GettyImages 527634460


In zwaar beveiligde gevangenisafdelingen volgen criminele die lange straffen uitzitten een studie om de tijd te doden. Zo ontstond de meest hoogopgeleide generatie maffiosi ooit.

Er is een maffia die in niets lijkt op de maffia zoals we die kennen, te weten onbehouwen en dom: die van Bernardo Provenzano’songrammaticale en cryptische pizzini [gecodeerde briefjes waarmee maffiosi onderling communiceren], of de boerse maffia van Totò Riina, iemand die zichzelf graag aan anderen mocht voorstellen met de mededeling dat hij slechts lagere school had gehad. 

In hun schuilplaatsen hadden ze altijd wel een Bijbel, en soms troffen degenen die voortvluchtigen opspoorden in een enkele lade exemplaren aan van I Beati Paoli [een historische roman over een middeleeuwse Siciliaanse sekte die door sommigen wordt gezien als voorloper van de maffia] of Calvello il bastardo van William Galt, alias Luigi Natoli. Voor hen heilige teksten, eerder maffialiteratuur dan literatuur óver de maffia. Andere lectuur werd niet aangetroffen.

900x1200
Historische roman over een middeleeuwse Siciliaanse sekte die door sommigen wordt gezien als voorloper van de maffia.

Maar de bazen die zijn opgegroeid in de schaduw van de Corleonesi hebben geen voorbeeld genomen aan diezelfde Corleonesi. In moeilijke tijden zochten ze hun toevlucht tot scholing, en in de kwarteeuw dat ze opgesloten zaten in cellen die niet veel meer dan holen zijn, bevonden ze zich uitsluitend in het gezelschap van Fjodor Dostojevski en de gebroeders Karamazov, Lev Tolstoj, Italo Svevo, Boris Pasternak, Luigi Pirandello, Duitse filosofen, protestantse theologen, Virgilius en Immanuel Kant.

En zo ontstond op de extra beveiligde gevangenisafdelingen de hoogstopgeleide generatie maffiosi ooit. Begerig naar kennis verslinden de zonen van het ‘41 bis-regime’ [‘hard gevangenisregime’ oftewel isolement, naar artikel 41 bis van de Italiaanse wet op het gevangenisbeheer], alles wat aan papier is toevertrouwd. Ze zijn frequente bezoekers van gevangenisbibliotheken en ze pressen hun advocaten dagelijks om aanklagers en rechters-commissarissen te bewegen hun verlof en gunsten te verlenen door universiteitsdiploma’s en studiepunten te overleggen.

De wet heeft de deuren van hun cellen voor altijd gesloten, maar die van het onderwijs wijd geopend

Laatste in de rij is de boss Filippo Graviano, die zijn verzoekschrift vergezeld deed gaan van zijn bul in de economie en een certificaat van deelname aan een cursus finance. Terwijl buiten steeds minder wordt gelezen, lezen ze binnen steeds meer. De mannen van de oude ‘Cupola’ [de commissie van maffiabazen] leren, verdiepen zich in de geschiedenis en de mysteries van het geloof en studeren cum laude af in de geesteswetenschappen. De wet heeft de deuren van hun cellen voor altijd gesloten, maar die van het onderwijs wijd geopend. 

Onkruid

Veelzeggend is het verhaal van Giuseppe Grassonelli, opgetekend door collega Carmelo Sardo in Malerba (Onkruid), een prachtig boek over de Agrigentijnse boss van Porto Empedocle. Toen hij voor de eerste keer naar het eiland Pianosa werd gestuurd, op 15 november 1992, vond hij onder het matras van zijn brits een exemplaar van Oorlog en vrede. Hij begon het te lezen, maar begreep de woorden niet en barstte van wanhoop in tranen uit.

81xhxJVXF0L
De memoires van Grassonelli met als titel Malerba (onkruid) als bijnaam.

Om te ontkomen aan de hel van zijn nooit eindigende straf begon hij te studeren. Na vijftien jaar isolement studeert hij af op ‘De Napolitaanse revolutionaire opstanden van 1799 en het “oproer” in de provincies van het Koninkrijk’. Na een eerste graad in de letteren zal Grassonelli binnenkort ook zijn tweede krijgen, in de filosofie. Het is de culturele revolutie van de Siciliaanse maffia.

