We denken er nauwelijks over na, maar onze beschaving is gebouwd op zand. Het wordt onder meer gebruikt in de bouw, wasmiddelen en cosmetica. Nergens is de strijd om zand zo hevig als in India. Daar gaat de zandwinning niet alleen ten koste van de natuur, maar ook van mensenlevens.
Keuze uit het archief
Zand is niet weg te denken uit de geschiedenis van de mensheid. De oude Egyptenaren gebruikten het reeds om pyramides van te bouwen en ook beton – een mengsel van grind, zand en cement – was al in de oudheid bekend. Zand is niet alleen geschikt als bouwmateriaal, maar zit ook verstopt in producten als tandpasta, glas, cosmetica en microchips.
Het natuurproduct wordt echter steeds schaarser, omdat er door de wereldwijde bouwhausse steeds grotere hoeveelheden zand nodig zijn. Zandwinning is alleen wel schadelijk voor ecosystemen en daarom niet overal toegestaan. Zo zijn er in India meerdere gebieden waar het illegaal is, maar waar zandwinners de regels aan hun laars lappen omdat er enorm veel te verdienen valt aan de zandexport. Mensen die ze erop aanspreken, doen dat met gevaar voor eigen leven. Zandwinning kost dus niet alleen het leven aan vogels en vissen, maar ook aan mensen, zoals blijkt uit dit artikel van het Amerikaanse maandblad WIRED.
De moordenaars reden langzaam het steegje door, drie op één motorfiets gepropte mannen. Het was even na elf uur ’s ochtends op 31 juli 2013 en de zon brandde op de lage, eenvoudige huizenblokken langs een achterafstraatje van het Indiase boerendorp Raipur Khadar. Vage geuren van specerijen, stof en rioolwater kruidden de lucht. De mannen zetten de motor stil voor de oranje deur van een twee verdiepingen hoog huis van baksteen en pleisterkalk. Twee van hen stapten af, duwden de niet-afgesloten deur open en slopen de verduisterde slaapkamer aan de andere kant binnen. De onderkant van hun gezicht was met een witte sjaal bedekt. Een van hen had een pistool.
In de slaapkamer lag Paleram Chauhan, een 52-jarige boer, een dutje te doen na een vroege lunch. In de aangrenzende kamer waren zijn vrouw en schoondochter aan het schoonmaken, terwijl Palerams zoon met zijn neefje van drie speelde.
Schoten daverden door het huis. Preeti Chauhan, Palerams schoondochter, stormde de kamer binnen, met Ravindra op haar hielen. Door de open deur zag ze de moordenaars weer op hun motorfiets springen en wegscheuren.
Paleram lag op zijn bed, terwijl het bloed uit zijn buik, keel en hoofd borrelde. ‘Hij probeerde iets te zeggen, maar dat lukte niet’, zegt Preeti, en haar stem wordt door tranen gesmoord. Ravindra leende de auto van een buurman en reed zijn vader in allerijl naar het ziekenhuis, maar het was te laat. Bij aankomst was Paleram dood.
Zand is een eindige grondstof, net als alle andere
Ondanks de maskers twijfelde de familie geen moment wie er achter de moorden zat. Al tien jaar lang drong Paleram er bij de plaatselijke autoriteiten op aan om een machtige criminele bende op te rollen die zijn hoofdkwartier in Raipur Khadar had. De ‘maffia’, zoals de mensen hen noemden, beroofde het dorp al jaren van een felbegeerde natuurlijke hulpbron, een van de meest gewilde grondstoffen van de 21ste eeuw: zand.
Precies. Paleram Chauhan werd vermoord vanwege zand. En hij was niet de eerste, noch de laatste.
Wereldwijde bouwhausse
Onze beschaving is letterlijk op zand gebouwd. Al zeker sinds de oude Egyptenaren gebruiken mensen het voor de bouw. In de vijftiende eeuw vond een Italiaanse handwerksman uit hoe je van zand doorzichtig glas kunt maken, wat de weg effende voor microscopen, telescopen en andere technologische vindingen, zoals betaalbare ramen, die mede tot de wetenschappelijke revolutie van de Renaissance leidden. Verscheidene zandsoorten zijn een essentieel bestanddeel van wasmiddelen, cosmetica, tandpasta, zonnepanelen, microchips en vooral gebouwen; elke betonconstructie bestaat in wezen uit tonnen zand en grind die met cement aan elkaar zijn gelijmd.
