schrijver haruki murakami muziek heeft een niet mis te verstane kracht

Sinds 2018 is de Japanse schrijver Haruki Murakami ook dj. Hij heeft een radioprogramma op de zender Tokio FM, waarin hij zijn liefde voor muziek met zijn luisteraars deelt en vertelt over het belang van populaire muziek en de rol daarvan tijdens een gezondheidscrisis. Murakami verschijnt maar zelden in de media. Des te bijzonderder dat hij afgelopen zomer een interview heeft gegeven aan de Japanse krant Mainichi Shimbun.

Uw programma Murakami Radio, waarmee u in augustus 2018 bent begonnen, is al vijftien keer uitgezonden. Het wordt meestal opgenomen in de studio’s van Tokio FM, in de wijk Chiyoda [in het centrum van de Japanse hoofdstad]. Wij hebben de opname van de zestiende aflevering bijgewoond [die op 15 augustus is uitgezonden], waarbij u geolied samenwerkte met de opnameploeg. We hebben u mee zien swingen op het ritme van de muziek en bij sommige passages mee horen neuriën.

‘Die ploeg is altijd dezelfde, we kunnen goed met elkaar opschieten. Bij de vorige twee uitzendingen hebben we op afstand gewerkt, vanwege de coronalockdown. Ik had ze thuis opgenomen, in mijn eentje. Dit keer is het weer op de gebruikelijke manier gegaan.’

Als middelbare scholier luisterde u vaak naar een muziekprogramma van Radio Kansai, waarin de luisteraars de nummers konden aanvragen. Dat programma speelt trouwens een belangrijke rol in Luister naar de wind, uw eerste roman.

‘Ik ben opgegroeid met radio, in zekere zin. Ik keek natuurlijk ook televisie, maar ik hield van muziek, en radio was het medium waarmee ik het meeste affiniteit had. In het begin had ik een kleine AM-radio. Tijdens mijn laatste jaar op de basisschool, zou ik zeggen. Dat was in 1959, ruim zestig jaar geleden. Ik luisterde van het begin af aan alleen naar populaire westerse muziek. Omdat het een AM-radio was, was het geluid niet al te best. Maar platen waren duur in die tijd, die kocht je niet zo vaak. Naar de radio luisteren was de enige manier. En ik was een en al oor.’

De Japanse acteur Katsumi Kiba, Katrine Mutsukiko Doi Vincent en Mame Yamada in een toneelbewerking van Murakami’s Kafka op het strand, tijdens het Lincoln Center-festival in 2015 in het David H. Koch-theater in New York. © Linda Vartoogian / Getty
De Japanse acteur Katsumi Kiba, Katrine Mutsukiko Doi Vincent en Mame Yamada in een toneelbewerking van Murakami’s Kafka op het strand, tijdens het Lincoln Center-festival in 2015 in het David H. Koch-theater in New York. © Linda Vartoogian / Getty

Uw eerste plaat, op uw twaalfde, was White Christmas van Bing Crosby, heeft u tijdens een van uw uitzendingen onthuld.

‘Die plaat kregen mijn ouders cadeau bij de aanschaf van een hifi-installatie. De eerste die ik zelf kocht was een lp van Gene Pitney. Ik zat in de vierde van de middelbare school. Het was de eerste plaat in mijn verzameling. Tot ongeveer mijn vijftiende luisterde ik alleen naar populaire muziek, daarna heb ik me op de jazz gestort, waar ik helemaal weg van was, en ook meteen maar op de klassieke muziek.’

Dat u dj bent geworden is te danken aan de bemiddeling van uw uitgever.

‘Televisie had ik nooit willen doen, maar bij radio dacht ik: Waarom ook niet? Ik bezit een enorme berg platen en cd’s, die ik over het algemeen in mijn eentje beluister. In je eentje thuis naar muziek luisteren is niet zo leuk. Ik had zin om het met iemand te delen, en erover te kletsen. Waar kan dat beter dan op de radio? Dus op voorwaarde dat ik de muziek kon draaien waarvan ik houd en de onderwerpen kon aansnijden die me aanspreken, heb ik ja gezegd.’

Het is niet meer dan terecht dat u nu een eigen radioprogramma heeft, want vanaf 1974, toen u nog aan de Waseda-universiteit in Tokio studeerde, heeft u zeven jaar lang een jazzcafé gehad.

‘Ik heb van het begin af aan zelf de platen uitgekozen en de onderwerpen waarover ik het wil hebben. Ik beslis over de thema’s en het format. De platen en cd’s komen allemaal uit mijn eigen verzameling, ik draai waar ik zin in heb. Gek genoeg zijn er momenteel niet veel van zulke programma’s op de radio. Eigenlijk zou ik graag elke maand een programma willen maken [momenteel is het tweemaandelijks]. Ik heb voor een jaar of twee aan onderwerpen, dat zou geen probleem zijn. En radio is een ware passie voor me geworden. Alles draait momenteel om internet, mensen praten alleen maar via Zoom en Skype, maar dat is niks voor mij. Wat mij interesseert, is communiceren via muziek en stem, een soort gesproken essays, zou je kunnen zeggen.’

