Evolutionair bioloog Richard Dawkins zou het intelligente beoordelingsvermogen terug willen winnen, om zo een einde te maken aan de te ver doorgeslagen eerbied voor regels.
Hoe vaak mompelen we niet iets in de trant van ‘als ik het voor het zeggen had, dan zou ik…’ Maar biedt een hoofdredacteur je zomaar de kans om je aan die fantasie over te geven, dan weet je ineens niets meer te bedenken. Luchtige antwoorden zijn gemakkelijk genoeg te noemen: kauwgom, honkbalpetjes en boerka’s verbieden, alle treinen uitrusten met gsm-verstoorders. Maar dat doet geen recht aan het royale gebaar van de redacteur. En het andere uiterste dan, het utopische, hemelbestormende verordonneren van universeel geluk en afschaffen van honger, misdaad, armoede, ziekte en religie? Te onrealistisch. Dus hier is een bescheiden, haalbare en toch nastrevenswaardige ambitie: als ik de regels bepaalde in de wereld, zou ik de regels minder belangrijk maken en ze waar mogelijk vervangen door menselijk, intelligent beoordelingsvermogen.
Ik zit dit te schrijven in een vliegtuig, nadat ik zojuist de beveiliging op Heathrow ben gepasseerd. Een vriendelijke jonge moeder was overstuur, omdat ze een tube zalf voor de eczeem van haar dochtertje niet mee aan boord mocht nemen. De man van de beveiliging was beleefd, maar hield voet bij stuk. Ze mocht zelfs niet wat minder zalf in een kleiner potje overscheppen. Ik snapte niet wat er mis was met dat voorstel, maar de regels waren onverbiddelijk. De beambte bood nog aan om zijn chef erbij te roepen, die vervolgens net zo beleefd was maar eveneens vastzat aan de ijzeren ketenen uit ‘het boekje’. Ik kon niets doen, en het hielp ook niet dat ik tegen hen begon over een komische website waarop een scheikundige tot in de details laat zien wat er allemaal wel niet voor nodig zou zijn om een werkzame bom te maken van binaire vloeibare ingrediënten: urenlang ploeteren op de plee van het vliegtuig, met aanzienlijke hoeveelheden ijs uit telkens een nieuwe lading champagnekoelers, behulpzaam aangedragen door het cabinepersoneel.
Geen zinnig mens was daadwerkelijk bang dat deze vrouw van plan was zichzelf in een vliegtuig op te blazen
Het verbod op het meenemen van meer dan heel kleine hoeveelheden vloeistof of zalf op vliegtuigen is aantoonbaar onzinnig. Het is begonnen als zo’n vertoon van ‘kijk ons eens belangrijke maatregelen nemen’, bedoeld om het publiek zo veel mogelijk ongemak te bezorgen, zodat de onnozele bureaucraten die ons leven beheersen het idee hebben dat ze druk bezig zijn belangrijk werk te verrichten.
Dat geldt ook voor de regel dat je je schoenen moet uitdoen (nog zo’n pareltje van ambtenarendenkwerk waarover Bin Laden vast triomfantelijk in zijn baard heeft gegrinnikt) en voor al die andere oefeningen in het dempen van de put als het kalf verdronken is. Maar laat ik het over het algemene principe hebben. Regels worden opgesteld vanuit menselijke beslissingen. Onjuiste beslissingen vaak, maar in ieder geval genomen door mensen die waarschijnlijk niet verstandiger of beter gekwalificeerd zijn dan de individuen die ze vervolgens in de echte wereld moeten uitvoeren.
Geen zinnig mens was bij de scène op het vliegveld daadwerkelijk bang dat deze vrouw van plan was zichzelf in een vliegtuig op te blazen. Het feit dat ze kinderen bij zich had, was daarvoor al een eerste aanwijzing. Ondersteunend bewijs werd geleverd door de openlijke zichtbaarheid van haar gezicht en haar haar, door het feit dat ze geen koran, bid‑kleedje of zwarte baard had en ten slotte door de absurditeit van de gedachte dat haar tube zalf ook maar in een miljoen jaar omgetoverd zou kunnen worden tot een explosief – zeker niet met de karige voorzieningen die de vliegtuigplee te bieden heeft. De beveiligingsbeambte en zijn chef waren menselijke wezens die duidelijk wensten dat ze zich fatsoenlijk konden gedragen, maar ze waren machteloos: belemmerd door een boek met regels. Door een voorwerp dat is gemaakt van papier en inkt en niet van buigzaam menselijk hersenweefsel, en dat daardoor niet in staat is tot beoordelingsvermogen, medeleven of menselijkheid.
Dwangmatige eerbied
Dit is maar één voorbeeld, en het lijkt misschien onbeduidend, maar ik weet zeker dat u, beste lezer, uit eigen ervaring zeker vijf vergelijkbare gevallen kunt opnoemen. Praat met de eerste de beste arts of verpleegkundige en hoor hun frustratie omdat ze zo’n groot deel van hun tijd moeten besteden aan het invullen van formulieren en het afvinken van hokjes. Wie denkt er oprecht dat dat een goed gebruik van deskundige, kostbare tijd is, tijd die besteed zou kunnen worden aan de zorg voor patiënten? Geen enkel menselijk wezen natuurlijk – zelfs niet een advocaat. Alleen een hersenloos boek met regels.
Hoe vaak komt een misdadiger vrij wegens een ‘vormfout’? Misschien heeft de politieman bij de arrestatie de officiële formulering van zijn rechten niet correct uitgesproken. Beslissingen die van grote invloed op iemands leven zijn, kunnen ervoor zorgen dat een rechter niet bij machte is zijn eigen oordeel te volgen en tot een conclusie te komen waarvan iedere aanwezige in de rechtszaal, ook de verdachte en diens advocaat, weet dat het de juiste is.
Maar zo simpel is het natuurlijk niet. Het eigen oordeel kan worden misbruikt en regels zijn belangrijk als bescherming daartegen. Maar de balans is te ver doorgeslagen in de richting van een dwangmatige eerbied voor regels. Er moeten manieren zijn om intelligent beoordelingsvermogen terug te krijgen en de onbuigzame tirannie van het werken ‘volgens het boekje’ omver te werpen, zonder de deur naar misbruik open te zetten. Als ik de regels in de wereld bepaalde, zou ik zorgen dat ik die manieren vond.
Auteur: Richard Dawkins
Vertaler: Annemie de Vries
Richard Dawkins is evolutionair bioloog en auteur van elf boeken, waaronder The God Delusion (God als misvatting).

