ANP 460408801 1


Ongelijkheid, armoede en discriminatie liggen ten grondslag aan de explosie van woede op het platteland van Peru. Met protesten en wegblokkades verzetten campesinos zich tegen het rijke Lima. The Guardian reisde af naar het armere zuiden en sprak enkele opstandelingen.

Keuze uit het archief

Het Peruaanse parlement heeft donderdag twee moties van wantrouwen verworpen die waren ingediend door de oppositie tegen president Dina Boluarte. De Peruaanse president, die sinds december 2022 aan de macht is, wordt onderzocht wegens vermoedelijke illegale verrijking en het niet aangeven van luxe sieraden.
Het eerste vrouwelijke staatshoofd van Peru staat bij veel Peruanen in een slecht blaadje, zo blijkt uit deze reportage van The Guardian van begin 2023. Het begon allemaal in december 2022, toen de linkse president Pedro Castillo werd afgezet en gearresteerd op beschuldiging van poging tot staatsgreep. Sindsdien heerst er een grimmige sfeer in Peru: demonstranten eisen dat Boluarte aftreedt vanwege de sociale ongelijkheid, schrijnende armoede en discriminatie in de samenleving, maar de protesten worden door de overheid hardhandig neergeslagen.

Een voor een klimmen rebellerende campesinos op het geïmproviseerde podium dat ze bovenop een drie meter hoge barricade van aarde hebben gebouwd. Ze kondigen aan vastbesloten te zijn de president van Peru af te zetten. ‘Broeders en zusters, meer dan ooit heeft Peru ons nu nodig,’ zegt Nilda Mendoza Coronel, een vijfendertigjarige boerin, tegen honderden stakers die zich in de felle ochtendzon hebben verzameld. ‘We zullen vechten tot het einde, carajo!’ brult Mendoza door een megafoon. ‘Niemand stopt onze strijd!’

In Sicuani in de Andes spoort een andere spreker, Aparicio Meléndez, de menigte aan om de berichten te negeren over legertroepen die onderweg zijn om hun opstand te beëindigen. ‘We blijven hier tot ze hun allerlaatste kogel hebben gebruikt,’ belooft de vijfenvijftigjarige veeboer terwijl hij uitkijkt over de demonstranten die de ruim vijftienhonderd kilometer lange snelweg door de Peruaanse Andes blokkeren.

Op het asfalt achter de barricade is een woord gekalkt: ‘Volksopstand’. Sicuani is het centrum van de zeven weken durende opstand tegen de Peruaanse president, Dina Boluarte, en het politieke establishment van het land. De opstand begon begin december nadat de linkse president Pedro Castillo was afgezet en gearresteerd op beschuldiging van poging tot staatsgreep.

Vreemde wind

De laatste tijd waait er een vreemde en gewelddadige politieke wind door Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, met een extreemrechtse opstand in Brazilië, een politieke en sociale meltdown in Haïti en protesten na de arrestatie van een prominente oppositieleider in Bolivia. Maar nergens is de onrust zo groot en zo dodelijk als in Peru, waar sinds de dramatische val van Castillo ten minste negenenzestig mensen het leven lieten.

Protesten en wegblokkades legden grote gebieden van het op drie na dichtstbevolkte land van Zuid-Amerika lam. Het begon na de val van Castillo, toen zijn aanhangers – evenals anderen die woedend zijn over het fatale ingrijpen van de regering – de straat op gingen. Ze eisen het aftreden van Boluarte, nieuwe verkiezingen en gerechtigheid voor de naar verluidt tientallen slachtoffers die door veiligheidstroepen werden gedood.

Om met de opstandelingen te spreken, reisde The Guardian door het zwaarst getroffen gebied tussen de steden Cusco en Juliaca in de Andes, waar op de meest gewelddadige dag zeventien mensen werden gedood. De slopende tocht van 340 kilometer duurt drie dagen en voert langs tientallen controleposten die worden bewaakt door demonstrerende campesinos, en langs honderden barricades van rotsblokken, boomstammen, kapotte voertuigen, glas en schroot.

Onderweg zien we enorme sociale ongelijkheid, schrijnende armoede en discriminatie. Ze vormen de basis van de uitbarsting van de plattelandswoede. Veel demonstranten noemen het politieke establishment in de hoofdstad Lima corrupt, egoïstisch en voornamelijk wit.

