1 hoogvliegers en afvallers scaled


Overal in Europa vinden onderwijshervormingen plaats. In Frankrijk bestaat veel weerstand tegen de plannen van minister Najat Vallaud-Belkacem, die de slecht presterende collèges (middenscholen) wil aanpakken. In een commentaar is het Britse tijdschrift The Economist niet mals: ‘Ideologische verschillen staan een echte discussie in de weg.’

De Fransen zijn met recht trots op sommige aspecten van hun onderwijssysteem. Prestigieuze openbare scholen voor voortgezet onderwijs zoals het Lycée Henry IV, al sinds jaar en dag gevestigd in het centrum van Parijs, leveren zeer goed opgeleide leerlingen af dankzij een veelomvattend eindexamen, het baccalauréat. Vijf van de vijftien beste bedrijfskunde-opleidingen van Europa zijn Frans. De bollebozen die er afstuderen worden weggekaapt door banken in New York en Londen. Om Franse ingenieurs wordt gevochten door startups in San Francisco. Maar hoe goed het Franse onderwijs ook presteert in de hoogste regionen, het faalt jammerlijk in de laagste.

 Sarkozy op bezoek bij chocolademakers in Bobigny, waar veel jongeren aan het werk gaan. – © Reuters / Philippe Wojazer
Sarkozy op bezoek bij chocolademakers in Bobigny, waar veel jongeren aan het werk gaan. – © Reuters / Philippe Wojazer

Elk jaar verlaten 122.000 leerlingen – 17 procent van het totaal – het voortgezet onderwijs zonder diploma. Vorig jaar evalueerde het Franse leger tijdens een verplichte keuringsdag voor zeventienjarigen het begrijpend-leesniveau van de deelnemers. Geconstateerd werd dat een op de tien jongeren het Frans onvoldoende machtig was. Deze problemen doen zich voornamelijk voor in de banlieues, de buitenwijken waar ondersteuning door de familie minimaal is en de scholen alleen de minst ervaren leraren weten aan te trekken. Maar zelfs het gemiddelde gaat omlaag. Volgens de internationale onderwijsgraadmeter PISA van de OESO, een club van voornamelijk rijke landen, is het niveau van begrijpend lezen en wiskunde bij Franse vijftienjarigen sinds 2000 gedaald.

De minister wil stoppen met Frans-Duitse lessen en minder aandacht voor Grieks en Latijn

Het primair onderwijs doet het goed in Frankrijk. De zwakke schakel lijken de eerste vier jaar van het voortgezet onderwijs te zijn, het collège. Deze middenschool, waarvoor niet op talent en inzicht wordt geselecteerd, ‘garandeert momenteel geen overdracht van basiskennis meer’, aldus het Franse ministerie van Onderwijs. Daarom heeft Najat Vallaud-Belkacem, de minister van Onderwijs van de socialistische regering, kortgeleden een herziening van het collège aangekondigd, die naar ze hoopt in september 2016 zal worden geëffectueerd.

Sommige onderdelen daarvan zijn nauwelijks controversieel te noemen, zoals het plan om in de klas eindelijk aandacht te besteden aan digitale technologie en programmeren, een terrein waarop Frankrijk hopeloos achterloopt. En het gerucht dat de geschiedenis van de islam die van andere religies zou vervangen, is onwaar gebleken (de islam maakt in feite al deel uit van het curriculum). Maar er zijn ook onderdelen van het hervormingspakket die in brede kring weerstand oproepen.

Bezorgdheid over de toekomst

Het eerste is het plan om te stoppen met de speciale tweetalige Frans-Duitse lessen en veel minder aandacht te besteden aan Latijn en Grieks. Volgens Vallaud-Belkacem gebruiken beter gesitueerde ouders het Frans-Duitse onderwijs, dat door maar 16 procent van de leerlingen wordt gevolgd, voornamelijk als middel om hun kinderen klaar te stomen voor een eliteschool. Critici zijn echter van mening dat daarmee excellentie aan het gelijkheidsbeginsel wordt opgeofferd. Als dit zeldzame voorbeelden van kwalitatief hoog talenonderwijs zijn, waarom zou je er dan mee stoppen?