Zand – kleine, losse korrels steen en ander hard materiaal – kan worden gemaakt door gletsjers die stenen vermalen, door oceanen die schelpen verpulveren en zelfs door lava dat afkoelt en vergruist bij contact met de lucht. Maar bijna zeventig procent van alle zandkorrels op aarde is kwarts, gevormd door verwering. De tijd en de elementen knagen aan rotsen, boven en onder de grond, en schuren er korrels af. Rivieren transporteren tonnen van deze korrels tot in de verre omtrek, hopen ze op op hun beddingen en op plekken waar ze in zee uitmonden.
Naast water en licht is zand een van de natuurlijke hulpbronnen die het meest door de mens worden aangewend. Mensen gebruiken jaarlijks meer dan 40 miljard ton zand en grind. Er is zoveel vraag naar dat overal ter wereld rivierbeddingen en stranden worden afgegraven. Woestijnzand is over het algemeen ongeschikt voor de bouw: omdat ze niet door water, maar door lucht zijn gevormd, zijn woestijnkorrels te rond om zich goed te binden. De hoeveelheid zand die wordt gewonnen, stijgt exponentieel.
In India heeft de oorlog tussen en tegen de ‘zandmaffia’ al honderden levens gekost
Hoewel de voorraad misschien eindeloos lijkt, is zand een eindige grondstof, net als alle andere. De wereldwijde bouwhausse van de laatste jaren – al die megasteden die uit de grond schieten, van Lagos tot Beijing – verslindt ongekende hoeveelheden; in de zandindustrie gaat 70 miljard dollar om. In Dubai hebben enorme landwinningsprojecten en duizelingwekkende wolkenkrabbers alle nabije bronnen uitgeput. Australische exporteurs verkopen letterlijk zand aan Arabieren.
Op sommige plekken baggeren multinationals zand op met enorme machines; op andere haalt de plaatselijke bevolking het weg met scheppen en pick-uptrucks. Naarmate groeves en rivierbeddingen uitgeput raken, richten zandwinners zich op de zee, waar duizenden schepen nu enorme hoeveelheden van de oceaanbodem opzuigen. Dit is dikwijls funest voor rivieren, delta’s en zee-ecosystemen. De zandwinning in de VS wordt verantwoordelijk gehouden voor stranderosie, water- en luchtvervuiling en ander onheil, van de Californische kust tot de meren in Wisconsin. Het Indiase hooggerechtshof heeft onlangs gewaarschuwd dat zandwinning op de oevers overal in het land bruggen ondermijnt en ecosystemen verstoort doordat vissen en vogels worden uitgeroeid. Maar de verordeningen zijn schaars en de bereidheid om er gevolg aan te geven is nog schaarser, vooral in ontwikkelingslanden.
Zandwinning heeft sinds 2005 minstens twee dozijn Indonesische eilanden weggevaagd. Het zand van die eilanden kwam meestal terecht in Singapore, dat reusachtige hoeveelheden nodig heeft voor zijn kunstmatige gebieduitbreidingsprogramma om land op de zee te winnen. De stadstaat heeft de afgelopen veertig jaar 130 vierkante kilometer land toegevoegd en gaat daar onverdroten mee door, waardoor de Singaporezen veruit de grootste zandimporteurs ter wereld zijn. De indirecte milieuschade is zo extreem dat Indonesië, Maleisië en Vietnam de export van zand naar Singapore allemaal aan banden hebben gelegd of verboden.
Illegale zandwinning
Dit alles heeft wereldwijd tot een illegale zandwinningshausse geleid. In het binnenland van het Indonesische eiland Bali, ver van de toeristenstranden, bezoek ik een zandwinningsgebied. Het ziet eruit als Shangri-La na een meteoorinslag. Midden in een prachtige vallei die zich tussen groene bergen door kronkelt, omgeven door jungle en rijstvelden, gaapt een onregelmatig gevormde, zes hectare grote groeve van blootgelegd zand en steen. Op de bodem zijn mannen in korte broek en op teenslippers met mokers en scheppen bezig om zand en grind in ratelende, rook uitbrakende sorteermachines te laden.
‘Degenen die een vergunning hebben om zand op te graven, moeten ook voor het herstel van het land betalen,’ zegt Nyoman Sadra, een voormalig lid van het regionale bestuur. ‘Maar 70 procent van de zandwinners heeft geen vergunning.’ Zelfs bedrijven met een vergunning strooien met steekpenningen om kuilen te kunnen graven die breder of dieper zijn dan toegestaan.
Op dit moment graven criminele bendes in minstens een tiental landen, van Jamaica tot Nigeria, tonnen zand per jaar op om op de zwarte markt te verkopen. De helft van het zand dat voor de bouw in Marokko wordt gebruikt, is naar schatting illegaal gewonnen; hele stukken strand verdwijnen. Een van de beruchtste gangsters van Israël, een man die van betrokkenheid bij een groot aantal recente aanslagen met autobommen wordt verdacht, begon zijn carrière met het stelen van zand van openbare stranden. Tientallen Maleisische ambtenaren werden in 2010 aangeklaagd omdat ze in ruil voor steekpenningen en seksuele gunsten hadden toegestaan dat illegaal gewonnen zand naar Singapore werd gesmokkeld.
Maar nergens wordt meedogenlozer om zand gestreden dan in India. De oorlog tussen en tegen de ‘zandmaffia’ daar heeft volgens berichten de afgelopen jaren aan honderden mensen het leven gekost, onder wie politiemensen, andere ambtenaren en gewone mensen als Paleram Chauhan.
De streek rond Raipur Khadar was vroeger voornamelijk landbouwgebied, vol tarwe en groente die op de schorren rond de rivier de Yamuna werden verbouwd. Maar Delhi, op minder dan een uur rijden noordwaarts, rukt snel op. Terwijl ik over een nieuwe zesbaanssnelweg door Gautam Budh Nagar rijd, het district waarin Raipur Khadar ligt, passeer ik de ene bouwplaats na de andere; nieuwe torens van glas en cement die naar de hemel groeien en het Indiase landschap kilometers lang beheersen alsof de credits aan het begin van Game of Thrones werkelijkheid zijn geworden. Naast talloze winkelcentra, flatgebouwen en kantoortorens is er een tweeduizend hectare grote ‘Sports City’ in de maak, inclusief diverse stadions en een Formule 1-circuit.
De bouwhausse is ongeveer tien jaar geleden op gang gekomen, en daarmee de zandmaffia. ‘Er was al eerder wat illegale zandwinning’, zegt Dushynt Nagar, hoofd van een plaatselijke boerenbond, ‘maar niet in die mate dat er land werd gestolen of mensen werden vermoord.’
De familie Chauhan
De familie Chauhan woont al eeuwen in het gebied, vertelt Palerams zoon Aakash me. Hij is een slanke jongeman met grote bruine ogen en wijkend zwart haar en draagt een spijkerbroek, een grijs sweatshirt en teenslippers. We zitten op plastic stoelen die op de kale betonnen vloer van de woonkamer van de familie zijn gezet, slechts een paar meter van de plek waar zijn vader werd vermoord.
De familie bezit ongeveer vier hectare land en deelt zo’n tachtig hectare gemeentegrond met de rest van het dorp – althans vroeger. Een jaar of tien geleden eigende een groep plaatselijke ‘bodybuilders’, zoals Aakash hen noemt, geleid door Rajpal Chauhan (geen familie, het is een veel voorkomende achternaam) en zijn drie zoons, zich de zeggenschap over de gemeentegrond toe. Ze schraapten de bovenste laag af en begonnen het zand op te graven dat daar eeuwenlang door de overstromende Yamuna was gedeponeerd. Om het nog erger te maken, remde het stof dat daarbij vrijkwam de groei van de gewassen eromheen af.
Als lid van de panchayat, de gemeenteraad van het dorp, leidde Paleram de campagne om een eind aan de zandwinning te maken. Dat had vrij simpel moeten zijn. Behalve dat de grond van het dorp werd gestolen, is zandwinning ten strengste verboden in het gebied rond Raipur Khadar omdat het dicht bij een vogelreservaat ligt. En de regering weet wat er gebeurt: in 2013 constateerde een onderzoeksteam van het federale ministerie van Milieu en Bosbeheer ‘overvloedige, onwetenschappelijke en illegale winning’ in heel Gautam Budh Nagar.
Desondanks konden Paleram en andere dorpelingen het geen halt toeroepen. Ze klaagden jarenlang bij politie, bestuursambtenaren en rechtbanken – maar er gebeurde niets. Naar verluidt accepteren veel plaatselijke overheden steekpenningen van de zandwinners om zich niet met hun zaken te bemoeien – en niet zelden zijn ze ook zelf bij die zaken betrokken.
