Populisten zoeken eenvoudige antwoorden op ingewikkelde problemen. Hun no-nonsens-retoriek appelleert aan diep ontgoochelde mensen die het idee hebben dat hun iets is afgepakt. Maar, schrijft George Packer, ze rekken ook de grenzen van het debat op en zorgen uiteindelijk voor belangrijke veranderingen.
Thomas E. Watson, een populist uit Georgia met een lange, allengs demagogischer loopbaan in de Amerikaanse politiek, schreef in 1910: ‘Het schuim der schepping wordt bij ons gedumpt. Enkele van onze belangrijkste steden zijn eerder buiten- lands dan Amerikaans. De gevaarlijkste, verderfelijkste hordes van het Avondland overspoelen ons. De zedeloosheid en de misdaad waarmee ze ons confronteren, zijn misselijkmakend en angstaanjagend. Wat brengt deze Goten en Vandalen naar onze kust? Vooral de industriëlen treft blaam. Zij wilden goedkope arbeid en het kon ze geen moer schelen dat hun harteloze beleid onze toekomst zou kunnen schaden.’
Het voorwerp van Watsons gal waren de Italianen, de Polen, de Joden en andere Europese immigranten die destijds de Verenigde Staten binnenstroomden. Een eeuw later, in de populistische zomer van 2015, juichen sommige van hun achterkleinkinderen Donald Trump toe wanneer die de jongste generatie immigranten hekelt in bewoordingen die opvallend veel lijken op die van Watson.
Bernie en Trump
De geschiedenis van het Amerikaanse populisme is complex en Watson belichaamde de paradoxen ervan. Hij besloot zijn loopbaan als senator met het aanwakkeren van de haat van het blanke, protestantse volksdeel jegens zwarten, katholieken en Joden. Maar aanvankelijk drong hij er als leider van de People’s Party (‘Volkspartij’) bij zwart en blank op aan de handen ineen te slaan om een door ‘de macht van het geld’ gedomineerde economische orde omver te werpen. Watson eindigde als een soort Trump, maar begon als een soort Bernie Sanders, de huidige presidentskandidaat en zelfverklaarde ‘democratische socialist’. Dat Watson tekeerging tegen die ene procent van de bevolking die aan het einde van de negentiende eeuw bijna alles bezat, zou Sanders met trots hebben vervuld. Een paar van Watsons vroege ideeën – zoals gratis postbezorging op het platteland – werden uiteindelijk gerealiseerd.
De wispelturige aard van het populisme kan de vonk tot hervormingen zijn, maar ook tot conservatisme, tot idealisme of de zoektocht naar een zondebok.
Populisme is eerder een instelling en een bepaald soort retoriek dan een ideologie of een reeks standpunten
Het komt tot bloei in tijden als die van Watson en die van onszelf, waarin talloze burgers die zichzelf als de ruggegraat van Amerika beschouwen (destijds de ‘handwerklieden’, tegenwoordig de ‘middenklasse’) het gevoel hebben dat ze aan de verliezende hand zijn. Het zijn bepaald niet de verschoppelingen der aarde: Sanders trekt hoogopgeleide stedelingen, Trump kleinsteedse zakenlui. Het zijn mensen die het idee hebben dat hun iets wordt afgepakt, die een visioen hebben van een Amerika van weleer dat onder vuur ligt en waarin alles beter was.
Populisme is eerder een instelling en een bepaald soort retoriek dan een ideologie of een reeks standpunten. Het spreekt van een strijd tussen goed en kwaad en eist eenvoudige antwoorden op ingewikkelde problemen. (Trump: ‘De handel? Gaan we regelen. Gezondheidszorg? Gaan we ook regelen.’) Het wantrouwt het gebruikelijke handjeklap en gepolder dat bij democratisch bestuur komt kijken. (Tijdens politieke redevoeringen geeft Sanders zelden hoog op van de successen die hij boekt als voorzitter van de uit beide partijen samengestelde senaatscommissie voor veteranenaangelegenheden.) Populisme is zowel samenzweerderig als apocalyptisch van aard: het is het geloof dat het land, of althans een flinke meerderheid, door toedoen van een bepaalde groep boosdoeners (Mexicanen, miljardairs, Joden, politici) op de ondergang afstevent.
Trump: ‘De handel? Gaan we regelen. Gezondheidszorg? Gaan we ook regelen’
Authentieke stem
Bovenal vertolkt én behaagt het populisme de authentieke stem van het volk. Zowel de aanhangers van Sanders als die van Trump prijzen hun kandidaat omdat ze, anders dan de politici, durven zeggen wat gewone mensen denken. ‘Ik ben het dan misschien niet met alles eens wat Bernie zegt, maar ik denk dat hij ergens voor staat, dat hij daaraan vasthoudt en ons niet zal voorliegen,’ zei zijn aanhanger Liam Dewey tegen ABC News. Dat Sanders net zo monotoon speecht als een spreker tijdens de Conferentie voor Socialistische Wetenschappers van rond 1986 – die overigens door 27.000 deelnemers werd bezocht – maakt zijn geloofwaardigheid er alleen maar groter op. Hij is de onwaarschijnlijke lieveling van een ten diepste ontgoocheld publiek. Wat Trump betreft: zijn retoriek is zo bot en impulsief dat zijn fans zich er voortdurend van verzekerd weten dat die authentiek is.