‘Het is alsof we geen mensen zijn. Alsof we niets waard zijn’

‘Het is alsof we geen mensen zijn. Alsof we niets waard zijn,’ zegt Raúl Constantino Samillán Sanga, wiens dertigjarige broer werd neergeschoten in Juliaca tijdens botsingen tussen politie en demonstranten. ‘De hele Andes zegt er nu genoeg van te hebben en eist dat hier verandering in komt.’

De reis door het centrum van de politieke aardbeving in Peru begint in Cusco, ooit de hoofdstad van het Incarijk en tegenwoordig de belangrijkste toeristische bestemming, met bijna drie miljoen bezoekers per jaar. Sinds het begin van de opstand zijn de toeristen verdwenen. De luchthaven van Cusco wordt herhaaldelijk door de autoriteiten gesloten en het nabijgelegen Machu Picchu ging al eerder deze maand dicht. ‘Iedereen is gespannen, bezorgd en ook een beetje bang,’ zegt Hannah Jenkinson, een Britse modeontwerpster die een boetiek runt in het nu grotendeels verlaten historische centrum van Cusco.

Een paar straten verderop marcheren honderden demonstranten naar het plein waar in de achttiende eeuw de inheemse leider Túpac Amaru werd gevierendeeld en onthoofd na een opstand tegen de Spaanse overheersing. ‘Ze gaat eraan! Ze gaat eraan! De moordenaar gaat eraan!’ scandeert de menigte. De betogers doelen op Boluarte. Ze bewegen zich door de geplaveide straten van Cusco, zwaaiend met de roodwitte vlag van Peru.

Vijfentwintig kilometer ten zuidoosten van Cusco, langs pre-Incaruïnes en bergen bezaaid met eucalyptus, ligt het dorp Villahermosa. Hier is de eerste grote wegblokkade, langs de Peruaanse snelweg Route 3S. Tientallen dorpelingen, waaronder oudere vrouwen met traditionele huaraca, slingers geweven van alpacawol, hebben de weg met boomstammen en banden geblokkeerd. Ze zijn woedend over de tientallen jaren dat de regering hen achterstelde en over de recente golf van doden, waarvan de meeste aan de veiligheidstroepen worden geweten.

Geen spoor van compromis

Juvenal Luna Jara, tweeëntwintig jaar, zegt dat hij zich een week eerder heeft aangesloten bij de opstand. Hij is razend omdat er zoveel demonstranten zijn gedood in het lang verwaarloosde zuiden van Peru. Dit deel van het land vormde het centrum van de twaalf jaar durende brute oorlog van guerrillabeweging Lichtend Pad. Volgens hem verloren in deze gebieden de meeste mensen het leven omdat provincianos [plattelanders] als tweederangsburgers worden beschouwd, of erger. ‘Het is alsof ze honden afmaken,’ foetert hij.

Boluarte smeekte de demonstranten om een landelijke wapenstilstand te aanvaarden. Maar in Villahermosa is geen spoor van een compromis te bekennen. De boeren komen er bijeen om hun woede te uiten over de rol van de president bij de afzetting van Castillo, een voormalige vakbondsleider die in armoede werd geboren. In 2021 werd hij door verarmde plattelandstemmers in plaatsen als deze tot president gekozen.

‘Als er geen oplossing komt, gaan we door met de strijd,’ schreeuwen de dorpelingen voordat de auto van The Guardian zijn weg mag vervolgen. In elk dorp langs de met keien bezaaide snelweg is de boodschap hetzelfde: gedesillusioneerde en onderdrukte boeren verzamelen zich bij de blokkades en houden hartstochtelijke toespraken over de toestand van hun land en over hoe hun mijnbouwregio – die rijk is aan grondstoffen – is uitgemolken voor winsten waarvan ze hier nooit iets terugzagen.

Dina Quispe huilt als ze de Peruaanse autoriteiten fel bekritiseert over hoe ze de demonstranten wegzetten als door narco’s gefinancierde terrucos (terroristen) en hoe ze de oproep tot politieke verandering hebben beantwoord met onderdrukking en bloedvergieten.

