bij de dood van aurora


Begin november overleed Aurora Bernárdez, de eerste vrouw van schrijver Julio Cortázar. Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa, vriend van het echtpaar, schreef een eerbetoon aan haar.

Het was december 1958 dat een Peruviaanse vriend van de Unesco, Alfonso de Silva, me uitnodigde om bij hem thuis in Parijs te komen eten. Hij zette me naast een magere, boomlange man zonder baardgroei van wie ik pas bij het afscheid ontdekte dat het Julio Cortázar was. Hij zag er zo jong uit dat ik hem even oud als mezelf schatte; in werkelijkheid was hij 22 jaar ouder. Zijn vrouw, Aurora Bernárdez, die klein en frêle was, had grote blauwe ogen en een ietwat ironische glimlach waarmee ze de mensen op afstand hield.

Ik ben nooit vergeten wat een indruk het gesprek met dat zo ongelijk ogende paar die avond op me maakte. Ze leken alle boeken gelezen te hebben, ze zeiden alleen maar slimme dingen en waren al vertellend zo op elkaar ingesteld – ze speelden elkaar almaar het woord toe als twee behendige koorddansers die elkaar de kegels doorgeven – dat je haast dacht dat alles was ingestudeerd.

Aurora en Julio.
Aurora en Julio.

In de bijna zeven jaar dat ik in Frankrijk woonde zagen we elkaar vaak, bij hen thuis, bij mij thuis, in het café, of op de Unesco, waar we werkten als vertaler. Ik verbaasde me keer op keer over hun grote belezenheid, hun subtiele observaties, hun eenvoudige, ongekunstelde gedrag en ook de manier waarop ze het fiksten om de beste exposities, de beste films, de beste concerten te bezoeken. Het was moeilijk te zeggen wie van de twee het intelligentst en erudietst was, wie er meer, beter of met meer profijt had gelezen. Ze bewaakten hun privéleven zorgvuldig – ze verspilden nooit tijd – en hielden iedereen af die wilde binnendringen. Eigenlijk wist ik al die tijd wel dat Aurora niet alleen vertaalde – uit het Engels, Frans en Italiaans, wat ze schitterend deed, zoals blijkt uit haar vertalingen van Faulkner, Durrell, Calvino, Flaubert – maar ook schreef, en alleen niet publiceerde vanwege een heroïsche beslissing: er kon maar één schrijver onder een dak wonen.

In 1967 woonden we alle drie als tolk een katoencongres in Athene bij. Een kleine week zagen we elkaar in het hotel, op de bijeenkomsten van het congres, iedere avond bij het eten in een van de kleine restaurantjes in Plaka en op het zondagse uitstapje naar Hydra, en ik weet nog dat ik terug in Londen (waarnaar ik was verhuisd) tegen Patricia [Llosa’s toenmalige vrouw] zei: ‘Het volmaakte huwelijk bestaat: zie Julio en Aurora. Nog nooit heb ik bij een stel zo’n intelligentie en verknochtheid over en weer gezien. We moeten van hen leren, een voorbeeld aan hen nemen.’ Een paar dagen later kreeg ik een brief van Julio die zo begon: ‘Je moet, gevoelig als je bent, in Griekenland hebben gemerkt dat het op is tussen Aurora en mij. We gaan uit elkaar.’ Nooit van mijn leven ben ik zo van mijn stuk (en in verlegenheid) geweest. Die dagen samen hadden ze me het tevredenste en benijdenswaardigste paar van de wereld geleken, want het was ze allebei met oneindige kiesheid volmaakt gelukt om de inwendige storm die hun huwelijk deed wankelen te verbergen.

Van links naar rechts: Aurora Bernárdez, Mario Vargas Llosa, Julio Cortázar en twee vrienden.
Van links naar rechts: Aurora Bernárdez, Mario Vargas Llosa, Julio Cortázar en twee vrienden.

Voor ons, vrienden van Julio en Aurora, was hun scheiding een drama, want we hadden allemaal gedacht dat hun verbintenis onvoorwaardelijk en onlosmakelijk was, dat er geen twee mensen waren die zo veel van elkaar hielden en elkaar zo goed begrepen als zij. Een paar weken later zei ik dit in Parijs, bij Gallimard op de uitgeverij, tegen Ugné Karvelis, die ging over de buitenlandse literatuur. ‘Hoe bestaat het, wat is er gebeurd dat die twee uit elkaar gaan!’ Op hetzelfde moment zag ik in Ugnés ogen een schrik en verwarring die boekdelen sprak: wat er gebeurd was zat daar, in levenden lijve, voor mij.

De keer erna dat ik Cortázar zag, in Londen was dat, herkende ik hem nauwelijks. Ik heb nooit zo’n spectaculaire gedaanteverandering bij iemand meegemaakt. (‘Een mutant,’ noemde Chichita Calvino het.) Hij had een behandeling ondergaan om een baard te kunnen laten staan en liep inderdaad te pronken met een enorm geval, met rossige plukken. Hij vroeg of ik een plek wist waar je pornoblaadjes kon kopen en kletste als een kind zo onbevangen over seks en marihuana, iets wat daarvoor bij Cortázar ondenkbaar was geweest. Alle keren dat ik hem de jaren erna zag bleef hij me verbazen met die halsstarrige verjonging. Hij, zo gewend om zijn privéleven te beschermen, woonde nu ongeveer op straat, binnen bereik van iedereen, en interesseerde zich voor politiek, een onderwerp waar hij voorheen allergisch voor was. (Ik had ooit een poging gedaan om hem aan Juan Goytisolo voor te stellen, maar hij zei: ‘Doe maar niet, die is me te politiek.’) Hij ondertekende manifesten, voerde actie voor Cuba en had het zowel hartstochtelijk als naïef over revolutie. Zijn morele integriteit en fatsoen bleven uiteraard onaangetast, maar hij was in zekere zin veranderd in de tegenvoeter van zichzelf.