Een ander die aanvankelijk amper in staat was zijn handtekening te zetten, is de beroemde Gaspare Spatuzza, de maffioso uit Palermo die nep-spijtoptant Vincenzo Scarantino ontmaskerde en wiens bekentenis leidde tot de herziening van het proces inzake de moordaanslag op antimaffiarechter Paolo Borsellino. Tegenwoordig kleedt hij zich altijd in het zwart, als een priester, en in zijn boekenkast staan Misdaad en straf, boeken van de Italiaanse filosofen Giovanni Reale en Dario Antiseri, en de geschriften van Joe Dispenza over kwantumfysica. 

De laatste keer dat hij buiten de gevangenis werd gezien, was in de buurt van Misilmeri, een dorp in de buurt van Palermo waar hij samen met een vriend een man had laten oplossen in zoutzuur. Zijn handlanger vertelde de rechters tot in detail over de moord en zei over Spatuzza: ‘Meteen na de moord had Gaspare honger en vroeg me om iets te gaan kopen; hij zette zijn tanden in een broodje, at met één hand en roerde met de andere.’ Dus met de ene hand hield hij zijn sandwich vast en met de andere hand roerde hij met een houten pollepel in de kuip waarin het lijk aan het oplossen was. Een macaber verleden. Volgens iedereen die bekend is met de wreedheden uit zijn vroegere leven is Gaspare een ander mens geworden. 

Cum laude

Calogero, een van broers van Giovanni Brusca [de maffioso die onder meer de bom tot ontploffing bracht die een einde maakte aan het leven van openbaar aanklager Giovanni Falcone], heeft zich ingeschreven bij de letterenfaculteit. Antonio Tusa, de neef van Piddu Madonia, de boss van Caltanissetta, heeft zich ingeschreven bij landbouwkunde; de maffiosi Giancarlo Giugno uit Niscemi en Carlo Marchese uit Riesi schreven zich in bij respectievelijk geneeskunde en rechten. 

Tommaso Spadaro, de ‘koning van Kalsa’ (een wijk in Palermo), studeerde niet lang voor zijn dood op 72-jarige leeftijd af in de gevangenis van Spoleto, waar hij een levenslange gevangenisstraf uitzat voor de moord op een onderofficier van politie. Hij was een voormalig sigarettensmokkelaar en de bazen hadden hem bij de Porta Nuova-familie gehaald vanwege zijn schepen en zijn oude contacten met de Camorra. Don Masino, oftewel Tommaso Buscetta, studeerde op een haar na cum laude af. De titel van zijn scriptie luidde: ‘Het mensbeeld in het gedachtengoed van Gandhi’. 

Levenslange gevangenisstraf of niet, de leden van de cosa nostra zijn ervan overtuigd dat ze vroeg of laat vrij zullen komen

Maar wat drijft maffiosi er, naast de beperkingen van het 41 bis-gevangenisregime, toe om zo waanzinnig hard te studeren? Deskundigen zeggen: levenslange gevangenisstraf of niet, de leden van de cosa nostra zijn ervan overtuigd dat ze vroeg of laat vrij zullen komen. 

Een paar jaar geleden kwamen de kranten met het opzienbarende nieuws dat Pietro Aglieri van de Corleone-clan cum laude was geslaagd voor zijn tentamen over de geschiedenis van het christendom, en dat hij in de Rebibbia-gevangenis zelfs complimenten had gekregen van de drie professoren in de commissie. Geen al te grote opgave voor de grootste filosoof van de Siciliaanse maffia, strateeg van de ‘zachte dissociatie’ (spijtoptant zijn zonder iemand te beschuldigen) die hij de toenmalige nationale antimaffia-aanklager Pierluigi Vigna beloofde. Hij was al sinds zijn actieve leven ten prooi aan een mystieke crisis, woonde in een hol waar hij een altaar had laten bouwen en kreeg terwijl hij werd gezocht bijna dagelijks bezoek van een monnik van de Orde van Ongeschoeide Karmelieten. 

