In Saoedi-Arabië verzet een ‘post-islamitische generatie’ zich tegen de rigoureuze toepassing van de sharia. Sommigen zweren het geloof zelfs compleet af. Is het denkbaar dat de bakermat van de islam op termijn een democratie wordt?
Ahmed al Ghamdi’s lange, warrige baard en roodgeruite hoofddoek zijn symbolen van zijn conservatieve benadering van de islam. Precies zoals je zou verwachten dus van een man die ooit aan het hoofd stond van de Saoedische religieuze politie in de heilige stad Mekka. Maar in de zomer van 2011 deed hij een verklaring die allerminst voorspelbaar was. Hij gaf aan dat hij, na uitgebreid onderzoek, geen islamitische basis had kunnen vinden voor het meest kenmerkende onderdeel van de Saoedische samenleving: de strikte seksescheiding.
In zijn appartement in een sjofele, arme wijk van Djedda, met zijn vrouw, zus en moeder als zichtbaar trotse toehoorders, legde Ghamdi me uit dat hij de religieuze verordening dat vermenging van seksen haram is – dat wil zeggen, op religieuze gronden verboden – niet langer ‘kritiekloos’ kon accepteren. ‘Ik wilde zien wat eraan ten grondslag lag, dus begon ik met het verzamelen van alle teksten over deze zaak uit de Koran en de soenna [voorbeelden uit het leven en de lessen van de profeet Mohammed],’ zei hij. ‘Mijn conclusie was dat geen enkele tekst of versregel in de Koran of de soenna met zoveel woorden zegt dat vermenging haram is. Het woord “vermenging” komt niet eens in de Koran voor.’ In plaats daarvan, zei hij, vond hij talloze teksten ‘die bewezen dat vermenging wel degelijk plaatsvond in de tijd van de profeet Mohammed’ en dat die ‘gewoon bij het dagelijks leven hoort’.
Ghamdi’s verklaring zorgde wekenlang voor een hoog oplaaiend nationaal debat, zijn baan bij de religieuze politie raakte hij kwijt.
Polarisering
Het verhaal van Ghamdi is maar één voorbeeld van de vele manieren waarop het religieuze landschap van Saoedi-Arabië – dat vaak als star en eenkleurig wordt beschouwd – steeds meer aan verandering onderhevig is. Het is niet zo dat we getuigen zijn van een hervorming in de bakermat van de islam. Moskee en staat blijven in Saoedi-Arabië nauw verbonden, de belangrijkste wetgeving is ontleend aan de sharia en de koning staat bekend als de ‘Bewaker van de Twee Heilige Moskeeën’, een verwijzing naar de heiligdommen in Mekka en Medina. Maar de religieuze opvattingen van gewone mensen veranderen, evenals de relatie tussen het Huis van Saoed [de koninklijke familie] en de geestelijkheid.
Kenmerkend voor dit religieuze toneel in ontwikkeling is dat de geestelijkheid steeds minder vat heeft op het sociale gedrag, dat het denken over religie steeds diverser wordt en dat de polarisering tussen progressieve en extreem-rechtse versies van de islam toeneemt, met als gevolg dat de monarchie minder goed in staat is om met behulp van de godsdienst sociale conformiteit en politieke gehoorzaamheid af te dwingen. Met het escalerende tumult in het Midden-Oosten betekent dit een extra uitdaging voor de koninklijke macht.
De ontwikkelingen waren duidelijk waarneembaar tijdens mijn verblijf in het koninkrijk, van 2008 tot 2011, en tijdens twee reizen daarna, in respectievelijk 2012 en 2013. Uit interviews met tientallen Saoedi’s bleek hoe de houding van het land ten aanzien van de islam verandert. Een verbazingwekkend decreet van de regering in maart 2014, waarin ze verklaarde dat het van nu af aan een terroristische daad was om ‘de fundamenten van het islamitische geloof waarop dit land is gegrondvest in twijfel te trekken’, toonde aan hoe verontrust de bestuurders waren.