Ik neem zonder meer aan dat hij in de jaren met Ugné gelukkig was, meer in lichamelijke zin, en misschien kwam het daardoor dat zijn literaire werk armer werd; het verloor veel van het raadselachtige en vernieuwende van ervoor, en persoonlijk heb ik altijd gedacht dat die verarming goeddeels te verklaren is uit de afwezigheid van Aurora’s intelligentie en ongetwijfeld ook haar hartelijkheid. Daarom was ik ontzettend blij om te horen dat er jaren later, toen hij al heel ziek was, een verzoening tussen hen had plaatsgehad. En dat zij zijn literaire executeur-testamentair werd en zorg zou dragen voor de uitgave van zijn postume werk en zijn correspondentie. Zoals te voorzien heeft Aurora zich met alle talent en onbaatzuchtigheid die in haar was van die taak gekweten, en ongetwijfeld ook met de diepe liefde die ze altijd voor Cortázar heeft gevoeld.

Cortázar met zijn derde en laatste vrouw Carol Dunlop, met wie hij samen De autonauten van de kosmosnelweg schreef.
Cortázar met zijn derde en laatste vrouw Carol Dunlop, met wie hij samen De autonauten van de kosmosnelweg schreef.

Na de scheiding gingen er jaren voorbij zonder dat ik haar zag, al bleef ze in mijn gedachten als een van de scherpzinnigste en aardigste mensen die ik heb gekend, als iemand die heel tactvol en kundig over literaire boeken en schrijvers kon praten en een onbewuste elegantie bezat bij alles wat ze deed en zei. In 1990 zag ik haar terug, in Deya. Haar haar was grijs, maar voor de rest was ze nog precies de Aurora uit mijn herinnering. Ze liep lenig de rotsen op Mallorca op en af en haar huisje was in alle hoeken en gaten doordrenkt van Julio’s aanwezigheid; in de kleine zitkamer waar we met elkaar praatten hing een prachtige foto van hem als trompettist. Niet alleen had haar lichaam jeugdige kracht behouden, ook haar brein, haar nieuwsgierigheid en haar passie voor boeken waren jong en aanstekelijk. We hadden het over George Grosz, een expressionistische Duitse schilder, die ik enorm bewonder en die Aurora, natuurlijk, op haar duimpje kende; over Claribel Alegría, een dichteres uit El Salvador, die de deuren van haar Parijse huis altijd had openstaan voor alle Latijns-Amerikaanse schrijvers; over of Flaubert of Balzac de Franse negentiende eeuw het best had beschreven.

Vorig jaar zomer zag ik haar voor het laatst. Ze was inmiddels 93 en kon slecht horen, maar haar geheugen was opmerkelijk goed en tijdens het publieke gesprek dat wij samen voerden verbaasde ik me over de hoeveelheid voorvallen, anekdotes en personen die ze verrassend nauwkeurig in haar geheugen had zitten, en natuurlijk de boeken waartussen ze zich altijd bewoog als door haar huis (ze waren haar huis).

‘Heb je eindelijk de moed om te publiceren wat je ongetwijfeld hebt geschreven?’ vroeg ik.

Haar antwoord was ontwijkend en toch enthousiast.

‘Ik heb vijf jaar nodig,’ zei ze met haar gebruikelijke oude, wat spottende lachje. ‘Om een biografie van Julio Cortázar af te maken.’

Aurora op latere leeftijd. Ze vertelde Llosa dat ze de biografie van Cortázar wilde schrijven.
Aurora op latere leeftijd. Ze vertelde Llosa dat ze de biografie van Cortázar wilde schrijven.

Meende ze dat? Was ze al begonnen met schrijven? Als dat eens waar was. Niemand kon een grondiger getuigenis afleggen van Cortázar als maker van de verrassende verhalen uit Bestiarium, Einde van het spel, De mierenmoordenaar en van Rayuela: een hinkelspel, de roman die liet zien hoe een vertelwijze op zich een onderliggend verhaal kan zijn.

Ik heb gehoord dat het haar laatste wil was om gecremeerd te worden. Ik zal dus de volgende keer dat ik Parijs aandoe geen bloemen op haar graf kunnen leggen. Maar ik weet zeker dat ze het niet erg zou hebben gevonden dat ik haar in plaats daarvan deze kleine, verbale hommage breng, zij die gevoelig genoeg was om uit woorden de aroma’s en schoonheid van de geurigste bloemen te halen.

Auteur: Mario Vargas Llosa
Vertaler: Barber van de Pol

El País
Spanje, dagblad, oplage 397.000
Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

Mario Vargas Llosa (1936) en Julio Cortázar (1914-1984) behoorden tot het groepje Latijns-Amerikaanse topauteurs dat in de jaren zestig en zeventig de wereld bestormde. Ze gaven een gezicht aan een continent in heftige beroering. Vargas Llosa predikte als enige het liberalisme. Cortázar koos na een levenslange, principiële intellectuele afzijdigheid voor het linkse engagement, en voorspelde dat hij na 1973 ook in zijn werk een politieke stap zou zetten. Het gebeurde niet. In plaats daarvan ging hij ‘collageboeken’ maken, waaronder – samen met zijn derde vrouw Carol Dunlop – het speelse, vrije en zeer intense De autonauten van de kosmosnelweg, in Nederland nog begin dit jaar met succes heruitgegeven. Vargas Llosa ging in 1990 op voor het presidentschap van Peru, maar hij verloor (zie De vis in het water, 1993). In 2010 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur. Aurora Bernárdez overleed 8 november jl. in Parijs.


Deel dit artikel


Recent verschenen