De afgelopen drie jaar hebben zandwinners minstens twee politiemensen gedood en vele andere aangevallen
Voor degenen die geen steekpenningen aannemen, is de maffia niet zachtzinnig. ‘We doen regelmatig controles bij de illegale zandwinners,’ zegt Navin Das, die de leiding heeft over de zandwinning in Gautam Budh Nagar. ‘Maar het is erg moeilijk omdat we worden aangevallen en beschoten.’ De afgelopen drie jaar hebben zandwinners minstens twee politiemensen gedood en vele andere aangevallen, evenals bestuursambtenaren en klokkenluiders. Afgelopen maart nog, vlak na mijn terugkomst uit India, belandde een televisiejournalist in het ziekenhuis na een aanslag door illegale zandwinners.
Volgens gerechtelijke documenten hebben Rajpal en zijn zoons zowel Paleram en zijn familie als andere dorpelingen bedreigd. Aakash kent een van de zoons, Sonu, uit de tijd dat ze samen op school zaten. ‘Hij was altijd een keurige jongen,’ zegt Aakash. ‘Maar toen hij in de zandbusiness terechtkwam en snel geld begon te verdienen, ontwikkelde hij zich tot crimineel en werd hij erg agressief.’ Uiteindelijk arresteerde de politie Sonu in de lente van 2013 en legde beslag op enkele van zijn vrachtwagens. Maar hij kwam al gauw op borgtocht vrij.
Op een ochtend reed Paleram op zijn fiets naar zijn akkers, die vlak naast de zandgroeve liggen, en kwam hij Sonu tegen. ‘Hij zei: Het is jouw schuld dat ik de gevangenis in moest, aldus Aakash. ‘Hij zei dat mijn vader de zaak moest laten rusten.’ In plaats daarvan diende Paleram opnieuw een klacht in bij de politie. Een paar dagen later werd hij doodgeschoten.
Sonu, zijn broer Kuldeep en zijn vader Rajpal werden voor de moord gearresteerd. Ze zijn momenteel allemaal op borgtocht vrij. Aakash komt hen af en toe tegen. ‘Het is een klein dorp,’ zegt hij.
Duiken naar rivierzand
In de brede Thane Creek, een troebele inham even buiten Mumbai, wemelt het op een ochtend in februari van de houten bootjes. Honderden liggen er voor anker, romp tegen romp, in een onregelmatige rij die zich een kleine kilometer uitstrekt. De oevers zijn begroeid met groene mangroves, waar flatgebouwen bovenuit torenen. Er hangt een flauwe zweem van zout in de lucht van de nabije Arabische Zee, vermengd met diesel van de bootmotoren.
Elke boot heeft zes tot tien man aan boord. Een of twee van hen duiken naar de rivierbodem, vullen een metalen emmer met zand en komen weer boven, terwijl het water uit hun zwarte haar en snor stroomt. Daarna hijsen twee anderen, die met blote voeten op planken staan die uit de boot steken, de emmer op met touwen. Hun afgetrainde, gespierde lijven zouden elke sportschoolhipster jaloers maken als de pijs ervoor niet zo hoog was.
Pralhad Mhatre (41) duikt tweehonderd keer per dag, zegt hij. Hij doet het werk al zestien jaar. Hij verdient bijna het dubbele van de hijsers, maar het blijft niet veel, zo’n zestien dollar per dag. Hij wil dat zijn zoon en drie dochters een ander beroep kiezen, niet in de laatste plaats omdat hij denkt dat er weldra geen rivierzand meer zal zijn. ‘Toen ik begon, hoefden we maar zes meter diep te gaan,’ zegt hij. ‘Nu is het twaalf. We kunnen hoogstens vijftien meter diep duiken. Als het veel lager wordt, zijn we onze baan kwijt.’
De volgende dag neemt Sumaira Abdulali, India’s belangrijkste actievoerder tegen illegale zandwinning, me mee naar een ander soort groeve. Abdulali is een beschaafd, gefortuneerd lid van de bourgeoisie in Mumbai, met een zachte stem en een voorname manier van doen. Ze reist al jarenlang in een auto met leren bekleding en chauffeur naar afgelegen gebieden om foto’s te maken van het werk van de zandmaffia. Daarbij is ze beledigd, bedreigd, met stenen bekogeld, met hoge snelheid achtervolgd, zijn haar autoruiten kapotgeslagen en heeft ze zo’n harde klap gekregen dat er een tand afbrak.