Een aanzienlijk deel van de Saoedi’s staat nog altijd achter de officiële religieuze instituties en de islamitische wet. Maar een analyse van opiniepeilingen uit de periode 2003-2011 wees uit dat de steun voor de sharia langzaam afneemt. Van oudsher vanzelfsprekende religieuze aannames worden bestreden, of het nu gaat om het gezag van de geestelijkheid, de theologische verdediging van de monarchie, de superioriteit van het wahabisme of de mannelijke overheersing van vrouwen. ‘Deze ontwikkeling geeft aan dat het Saoedische publiek minder bemoeienis van religieuze autoriteiten met hun dagelijks leven wenst, en een minder rigoureuze toepassing van de sharia door de regering’, schreven de sociologen Mansoor Moaddel en Julie de Jong van de Universiteit van Michigan.
Abdullah Hamidaddin, een Saoedische doctoraalstudent aan King’s College in Londen, die het religieuze landschap in het koninkrijk de afgelopen jaren bestudeerde, merkte op dat toen Nelson Mandela in 2013 overleed ‘er [in Saoedi-Arabië] een debat was op Twitter over de vraag of je voor hem moest bidden of niet. Tien jaar geleden had je je niet kunnen voorstellen dat iemand eraan zou twijfelen dat het een zonde was om voor hem te bidden, omdat hij geen moslim was. Hij was goed, maar meer ook niet. Na zijn dood had niemand er ook maar over mogen piekeren om genade voor hem te vragen.’
Aan de andere kant zijn er de religieuze ultraconservatieven, die nog steeds veel volgelingen hebben onder de Saoedische bevolking. Deze onbuigzame geestelijken hebben vaak kritiek op de regering, keren zich fel tegen sociale en religieuze veranderingen en vormen een rem op de overgang van Saoedi-Arabië naar een creatievere, beter in de wereld geïntegreerde natie. Zij hebben er bijvoorbeeld voor gezorgd dat vrouwen nog steeds niet mogen autorijden.
En dan zijn er ook nog de islamitische activisten die een deel van de macht van de monarchie willen. Onder invloed van de Arabische Lente zijn ze beteugeld door arrestaties, langdurige gevangenisstraffen en een officieel verbod op de Moslimbroederschap, in maart van dit jaar. Maar ze hebben hun streven naar een religieus geïnspireerde politieke verandering niet opgegeven.
Jong en onrustig
Hoe komen deze veranderingen tot stand? De belangrijkste factor is misschien wel het feit dat de jongeren die zijn voortgekomen uit de grootste ‘jeugdgolf’ die het land ooit heeft gekend, binnenkort twintig worden; daardoor is 27 procent van de 27 miljoen mensen tellende Saoedische bevolking nu tussen de 15 en 24 jaar. Zij zetten veel meer vraagtekens bij het geloof dan de ouderen. Daarnaast is de voormalige Saoedische immuniteit voor regionale en globale invloeden opgeheven door satelliettelevisie, het internet en de ervaringen van meer dan 150.000 Saoedi’s die met overheidsbeurzen in het buitenland hebben gestudeerd. De Saoedi’s hebben nu meer informatie over godsdienst dan ooit – en dan vooral over hoe de islam elders wordt beleden.
Een sjeik beweerde dat autorijden voor vrouwen het risico meebrengt hun eierstokken te beschadigen
In maart 2014 telde Saoedi-Arabië 2,4 miljoen actieve twitteraars; dat is 40 procent van de actieve twitteraars in de Arabische wereld. ‘Er zijn zo veel hashtags over religie,’ zegt Hamaddin. ‘Tot zo’n twee of drie jaar geleden werd er niet zo openlijk over gediscussieerd. Opvallend is bovendien dat mensen fundamentele kwesties bespreken onder hun eigen naam. Zes tot zeven jaar geleden zouden sommige van deze discussies ook al wel zijn gevoerd, maar dan onder een valse naam op internetfora.’
Uptown966, een modieus eethuis in Djedda, serveert ‘mediterraan-internationale fusiongerechten’. Het restaurant zit doorgaan vol loungende, kletsende, lachende jonge mensen. Mannen en vrouwen zitten bij elkaar, onbevreesd voor een bezoek van de religieuze politie in deze liberaalste stad van het land. ‘Ik kan niet zwijgen over de manier waarop de religieuzen de mensen eronder willen houden. Ze willen controle over hen uitoefenen, muziek verbieden, heel veel dingen verbieden. Daar kan ik mijn ogen niet voor sluiten,’ aldus Mohannad Najjar (23), die me naar dit hippe restaurant heeft meegenomen.