De Japanse auteur Haruki Murakami in 2003.  Het werk van Murakami is vertaald in meer dan vijftig talen en is wereldwijd miljoenen keren over de toonbank gegaan. – © Eamonn McCabe / Popperfoto / Getty
De Japanse auteur Haruki Murakami in 2003. Het werk van Murakami is vertaald in meer dan vijftig talen en is wereldwijd miljoenen keren over de toonbank gegaan. – © Eamonn McCabe / Popperfoto / Getty

Behalve dat u originele, grensoverschrijdende keuzes maakt, van pop naar jazz via klassiek, behandelt u ook, met een vleugje humor, tal van onderwerpen die verband houden met de nummers en hun vertolkers. In juni 2019 heeft u ook een programma met publiek opgenomen, Murakami Jam. En u hecht eraan in uw programma vragen van luisteraars te beantwoorden.

‘Als je de muziek van je keus draait, moeten de mensen die ernaar luisteren naar mijn mening wel weten dat ze je kunnen vertrouwen. De reacties van de luisteraars zijn vaak positief. Met radio bereik je minder mensen dan met televisie, maar het contact voelt wel nauwer. Ik ben op mijn dertigste schrijver geworden; ik ben begonnen toen ik mijn café nog had, en heb me twee jaar later helemaal op het schrijven gestort. Op dat moment zwoer ik dat ik nooit meer iets anders zou doen dan schrijven. Daarom verscheen ik niet in de media en gaf ik geen lezingen. Ik heb mijn nevenactiviteiten veertig jaar lang beperkt om alleen maar te kunnen schrijven, ongeveer tot mijn zeventigste. Nu ik die leeftijd ben gepasseerd, mag ik van mezelf de teugels wel wat laten vieren. [Lacht.] Ik kan me misschien met andere dingen gaan bezighouden; laten we zeggen dat ik me een beetje meer openstel.’

Aan het begin van uw uitzending in april heeft u uw ongerustheid uit-gesproken over de gevolgen van de coronapandemie, onder andere voor de winkeliers die gedwongen waren tijdelijk te sluiten. In mei heeft u een programma van twee uur gemaakt, een Special Stay Home, met opbeurende en geruststellende nummers.

‘Ik denk dat muziek een niet mis te verstane kracht heeft. Ik ben geen deskundige op coronagebied, maar op mijn speciale uitzending van twee uur, met haar gevarieerde programma, heb ik veel reacties ontvangen van mensen die zich daarna rustiger voelden en er nieuwe moed uit hadden geput. Zelf begon ik me ook allengs beter te voelen terwijl ik praatte en muziek draaide. Natuurlijk is dat alleen psychologisch, de situatie verandert er niet wezenlijk door, maar goede muziek bezit die kracht. Daar geloof ik in.

Ik heb het niet zo op grote woorden. Sommige mensen voelen zich daar misschien door aangesproken, maar voor mij is het effect ervan kortstondig en oppervlakkig. Want het zijn maar woorden, het is maar logica. Muziek overstijgt de logica, ze spreekt ons empathisch vermogen aan. Hetzelfde geldt voor romans. Je kunt met alle geweld iets willen uitleggen aan de hand van logica, maar daarmee bereik je niet het hart. De kracht van het verhaal daarentegen, is dat het indirecte en misschien tragere wegen kiest, maar wel empathie opwekt. Dus in feite komt het schrijven van muziek of van een roman naar mijn mening op hetzelfde neer.’

Als je de muziek van je keus draait, moeten de mensen die ernaar luisteren naar mijn mening wel weten dat ze je kunnen vertrouwen

In die speciale uitzending in mei zei u te vrezen dat de mensen zich zouden afsluiten, dat ze zich zouden terug-trekken in hun land en hun regio.

‘Momenteel vormen de sociale net-werken waarop mensen hun mening geven in een beperkt aantal karakters, zoals de tweets van Donald Trump, de kern van een bepaalde manier van uitdrukken. Toch geloof ik niet dat iemand zijn gedachten in zo weinig woorden tot uiting kan brengen. Het is om die reden dat ik een andere boodschap wil overbrengen, op een andere manier.’

In de uitzending die vandaag is opgenomen spreekt u uw verontrusting uit over mensen die Adolf Hitler citeren en meer een beroep doen op de emotie dan op de rede.