‘Het fundamentele probleem is ongebreidelde cementbouw’
Abdulali raakte betrokken toen zandwinners een strand in de buurt van Mumbai begonnen te vernielen waar haar familie al generaties lang de vakanties doorbracht. In 2004 ondernam ze het eerste gerechtelijke burgerinitiatief tegen de zandwinning in India. Dat haalde de kranten, zodat Abdulali een stortvloed van telefoontjes uit het hele land kreeg van mensen die haar hulp zochten om hun eigen plaatselijke zandmaffia tegen te houden. Sindsdien heeft Abdulali tientallen mensen geholpen bij het opstellen van hun aangiften en blijft ze de plaatselijke ambtenaren en kranten bestoken met een gestage stroom goed gedocumenteerde klachten van eigen hand. ‘We kunnen de bouw niet tegenhouden. We willen de ontwikkeling geen halt toeroepen’, zegt ze in een Engels met een Brits-Indisch accent. ‘Maar we willen dat men zijn verantwoordelijkheid neemt.’
Abdulali neemt me mee naar het plattelandsstadje Mahad, waar zandwinners ooit haar auto kapotsloegen. Zandwinning is ten strengste verboden in die regio omdat vlakbij een beschermd kustgebied ligt. Desondanks komen we in de jungleheuvels niet ver buiten het stadje een grijsgroene rivier tegen waarop boten open en bloot zand van de rivierbodem opzuigen met dieselpompen. De oevers liggen bezaaid met enorme zandhopen, die mannen met graafmachines op vrachtwagens scheppen.
Kort daarna, weer op de hoofdweg, rijden we achter een klein konvooi van drie zandtrucks. Ze denderen ongestoord langs een politiebusje dat langs de weg staat geparkeerd. Een tweetal agenten staat er werkeloos naast en kijkt naar het passerende verkeer. Een derde doet binnen een dutje, met zijn stoel volledig naar achter geklapt. Dit is te veel voor Abdulali. We stoppen naast het busje. Een agent die de leiding lijkt te hebben, neemt er daarbinnen zijn gemak van, gekleed in een kaki-uniform, met sterren op zijn schouders en zwarte sokken aan zijn voeten. Zijn schoenen heeft hij uitgetrokken. ‘Heeft u die trucks met zand niet gezien die net zijn gepasseerd?’ vraagt Abdulali.
‘We hebben vanochtend een paar keer verbaal opgemaakt,’ antwoordt de agent vriendelijk. ‘Nu hebben we lunchpauze.’ Bij het wegrijden passeren we nog een zandtruck die een paar honderd meter verderop langs de weg staat geparkeerd.
Enige tijd later stel ik hierover vragen aan een plaatselijke ambtenaar. ‘De politie is twee handen op een buik met de zandwinners,’ zegt de ambtenaar, die me verzoekt zijn naam niet te noemen. ‘Als ik de politie bel om me te begeleiden bij een controle, tippen ze de zandwinners dat we eraan komen.’ Zelfs in de zaken die hij voor de rechter heeft gebracht, is er niemand veroordeeld. ‘Ze glippen er altijd door vanwege een vormfout.’
Gespannen sfeer
Terug in Raipur Khadar, na mijn gesprek met de familie van Paleram Chauhan, is zijn zoon Aakash bereid mij en mijn tolk, Kumar Sambhav, de gemeentegrond te laten zien die de maffia in bezit heeft genomen. We hadden die ochtend een auto gehuurd in Delhi en Aakash wijst onze chauffeur de weg. Het is moeilijk te missen: recht tegenover het dorp aan de overkant van de weg ligt een stuk opengereten land met kraters van drie tot zes meter diep en huizenhoge bergen zand en steen. Her en der rijden trucks en grondverzetmachines rond en groepjes mannen, in totaal minstens vijftig, slaan stenen stuk met hamers en scheppen zand in trucks. Ze blijven naar onze auto staren terwijl we langzaam voorbijrijden over het onverharde pad met diepe voren dat door het winningsgebied loopt. Aakash wijst behoedzaam naar een lange, gezette man in spijkerbroek en overhemd: Sonu.
Even later, ver in het winningsgebied, stappen we uit om foto’s te maken van een uitzonderlijk grote krater. Na enkele minuten ziet Aakash drie mannen, van wie drie met een schep, doelbewust op ons af benen. ‘Sonu komt eraan,’ mompelt hij.
We beginnen terug te lopen naar de auto en proberen niet gehaast te lijken. Maar we zijn te langzaam. ‘Klootzak!’ brult Sonu, nu nog maar een paar meter van ons vandaan, tegen Aakash. ‘Wat moet je hier?’