Zoals veel jonge Saoedi’s die ik ontmoette ergert ook Najjar zich aan de beperkingen die door het religieuze establishment worden opgelegd. Zo zijn er door hun toedoen geen bioscopen of concerten in Saoedi-Arabië. Hij drijft de spot met de dictaten van door de regering benoemde geestelijken, die in de ogen van velen het contact met de jeugd hebben verloren. Net als veel leeftijdsgenoten zou hij graag zien dat het koninkrijk de islam op een minder dogmatische, ruimdenkender manier zou benaderen. ‘Ik zie op Twitter nu een sarcastische houding jegens de sjeiks, die geen modern leven leiden,’ zegt hij, en wijst als voorbeeld op het hoongelach dat een bepaalde sjeik bij duizenden Saoedi’s had gewekt, omdat deze beweerde dat autorijden voor vrouwen het risico meebrengt hun eierstokken te beschadigen. Jonge Saoedi’s ‘zijn op zoek naar individuele vrijheid en rechten, niet naar religie’.
Beperkt tot de privésfeer
Volgens Mohammed al-Adbulkareem, wetenschappelijk hoofdmedewerker Islamitische Jurisprudentie aan een conservatief-religieuze universiteit in Riyad, begon de grote verandering na de Arabische revoluties. ‘Voor mij is duidelijk dat de mensen sinds de Arabische Lente hebben ontdekt wat ideeën als mensenrechten en individuele vrijheid betekenen, en dat deze ideeën effectief en succesvol waren om regeringsveranderingen af te dwingen,’ zegt hij. ‘Waarom zouden ze zich weer aansluiten bij religieuze stromingen, wanneer die stromingen en instituties geen acht slaan op mensenrechten en vrijheid?’
De door Abdulkareem beschreven jongeren maken deel uit van wat sommige deskundigen de ‘post-islamitische’ generatie noemen, die liever ziet dat religie tot de privésfeer wordt beperkt en niet langer een rol speelt in de politiek. Deze trend wordt belichaamd door een 27-jarige Saoedische vrouw die ik in Riyad ontmoette. Omdat ze is opgegroeid in een traditioneel gezin draagt ze de islamitische hoofddoek en is ze gelovig – maar ze is het niet eens met de manier waarop de regering haar geloof voor eigen doeleinden heeft gebruikt. ‘De islam is gekomen om mensen te bevrijden, niet om ze in de gevangenis te stoppen,’ zegt ze. ‘En de regering gebruikt het geloof om mensen gevangen te zetten en onder de duim te houden. Daarom willen veel mensen niets meer van de islam weten.’ Ze betreurt de allesoverheersende rol die het Saoedische religieuze gezag voor zichzelf heeft opgeëist en geeft de voorkeur aan het Tunesische model, dat een grotere scheiding kent tussen moskee en staat. ‘Als iemand ongelovig wil zijn, is dat aan diegene. Als iemand atheïst wil zijn, is dat aan diegene,’ zegt ze.
Ontgoocheling over de op religie gebaseerde politiek en ontzetting over het sektarisme dat huishoudt in het Midden-Oosten hebben bij sommige jonge Saoedi’s hernieuwde belangstelling gewekt voor het pan-Arabische nationalisme, het seculiere en socialistische model dat de regio in de jaren vijftig en zestig domineerde. In Riyad bijvoorbeeld kwamen groepen de afgelopen jaren in privéhuizen bijeen om te discussiëren over een ideologie die taal en cultuur als een belangrijkere politieke leidraad ziet dan de islam.
‘Wij zijn niet overtuigd door de sektarische retoriek,’ aldus Bader al-Ibrahim (29), een epidemioloog en actief voorstander van het Arabisme. ‘Jonge mensen die voor het Arabisme kiezen, verwerpen over het algemeen de islamitische groeperingen en de politieke islam. Wij respecteren de islam als onderdeel van de Arabische cultuur en de Arabische identiteit, maar we politiseren deze islamitische identiteit niet. Want als je er politiek van maakt, krijg je sektarisme, dat zien we in Irak, Syrië en Libanon. Terwijl we ervan overtuigd zijn dat de Arabische identiteit in staat is soennieten en sjiieten in één politieke identiteit te verenigen.’