‘Wat ik wil, tot op zekere hoogte, is de boodschap uitdragen die de mijne is. Het is niet mijn bedoeling die aan anderen op te leggen, maar ik geloof dat ik er goed aan doe te zeggen wat ik op mijn hart heb. Ik heb de studentenopstand van de jaren zestig en zeventig meegemaakt, een periode waarin je bedolven werd onder de slogans, onder bijtende leuzen die volledig uit hun verband waren gerukt; boude formuleringen zonder context, daar heb ik een hekel aan, daar word ik bang van.

Uiteindelijk, toen die periode eenmaal achter ons lag, zijn die woorden en leuzen verdwenen. En niemand neemt er verantwoordelijkheid voor. Ik heb het meegemaakt, en daarom waarschuw ik tegen dit soort leuzen, of ze nu van links komen of van rechts. Vooral in een crisissituatie kunnen mensen zich in verontrustende richtingen laten meesleuren, denk bijvoorbeeld aan de massamoord op Koreanen na de grote aardbeving in Kanto [enkele honderden in Japan woonachtige Koreanen werden in 1923 gelyncht omdat ze zichzelf verrijkt zouden hebben in de chaos die het gevolg was van de aardbeving]. Het is naar mijn mening de taak van de media om die dynamiek te temperen.’

Welke rol hebben literatuur en muziek tijdens een oorlog, een natuurramp of een epidemie?

‘Ze hebben beslist een bepaalde rol. Maar zowel muziek als literatuur heeft maar zelden een direct effect. Ik geloof dat er een bepaalde betekenis schuilt in de romans en muziekstukken die in zo’n soort situatie geschreven of gecomponeerd worden. Ik ben minder geïnteresseerd in hun effect of hun onderlinge afhankelijkheid dan in het soort producties dat zo’n situatie oplevert. Overigens is het niet slecht als je je mening op de radio kunt verkondigen.’

Murakami: ‘Ik heb zo’n 10.000 lp’s; de cd’s heb ik niet geteld. Dit zijn voornamelijk jazzplaten. Ik heb altijd muziek op staan terwijl ik werk.’  © harukimurakami.com
Murakami: ‘Ik heb zo’n 10.000 lp’s; de cd’s heb ik niet geteld. Dit zijn voornamelijk jazzplaten. Ik heb altijd muziek op staan terwijl ik werk.’ © harukimurakami.com

Mainichi Shimbun nam nog een tweede interview af met Haruki Murakami. Wij lichten de belangrijkste thema’s voor u uit.

De schaduw van de vader

Haruki Murakami bekent een ‘ijzige’ relatie met zijn vader te hebben gehad.

In zijn essay Een kat achterlaten uit 2019 laat de auteur de vader figureren, en met name diens ervaringen aan het Chinese front tijdens de Tweede Chinees-Japanse Oorlog (1937-1945), een conflict dat in verscheidene boeken van Murakami voorkomt, zoals De jacht op het verloren schaap en De opwindvogelkronieken. ‘Omdat het over een familielid gaat, wilde ik eigenlijk liever niet over hem schrijven,’ bekent de auteur. Maar op een moment dat het ontkennen van de oorlogsmisdaden terrein wint in Japan, voelde hij ‘een zekere verantwoordelijkheid als schrijver’ om de sprong te wagen. Zijn vader, overleden in 2008, vertelde aan zijn zoon hoe hij Chinese gevangenen had neergeschoten, wat bij de laatste een schok veroorzaakte die hij maar moeilijk te boven kon komen. ‘Het was best moeilijk voor mij om die passages op te schrijven,’ herinnert Murakami zich.

‘Het is altijd moeilijk om feiten te vermelden die verband houden met jezelf.’ Zijn kinderherinneringen hebben hem ertoe gebracht uit te zoeken of zijn vader had deelgenomen aan het Bloedbad van Nanking, dat plaatsvond in 1935 en aan tussen de twee- en driehonderdduizend mensen het leven heeft gekost. Tot zijn grote opluchting was dat niet het geval, maar wel heeft hij ontdekt dat het bataljon van zijn vader helemaal was opgetrokken tot Wuhan. ‘Elke keer als ik op de televisie beelden van die stad zag, in reportages over het coronavirus, moest ik daaraan denken.’

De terugkeer van het ‘ik’

Haruki Murakami praat ook over Alles in de eerste persoon, zijn verhalenbundel die op 18 juli jongstleden is verschenen en nog niet in andere talen is verschenen. Zoals uit de titel blijkt, bevat het werk korte teksten in de eerste persoon.

