Terwijl Rome zucht onder oude Italiaanse kwalen als corruptie en de maffia, schittert burgervader Ignazio Marino door afwezigheid. De stad is zelfs onder curatele gesteld.
Hij is zo vaak afwezig dat zelfs zijn ontslag waarschijnlijk niemand zou opvallen. Vandaar ook dat hij zich verschanst op de Cariben, om zijn memoires te schrijven. Ignazio Marino, de burgemeester van Rome en lid van de Democratische Partij, zou perfect de hoofdrol kunnen spelen in een film van de gebroeders Coen: The Man Who Wasn’t There.
Het lag dan ook voor de hand dat de burgemeester-schrijver niet aanwezig zou zijn toen de ministerraad zich boog over het monumentale rapport van prefect Franco Gabrielli over de maffia in de hoofdstad [het gigantische corruptienetwerk dat afgelopen december werd blootgelegd in Rome]. Premier Renzi zei over hem: ‘De burgemeester is de afwezige die niet kan worden weggestuurd.’ Marino schrijft. Sinds hij burgemeester is, maakt hij elke avond aantekeningen in schriftjes van verschillende kleuren: zwart voor de maffia die hij niet heeft gezien, rood voor de revolutie die hij heeft beloofd, geel voor zijn reizen en ontsnappingen, grijs voor de nare
journalisten, de regenboog voor de aanmoedigingen die hij kreeg uit het buitenland ‘waar ze mij begrijpen en roemen om dezelfde redenen waarom ik in Rome word uitgefloten’. Laten we eerlijk zijn: toen in november 2014 in de wijk Tor Sapienza de rellen tegen de immigranten losbarstten, had de burgervader, die in zijn verkiezingsbijeenkomsten had beloofd Rome om te vormen tot ‘stad van de gastvrijheid’, niets gemerkt en vloog hij zelfs, steeds minder betrokken als hij was bij de realiteit, de volgende ochtend naar Londen terwijl de rellen in alle hevigheid voortwoedden. En tijdens de dagen van ordinary madness toen heel Rome op jacht was naar drie Roma die in [de wijk] Primavalle zeven mensen hadden aangereden en een arme vrouw op slag hadden gedood, was hij in Philadelphia om een eredoctoraat in ontvangst te nemen. En toen de Romeinse politieagenten zich eind vorig jaar massaal ziek meldden, was en bleef Marino in Boston.
Ook voor het recente schandaal rond de protserige begrafenis van maffiabaas Vittorio Casamonica [waarbij onder meer rozenblaadjes uit een helikopter werden gestrooid], is Marino vanzelfsprekend op geen enkele manier verantwoordelijk. Hij had natuurlijk weer zijn terugvlucht gemist, hij was vergeten dat zijn Rome donderdag onder het mes zou gaan voor een openhartoperatie, maar hij is opnieuw onschuldig, net als de hoofdrolspeler uit de film van de gebroeders Coen, die over zichzelf zegt: ‘Ik was een geest. Ik zag niemand. Niemand zag mij.’
Is Marino schuldig? Nee, afwezig
Maffiamelkkoe
Laten we er geen doekjes om winden: nog nooit in de politieke geschiedenis van Rome is er een reces, een leegte, een vacuüm, een afwezigheid geweest die zo onschuldig was als die van Marino. Marino: een marsmannetje dat zich verplaatst per fiets in plaats van per ruimteschip, nooit vervolgd voor welk delict dan ook, maar altijd bespot om zijn stunteligheid. Burgemeester van de gaten in de weg, van het straatvuil en van de ongekende verloedering van de hoofdstad, en nu ook autobiografisch schrijver, een nieuw en onverwacht personage uit de Romeinse Commedia dell’Arte. ‘Als Marino blijft, vreten wij Rome binnen drie jaar op,’ had de Italiaanse crimineel Salvatore Buzzi voorspeld. Marino had niet gemerkt dat de stad die hij maar niet kon besturen, een melkkoe was geworden, noch dat zijn gemeenteraadsleden de bevelen van de maffia ‘moeten opvolgen omdat ik ze betaal en daarmee basta,’ aldus nog steeds Buzzi. Hij zag niets, maar intussen viel hij van zijn fiets toen hij probeerde te ontsnappen aan de kritische televisiecamera’s, en smakte hij met zijn hoofd op de stoep terwijl hij tegen de journalisten riep dat hij wel ‘wat beters te doen had’. Is Marino schuldig? Nee, afwezig. Hij zou zomaar tot Kerstmis in Texas kunnen blijven zonder dat iemand het zou merken, afgezien van de cartoonisten en de satirici. Daarom heeft het geen zin om Marino’s ontslag te eisen. Of beter gezegd: de demagogische campagne die door rechts wordt gevoerd om zijn ontslag te eisen, is politiek gezien onzinnig. Rome heeft namelijk al geen bestuur meer, de stad is uitgeput en kan zich zeker geen verkiezingen veroorloven tijdens het jubeljaar [dat op 8 december ingaat]. En het idee om een bewindvoerder voor de stad aan te stellen is ondenkbaar voor de hoofdstad van Italië. Zo ver mag het niet komen met de wandaden die de politiek heeft begaan tegen de mooiste stad van de wereld, waardoor die gaandeweg corrupt en verziekt, en nu ook maffioos is geworden. Marino, over wie mensen nog slechts hun schouders ophalen en hun ogen beschaamd ten hemel slaan, is zelf wel onder curatele gesteld. Maar op z’n Italiaans: hij is kaltgestellt door hem naar de Cariben te sturen. En dus fungeert Matteo Orfini [president van de Democratische Partij] als zijn politieke voogd. Prefect Franco Gabrielli zal zich in zijn plaats bezighouden met het Jubeljaar. Giovanni Malagò [voorzitter van het Italiaans Olympisch Comité] gaat zich storten op de kandidatuur van Rome voor de Spelen in 2024. De paus heeft zich ten koste van hem ontpopt tot hét publieke gezicht van Rome.
Replay
De ideale oplossing, die wij vorig jaar juni al voorstelden, was een speciale wet geweest om de controle over Rome weg te halen bij het stadsbestuur en toe te vertrouwen aan de staat, net zoals in Berlijn en Washington. In plaats daarvan zitten we nu opgescheept met curatele op zijn Italiaans, die bestaat uit achterkamertjespolitiek en schimmenspel: een replay van The Man Who Wasn’t There.
Francesco Merlo