Doodzonde
Een aantrekkelijke Saoedische moeder van in de dertig, die bij een privéonderneming werkt, laat tijdens een gesprek met mij uit het niets een bom vallen. ‘U moet weten dat ik de islam heb afgezworen,’ zegt ze achteloos. Geschrokken vraag ik haar meer over haar geestelijke leven te vertellen. ‘Ik beschouw mijzelf nu als een agnost,’ zegt ze. ‘Je kunt op Twitter zien dat een heleboel Saoedi’s – ze gebruiken natuurlijk niet hun echte naam – atheïst of agnost zijn geworden en de godsdienst vaarwel hebben gezegd. Dat is pas iets van de afgelopen drie jaar.’ Ze heeft haar familie niet verteld dat ze haar geloof heeft verloren, omdat dat voor hen ‘absoluut het allerergste is. Als ze het wisten, zouden ze me misschien wel vermoorden. Echt waar.’
Atheïsme is nog altijd een doodzonde in het koninkrijk, al is voor zover bekend de afgelopen jaren niemand wegens atheïsme terechtgesteld. Maar uit verhalen blijkt dat steeds meer Saoedi’s tijdens privégesprekken of via sociale media (anoniem) uitkomen voor hun atheïsme. ‘Ik ken minstens zes atheïsten die dat tegenover mij hebben bevestigd,’ zegt Fahad al-Fahad (31), een marketingconsultant en mensenrechtenactivist in Djedda. ‘Een jaar of zes, zeven geleden zou niemand dat tegen mij hebben gezegd. Zelfs mijn beste vrienden zouden het niet aan mij hebben toegegeven.’
Maar atheïsten vormen nog altijd een piepkleine minderheid in het koninkrijk. Uit een wereldwijde peiling van [marktonderzoekbureau] WIN-Gallup International in 2012 bleek dat
5 procent van de 502 Saoedische respondenten zichzelf omschreef als ‘overtuigd atheïst’ – ver beneden het wereldwijde gemiddelde van 13 procent. De regering en haar bondgenoten onder de geestelijkheid zijn zo in verlegenheid gebracht over de nieuwe openheid, dat ieder gesprek over atheïsme verboden is. Het uitdragen van de ‘atheïstische gedachte’ geldt in Saoedi-Arabië nu als een terroristisch misdrijf.
‘De koninklijke familie zou zich zelfs tot het boeddhisme bekeren als ze daardoor aan de macht kon blijven’
Uit een peiling uit 2003 onder 1026 Saoedi’s bleek bovendien dat het moskeebezoek is afgenomen. Een meerderheid (56 procent) van de ondervraagden zei ‘hooguit eenmaal per jaar of alleen op speciale heilige dagen’ in de moskee te gaan bidden. Deze uitkomst is opmerkelijk als je bedenkt dat Saoedi-Arabië voor een vroom land doorgaat en dat de religieuze politie de bevolking tot voor kort op agressieve wijze dwong de gebedsdiensten bij te wonen.
‘Wij begrijpen onze godsdienst niet meer. Niet omdat we dat niet willen, maar omdat onze kijk erop, onze interpretatie ervan, vervuild is door de monarchie die de godsdienst gebruikt om haar bestaan te rekken,’ aldus een misnoegde Saoedi. De koninklijke familie, voegt hij eraan toe, ‘zou zich zelfs tot het boeddhisme bekeren als ze daardoor aan de macht kon blijven’.
De sociologen Mansoor Moaddel en Julie de Jong bespeurden bovendien een belangrijke verandering in de manier waarop Saoedi’s zichzelf identificeren. Uit hun onderzoek blijkt dat het aantal inwoners van Saoedi-Arabië dat zichzelf voornamelijk als ‘Saoedi’ definieert, steeg van
17 procent in 2003 naar 48 procent in 2011, terwijl het aantal dat zich voornamelijk als ‘moslim’ definieert in diezelfde periode daalde van 75 naar 46 procent.