‘Ik ben mijn carrière begonnen met romans die werden verteld in de eerste persoon, en daarna ben ik over-gestapt op de derde persoon enkelvoud. Voor mij is het dus een terugkeer naar de bron. Ik wilde gewoon dingen proberen die me niet lukten toen ik jonger was,’ legt de schrijver uit. In deze verhalen vertelt hij over acht mensen die maar één ding in hun leven gemeen hebben: ze zijn allemaal getekend door vreemde gebeurtenissen uit het verleden waarvan ze zich niet kunnen losmaken. Kun je zeggen dat deze verhalen in de eerste persoon persoonlijk zijn, dat ze betrekking hebben op gebeurtenissen uit het leven van Murakami zelf? Op deze vraag geeft de auteur een enigszins kunderiaans antwoord.

‘Deze personages staan voor een “ik” dat ik had kunnen zijn. Ze gaan niet per se over mij, maar over mensen die ik had kunnen worden.’ De bundel is in Japan goed ontvangen. Op de site Real Sound heeft literair recensent Toshihiro Yano de feministische kant ervan geprezen. In een van de verhalen in de bundel stelt een vrouw het snobisme van de verteller aan de kaak, een typisch murakamiaanse man die met een cocktail in zijn hand aan een bar zit, verdiept in zijn lectuur. Ze kent de verteller, maar hij is haar bestaan compleet vergeten. De vrouw verwijt hem dat hij zich slecht heeft gedragen tegenover een vriendin van haar, dat hij haar iets heeft aangedaan wat ‘hij zich zou moeten herinneren als hij goed nadacht’.

‘Je moest je schamen!’ voegt ze hem toe. Inderdaad is de ‘ik’, de koning van de verhalen in de eerste persoon, erg vergeetachtig wat betreft het kwaad dat hij bij anderen heeft aangericht. Yano wijst erop dat dat ook geldt voor Murakami zelf, die om de haverklap wordt bekritiseerd vanwege zijn machokant. ‘Als de vrouw “Je moest je schamen!” zegt,’ vervolgt de recensent, ‘doelt ze op de ongevoeligheid voor het leed van anderen. In de bundel gaat het om kwaad dat vrouwen wordt aangedaan.’ De uitdaging voor Murakami in dit werk was om een antwoord te geven aan zijn critici, oftewel om zelfkritiek te leveren. ‘Of de auteur daar volledig in is geslaagd blijft de vraag, maar je voelt in elk geval een zekere eerlijkheid. Hij probeert niet hypocriet te zijn,’ besluit de recensent.

‘Moeilijke dingen schrijven’

De schrijver gaat ook in op zijn carrière, die in 1979 begon met de roman Luister naar de wind, waarmee hij meteen de prestigieuze Gunzo-prijs voor jonge auteurs in de wacht sleepte.

‘Daarvóór waren er dingen die ik kon schrijven en andere die ik niet kon schrijven. Moeilijke dingen ging ik gewoon uit de weg. Stukje bij beetje heb ik geleerd ze aan het papier toe te vertrouwen, wat toch aangenamer is… [Lacht.] Toen ik Luister naar de wind publiceerde, waren er veel meer dingen die ik niet uit mijn pen kreeg dan tegenwoordig, en ik heb een lappendeken moeten maken van de dingen die ik niet kon opschrijven. Jullie kennen het resultaat. [Lacht.]’ Murakami bekent dat hij zich pas in 2009, het jaar waarin 1q84 verscheen, een zekere vrijheid in zijn schrijven wist te permitteren. In deze roman beschrijft hij een verzoeningsscène tussen de held, Tengo, en diens vader. ‘Het aantal dingen dat iemand wil en kan schrijven is nogal beperkt. Daarom moet je de invalshoeken en methodes weten te veranderen.’

In de boekhandel

In de geschiedenis van de Japanse literatuur zijn er maar weinig auteurs die het zo vaak over muziek hebben als Haruki Murakami.

Een bewijs daarvan is het niet in het Nederlands maar wel in het Engels verschenen Absolutely on Music uit 2011, dat zes gesprekken bevat van de auteur met de beroemde Japanse dirigent Seiji Ozawa. Tegenover Ozawa betuigt de auteur zijn spijt over zijn in zijn eigen ogen geringe muziekkennis. Hij meet zich de rol aan van journalist, die de dirigent uitgebreid laat vertellen over ‘het wezen van zijn kunst’ en hem talloze ontboezemingen ontlokt. Kers op de taart is dat de lezer wordt getrakteerd op allerlei smakelijke uitweidingen, variërend van een vergelijking tussen muziek en literatuur tot een bespiegeling over de culturele verschillen tussen Japan en het Westen.

Auteurs: Kôichi Ôl en Hideyuki Tanabe

Mainichi Shimbun
Japan | dagblad | oplage 3.091.000 (ochtend), 1.660.000 (avond)

Oudste krant van Japan, in 1872 voor het eerst uitgegeven. De krant wordt twee keer per dag gedrukt. De site is ook in het Engels te lezen. Krant voor het politieke midden.


Deel dit artikel


Recent verschenen