moeder ganga krijgt een schoonmaakbeurt scaled


Al dertien generaties lang neemt de familie van de brahmaanse priester Mishra iedere dag een bad in de Ganges. Maar de ‘heilige’ rivier is de afgelopen eeuw ernstig vervuild geraakt. De Indiase premier Modi belooft beterschap, maar gaat hij slagen waar zijn voorgangers faalden?

Vishwambhar Nath Mishra is de jongste telg uit een geslacht van brahmaanse priesters in Varanasi. Iedere ochtend baadt hij in de rivier en neemt daarna rivierwater mee naar de familietempel, die gewijd is aan de hindoegod Hanoeman, een sprekende aap. Voordat het beeld van Hanoeman wordt aangekleed en er voedsel wordt geofferd, moet het worden gewassen met het ‘zuivere’ water van de heilige Ganges.

Hindoes noemen die rivier de Ganga of, nog vertrouwelijker, Ganga Maa (‘Moeder Ganga’). De heiligheid van India’s langste rivier is voor alle hindoes boven elke twijfel verheven. Maar Moeder Ganga is ernstig ziek.

‘Als kind van vijf kon ik het water drinken, zo zuiver was het toen,’ zegt Mishra. ‘In de loop der jaren heb ik het steeds viezer zien worden. Vroeger schrok ik nog als ik een kadaver zag drijven. De rivier is er nu echt rampzalig aan toe.’

Alleen maar viezer

Behalve priester is Mishra ook ingenieur. Hij doceert Elektronica aan de Banaras Hindu University. In zijn vrije tijd doet hij het werk dat hij heeft overgenomen van zijn overleden vader, Veer Bhadra Mishra. Die was hoogleraar Waterbouwkunde en maakte zich tientallen jaren geleden al zorgen over het vele rioolwater en industrieel en particulier afval dat in de rivier werd geloosd.

In 1982 richtte vader Mishra daarom de Sankat Mochan Foundation op, die tot doel heeft de Ganges schoner te maken. Die stichting is nog even hard nodig als toen, want de rivier is er alleen maar viezer op geworden. Een hele trits Indiase regeringen is met alle middelen die de overheid ter beschikking staan (om nog maar te zwijgen over de miljarden dollars van internationale hulporganisaties) nooit in staat gebleken dit probleem te bezweren. Het is dus geen schande om te zeggen dat ook de stichting tot nu toe volledig heeft gefaald.

Op een bedrukte moessondag, als grijze wolken laag boven de stad hangen, ziet de rivier er gezond uit. Door de vele regenbuien staat het water hoog en stroomt het flink. Maar Mishra kan het niet vaak genoeg herhalen: als de Indiërs hun heilige rivier zo schandalig blijven mishandelen, houden ze straks niets anders over dan een smerig, stinkend riool. Zodra er minder stroming staat, heeft het daar nu al veel van weg.


De Ganges stroomt van de Himalaya over een lengte van 2500 kilometer door vijf deelstaten waar in totaal 400 miljoen Indiërs wonen, die allemaal van de rivier afhankelijk zijn voor hun voedsel- en watervoorziening. De rivier passeert wel honderd steden, die er allemaal hun afval in lozen. Elke dag stromen er miljoenen liters ongefilterd rioolwater de rivier in. Als het water eenmaal Varanasi bereikt, is de Ganges al een van de meest vervuilde rivieren ter wereld.

En dan voegt Varanasi nog eens zijn eigen speciale ingrediënt aan de giftige cocktail toe: de as van gecremeerde doden en de onvolledig gecremeerde, in staat van ontbinding verkerende lijken van families die te arm zijn om genoeg brandhout te kopen om de overledene volledig te verbranden. Op de ghats, de trappen langs de rivier, staan dag en nacht brandstapels te roken.

Een giftige cocktail met de as van gecremeerde doden en in staat van ontbinding verkerende lijken

Manikarnika, de belangrijkste ghat, lijkt op een schilderij van Jeroen Bosch en Francis Bacon samen. Op een onbeschrijflijk smerig, drassig en met afval bezaaid terrein vol grazende koeien, zwerfhonden en geiten verzamelen zich groepjes rouwende mannen die hun dierbaren komen cremeren. Hoog oprijzende stapels brandhout liggen klaar om nieuwe lichamen op te eisen. Het grootste gebouw op de ghat is een spookachtig, zwartgeblakerd geval zonder ramen. De enige kleurige toets in dit grauwe tafereel zijn de rode en goudkleurige lijkwaden die de doden bedekken. En dan laaien de vlammen op en stijgt een rookpluim naar de hemel.