Soevereiniteit
In een kleine kamer vol boeken in zijn huis in Riyad schenkt Mohammed al-Abdulkareem koffie in voor zijn gasten en biedt hun chocolaatjes aan. De bebaarde hoogleraar Islamitische Jurisprudentie heeft een no-nonsensehouding en een openhartige manier van praten, anders dan de versluierende taal die veel andere godsdienstgeleerden hanteren. De laatste van zijn drie boeken, Deconstructing Authoritarianism, is een kritisch onderzoek naar de theologische rechtvaardiging voor het ondemocratische bewind. Het boek is in Saoedi-Arabië verboden.
Abdulkareem behoort tot een handjevol Saoedische intellectuelen, voornamelijk islamgeleerden, die de basisprincipes van het wahabisme in het koninkrijk aanvechten. Zij bestrijden gewoonlijk de ideeën en het gezag van het officiële religieuze establishment. Maar zodra hun commentaren een politieke dimensie krijgen, komen ze in conflict met de koninklijke familie. Zo is het Abdulkareem sinds 2011 ook verboden college te geven, al blijft hij een betaald faculteitslid van de islamitische Al-Imam Muhammad Ibn Saud Universiteit.
‘Mijn belangrijkste idee is dat we geen samenleving kunnen opbouwen zonder oog voor onze basiswaarden,’ legt hij uit. Op dit moment stelt Saoedi-Arabië volgens hem zekerheid boven rechtvaardigheid – en dat is de grondslag voor de problemen van het koninkrijk. ‘We moeten die twee waarden omdraaien,’ zegt hij. ‘Dat is de belangrijkste voorwaarde voor het veranderen van onze islamitische tradities en preken.’
Een andere hoogleraar, Abdullah al-Maliki, heeft zich van ultraconservatief ontwikkeld tot iemand die betoogt dat democratie, en niet de islamitische wet, in moslimsamenlevingen zou moeten overheersen. Maliki vervangt de islamitische slogan ‘islam is de oplossing’ door ‘soevereiniteit van het volk is de oplossing’, schreef doctoraalstudent Hamidaddin. ‘Dat iemand binnen Saoedi-Arabië zei dat het volk zelf moet kiezen of het de sharia wil of niet, was echt een fundamentele verandering.’
Hamza al-Salem (48) is ook van mening veranderd. Vroeger was hij volgens zijn eigen zeggen ‘een heel zuivere, fundamentalistische wahabiet’, afgestudeerd in islamstudies en soldaat in het Saoedische leger tijdens de Golfoorlog. Daarna behaalde hij een doctoraal International Finance aan de Clark University in Massachusetts. Tegenwoordig is hij schrijver en consultant bij de Saoedische Adviesraad voor Economische Zaken, die verbonden is aan het koninklijk huis.
Door zijn studie in de Verenigde Staten begon hij zijn religieuze aannames te heroverwegen, zei hij. Om te beginnen kwam hij tot de overtuiging dat de wijdverbreide islamitische regel dat het heffen van rente op leningen zondig is, is ontsproten aan een foutieve lezing van de islamitische heilige geschriften. Maar het religieuze gezag van Saoedi-Arabië kon zijn ‘zeer sterke, valide argument’ voor deze kwestie onmogelijk accepteren, betoogde hij tijdens een interview in zijn huis in Riyad. Dat zou hun geloofwaardigheid te veel aantasten. ‘Het zou een enorme weerslag hebben op het volk, het zou ze wakker schudden,’ aldus Salem.
Antiwesterse sjeiks
In hun mooiste gewaden verzamelden enkele tientallen geestelijken met lange baarden zich in januari 2013 voor het koninklijk paleis in Riyad om een gesprek te eisen met koning Abdullah. Ze waren boos omdat hij dertig vrouwen had benoemd in de voorheen uitsluitend uit mannen bestaande sjoera, het belangrijkste adviesorgaan van het land. Toen ze geen audiëntie kregen, bleven ze een paar uur lang een provisorische demonstratie voor het paleis houden, in strijd met het wahabitische gebod dat bepaalt dat in het openbaar geen kritiek op de heerser mag worden uitgeoefend.
De demonstranten waren geen leden van de officiële religieuze instellingen, die zich automatisch achter het besluit van de koning hadden geschaard. Het waren ultraconservatieve, antiwesterse sjeiks die elke maatschappijverandering als een door het Westen geïnspireerde bedreiging voor de islamitische identiteit van Saoedi-Arabië beschouwen. Toch werden hun overtuigingen breed gedeeld in de door de staat aangestelde geestelijkheid, die alleen behoedzamer was om haar mening te laten horen.
Een verklaring van zeven protesterende sjeiks gaf inzicht in hun wereldbeeld. Volgens nieuwsblog Ryadh Bureau beperkten hun grieven zich niet tot het opnemen van vrouwen in de sjoera, maar werd ook ‘het sponsoren van ideologische chaos en culturele losbandigheid’ middels cafés, bibliotheken, boekenbeurzen en leesclubs gehekeld. Hetzelfde gold voor het oprichten van rechtenfaculteiten en het ‘verzwakken’ van shariarechtbanken, het sturen van studenten naar buitenlandse universiteiten ten bedrage van miljarden riyals, het toestaan dat vrouwen aan sportwedstrijden deelnemen, en het dulden van de ‘normalisering van seksevermenging in de maatschappij’ door vrouwen toe te staan te werken in restaurants, winkels, fabrieken en op advocatenkantoren.
‘Gymnastieklessen op meisjesscholen zullen uiteindelijk ontaarden in ongelovigheid en prostitutie’
Deze ultraconservatieve, antiwesterse sjeiks en hun wereldbeeld vormen een regelrechte bedreiging voor de binnenlandse politieke agenda van koning Abdullah. Naar verluidt was de monarch geschokt door het religieuze extremisme dat sommige Saoedi’s in het nabije verleden tot terrorisme had gedreven, eerst tegen de Verenigde Staten op 11 september 2001 en daarna tegen de Saoedische monarchie in 2003, toen twee bomaanslagen op woonblokken in Riyad tientallen levens eisten. Daarom begon hij na zijn troonsbestijging in 2005 de Saoedische samenleving open te gooien door het aantal universiteiten uit te breiden, vrouwen stemrecht te geven bij gemeenteraadsverkiezingen en hen mee te laten debatteren in de sjoera. Ook voerde de koning hervormingen door bij rechtbanken en scholen om te zorgen dat die minder door religieuze fanatici werden gedomineerd. Daarnaast verscherpte hij het toezicht op de religieuze politie, legde de gewelddadigheden van de agenten jegens burgers aan banden en beperkte het aantal patrouilles. En dankzij het door de koning ingestelde beurzenprogramma hebben ruim 150.000 Saoedi’s aan meer dan dertig buitenlandse universiteiten kunnen studeren en zo hun perspectief kunnen verbreden.
Ook heeft koning Abdullah geprobeerd afstand te nemen van enkele van de meest stringente wahabitische doctrines. In 2007 was hij de eerste Saoedische monarch die het Vaticaan bezocht, waar hij een ontmoeting had met paus Benedictus XVI. Hij was gastheer tijdens een internationale interreligieuze top in Spanje en richtte een interreligieus centrum in Oostenrijk op. Deze acties, die in de meeste landen onopgemerkt bleven, werden hooghartig afgewezen door de ultraconservatieve geestelijkheid van het land, omdat ze expliciet het wahabitische gebod afwezen dat niet-moslims ‘ongelovigen’ zijn die gemeden moeten worden omdat ze anders het geloof van de ware moslim verzwakken.
Religieus rechts verzette zich tegen koning Abdullah door zijn voorgestelde hervormingen bij de rechtbanken – waar de ultraconservatieven nog altijd machtig zijn – te saboteren en de onderwijshervormingen op de lange baan te schuiven, inclusief de poging om intolerante taal uit religieuze leerboeken te weren. De geestelijken worden er ook van verdacht dat ze heimelijk financiële steun geven aan aan het wahabisme gelieerde groeperingen buiten het koninkrijk, waaronder gewelddadige jihadisten als Islamitische Staat, ondanks een koninklijk verbod op dergelijke financiering.
En zoals de hervormingsgezinden de sociale media gebruiken om uiting te geven aan hun frustratie over de Saoedische religieuze orthodoxie, zo gebruiken ook de ultraconservatieven blogs en Twitteraccounts om hun ongenoegen te laten blijken over het beleid van koning Abdullah. Sjeik Abdullah al-Dawood twitterde bijvoorbeeld: ‘Als we blijven zwijgen over het voornemen om gymnastieklessen op meisjesscholen te geven, zetten we het licht op groen voor verdere verwestersing die uiteindelijk in ongelovigheid en prostitutie zal ontaarden.’
Sjeik Saleh al-Fawzan, een lid van de door de koning benoemde Raad van Hoge Geestelijken, gebruikte zijn website om een fatwa af te kondigen die het moslims verbood naar het WK voetbal te kijken tijdens de ramadan. ‘Deze wedstrijden zijn zinloos, schadelijk en pure tijdverspilling,’ schreef hij.
Strengere controle
De koning heeft de protesten van de fanatici voor het merendeel genegeerd, of het nu door de staat aangestelde of onafhankelijke sjeiks waren. Maar af en toe uitte hij kritiek op hun werk of liet hij hen voor korte tijd in hechtenis nemen omdat ze er te uitgesproken meningen op nahielden. Zo werd sjeik Saad al-Shetri in 2009 uit de Raad voor Hoge Geestelijken gezet, nadat hij publiekelijk bezwaar had aangetekend tegen de opening van de enige vrouwenuniversiteit van het land. En in 2011 werd sjeik Youyssef al-Ahmed gearresteerd nadat hij de vrijlating had geëist van vermeende terroristen.
Het resultaat is dat de monarchie en de gemeenschap van geestelijken tijdens het tienjarige bewind van koning Abdullah op een gespannener voet met elkaar zijn komen te staan. ‘De verhouding tussen de regering en het religieuze establishment is absoluut veranderd,’ aldus Faisal bin Saud bin Abdulmohsen, directeur Culturele Zaken bij het King Faisal Center for Research and Islamic Studies in Riyad. ‘De regering is de religieuze instellingen strenger gaan controleren.’
Voorlopig worden de ultraconservatieven door de regering in toom gehouden. Maar naarmate de Saoedische samenleving zich blijft moderniseren, kunnen rechts-religieuze militanten die zich tegen de moderniseringsmaatregelen verzetten een serieus probleem worden. Zelfs als hun volgelingen in aantal afnemen, kan hun fanatisme nog altijd groeien. Bovendien vrezen sommige Saoedi’s dat de strijd in Irak en Syrië, waar naar schatting 2500 jonge Saoedi’s aan de zijde van de jihadistische rebellen meevechten, tot onrust in het koninkrijk kan leiden wanneer deze door de strijd geharde jihadisten thuiskomen. ‘Toen de Arabische Lente begon, stelden jonge gelovigen vragen over islam en democratie,’ aldus Saud al-Sarhan, directeur Research bij het King Faisal Center for Research and Islamic Studies. ‘Maar nu, na de gebeurtenissen in Syrië, stellen ze vragen over islam en jihad.’
Rolmodellen
Waar de ultraconservatieven zich voornamelijk bezighouden met maatschappelijke en religieuze kwesties, is er ook een sector van de religieuze gemeenschap die door een heel andere – en voor de monarchie veel onrustbarender – zaak wordt gemotiveerd. Deze politieke islamistische stroming in Saoedi-Arabië telt zowel activistische leken als geestelijken, en heeft als doel het machtsmonopolie van de koninklijke familie te verkleinen. Ze hebben rechtspersonen gekozen om mede aanspraak te maken op de politieke privileges van Abdullah en de zijnen. Hoewel ze meer openstaan voor maatschappelijke veranderingen dan de ultraconservatieven, zijn deze activisten geen liberale democraten, noch – naar westerse maatstaven gemeten – in maatschappelijk opzicht vooruitstrevend. Ze zijn het veelal eens met de visie en de doelen van de Moslimbroederschap, die de Saoedische politieke activisten al decennia lang inspireren.
In de jaren vijftig en zestig nam Saoedi-Arabië Moslimbroeders op die in Egypte en Syrië met vervolging werden bedreigd. Sindsdien is de beweging van de Moslimbroederschap in het koninkrijk geworteld. Omdat politieke partijen er verboden zijn konden ze zich niet officieel organiseren, maar ze waren in staat hun ideeën onder andere via het onderwijs te verspreiden. Ook werden ze tot rolmodellen voor moslims verheven. Veel Saoedi’s namen ‘de levensstijl en de levensbeschouwing van de Moslimbroederschap over’, aldus Alim, een advocaat uit Djedda.
De Moslimbroederschap werd door de regering als terroristische organisatie aangemerkt
Maar de afgelopen jaren begon de Saoedische regering aanstoot te nemen aan het politiek activistische ethos van de Broederschap en haar voorkeur voor het democratische proces. De verkiezing van Mohammed Morsi, lid van de Broederschap, tot president van Egypte in 2012 was even ontstellend voor de Saoedische regering als verheugend voor de islamistische activisten in het land. Toen het Egyptische leger Morsi in 2013 afzette, schaarde de Saoedische regering zich onmiddellijk achter de staatsgreep en erkende als eerste het nieuwe regime. Afgelopen maart maakte de regering bekend dat ze de Moslimbroederschap als terroristische organisatie had aangemerkt, waarmee het Saoedi’s verboden was ook maar de geringste steun aan de organisatie te verlenen. Het decreet was in wezen een waarschuwing voor de Saoedische politieke islamisten dat ze moesten ophouden zich te mobiliseren.
Veel islamistische activisten, van wie sommigen banden onderhielden met het officiële geestelijke establishment, keurden de Egyptische staatsgreep openlijk af en verwierpen de anti-Broederschapshouding van de regering. ‘Het is zo vreemd, dat ik ervan in de war ben,’ zei Salman al-Oadah, een populaire sjeik en prominente criticus van de regering. ‘Ik geloof dat we het terrorisme inmiddels niet meer bestrijden maar misbruiken. De Moslimbroeders zijn geen terroristen. Ze geloven niet in geweld.’
Het zich ontwikkelende religieuze milieu in het koninkrijk onderstreept een belangrijk dilemma voor het Huis van Saoed: hoe kan het zich aan deze veranderingen aanpassen zonder zijn politieke legitimiteit te ondermijnen? Waar de legitimiteit van de koninklijke familie naast religie ook van andere factoren afhankelijk is, zijn haar imago en identiteit nauw met de islam verbonden. Om deze reden is het onwaarschijnlijk dat de veranderende relatie van de Saoedi’s met hun geloof de relatie met hun heersers niet zou beïnvloeden.
De monarchie zal de islam blijven gebruiken om haar beslissingen te rechtvaardigen en haar gezag te verstevigen. Maar ze zal misschien meer religieuze diversiteit en niet-wahabitische geluiden moeten toestaan dan in het verleden, teneinde de binnenlandse vrede te bewaren. En het kan de monarchie niet zijn ontgaan dat het toestaan van verschillende islamitische interpretaties naast elkaar een pluralistische intellectuele omgeving schept – precies de omgeving waarin een democratische cultuur kan ontstaan die een absolute monarchie bedreigt. Zelfs in de bakermat van de islam.
Auteur: Caryle Murphy
Vertaler: Peter Bergsma
Caryle Murphy won als verslaggever van The Washington Post tijdens de Golfoorlogen o.a. de Pulitzer Prize for International Reporting. Ze was eerder verslaggever vanuit Zuid-Afrika, waar ze onder meer de opstanden in Soweto en de moord op Steve Biko versloeg, en werd daarna Midden-Oostenverslaggever vanuit Caïro. Ze was in Koeweit tijdens de invasie van Irak in 1990 en bleef er nog een maand, waarna ze op de achterbank van een auto het land uit wist te vluchten. Ze schreef onder andere Passion for Islam en A Kingdom’s Future Through the Eyes of Its Twentysomethings. Voor haar recente reis naar Saoedi-Arabië ontving ze een beurs van het Pulitzer Center on Crisis Reporting.

