de ira is niet verdwenen


De recente moord op voormalig IRA-lid Kevin McGuigan heeft tot onrust geleid in Ierland. Volgens de politie zit het Ierse Republikeinse Leger erachter. Een ongemakkelijke waarheid voor alle partijen die de vrede willen bewaren.

Een belangrijke figuur binnen 
de IRA – en Sinn Fein – legde onlangs openlijk uit waarom Kevin McGuigan dood moest. McGuigan, een gangster en voormalig lid van de Provisional IRA [de officiële naam van de IRA], had in april Jock Davison (46) doodgeschoten, een lokaal Provo-kopstuk in de wijken Short Strand en Markets. Ook zou hij van plan zijn geweest om een andere hoge Provo in de stad om te leggen. Er werd gefluisterd dat hij de afgelopen weken ‘gezien’ was terwijl hij diens huis in West-Belfast in de gaten hield. Bovendien had McGuigan een ouder echtpaar bedreigd in het katholieke Short Strand, waar 
hij kennelijk probeerde een crimineel imperium op te bouwen. En hij had 
een hond doodgeslagen met een hamer, vermoedelijk omdat het beest te hard blafte. Om al deze redenen, legde de IRA-man uit, ‘moest’ hij vermoord worden. [Hetgeen op 12 augustus gebeurde.] McGuigan was zelf een doorgewinterde moordenaar. Vrijwel al zijn slachtoffers waren zogenaamde ‘criminelen’ of ‘drugsdealers’, van wie er een twintigtal door de IRA werd vermoord in de nasleep van de ‘wapenstilstand’ van midden jaren negentig.

Volgens de IRA paste de moord op McGuigan binnen het programma ‘Action Against Drugs’ (AAD). Dit is een reïncarnatie van ‘DAAD’ (Direct Action Against Drugs), de dekmantel die door de Provisional IRA werd gebruikt om minstens een tiental mannen te vermoorden, die er allemaal van werden beschuldigd drugsdealers of criminelen te zijn in de katholieke, nationalistische arbeidersgemeenschappen in Noord-Ierland, midden en eind jaren negentig. De slachtoffers zouden zich hebben beziggehouden met criminele activiteiten, zonder beschermingsgeld af te dragen aan de IRA. Kevin McGuigan en zijn vroegere partner Jock Davison waren de voornaamste moordenaars in DAAD. De twee waren verantwoordelijk voor de moord op Micky Mooney (34), een kleine drugsdealer die in april 1995 werd doodgeschoten in een bar in het centrum van Belfast. De moorden op Mooney en meer dan veertig anderen in de daaropvolgende tien jaar – onder wie diverse totaal onschuldige jongemannen die geen ‘respect’ zouden hebben getoond voor de Provo’s – werden door de IRA allemaal afgedaan als ‘schoonmaak’ binnen de ‘eigen’ gemeenschap, en gebagatelliseerd of genegeerd om de weg te banen voor de toetreding van Sinn Fein tot de regering, iets wat na de volgende verkiezing ook zou gebeuren. Slechts één van de 45 geregistreerde moorden die sinds de wapenstilstand door de IRA werden gepleegd, leidde tot een veroordeling. Het ontkennen van het bestaan van de IRA in een deel van de Ierse en Britse media, de weigering om toe te geven of te geloven dat de IRA in december 2004 de roofoverval op de Northern Bank pleegde (met een buit van 27 miljoen pond, ofwel 37,5 miljoen euro) en de moord beraamde op, onder vele anderen, Robert McCartney [in 2005] en Paul Quinn [in 2007] – het kwam [op 21 augustus] allemaal op losse schroeven te staan toen de hoogste opsporingsambtenaar van de Ierse politie verklaarde dat de Provisional IRA betrokken was bij de moord op Kevin McGuigan.

Kevin McGuigan wordt naar zijn laatste rustplaats gedragen in Belfast. 
© Charles McQuillan / Getty Images
Kevin McGuigan wordt naar zijn laatste rustplaats gedragen in Belfast. 
© Charles McQuillan / Getty Images
Een IRA-kopstuk verklaarde openlijk dat Kevin MgGuigan vermoord ‘moest’ worden

Geheime afspraak

Binnen de Ierse politiediensten en hun tegenhangers in Noord-Ierland is men er altijd stilletjes van overtuigd geweest dat de Provo’s hun wapens nooit hebben ingeleverd, en zelfs zijn doorgegaan met het importeren van wapens tijdens en na de onderhandelingen over het Goede Vrijdag-akkoord. Volgens regeringsbronnen bestond er een ‘geheime afspraak’, die niet alleen door de Britse en Ierse regering werd gesteund maar ook door de Amerikaanse. Hierbij werd hun toegestaan alle criminele activiteiten voort te zetten.
Tussen 1998 en 1999 stuurde een IRA-eenheid in Florida 23 pakjes naar adressen in het Verenigd Koninkrijk en de Ierland die 122 automatische handwapens bevatten. Dit zou het tweede of derde deel zijn van een zending van in totaal vierhonderd vuurwapens. Deze wapensmokkel werd weggewuifd in het gezamenlijke Brits-Ierse beleid van ‘constructieve dubbelzinnigheid’ wat betreft de veronderstelde non-existentie van de Provisional IRA.
Deze constructieve dubbelzinnigheid stelde de Provo’s in staat om door te gaan met het uitvoeren van moorden, schietpartijen en afranselingen, en met het runnen van de grootste criminele onderneming op het eiland – die onlangs door een hooggeplaatste bron in de Republikeinse gemeenschap werd geschat op een waarde van 800 miljoen tot 1 miljard euro aan bezittingen en geld.
Goede bronnen in de Republikeinse gemeenschap, die voorstander zijn van het vredesproces, zeiden vorige week dat er ‘geen twijfel’ over is of 
is geweest dat de IRA nog steeds bestaat, dat de commandostructuur wordt gehandhaafd, dat het aan het hoofd staat van een enorme criminele organisatie die zich bezighoudt met het smokkelen van brandstof en tabak en andere activiteiten, en dat het nog steeds – zoals de moord op Kevin McGuigan heeft aangetoond – een ‘militaire’ rol speelt. Onder de aanhang bevinden zich minstens twee prominente leden van Sinn Fein.
De IRA-kopstukken leiden allemaal een luxeleven, omringd door een gevolg van hielenlikkers die hun inkomsten halen uit criminele ondernemingen en de miljarden euro aan publiek geld die als steun aan het vredesproces naar Noord-Ierland stromen.
Toen Kevin McGuigan zichzelf losmaakte van dit circus en mensen met geweld ging intimideren, werd hij ruim tien jaar geleden door de IRA door zijn knieën geschoten. Zij sluimerende woedde hierover zou volgens sommigen hebben geleid 
tot de solomissie tegen zijn vroegere partners en de moord op zijn oude vriend Jock Davison.
Er wordt in Belfast veel gediscussieerd over wat McGuigan tot deze kennelijke kamikazeactie tegen de IRA heeft gebracht. Maar men is het over één ding eens: áls hij er iets 
mee heeft bereikt, dan is het wel dat de Provo’s – negentien jaar na het Goede Vrijdag-akkoord – eindelijk 
de uitspraak hebben bevestigd die Gerry Adams in augustus 1995 deed: ‘Ze zijn niet verdwenen, weet u’.

Jim Cusack


Deel dit artikel


Recent verschenen