overwinning corbyn zet labour op zijn kop


Met de verkiezing van Jeremy Corbyn tot partijleider heeft de Labourachterban een duidelijke boodschap afgegeven. Het partijestablishment kan daar beter naar luisteren, schrijft Gary Younge. Met minachting en chagrijn krijgen ze hun gelijk niet terug.

‘Ik heb al voor het ontbijt in zes onmogelijke dingen geloofd,’ zei de koningin tegen Alice in Through the Looking-Glass. Zaterdag 12 september zou dat aantal tegen lunchtijd wellicht zijn verdubbeld. Jeremy Corbyn, een trouwe aanhanger van de linkervleugel van Labour, won die dag de verkiezingen om het leiderschap van de partij. Zijn eerste daad als leider was zijn toespraak voor een grote menigte waarin hij vluchtelingen 
welkom heette.
Met een overweldigende 59 procent van de stemmen kwam Corbyn als winnaar van de eerste ronde uit de bus – het grootste kiezersmandaat van een partijleider uit de Britse politieke geschiedenis. Er zijn te weinig Trotskisten, nieuwe leden, afvallige tory’s en andere afvalligen om zo’n klaterende overwinning te verklaren. Toen zijn campagne begon te lopen, wilde menigeen dat nog niet zien. Maar niemand kan er nu nog omheen dat hij de keuze van de partij is. Op zaterdagmiddag kon je zijn aanhangers rond zien lopen, pronkend met hun badges, verdwaasd van vreugde en ongeloof, en nog niet helemaal 
in staat om de immense omvang te beseffen van wat zij hadden gedaan, wat hij had gedaan en wat er nog zou volgen. Hoe je ook denkt over de wijsheid van die keuze, dat het een revolutionaire keuze is staat buiten kijf. Allerlei maatschappelijke debatten wordt nieuw leven ingeblazen: over nationalisatie, nucleaire afschrikking en de verdeling van de rijkdom. Daarmee is de richtingenstrijd binnen Labour niet langer gebaseerd op personen, maar op beleid. Dat heeft de mensen die vervreemd waren van de partij nieuwe energie gegeven en het establishment vervreemd. De rebellen zijn nu de leiders; zij die eens aandrongen op loyaliteit zijn nu in opstand. Vier maanden na de verloren verkiezingen is een aanzienlijk deel van de basis van Labour voor het eerst in bijna een hele generatie weer enthousiast over de politiek, terwijl een ander deel de wanhoop nabij is.

Man van overtuigingen

Als teruggetrokken levend, bescheiden man met een tenger postuur en zachte stem is Corbyn ogenschijnlijk net zo min geschikt voor de mania die hij nu ontketent als de timide tennisser Tim Henman destijds. Hij is een man van overtuigingen maar met weinig charisma. Maar dit heeft ook niet zo veel met Corbyn te maken. Hij is minder het product van een beweging dan een exponent van de tijdgeest in de westerse wereld. Na bijna vijftien jaar van oorlog, crisis en bezuinigingen beleven linkse sociaal-democraten in al hun verschillende nationale verschijningsvormen een wederopbloei in hun zoektocht naar een weerwoord op de neoliberale consensus. In de VS ligt de zelfbenoemde ‘democratische socialist’ Bernie Sanders in de opiniepeilingen in belangrijke staten voor op Hillary Clinton als toekomstige Democratische presidentskandidaat. Podemos in Spanje, Syriza in Griekenland en Die Linke in Duitsland zagen allemaal aan de stoelpoten van de gevestigde centrum-linkse partijen. Daarnaast komt Corbyns vermogen om vragen in een heldere en directe manier te beantwoorden neer op een afstraffing van de politieke elite in het algemeen. Ook op dit gebied werd zijn kracht geaccentueerd door de zwakte van zijn tegenkandidaten voor het partijleiderschap. Deze angstvallige technocraten vielen niet alleen nauwelijks van elkaar te onderscheiden, maar hadden ook programma’s die weinig weerklank vonden, als ze al te begrijpen waren. Los van een bon voor te hard rijden leken ze verder weinig tekenen van geestdrift te vertonen. Er was niets dat hen verkiesbaarder maakte dan Corbyn. Dus voor leden van Labour die op zoek waren naar een leider die meer wilde dan alleen maar besturen, was Corbyn de logische kandidaat. Niemand, en Corbyn ook niet, had dit zien aankomen.

