Overal in Europa vinden onderwijshervormingen plaats. Finland wordt al jaren geprezen om zijn succesvolle onderwijssysteem dat op het gebied van wiskunde en taal tot de internationale top behoort. Toch gaat het stelsel radicaal op de schop.
Op de internationale onderwijsgraadmeter PISA scoren alleen oosterse landen als Singapore en China hoger dan Finland. Politici en onderwijskundigen van over de hele wereld hebben een pelgrimstocht naar Helsinki ondernomen in de hoop het geheim van het Finse succes te achterhalen en te kopiëren.
Des te opmerkelijker is het dan ook dat het Noord-Europese land nu op het punt staat een van de meest drastische onderwijsherzieningen door te voeren waaraan een land zich ooit heeft gewaagd, namelijk het schrappen van de traditionele vakmatige lesaanpak ten gunste van het onderwijzen van ‘topics’.
‘We staan nog maar aan het begin van een grote verandering in het Finse onderwijs,’ zegt Liisa Pohjolainen, die de leiding heeft over het jeugd- en volwassenenonderwijs in Helsinki, de hoofdstad die zich in de frontlinie van het hervormingsprogramma bevindt.
Pasi Silander, wethouder Ontwikkeling van de stad, legt uit: ‘Wat we momenteel nodig hebben is een ander soort onderwijs om mensen op het arbeidsproces voor te bereiden. Jongeren gebruiken zeer geavanceerde computers. Vroeger hadden de banken veel medewerkers die getallen optelden, maar dat is nu compleet veranderd. We moeten daarom veranderingen in het onderwijs doorvoeren die nodig zijn voor het bedrijfsleven en de moderne maatschappij.’
Fenomeenonderwijs
Vakspecifieke lessen – ’s morgens een uur geschiedenis, ’s middags een uur aardrijkskunde – behoren voor zestienjarigen in de hogere klassen van de hoofdstedelijke scholen al tot het verleden. Ze worden vervangen door wat de Finnen ‘fenomeenonderwijs’ noemen, oftewel onderwijs aan de hand van ‘topics’. Een tiener die een beroepsopleiding volgt kan bijvoorbeeld voor ‘horecalessen’ kiezen, met onderdelen als rekenen, talen (om buitenlandse gasten te kunnen bedienen), schrijfvaardigheid en communicatie.
Meer academisch gerichte leerlingen kunnen vakoverschrijdende topics kiezen zoals de Europese Unie, een amalgaam van elementen als economie, geschiedenis (van de betrokken landen), talen en aardrijkskunde.
Er zijn ook andere veranderingen, niet in de laatste plaats in de traditionele klassenopstelling waarbij leerlingen passief in rijen achter elkaar naar hun leraar zitten te luisteren of wachten tot hun iets wordt gevraagd. In plaats daarvan komt er een aanpak die meer op samenwerking is gericht, waarbij de leerlingen in kleinere groepen werken om samen problemen op te lossen en tegelijkertijd hun communicatievaardigheden verbeteren.
Marjo Kyllonen, wethouder Onderwijs van Helsinki, die haar blauwdruk voor de onderwijsherziening eind maart aan de gemeenteraad heeft gepresenteerd, zegt: ‘De verandering zal niet alleen voor Helsinki gelden, maar voor heel Finland. We komen er echt niet onderuit ons onderwijs te heroverwegen en ons systeem aan te passen, zodat kinderen op de toekomst zijn voorbereid met de vaardigheden die zowel vandaag als morgen nodig zijn. Er zijn scholen waar nog op de ouderwetse manier wordt lesgegeven die in het begin van de twintigste eeuw haar vruchten afwierp, maar de behoeften zijn veranderd en we hebben nu iets nodig wat is toegesneden op de eenentwintigste eeuw.’
Examenfabrieken
De Finse hervormingen sluiten aan bij de groeiende roep in het Verenigd Koninkrijk – niet in het minst van Tristram Hunt, schaduwminister van Onderwijs van de Labour Party – om een vorm van onderwijs die karakter, veerkracht en communicatievaardigheden bevordert in plaats van kinderen alleen maar door ‘examenfabrieken’ te loodsen. Maar voor het afschaffen van de traditionele vakken zou men momenteel in het VK nog weinig handen op elkaar krijgen.