‘We zijn vernederd en vergeten,’ zegt de eenenveertigjarige verkoopster uit Checyuyoc. ‘Ze vermoorden onze broeders met kogels.’ Door haar tranen heen toont Quispe haar afschuw over het feit dat ze haar voornaam deelt met de eerste vrouwelijke president van Peru. Boluarte is de bliksemafleider geworden voor een veel grotere ontgoocheling over de mislukte politiek van een land dat de afgelopen zes jaar zeven presidenten versleet en waar een kwart van de bevolking moeite heeft om zich behoorlijk te voeden. Tegen verslaggevers zegt Quispe: ‘Breng alsjeblieft deze stem van protest uit het hart van het nederigste Peru naar de wereld.’

Een paar kilometer verderop, in Sicuani, een stad die nu bijna volledig van de buitenwereld is afgesloten door wegversperringen, lopen honderden Quechua-vrouwen met sombrero’s, pollera-rokken en schitterende quilts. ‘We vechten voor onze toekomst en die van onze kinderen en kleinkinderen,’ zegt Roxana Chahuanco (40). Ondertussen bereidt de plaatselijke bevolking zich voor op een debat over de volgende stap, nu de regering heeft aangekondigd troepen te zullen inzetten om de wegen vrij te maken.

Boluarte maakte de inwoners van deze regio vorige week nog bozer toen ze buitenlandse journalisten vertelde dat ‘Puno geen Peru is’

Mendoza Coronel roept de inheemse martelaren Túpac Amaru en zijn vrouw Micaela Bastidas in herinnering en spoort de lokale bevolking aan hun boerenopstand tegen de ‘corrupte’ elite van Lima te intensiveren. ‘Ze kijken op ons neer omdat we kinderen van campesinos zijn en omdat we mensen van het land zijn,’ zegt ze.

In het volgende dorp staat een koeienschedel op een paal bovenop een barricade van twee hopen puin en aarde. ‘Dat is Dina,’ grapt een van de vrouwen die de controlepost bewaken. 

Nooit meer dezelfde

Vanuit Sicuani klimt de snelweg nog hoger de Andes in naar de spectaculaire 4300 meter hoge grens met het departement Puno, waar inheemse Aymara-gemeenschappen ook in opstand zijn gekomen tegen de nieuwe regering.

Boluarte maakte de inwoners van deze regio vorige week nog bozer toen ze buitenlandse journalisten vertelde dat ‘Puno geen Peru’ is, een verklaring waarvan de president later beweerde dat ze verkeerd was begrepen. ‘Wij zijn Peruanen,’ zegt een vrouw die een wegversperring buiten de stad Ayaviri bewaakt. ‘In Puno werd het Incarijk geboren.’

Na Ayaviri daalt de snelweg af naar de grootste stad van Puno, Juliaca, een vervallen en gespannen mijn- en smokkelcentrum, waar antiregeringsprotesten woeden en lokale families rouwen om hun doden. Achter een metalen deur versierd met een zwart rouwlint zit María Ysabel Samillan Sanga, die begin januari op een maandag haar jongere broer verloor. Marco Antonio Samillán Sanga was een student geneeskunde die als vrijwillige arts in Juliaca werkte toen demonstranten probeerden de luchthaven van de stad te bestormen en de veiligheidstroepen met scherp schoten. De dertigjarige student werd in het hart geraakt toen hij een jongen verzorgde die traangas had ingeademd. Hij is een van de minstens zeventien mensen die die dag in Juliaca omkwamen. ‘Het was een slachtpartij,’ zegt zijn zus. ‘Er is geen ander woord voor.’

Samillán Sanga huilt als ze vertelt hoe haar broer zich uit de extreme armoede opwerkte om medicijnen te studeren. Hij droomde ervan neurochirurg te worden en gezondheidsprogramma’s op te zetten voor de armen op het platteland van Puno. ‘Als het aan mij ligt, zou ik ook sterven, want er zijn dagen dat ik de pijn niet aankan,’ zegt ze, terwijl de tranen over haar wangen stromen.

Ook volgens Samillán Sanga werden de dood van haar broer en de opstand in Peru veroorzaakt door discriminatie en vooroordelen. ‘We hebben gevoelens. Wij zijn mensen. We voelen. Huilen. Hebben emoties. En we lijden,’ aldus haar broer Raúl Constantino. De familie zegt te vrezen voor represailles van de regering, maar laat zich niet het zwijgen opleggen. ‘Ik hoop dat iemand dit leest en zich afvraagt: hoe gaat het met de familie Samillán Sanga?’ zegt María Ysabel. ‘De waarheid is dat we kapot zijn. Mijn familie wordt nooit meer hetzelfde.’

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen