguments
Verenigd Koninkrijk | africanarguments.org
Dit onlinetijdschrift is gewijd aan analyses over al wat speelt in hedendaags Afrika, en dient tevens als platform voor discussies daaromtrent. De site werd in 2007 gelanceerd door de Royal African Society, een Britse stichting die zich inzet voor een beter begrip van het continent.