De Duitse regering is geschrokken. Susanne Wasum-Rainer, de Duitse ambassadeur in Parijs, heeft tegenover Vallaud-Belkacem haar bezorgdheid geuit over de toekomst van het Duits in het Franse onderwijs. Bruno Le Maire, de voormalige centrum-rechtse minister van Landbouw van Frankrijk die zelf ook Duits spreekt, heeft een petitie georganiseerd om deze hervorming af te blazen. Meer dan 230 Kamerleden hebben getekend. Ook linkse intellectuelen betreuren deze verschraling van het onderwijs. Zelfs Jack Lang, de voormalige socialistische minister van Onderwijs, zei ‘geschokt’ te zijn door het op een zijspoor zetten van de klassieke talen.

College aan de Sorbonne.
College aan de Sorbonne.

Onder druk van deze protesten is Vallaud-Belkacem een beetje teruggekrabbeld. Ze heeft toegezegd dat Latijn een keuzevak kan blijven, zij het met minder lesuren. En ze zegt dat volgens het nieuwe plan in theorie net zoveel leerlingen Duits zullen kunnen leren, omdat alle leerlingen voortaan twee vreemde talen zullen moeten kiezen – al garandeert niets dat Duits daar een van zal zijn. Wat de tweede bron van verontwaardiging betreft heeft de minister zich minder toeschietelijk betoond. Namelijk haar plan om lesgeven ‘leuker’ en meer interdisciplinair te maken, teamwork te bevorderen en leraren meer vrijheid te geven bij het invullen van hun baan.

Het wordt als radicale verandering gezien om leraren lestijd aan nieuwe ideeën te laten besteden

Voor de buitenstaander lijkt dit zinnig. Onderwijsdeskundigen wijzen erop dat de schoolresultaten er wereldwijd het meest bij gebaat zijn als scholen meer autonomie wordt gegund, zoals in de Canadese provincie Ontario. Finland, dat hoog op de PISA-ranglijst staat, maakt veel gebruik van interdisciplinaire projecten en teamwork in de klas. De ouderwetse Franse benadering van rijen schoolbankjes sluit in veel opzichten slecht aan bij de veranderende vereisten voor banen in de kenniseconomie. Hoeveel in Frankrijk nog steeds centraal wordt gedicteerd blijkt wel uit het feit dat het als een radicale verandering wordt gezien om leraren voortaan 20 procent van de lestijd aan nieuwe ideeën te laten besteden en hen zelf te laten beslissen hoe ze die in praktijk brengen.

Ideologische strijd

De discussie is in een ideologische strijd ontaard. De voormalige president Nicolas Sarkozy, momenteel de leider van centrum-rechts, heeft de hervormingen ‘rampzalig’ genoemd. Er is veelvuldig de draak gestoken met het idee dat leerlingen boomhutten op het speelterrein zullen bouwen of eerder rapteksten zullen bestuderen dan [de klassieke auteur] Racine. Sommige leraren beschouwen het idee van vakoverschrijdende projecten als een aanslag op de disciplinaire zuiverheid, om van hun voorbereidingstijd nog maar te zwijgen. De gedachte dat het iedereen ter harte zou moeten gaan dat leerlingen zich kunnen ‘vervelen’ in de klas, zoals Vallaud-Belkacem stelt, wordt als een belachelijke belediging afgedaan.

Het werkelijke probleem is dat ideologische verschillen een echte discussie in de weg staan over de vraag hoe de schoolresultaten verbeterd kunnen worden en hoe kan worden gegarandeerd dat alle leerlingen, inclusief die uit de banlieues, de school met de nodige basisvaardigheden verlaten. Te veel kwesties zijn bovendien nog niet eens aan de orde gekomen, zoals de slechte salarissen van onderwijspersoneel, het gebrek aan vrijheid van schoolleiders om hun eigen staf te kiezen en de moeite die het hun kost om slechte leraren te ontslaan. Grotere autonomie zou een deel van de oplossing moeten zijn. Maar die lijkt tot dusver alleen maar als een probleem te worden beschouwd.

Auteur: Onbekend
Vertaler: Peter Bergsma

The Economist
Verenigd Koninkrijk, weekblad, oplage 1.337.180
Instituut van de Britse journalistiek. Opgericht in 1843 door een Schotse hoedenfabrikant tegen ‘de onnozelheid’ die de vooruitgang in de weg stond. Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief. Voor 85 procent buiten het koninkrijk verkocht en voor de helft eigendom van de Financial Times.


Deel dit artikel


Recent verschenen