Aakash zwijgt. Sambhav mompelt iets van dat we maar toeristen zijn, terwijl we allemaal in de auto stappen. ‘Ik zal jullie zusterneukers een rondleiding geven,’ zegt Sonu. Hij rukt het portier van onze chauffeur open en gebiedt hem uit te stappen. De chauffeur gehoorzaamt, zodat de rest van ons wel moet volgen. Aakash blijft wijselijk zitten.
‘We zijn journalisten,’ zegt Sambhav. ‘We zijn hier om te kijken hoe de zandwinning verloopt.’ (Dit gesprek ging geheel in het Hindi; Sambhav heeft het naderhand voor me vertaald.’)
‘Zandwinning?’ zegt Sonu. ‘We winnen helemaal geen zand. Wat hebben jullie gezien?’
‘We hebben gezien wat we gezien hebben. En nu gaan we weg.’
‘Nee, geen sprake van,’ zegt Sonu.
‘In ons systeem kun je alles gemakkelijk met geld kopen – getuigen, politie, bestuursambtenaren’
Zo gaat het gesprek enkele minuten door in een sfeer die steeds gespannener wordt, totdat een van Sonu’s bullebakken op de aanwezigheid van een buitenlander wijst – ik. Dit doet Sonu en zijn mannen aarzelen. Een westerling als ik iets aandoen zou ze veel meer problemen bezorgen dan een plaatselijke bewoner als Aakash aanpakken. We grijpen de kans om weer in de auto te stappen en rijden weg. Sonu kijkt ons woedend na.
De zaak tegen Sonu en zijn familie vindt moeizaam zijn weg door de trage gerechtelijke molens van India. De vooruitzichten zijn niet geweldig. ‘In ons systeem kun je alles gemakkelijk met geld kopen – getuigen, politie, bestuursambtenaren’, vertelt een jurist die nauw bij de zaak betrokken is, op voorwaarde van anonimiteit. ‘En die lui hebben een hoop geld dankzij de zandwinning.’
Aakash houdt contact met politierechercheurs en heeft geprobeerd de Indiase Nationale Commissie voor de Mensenrechten erbij te halen. Zijn moeder smeekt hem de zaak te laten rusten, vooral sinds haar andere zoon, Aakashs broer Ravindra – die de hoofdgetuige was in de zaak – vorig jaar dood is aangetroffen langs een spoorbaan, vermoedelijk overreden door een trein. Niemand weet precies hoe dat heeft kunnen gebeuren.
Vraag en aanbod
Ondertussen zet India met vallen en opstaan stappen om de zandwinning aan banden te leggen. Het Nationale Groene Tribunaal, een soort federaal gerechtshof voor milieuzaken, heeft zijn deuren geopend voor elke burger die een klacht wil indienen over illegale zandwinning. Op sommige plekken hebben burgers wegen geblokkeerd om zandtrucks tegen te houden, en bijna elke dag verklaart een plaatselijke of staatsambtenaar vastbesloten te zijn de zandwinning aan te pakken. Soms nemen ze zelfs trucks in beslag, leggen ze boetes op of verrichten ze arrestaties. Zelfs de pasbenoemde politierechter van Gautam Budh Nagar maakte vorige maand goede sier door tientallen zandtrucs te confisqueren en diverse mensen te arresteren.
Maar India is een onmetelijk land met meer dan een miljard mensen. Er wordt hoogstwaarschijnlijk op duizenden plekken illegaal zand gewonnen. Corruptie en geweld zullen zelfs de best bedoelde pogingen om dat tegen te gaan dwarsbomen. In wezen is het een kwestie van vraag en aanbod. Het aanbod van zand dat op een verantwoorde manier kan worden gewonnen is eindig. Maar de vraag ernaar niet.
Elke dag groeit de wereldbevolking. Steeds meer mensen in India – en overal elders – willen fatsoenlijke huizen om in te wonen, kantoren en fabrieken om in te werken, centra om in te winkelen en wegen om dat alles te verbinden. Volgens de klassieke opvatting vereist economische ontwikkeling beton en glas. En dus zand.
‘Het fundamentele probleem is de ongebreidelde cementbouw’, zegt Ritwick Dutta, een vooraanstaande Indiase milieuadvocaat. ‘Daarom is de zandmaffia zo gigantisch geworden. Zand is overal.’