Aglieri had laten weten dat hij, als hij zichzelf ooit zou aangeven, niet naar de politie zou stappen maar naar de aartsbisschop van Palermo, Salvatore De Giorgi. Wat had hij, in de tijd dat hij voortvluchtig was, beter kunnen lezen dan het complete oeuvre van Edith Stein, de Duitse karmelietes en filosofe die in 1942 stierf in Auschwitz? Een maffiose intellectueel avant la lettre. 

Net als die ander, als het tenminste waar is wat hem wordt toegeschreven, de beruchte, ongrijpbare Matteo Messina Denaro, hoofdrolspeler in een indrukwekkende correspondentie met Antonino Vaccarino, voormalig burgemeester van Castelvetrano en eigenaar van een bioscoop, die werd gearresteerd voor drugshandel. In opdracht van de geheime dienst schreef burgemeester Vaccarino onder het pseudoniem Suetonius brieven aan een mysterieuze ‘Alessio’, die niemand minder was dan Matteo. 

Hij citeerde de Aeneis, bediscussieerde Toni Negri, beschouwde Bettino Craxi als ‘de beste politicus die Italië heeft gekend’. En hij haalde, vanuit zijn optiek niet te onpas, in elke brief de woorden aan van [de Braziliaanse schrijver] Jorge Amado: ‘Er is niets lagers dan rechtspraak die twee handen op één buik is met de politiek.’

Het is een genuanceerde manier van denken die botst met de botheid van een Totò Riina, de primitiviteit van een Leoluca Bagarella en het groteske taalgebruik van Provenzano in zijn cryptische briefjes aan vrienden: ‘Sendi, kan jij me zeggen, jouw maat, die we in de lente ontmoet hebben, hij zal het wel weten, die groente, die we cichorei noemen, als hij kan vinden waar de aarde die cichorei draagt, kan hij dan wat zaadjes voor me bewaren, voor als het ontploft?’ Enzovoort.

Doctorandus

Die herontdekte berichten, en zijn manie – of wellicht was het noodzaak, om dreigende telefoontaps en andere afluistermethodes te omzeilen – om velletjes papier vol te kladden, kwamen Provenzano zelfs op een sneer van Riina te staan: ‘Mijn dorpsgenoot? Een beste man, al schrijft hij te veel.’

Maar een mens verandert niet altijd door scholing. Zo is Cesare Lupo, maffioso uit Brancaccio en zwager van de bazen Giuseppe en Filippo Graviano, tijdens zijn opsluiting in Catanzaro afgestudeerd aan de Magna Graecia-universiteit met een scriptie over ‘Afpersing’. Hij wilde zijn diploma met champagne vieren, de gevangenis-directeur gaf hem een cola. Lupo was zo’n grote kenner van afpersing dat hij kort na zijn vrijlating opnieuw voor eenzelfde misdaad werd gearresteerd door agenten van de recherche van Palermo. 

Dertig jaar na alle bloedbaden zijn ze allemaal ‘doctorandus’

Dertig jaar na alle bloedbaden zijn ze allemaal ‘doctorandus’, de bazen van de cosa nostra. Wie weet, misschien hebben ze de oude Luciano Liggio tot voorbeeld genomen, de eerste maffiagevangene die een paar boeken in zijn cel had. Toen hij in de jaren zeventig werd gehoord door de parlementaire antimaffiacommissie, liet Liggio zich voorstaan op zijn kennis: ‘Ik heb van alles gelezen, over geschiedenis, filosofie, pedagogiek. De klassiekers. Ik heb Charles Dickens en Benedetto Croce gelezen.’ Om vervolgens, implicerend dat hij nooit een bekentenis zou ondertekenen, geheimzinnig te fluisteren: ‘Maar wie ik het meest bewonder is Socrates, iemand die nooit iets heeft geschreven, net als ik.’ 

GettyImages 174303425
Arrestatie van de crimineel Luciano Leggio in Milaan, 1974. © Adriano Alecchi / Mondadori / Getty

Deel dit artikel


Recent verschenen