De ecoloog B.D. Tripathi schat dat op de ghats jaarlijks 32.000 mensen worden gecremeerd. Dat betekent driehonderd ton as en tweehonderd ton halfverbrande resten die in de rivier belanden. Van het aantal dode dieren dat in de rivier wordt gegooid, durft hij geen schatting te maken.

Wetenschappers als Tripathi zien de ernst van het probleem wel in, maar het ontbreekt in India aan de collectieve wil om er iets aan te veranderen. Het duurt in dit land vaak vele generaties voordat een probleem wordt opgelost. De wil tot verandering ontbreekt. En niet alleen in Varanasi: ook op tientallen andere plaatsen wordt de waterkwaliteit bedreigd door lozingen van rioolwater en ander afval, zoals in het prachtige Dalmeer in Kasjmir.


Spiritueel Venetië

Maar de Ganges heeft nu een nieuwe beschermheer. Premier Narendra Modi is een gelovig hindoe. Bij de verkiezingen die hij in mei met grote meerderheid won, was hij de kandidaat in het kiesdistrict Varanasi. Toen hij terugkwam naar de oeroude stad (vroeger Benares geheten) om de bewoners voor zijn verkiezingszege te bedanken, beloofde hij een grote schoonmaak van de rivier én de stad. Sindsdien heeft hij in toespraken herhaaldelijk gerefereerd aan India’s afvalprobleem en de onzindelijke gewoonten van zijn landgenoten.

‘Toeristen komen hier vanwege Varanasi’s eeuwenoude reputatie als centrum van spiritualiteit,’ zegt Sanjay Sahani, een tengere gondelier van 21. ‘Maar als ze hier zijn, vervloeken ze me en zeggen: “Dit nooit meer.”’ Als Modi zijn zin krijgt, wacht Varanasi een wedergeboorte als een soort spiritueel Venetië van het Oosten, dat miljoenen toeristen moet vergasten op een onvergetelijke ervaring – maar dan onvergetelijk in positieve zin.

Op een speciale conferentie in New Delhi over de zuivering van de Ganges zei de minister voor Waterbeheer, Uma Bharti, dat vier ministeries samen met waterbouwkundigen en andere wetenschappers aan een plan werken. En volgens Mishra is in Varanasi ook al overleg gaande tussen non-profitorganisaties (waaronder de zijne) en mensen van de overheid, onder wie Modi’s naaste adviseur Amit Shah.

De regering heeft 340 miljoen dollar gereserveerd voor het reinigen van de rivier. Ze krijgt hulp aangeboden van Duitsland, dat met succes de Rijn heeft gezuiverd, ooit de meest vervuilde rivier van Europa. En het Indiase leger wil een speciale eenheid vormen om met de grote schoonmaak te helpen. Vorige maand heeft de overheid op belangrijke punten in de Ganges sensoren geïnstalleerd die zes maanden lang de hoeveelheden industrieel afval zullen meten. Zo hoopt men in beeld te krijgen welke fabrieken te veel afval lozen. Er is al beloofd dat de schuldigen zullen worden vervolgd.

Toeristen schieten plaatjes van badende mensen in de Ganges bij Varanasi. Foto: Reuters
Toeristen schieten plaatjes van badende mensen in de Ganges bij Varanasi. Foto: Reuters

Campagnes

Gewoonlijk leiden zulke voornemens tot schampere reacties. De eerste keer dat er over het opschonen van de rivier werd gepraat was immers al in 1980, toen premier Indira Gandhi de vader van Mishra in een onderhoud aanspoorde zijn stichting op te richten. Enkele jaren later, in 1986, werd het Ganga Action Plan gelanceerd door premier Rajiv Ghandi (de zoon van Indira), die toen verklaarde: ‘We hebben deze rivier, het symbool van onze spiritualiteit, langzaam laten vervuilen. In de komende jaren zullen niet alleen de Ganges, maar al onze rivieren weer net zo schoon en zuiver worden als ze duizenden jaren geleden waren.’

Op die mislukte campagne volgden nog andere. En inmiddels liggen de hoeveelheden gifstoffen en bacteriën in de rivier drieduizend maal hoger dan wat de World Health Organization nog veilig acht. Niet dat die cijfers een afschrikwekkend effect hebben op de massa’s bedevaartgangers, veelal arme mensen van het platteland die een verschrikkelijk oncomfortabele treinreis naar de stad maken. Als ze de ghats betreden, is de opwinding over het bereiken van deze heilige plek aan hun gezicht af te lezen. Mannen en jongens lopen in hun onderbroek het water in. De eerbaarheid gebiedt vrouwen een sari aan te houden. Het is een moment van spirituele vervoering.

Vanaf Tulsi Ghat, bij de Hanoemantempel van Mishra, ziet Sahani een gezin het water in lopen. ‘Er is hier geen reddingsbrigade,’ zegt hij. ‘Als een bedevaartganger dreigt te verdrinken, zijn wij degenen die erachteraan moeten duiken om ze te redden. Ik heb al minstens vijftig mensen gered. Mijn vader wel honderd. Sommige pelgrims laten zich meeslepen door de emoties en wagen zich in hun euforie te ver in het water.’

‘Als iemand de rivier schoon kan krijgen, is het Modi wel. Als het ook hem niet lukt, kunnen we het voor altijd vergeten’

Zijn vriend, de gids Rajesh Choudhury, is een kleine, tengere en bedachtzame jongeman. Als de autoriteiten in Varanasi vijf minuten met hem zouden praten, zouden ze volop ideeën voor verbetering opdoen. ‘Nergens staan borden,’ zegt hij. ‘Ze moeten overal borden zetten met “geen afval werpen”, “verboden oliën, zeep of shampoo te gebruiken bij het baden”, “verboden in de rivier te urineren”, “verboden voor vee”. Ze moeten openbare toiletten aanleggen op de ghats, en kleedkamers voor vrouwen en bankjes waar mensen op kunnen zitten. En als die verbodsborden er hangen moet er een speciale politie komen, een ghatpolitie, om toe te zien op de naleving van de regels.’

Als toeristen tegen Choudhury zeggen dat ze een boottochtje met Sahani willen maken om de zon boven de Ganges te zien opkomen en ze vragen of hij mee wil, reageert hij afhoudend. ‘Ik heb liever niet dat ze dat doen,’ zegt hij. ‘Op Prabhu Ghat zien ze straks een hele rij billen van mannen die in de rivier zitten te poepen. Dat is zo gênant.’

Sinds Modi op 26 mei werd beëdigd als president heeft hij in zijn toespraken veel aandacht besteed aan de noodzaak van toiletten, reinheid en orde. Vergeet alle mooie praatjes over India als nieuwe supermogendheid maar even: hij moest zijn ambtenaren zelfs opdragen hun werkkamer eens goed op te ruimen, rotzooi weg te gooien en dossiers netjes te ordenen. Dat hij zijn volk daartoe moet aansporen, wijst op een zeker gebrek aan burgerzin in India, vooral in het binnenland.

De mensen die zich in Varanasi om de Ganges bekommeren, hopen dat Modi zich aan zijn woord zal houden. Ze klampen zich vast aan zijn reputatie van doortastendheid, een eigenschap die in India zo zeldzaam is als een eenhoorn. ‘Als iemand de rivier schoon kan krijgen, is het Modi wel. Als het ook hem niet lukt, kunnen we het voor altijd vergeten,’ zegt Nitin Sharma, een taxichauffeur die met zijn mond vol paan nauwelijks een woord kan uitbrengen. Paan is een mengsel van pruimtabak, arekanoten en zoetstoffen gewikkeld in een betelblad. Het kleurt je mond oranjerood, en de inwoners van Varanasi kauwen het te pas en te onpas.

Levenskracht

‘Ons motto is: Geen druppel rioolwater mag in de Ganga belanden,’ zegt Mishra. ‘Je mag hindoes niet beroven van de Ganga. Die is onze levenskracht. Die is voor mij een levende godin. Onze andere goden en godinnen kan ik niet zien, maar als ik uit het raam kijk zie ik de Ganga.’

Op reis heeft Mishra altijd water uit de Ganges bij zich. In de badkamer van zijn hotel vult hij dan een emmer met water om zich op de Indiase manier te wassen, en voegt er een scheutje water uit de Ganges aan toe. ‘Daarmee reinig ik dat water, zo wordt het een emmer vol Gangawater,’ zegt hij – hier spreekt de priester, niet de wetenschapper.

Bedevaartgangers nemen een bad in de rivier. Dhobi’s (de kaste van de wassers) reinigen wasgoed in het water en hangen het te drogen op de ghats. Van een verhoging springen kleine jongens joelend in het water. Goeroes in gele gewaden lopen met ongewassen haren rond, op zoek naar wijsheid of naar een goedgelovige toerist om die geld af te troggelen. Kinderen spelen cricket. En dan is er natuurlijk het boottochtje, het hoogtepunt van een bezoek aan Varanasi.

Als de boot de rivier op drijft en je al die oude huizen, tempels en forten aan de oever langs ziet glijden, met in je oor de droeve tonen van een fluit die vanaf de ghats over het water zweven, dan vergeet je even dat Varanasi een sloppenwijk is.

Hindoestaanse pelgrims tijdens een ritueel in de Ganges. Foto: Reuters
Hindoestaanse pelgrims tijdens een ritueel in de Ganges. Foto: Reuters
Japanners kregen hun voorliefde voor orde en reinheid mee van Boeddha, die in India geboren is

Mishra zegt met enige trots dat hij Modi als eerste heeft gewaarschuwd dat de rivier op sterven na dood is – al voordat Modi premier werd, tijdens een onderhoud in Varanasi vorig jaar. Hij zit in de typisch Indiase zithoek op zijn kantoor: matjes en kussens op de grond en een met een bloemenkrans omhangen foto van zijn vader aan de muur. Dat de inspanningen van zijn stichting al dertig jaar zonder resultaat blijven, kan hem niet ontmoedigen. Ook hij wordt wel gedwongen te praten over aardse zaken: over fecale bacteriën in plaats van het geloof, over open riolen in plaats van het redden van de ziel.

De overheidsplannen voor het zuiveren van de Ganges klinken hoopvol, maar de onderliggende problemen zijn niet zomaar opgelost. Overal in Varanasi liggen stinkende bergen vuilnis. Varkens wentelen zich in zwarte poelen stilstaand water. In eetkraampjes staat men te koken naast een open riool waar het stikt van de vliegen. Klanten die hun hap op hebben, gooien de verpakking gewoon op de grond. Mannen spuwen en urineren in het openbaar. In de nauwe kronkelige straatjes van het oude stadshart lopen ratten zo groot als puppy’s. Zelfs de fietsriksja’s in deze stad zijn de smerigste en gammelste in het land. Mark Twain schreef ooit: ‘Benares is ouder dan de geschiedenis, ouder dan de traditie, ouder zelfs dan de legenden, en het ziet er twee keer zo oud uit als die drie bij elkaar.’ Maar zelfs al is dat zo, moet het dan ook zo smerig zijn?

Augiasstal

De 37-jarige Stanley Benjamin, een hotelmanager met een jongensachtig gezicht, is afkomstig uit Kerala, in Zuid-India. Hij was geschokt toen hij hier zeven maanden geleden arriveerde. Hij runt Suryauday Haveli, een boetiekhotel in een mooi, honderd jaar oud gebouw op Assi Ghat. ‘Ze geven altijd de schuld aan de regering en kijken nooit eens naar zichzelf. Hun huis houden ze schoon, maar hun afval gooien ze gewoon op straat. De buren spuwen hun uitgekauwde paan hier gewoon tegen onze muur,’ zegt hij.

Het schoonmaken van de Ganges is een karwei dat niet op zichzelf staat. Er is hier sprake van een cultuur die heel veel vuil, lelijkheid en egoïsme in de publieke ruimte tolereert. Vorige maand zinspeelde Modi daarop tijdens een staatsbezoek aan het altijd zo onberispelijk schone Japan. Tijdens een presentatie in Kyoto werd gezegd dat de Japanners hun voorliefde voor orde en reinheid hadden meegekregen van Boeddha, die natuurlijk in India geboren is. ‘Ja,’ mompelde Modi, ‘in India zijn we dat weer allemaal vergeten…’

De Japanners hebben beloofd India met geld en expertise bij te staan in hun streven de Ganges schoon te maken en Varanasi te veranderen in een Indiase versie van Kyoto: een stad die zijn cultureel erfgoed op moderne wijze beheert. Het wordt een meer dan herculische opdracht: deze augiasstal kun je immers niet schoonmaken door de rivier erdoorheen te laten stromen, zoals Hercules in de mythe deed. In dit geval is de rivier zelf juist het probleem.

Auteur: Amrit Dhillon
Vertaler: Frank Lekens

Amrit Dhillon is een Britse journalist die op het moment vanuit New Delhi schrijft voor lokale en internationale kranten. Voorheen werkte ze o.a. voor de BBC.

South China Morning Post
China (Hongkong), dagblad, oplage 261.000
Deze Engelstalige krant, die banden heeft met het zakenmilieu van de Britse oud-kolonie, geeft een goed beeld van met name Zuid-China en de economische ontwikkelingen in de regio.


Deel dit artikel


Recent verschenen