Zelfs in Finland zijn de hervormingen op weerstand gestuit bij leerkrachten en schoolleiders, die zich vaak hun hele leven op een bepaald vak hebben gericht en nu te horen krijgen dat het helemaal anders moet.
Wethouder Kyllonen pleit ervoor dat de lessen op een vakoverschrijdende manier worden voorbereid, met input van meerdere vakspecialisten. Leraren die op dit nieuwe systeem overstappen kunnen een kleine salarisverhoging tegemoetzien.
Zo’n 70 procent van de leraren in het voortgezet onderwijs in de Finse hoofdstad is inmiddels bijgeschoold in de nieuwe aanpak, aldus wethouder Silander. ‘We hebben echt een omslag in het denken teweeggebracht,’ zegt hij. ‘Het is heel moeilijk om leraren de eerste stap te laten zetten (…) maar leraren die voor de nieuwe aanpak hebben gekozen zeggen dat ze niet meer terug willen.’
Uit de eerste gegevens blijkt dat ook de leerlingen er baat bij hebben. In de twee jaar sinds de nieuwe lesmethode is geïntroduceerd zijn de ‘leerlingenuitkomsten’ – de Finnen verkiezen dat woord boven ‘leerlingenniveaus’ – erop vooruitgegaan.
‘We willen dat Finland het voortouw neemt bij het ontwikkelen van speelse lesvormen voor jonge kinderen’
De Finse scholen zijn verplicht het fenomeenonderwijs minstens een jaar lang in te voeren. Deze projecten kunnen enkele weken duren. In Helsinki wordt meer vaart achter de hervormingen gezet door scholen aan te moedigen twee semesters per jaar voor het invoeren van de nieuwe aanpak te reserveren. De blauwdruk van Kyllonen, die eind maart is gepubliceerd, voorziet dat de hervormingen in 2020 in heel Finland zullen zijn doorgevoerd.
Ondertussen wordt ook de voorschoolse sector met een verandering geconfronteerd in de vorm van het ‘Playful Learning Centre’, een innovatief project dat met de computerspelindustrie in gesprek is over nieuwe manieren om jonge kinderen meer spelenderwijs te laten leren. ‘We willen dat Finland het voortouw neemt bij het ontwikkelen van speelse lesvormen voor jonge kinderen,’ aldus Olavi Mentanen, directeur van het PLC-project.
Bij het invoeren van de veranderingen zullen de ogen van de hele onderwijswereld op Finland gericht zijn: zal het land zijn hoge positie weten te behouden of zelfs weten te verbeteren op de PISA-ranglijsten die jaarlijks door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) worden gepubliceerd? En zo ja, hoe zal de rest van de onderwijswereld dan reageren?
Casestudy: de Finse aanpak
Het is een Engelse les, maar op het whiteboard prijkt een kaart van het Europese continent. De kinderen moeten weersomstandigheden combineren met de verschillende landen die op het bord zijn aangegeven. Vandaag is het bijvoorbeeld zonnig in Finland en mistig in Denemarken. Dit betekent dat de kinderen het leren van Engels combineren met het leren van aardrijkskunde.
Welkom op basisschool Siltamaki in Helsinki – een school met 240 leerlingen van zeven tot twaalf jaar – die de nieuwe Finse lesmethode heeft ingevoerd. Schoolleider Anne-Mari Jaatinen licht de gedachte erachter toe: ‘We willen onze leerlingen in een veilige, gelukkige, ontspannen en geïnspireerde sfeer kennis laten opdoen.’
We komen kinderen tegen die schaken op een gang en kinderen die in het kader van een spel door de gangen rennen om informatie over verschillende delen van Afrika te verzamelen. Anne-Mari Jaatinen omschrijft wat er gebeurt als: ‘leren voor je plezier’. Ze wil dat de leerlingen meer samenwerken en met elkaar communiceren zodat ze hun creatieve denkvermogen beter kunnen ontwikkelen.
Auteur: Richard Garner
Vertaler: Peter Bergsma
Richard Garner is redacteur onderwijs voor ‘The Independent’. Al 34 jaar verdiept hij zich in het onderwerp.
The Independent
Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 75.600
Opgericht 1986 in het Thatcher-tijdperk, politiek neutraal. De kleinste kwaliteitskrant van Engeland is sinds 2002 in handen van de Rus Alexander Lebdedev (eveneens eigenaar van The London Evening Standard) maar nog altijd onafhankelijk en pro-Europees.