Deze afrekening zat er al lang aan te komen

Niet serieus genomen

Wat hij de afgelopen maanden heeft meegemaakt, komt precies overeen met een uitspraak over radicale hervormers die over het algemeen aan Gandhi wordt toegeschreven: ‘Eerst negeren ze je, dan lachen ze je uit, 
dan bestrijden ze je en dan win je.’ Vlak voor tijd werd hij nog toegelaten als kandidaat toen enkele parlementsleden hem alsnog nomineerden, niet zozeer omdat ze hem steunden als wel omdat ze wilden dat het linkse geluid van Labour gehoord kon worden – een symbolisch gebaar om te laten zien dat de partij nog wortels had, ook al waren die niet zichtbaar. Niemand had verwacht dat die stem zo duidelijk gehoord zou worden, zo breed begrepen en zo serieus genomen door de leden. Partijbonzen dachten dat zijn aanwezigheid een debat over de bezuinigingen zou opleveren; weinigen gingen ervan uit dat hij zou winnen. Zijn kandidatuur werd gezien als smaakmaker, maar verder niet serieus genomen.
Vanaf het moment dat duidelijk werd dat die verwachting onjuist was, gingen de politieke elite en de media over op ongeloof en vervolgens paniek, zich kennelijk niet bewust van het feit dat de leden met hun groeiende steun voor Corbyn net zo goed de partijleiding afwezen als Corbyn omarmden. Vroegere Labourleiders en belangrijke commentatoren spraken kleinerend over zijn aanhang als onvolwassen, misleid, sensatiebelust en niet realistisch, en toonden zich verbaasd toen bleek dat ze hen niet konden overtuigen. Deze afrekening zat er al lang aan te komen. De afgelopen tientallen jaren heeft de leiding van Labour met onverschilligheid en soms met minachting neergekeken op de diverse sociale bewegingen – tegen de oorlog, de bezuinigingen, de schoolgelden, racisme en ongelijkheid. Ze zagen de leden van die bewegingen, van wie velen trouwe Labourkiezers waren, niet als potentiële bondgenoten maar als lastpakken. De grote hoeveelheid vooraanstaande Labourparlementariërs die hun zetel opgaven nadat het resultaat bekend was gemaakt, en de apocalyptische waarschuwingen van vroegere ministers over het lot van de partij onder leiding van Corbyn, laten zien dat deze houding nog niet is veranderd. De partij heeft gesproken; de oude leiders zouden er goed aan doen als ze daarnaar zouden luisteren, maar vooralsnog houden ze hun handen voor hun oren. Met minachting en chagrijn krijgen ze hun gelijk niet terug. Maar ze kunnen hun voorspelling dat ze zo nooit de verkiezingen winnen, laten uitkomen door te weigeren Corbyn als legitiem gekozen partijleider te accepteren. Niet alleen is Corbyn geen huwelijksreis gegund, de familie is er zelfs op uit om op de trouwerij eens lekker te gaan knokken.
Desalniettemin blijft de vraag of Corbyn landelijke verkiezingen kan winnen een heel belangrijke vraag waar veel meningen over zijn maar waar nog geen definitief antwoord op is. We zitten in onbekende wateren en waarschijnlijk wordt het lastig navigeren. De verkiezingen van mei hebben wel aangetoond dat het Britse electorale landschap grillig en onvoorspelbaar is. Wat opgaat voor Londen en Schotland hoeft niet op te gaan voor het midden van Engeland en het zuidoosten. Tot op bepaalde hoogte is Corbyns succes afhankelijk van zijn optreden als leider en de mate waarin zijn aanhangers hun enthousiasme op anderen weten over te brengen.

Jeremy Corbyn op een partijbijeenkomst in Brighton op 15 september jl.
© Mary Turner / Getty Images
Jeremy Corbyn op een partijbijeenkomst in Brighton op 15 september jl.
© Mary Turner / Getty Images

Roerige partij

Het is een groot risico. Toen Tony Benn begin jaren tachtig een gooi deed naar de functie van plaatsvervangend leider van de Labourpartij, zou hij, als hij gewonnen had, veel steun hebben gekregen vanuit de vakbeweging en de vredesbeweging. Corbyn erft een roerige politieke partij en een vastberaden maar vooralsnog ongeorganiseerde groep aanhangers. Klaarblijkelijk vonden velen dat het risico wel waard. In de woorden van de Amerikaanse socialist Eugene Debs: ‘Je kunt beter stemmen op wat je wilt en het dan niet krijgen, dan stemmen op wat je niet wilt en dat dan wel krijgen.’

Gary Younge


Deel dit artikel


Recent verschenen