De fenomenen Trump en Sanders reageren op hetzelfde politieke klimaat en lijken oppervlakkig gezien op elkaar. Allebei staan ze niet bekend om hun trouw aan de partij, wat hun imago als man van de straat juist ten goede komt: ze ontlenen hun autoriteit aan de rechtstreekse band met hun aanhangers, zonder tussenkomst van een of andere institutie. Ze gaan allebei tekeer tegen buitenlandse-handelsovereenkomsten, geven af op het officieuze werkloosheidscijfer en steken hun minachting voor politici en het foute geld dat ze ophalen om aan de macht te blijven niet onder stoelen of banken. Eind augustus had Trump zelfs geen goed woord over voor de maas in de wet die investeringsmanagers de kans biedt de belasting op hun winst te omzeilen (een favoriet mikpunt van links). ‘Al gaan ze over lijken, die hedge- fondsgasten gaan vrijuit,’ zei hij tegen CBS News. ‘Ze schuiven alleen maar papier heen en weer en worden er beter van.’
Begrijpelijke hervormingen
Maar het verschil tussen Sanders en Trump is groot en fundamenteler dan het verschil tussen hun persoonlijke stijl en hun plaats in het politieke spectrum. Sanders, die het merendeel van zijn loopbaan een buitenstaander binnen het politieke systeem was, gelooft heilig in de politiek. Hij beschouwt die als een klassenstrijd (meer nog dan Elizabeth Warren lijkt hij de rijken écht te haten), maar gelooft dat dat conflict met verkiezingen en wetten kan worden opgelost. Wat Sanders een politieke revolutie noemt, zijn eerder ingrijpende maar begrijpelijke hervormingen. Hij stelt een belasting op financiële transacties en de opheffing van grote banken voor, maar vraagt niet om nationalisatie van de bankensector. Zijn opvattingen jagen Wall Street misschien op de kast, ze vallen binnen de grenzen van de rationele overtuiging.
Wat Trumps overtuigingen verder ook mogen zijn, hij speelt het spel van de antipolitiek. Van George Wallace tot Ross Perot: antipolitiek is een constante factor in de recente Amerikaanse geschiedenis. Uiteenlopende presidents- kandidaten als Jimmy Carter, Ronald Reagan en Barack Obama zijn president geworden doordat het leek alsof ze de verguisde politiek-bestuurlijke sector afwezen dan wel erboven stonden. Trump voert dat spel door tot in het demagogisch extreme. In het vocabu- laire van zijn verkiezingstoespraken is geen vuiger woord denkbaar dan ‘politicus’. Hij voedt de verachting van zijn publiek voor alleen al het idée dat problemen met politieke middelen kunnen worden opgelost. China, IS, immigranten, werkloosheid, Wall Street: laat het maar aan Trump over, hij bouwt gewoon een muur, deporteert die elf miljoen illegalen, herschrijft de grondwetparagraaf over burgerrechten, schept banen, doodt terroristen. Elk voorstel draait louter om hemzelf, de leider die de ondergang van het land afwendt puur dankzij de kracht van zijn persoonlijkheid. Toen hij onlangs sprak in Mobile, in Alabama, vroeg hij zich zelfs af of er wel een evenredige volksvertegenwoordiging nodig was. Nadat hij op zijn voorsprong in de verschillende peilingen had gewezen, vroeg hij de dertigduizendkoppige menigte: ‘Waar hebben we verkiezingen voor nodig? Nergens voor.’ Wanneer Trump zijn ogen tot spleetjes knijpt en zijn onderlip naar voren duwt, is hij een showman die doet alsof hij een sterke man is.
Er zijn in de Amerikaanse geschiedenis niet veel voorbeelden van populistische sterke mannen te vinden (selfmade man Huey Long, de in het interbellum actieve ‘dictator van Louisiana’, is een van hen). Daarvoor zijn we te zeer gehecht aan de democratie, zo niet aan haar instituties en belangrijke vertegenwoordigers. Er zijn meer voorbeelden van populisten die zonder de presidentsverkiezingen te winnen de grenzen van het debat hebben opgerekt en uiteindelijk voor belangrijke veranderingen hebben gezorgd (onder wie Robert M. La Follette Sr.). Hoewel populisten zelden tot president worden gekozen, kunnen ze – zoals de jonge én de oude Tom Watson – de politieke lucht klaren dan wel bezoedelen.
George Packer

